vrijdag 30 augustus 2013
Jaren '70 licht
donderdag 29 augustus 2013
Gehypnotiseerd door de weerspiegeling van retromania
De voorpublicatie van Mark Fishers Ghosts of my life (mooie titel, Japan via Goldie n'est pas?) in The Quietus zorgde gisteren voor een rimpeling in de informatiestroom:
Het is elegant geschreven en ik sympathiseer met de strekking van de tekst en toch voelde ik meteen twee belangrijke bezwaren opkomen. Allereerst is het denken in equivalenten achterhaald. We leven in een andere tijd. Er gaat geen nieuwe Beatles of Kraftwerk opstaan. De hele dynamiek van subculturen zoals die tot zeg maar 2001 functioneerde is voorbij, voor altijd. Maar belangrijker, en ergens hoop ik dat het boek in die zin niet nog een laag aan Retromania toevoegt,vindt men ook aan de kritische zijde de cult van het verleden stiekem niet te prettig? Of wel, begint men in het kritische discours ook in cirkels om retromania heen te draaien? Het begint nu toch op te vallen dat heel strategisch in dat soort kringen platen van o.a. James Holden en The Knife worden genegeerd. Ik voel een vreemd korte termijn denken, wel gericht op uitbundige historische parallellen, maar gecombineerd met het vreemde idee dat de huidig situatie permanent is.
Where is the 21st-century equivalent of Kraftwerk? If Kraftwerk’s music came out of a casual intolerance of the already-established, then the present moment is marked by its extraordinary accommodation towards the past. More than that, the very distinction between past and present is breaking down. In 1981, the 1960s seemed much further away than they do today. Since then, cultural time has folded back on itself, and the impression of linear development has given way to a strange simultaneity.
Het is elegant geschreven en ik sympathiseer met de strekking van de tekst en toch voelde ik meteen twee belangrijke bezwaren opkomen. Allereerst is het denken in equivalenten achterhaald. We leven in een andere tijd. Er gaat geen nieuwe Beatles of Kraftwerk opstaan. De hele dynamiek van subculturen zoals die tot zeg maar 2001 functioneerde is voorbij, voor altijd. Maar belangrijker, en ergens hoop ik dat het boek in die zin niet nog een laag aan Retromania toevoegt,vindt men ook aan de kritische zijde de cult van het verleden stiekem niet te prettig? Of wel, begint men in het kritische discours ook in cirkels om retromania heen te draaien? Het begint nu toch op te vallen dat heel strategisch in dat soort kringen platen van o.a. James Holden en The Knife worden genegeerd. Ik voel een vreemd korte termijn denken, wel gericht op uitbundige historische parallellen, maar gecombineerd met het vreemde idee dat de huidig situatie permanent is.
woensdag 28 augustus 2013
Vogue weet de toekomst te vinden
Steve Klein stoomt met behulp van wat Balenciaga, Narcisco Rodriguez en Google Glass Vogue klaar voor de 21ste eeuw. J.G. Ballard lijkt weer eens de gids te zijn.
maandag 26 augustus 2013
De Madeleine uit 1979
Maar waar je me dan wel mee kan hypnotiseren: vintage reclameblokken. Die psychedelische tussenflitsen! De pre-digitale poppetjes! Tsjolk Nu Ook In Banaan! De hele grijzige liefelijke realiteit waarin je terechtkomt. Is ook wel een teken, dat mijn madeleine en bloesemthee herinneringsactivatie een reclameblok uit de jeugd is (verschil is natuurlijk dat het geen onwillekeurige maar opgezochte activering is.)
zaterdag 24 augustus 2013
Tijd voor het ironische shirt
Zag vandaag iemand in het bovenstaande shirt fietsen. Betekent de ironische shirtfase niet dat retromania het terminale stadium binnentreedt? Dat is mijn eerste associatie. Of kan het fenomeen nog platter, als een soort extra beschermingslaag? Overigens deed het me ook herinneren aan de eerste keer dat ik de term "back to the..." hoorde, namelijk als Back To The Seventies, titel van een tv-verzamelalbum, ergens in 1981 (!).
donderdag 22 augustus 2013
"We like what we like and not much else"
Ik vind dit vrij pijnlijk om te lezen:
In de rest van het (korte) interview heeft Jeff Mills nog wat zinnige dingen te zeggen.
For The Wizard, I decided to stop those sets because there just isn’t much interest in mixed genre DJ sets – especially not of that style and technique. I found that we are not as open to various styles of music in a period of time as we used to be. We like what we like and not much else. The Wizard was created as a means to constantly present new music for the listener to eventually decide – to go out and search to buy the record and support the independent music industry and art form. I see little tolerance or patience for this now. In most situations where music is being played, people decide whether it’s right or wrong based on whether they like it or not. What this does is unconsciously steer a lot of music producers to make similar styles that they believe works immediately upon hearing rather than making something they really like and then making the audience like it too. That craft is gone. The Wizard was for the 1980′s and it was a lot of fun but, these are the 2010s – a different era with a different mentality.
In de rest van het (korte) interview heeft Jeff Mills nog wat zinnige dingen te zeggen.
Labels:
DJ,
Jeff Mills,
smaak,
techno,
The Wizard
woensdag 21 augustus 2013
Zielloze Mod
"Sometimes we look more like the bloodless archivists of a real gone time."
Zo eindigt Ian Penmans recensie van Mod: A Very British Style in London Review of Books. Hoogwaardige kritiek, stilistisch maar ook op het gebied van ideeën, in eerste instantie een verplichte tekst voor anglofielen, maar met een aantal melancholische zijpaden richting het lot van modernisme en retromania.
Abonneren op:
Posts (Atom)



