vrijdag 18 november 2016
New Scientist Toekomst Special
Wel compleet te lezen is het mooie portret van sciencefictionschrijver Stanisław Lem. Goede schrijver, met helaas een vrij pedante persoonlijkheid. Zo bekritiseerde hij op de toppunt van zijn faam alle Amerikaanse S.F.-schrijver met uitzondering van Philip K. Dick, die hem als dank in een van zijn paranoïde buien met een brief aan de F.B.I. er van beschuldigde een communistisch commitee te zijn.
Een ding zijn ze bij New Scientist vergeten: drugs. Ik denk dat deze in 2076 grotendeels zijn gelegaliseerd. Dat vreemde stigma, doorweven van bijgeloof en andersoortige irrationaliteit, is dan allang geërodeerd. Geen wonder, aangezien augmented reality in 2076 al zo ver is gevorderd dat het psychedelisch is. Hoogstens zullen bepaalde middelen als primitief en onhandig worden gezien. De War on Drugs zal voorbij zijn, maar het kankergezwel van autoritarisme blijft ongetwijfeld ongevraagde comebacks maken dus dat stigma zal weer ergens anders naar verschuiven. Misschien iets met technologie en dood. "Difficult to see. Always in motion is the future."
vrijdag 11 november 2016
De Toekomst van Amerika (remix)
Ik geef eerlijk toe dat ik nooit in een presidentschap van Trump heb geloofd. Dat hij het uiteindelijk voor elkaar heeft gekregen is dankzij een soort ‘perfect storm’ van uiteenlopende factoren, van onverwachte demografische groepen die op hem stemden, onkunde, tot vreemde allianties die hem een handje hielpen. Achteraf lijkt het allemaal bijna logisch. Hoe dan ook, de Verenigde Staten krijgt de president die het verdient, een zelfgenoegzame, decadente, schreeuwlelijk. De ultieme president, meer dan nog dan Reagan, een die sciencefictionschrijvers als decennia lang aan zagen komen (naast een enkele denker als Richard Rorty), een reality tv-ster en merk, de fantasie van een geslaagde zakenman. In die zin is Trump de ware anti-retro president.
Wat te verwachten van vier jaar Trump? Zijn ideeën waren meestal zo vaag, niet meer dan geïmproviseerde slogans en onzin als “the cyber” dat het alle kanten op kan gaan. Obama’s paranoia heeft het grondwerk gelegd voor een politiestaat die nog niet zijn volledige kracht heeft laten zien en komt nu in handen van een onberekenbare persoonlijkheid. Trump gaat natuurlijk ook aan de leidraad van Wall Street lopen en zal zelf waarschijnlijk het Transatlantische Handelsakkoord tekenen zodra hij is bijgepraat (op gênante wijze smeekten E.U.-leiders hem vrijwel direct om te tekenen.) Ik hoop dat hij zijn isolationisme wel waarmaakt, maar Dubya kon dat ook niet langer dan een jaar volhouden. Het zou wel rustgevend zijn, zeker als Poetin niet steeds, zoals door Obama, in zijn ballen wordt geprikt. Wat Trump persoonlijk hierover gelooft maakt niet zoveel uit. De Deep State opereert bijna onafhankelijk en kan op elk moment besluiten provocaties te orkestreren om een nieuwe Vietnam-oorlog of ander desastreus avontuur te ontketenen. Dat het land zichzelf vervolgens vervuilt, koppig een anti-klimaatverandering punt wil maken is dan fijn theater en ik hoop nog een keer mee te maken dat Florida onderloopt.
Maar ik denk dat Trump vooral een symbolische rol zal spelen. Hij zal zich snel vervelen door het saaie leven in Washington en zelf gaan golfen terwijl hij de bureaucratische rotklussen delegeert naar zijn inner circle onder leiding van de enge evangelist Mike Pence (rechtstreeks uit een Stephen King roman gestapt.) En zoals het er naar uitziet zullen dat verschrikkelijke figuren zijn die waarschijnlijk veertig jaar aan trage vooruitgang willen proberen weg te vagen. Hoe dat gaat uitpakken is onduidelijk maar de fictie van Robert Silverberg, Norman Spinrad, Philip K, Dick, James Blish en met name John Brunner heeft genoeg scenario’s aangedragen. Zoals eerder dit jaar met het Verenigd Koninkrijk voel ik vooral opluchting dat ik daar niet woon (wellicht niet te vroeg juichen met onze xenofobe variant van Guus Geluk in de wachtkamer.)
Want wat betekent het voor mezelf: vooral een zeer grote behoefte om het (hypothetische) isolationisme te accepteren en de Amerikaanse desinteresse voor de rest van de wereld terug te kaatsen. De Amerikaanse hyperrealiteit is saai en grimmig geworden. Maar dat afzweren zal nog een flinke klus blijken te zijn. Vanwege mijn werk al, maar ook hoe informatiestromen zich in je leven nestelen, je ontkomt er niet aan. En al helemaal niet in Nederland, dat volstrekt geobsedeerd lijkt door Amerika. Eigenlijk is alleen een offline leven de enige optie...en om veilig te zijn moet je ook verhuizen naar een land buiten Europa. Vooral wachtend op het moment dat de mens zich bevrijdt van de Aarde.
woensdag 19 oktober 2016
“Angry people click more.”
Een nieuwe Adam Curtis documentaire is inmiddels een evenement, in de hedendaagse stijl, dat wil zeggen dat het vrijwel compleet buiten oude media om speelt en online binnen netwerken voor opwinding zorgt. Curtis werkt nog steeds voor de BBC maar heeft gekozen voor de vrijheid van online documentaires in plaats van nette driedelige televisieprogramma’s. Je kunt je overigens afvragen of die beperking niet gedisciplineerder werk opleverde, zoals zijn meesterwerk The Power of Nightmares dat een elegant argument op twee sporen opzette met opzienbare conclusies als resultaat. HyperNormalisation heeft een vrijere opzet, waar in kleine essays ideeën worden gelanceerd, gedachten die niet lijken te worden afgemaakt om vervolgens weer te worden opgepikt. Maar uiteindelijk is er geen grote openbaring maar vooral een gevoel. En dat is niet blijdschap.
Curtis kent stilistisch geen gelijke. Niemand heeft een dergelijke grip op de intensiteiten van visuele media, weet het pathos van het beeld op te roepen. De meest mediagenieke politici verworden tot weifelende personages doordat Curtis net die beelden weet te vinden voor en na de performance. Nachtsteden glijden aan de kijker voorbij, een catalogus aan gruwelijke explosies wordt opgedoken naast bizarre alledaagse taferelen. Dit allemaal gegoten in een foutloze soundtrack met onder andere muziek van Aphex Twin, Burial, Suicide en Eno. De films van Curtis zijn gewoon heel goed gemaakt.
Maar wat betekent het allemaal? De standaardkritiek, niet van rechts dat Curtis niet kan uitstaan omdat hij keer op keer neoconservatieve mythes ridiculiseert, maar van links, is dat zijn hypnotiserende mooifilmerij geen gedegen analyse biedt, laat staan oplossingen. Dat is een opzichtig verkeerde lezing, een soort puriteins marxisme. Curtis opereert namelijk in een vreemde zone, tussen politiek pamflet, mediamythologie, feit en fictie in. En daar is hij volstrekt eerlijk in. Zijn documentaires beginnen immers steevast met een zin als “This is a story about...” Hij is een nieuw soort verhalenverteller, met bepaalde tics (ook hier weer echte Curtis-draaien als “But instead they came up with a different solution.” of “But it turned out to be something much darker.”) en ook met veel geduld, hier met name ten opzichte van de figuur Trump die steeds heel kort verschijnt maar zo wordt geportretteerd dat je alles weet wat je over hem hoeft te weten.
De meeste thesen van Curtis zijn overigens volkomen correct, een geësthetiseerde samenvatting van een paranoïde realisme waar het falen van politiek en een opkomende technologische samenleving de Westerse cultuur erodeert en een angstcultuur overblijft zonder enige realistische visie op de toekomst. Zonder tegenbeweging bovendien. HyperNormalisation is soms erg grappig, vooral de rol van Gadaffi is ongelofelijk bizar, net als de brutaliteit van Poetin en zijn geniale adviseur Vladislav Surkov. Maar ook Gadaffi eindigt uiteindelijk dood op het asfalt. Het is allemaal nutteloos. De titel van de documentaire geeft al een beetje de voorzet maar het gevoel dat na bijna drie uur kijken overheerst is van een melancholiek cynisme dat erg doet denken aan Jean Baudrillard. Geen uitweg, geen hoop, alleen nog maar simulatie na simulatie. De toekomst verloren, keer op keer weer.
dinsdag 11 oktober 2016
Biosphere: de diepe shit
Geen viral campagne. Geen social media. Dit kwam als een complete verrassing. Een scheef oog op de nieuwsbrief van bleep.com en het was opeens alle hens aan dek. Gemeen effectief verkooppraatje ook door even Selected Ambient Works Vol.2 als verwijzing te gebruiken. Na bestelling keerde de ratio terug en dacht ik opeens "ik ben er keihard in getrapt!"
Eenmaal onder de naald klinkt Departed Glories dan ook zelden als het meesterwerk van Aphex Twin. Vanzelfsprekend, alleen Aphex Twin kan ooit nog iets maken wat hierbij in de buurt komt. Maar niet getreurd, Biosphere in 2016 doet in eerste instantie denken aan een andere ambientklassieker, namelijk Brian Eno’s On Land (1982). Lange ijle klanken, open, melancholisch, je hoort de mist welhaast. Dan komen de stemmen op en duik je als luisteraar de diepte in. Een week is niets in Biosphere-tijd. Dit zijn albums waar je jaren, decennia, mee leeft, maar het is goed, buitengewoon goed.
Maar Departed Glories is ook een album waar je lastig betekenis over kunt generen. In een recent interview draagt Geir Jenssen zelf wat context aan die je ervaring ervan kan sturen. Tegelijkertijd past het album naadloos in de verhandeling over de ongrijpbaarheid van de drone in het Velvet Cacoon hoofdstuk van Kritische massa. Zonder interview blijf je over met een fascinerende hoesfoto en titels als ‘Whole Forests Of Them Appearing’ en ‘Fall Asleep For Me’, titels die ik nooit zal onthouden. Kortom, pure muziek. En Departed Glories doet me denken aan een ander oud idee van mij uit De Toekomst Hervonden, namelijk de zijtakken van jaren negentig IDM. Dit is precies waar ik op hoopte: meer sublieme electronische muziek zonder directe functie behalve het aandragen van schoonheid.
Wat Biosphere wel subtiel uitdraagt is het belang van geluid. Dit is een anti-streaming album. Er blijft op die manier ook niets van de muziek over dus waarom als artiest de moeite doen voor een fooi van waarschijnlijk 100 euro? In het bovenstaande interview merkt Jenssen over het onderwerp van geld verdienen met muziek opgewekt op dat zijn platen uitstekend verkopen. Het is die unieke positie van een aantal auteurs uit de jaren negentig die op faam kunnen blijven verkopen. Die niet mee hoeven te doen aan de race to the bottom. Departed Glories is een ode aan geluid, geperst op mooi vinyl en gemasterd door Stefan Benke. Alleen het beste van het beste. Muziek als betaalbaar luxeartikel.
vrijdag 23 september 2016
Earl Smith Jr. (1965 - 2016)
Ik realiseerde pas na zijn overlijden dat ik hem een keer heb zien draaien op een avond met Juan Atkins en DJ Pierre, voor een klein publiek van liefhebbers. Hij stond op het affiche als Phuture, wat hem nog steeds zo mysterieus maakte als in de begindagen van house, helemaal omdat hij door de schaduw van zijn pet vrijwel onherkenbaar was (en dan nog zou ik niet weten hoe hij er uit had moeten zien.) Compleet in dienst van de muziek en die klonk nog steeds zijn tijd ver vooruit: oncompromisloos, underground, duister. House zoals house hoort te klinken. De nulgraad van muziek.
En zowaar een fragment is bewaard gebleven...
zaterdag 17 september 2016
Wat was Kindamuzik?
Ik was gisteren bij de afscheidsborrel van Kindamuzik, het digitale muziektijdschrift dat na zeventien jaar gestopt is. Wat op zich geen ramp is, meer dingen (festivals, artiesten, kranten, televisieprogramma’s en -formats) doen er goed aan om tijdig te eindigen in plaats van door te gaan in een spiraal van veilige gewoonte. Bovendien geeft een dergelijke beslissing opeens een interessant beeld van de afgelopen jaren.
Om met het persoonlijke te beginnen. Ik presenteerde zelf mijn eerste recensie in maart 2001, nadat ik door de mysterieuze ideeënman Ariën Rasmijn was benaderd. Ik schreef met bangsiaans enthousiasme een proefrecensie over het nieuwste album van Boredoms en mocht daarna aan de slag. Daarbij kreeg ik complete vrijheid wat betreft lengte, muzikaal onderwerp en stijl. Een weelde waar ik graag gebruik van maakte. Al snel was het een sport om als eerste een belangrijke release te bespreken en zo kon ik bijvoorbeeld Villalobos’ Alcachofa uitroepen tot het model van house voor de komende jaren. En in langere stukken als deze over Tour de France Soundtracks werd het begrip recensie al ingeruild voor de kritische analyse die ik uiteindelijk voorstond (en uiteindelijk uitmondt in Kritische Massa). Kindamuzik was zeer relaxed en trok blijkbaar een bepaald soort muziekliefhebber aan, die ik voor mijn online leven zelden tegenkwam. Soms schreven we samen dossiers over een genre, zoals ambient, die denk ik uniek zijn in het Nederlandse schrijven over popmuziek (en als we het daar toch over hebben, mag ik deze buitengewone tekst van Gerard de Jong over Juana Molina nog een keer aanraden?) Ik ben er nog steeds niet over uit of de overstap van Engels op Nederlands de juiste zet is geweest, al was het omdat Kindamuzik toen al een internationale speler was geworden waarbij ideeën vaak werden opgedaan en getest op het I Love Music-forum. En op een gegeven moment begon toch de tendens van professionalisering, van regels als het beperken van het aantal woorden (overigens een beperking die de steeds kortere aandachtsspanne van de online lezer aanvoelde.)
Wat me tot een breder perspectief brengt. In Kindamuzik zie je goed hoe internet is veranderd sinds 1999. Dit werd meteen zichtbaar toen gisteren een beeld werd getoond van de eerste website. Kindamuzik was het product van een combinatie van kansen die internet bood (“waarom is er nog geen informatie over…”) en prettige naïviteit, die niet alleen op internet heerste maar het product was van de jaren negentig. Muzikaal dreven we nog op de creatieve naschokken van de periode 1987 – 1995 waardoor Kindamuzik de intrigerende uitloper 2001-2002 zeer goed heeft kunnen documenteren. Het internet is allang niet meer naïef en open, het kende al zijn schaduwplekken maar in de daaropvolgende barokke wildgroei met de continue zoeklichten van surveillance en zelfsurveillance is een claustrofobische sfeer ontstaan die ook de tekst zelf heeft aangetast. Een website als Medium probeert de kalme tekst als in een reservaat te redden maar daarbuiten woedt een orkaan van tweets, onderbroken teksten, gifs, clickbait, hatelijke comments, vlogs en algoritmes die het schrijven over muziek overbodig maakt. Op de lange termijn maakt dit niets uit en heeft de muziekliefhebber gewoon een tijd geluk gehad door tijdens een creatieve hausse op een intrigerende (en vanzelfsprekend onnatuurlijke) manier een relatie aan te kunnen gaan met muziek. De kans is uiterst klein dat juist deze relatie ooit onderdeel zal worden van de retrocultuur, ook omdat die neurotische blik in de achteruitkijkspiegel hoe dan ook gebroken gaat worden en daarbij hopelijk de laatste oplevingen van kleinzielig nationalisme, racisme, seksisme en algehele kortzichtigheid die er mee is verbonden wegspoelt. Kindamuzik leek ooit de toekomst van het schrijven over popmuziek. Maar ik moet toegeven dat ik mij destijds vergiste: het was een afsluiting van een soort toekomst, die toevallig overlapte met de verspreiding van digitale informatietechnologie. Een waardige afsluiting.
woensdag 7 september 2016
Na Fabric
Veel (online) ophef naar aanleiding van de gedwongen sluiting van de Fabric club in Londen. Wanneer je daar mooie nachten hebt meegemaakt en prettige herinneringen aan overhield natuurlijk een vervelende gebeurtenis. Zeker nadat duidelijk is geworden dat hier een vies neoliberaal een-tweetje van lokale politiek en politie aan ten grondslag ligt, met als doel, vanzelfsprekend, meer luxe appartementen. Maar de opbouw van de zinnen verraadt het al: ik ben nooit in Fabric geweest. De geluidsinstallatie schijnt geweldig te zijn en het is denk ik de superclub met het sympathiekste imago (geholpen door die reeks mix-cd’s) maar waar het op neerkomt, is dat ik uitgaan in Londen verschrikkelijk overgewaardeerd vind. De reden? De neurotische veiligheidscultuur, met een leger aan zombies op zoek naar ongeoorloofd gedrag, die het dansen vrijwel van elk plezier ontdoet. Dit als onderdeel van die vreemde Engelse obsessie met de ander, altijd de ander in de gaten willen houden, een soort afgeleide van het puritanisme, door H. L. Mencken zo treffend omschreven als “The haunting fear that someone, somewhere, may be happy.” Vergeleken met uitgaan in Amsterdam en Berlijn is dit een compleet andere, claustrofobische en onvrije ervaring. Ik kan dus geen tranen om Fabric laten.
Veel meer zie ik dit als een kans. Dansmuziek is al lange tijd grotendeels een spiegel van het kapitalisme geworden, een nationalistisch “exportproduct”, en de superclub is daar een van de belangrijkste pijlers van. Maar wat de sluiting van Fabric duidelijk zou moeten maken aan mensen die beter zouden moeten weten is dat kapitalisme in zijn neoliberale fase geen creativiteit of cultuur nodig heeft, hoogstens als een idee, of eigenlijk niet meer dan een slogan over creativiteit. In die zin is dansmuziek, in een bepaalde gedaante, keihard gedumpt. Wat helemaal niets zegt over de staat van techno, als muziek, in 2016. Die is puur als muziek vrij gezond. Maar het idee dat je er respect mee kan afdwingen in een domein (kleinburgerlijk, angstig, geobsedeerd met status, media en orde) is naïef. En wat dat betreft ben ik wel opgelucht dat men de deksel op de neus heeft gekregen. House is geen muziek voor superclubs, voor narcistische dj’s die buitensporig veel geld verdienen, voor te dure biertjes drinkende schreeuwlelijkerds. House is de Ander. Het avontuur van de flitsende duisternis, de sprong in het onbekende, een belofte van vrijheid en jezelf -leeg- te kunnen zijn, zonder door fascistoïde voyeurs in de gaten te worden gehouden. En daar mag men nu weer naar op zoek. Is altijd blijven bestaan, zonder campagnes, namen of gezichten. Je hoeft alleen maar goed te luisteren.

