Mastodon designing futures where nothing will occur

woensdag 30 augustus 2017

Japan: citaten en leeswerk



Citaat gevonden in The Japanese Mind, een interessante collectie essays over Japanse culturele concepten. Uit Wabi no sadō (1987) van H. Hisamatsu:

From the Muromachi to the early Edo period, the spirit of wabi showed its energy. Then gradually, the practice of tea ceremony and other traditional arts became inflexible and formalistic, and lacking in creativity. Such spirit is dead now, and for this reason, the practice of tea ceremony today does not have a 'now', or a 'future', but only the glory of the past.
Sinds terugkomst ben ik ook begonnen aan het herlezen van Barthes' L'Empire des Signes, dat ik jaren geleden las maar wat om onduidelijke redenen altijd een afstandelijke tekst bleef. Nu is het allemaal herkenbaar en, een karaoke of animé daargelaten, nog opvallend weinig gedateerd. Ik ben erg gecharmeerd van Edmund White's recensie van het boek waarin hij scherpzinnig de vreemde opluchting samenvat die je in Japan voelt:

In this fictive Japan, there is no terrrible innerness as in the West, no soul, no God, no fate, no ego, no grandeur, no metaphysics, no 'promotional fever' and finally no meaning...For Barthes Japan is a test, a challenge to think the unthinkable, a place where meaning is finally banished. Paradise, indeed, for the great student of signs.



zondag 20 augustus 2017

Japan: een eerste poging

Ik verlangde er al decennia naar om Japan te bezoeken. Ik denk dat ik ergens ook verwachtte daar de toekomst te hervinden. Dat laatste is zeker niet gebeurd. Technologisch, de zichtbare, praktische kant ten minste, zijn West en Oost gelijk getrokken. De voorsprong in hardware is (momenteel?) vrijwel tenietgedaan en software beweegt nu eenmaal met ongekend gemak over de planeet. Wat mij in eerste instantie dan ook verraste was hoe weinig Japan mij verraste: ik was hier altijd al geweest. De verschillen, het genot, is uiteindelijk te vinden in subtiliteiten. Natuurlijk de taal, dat heerlijke achtergrondgeluid (altijd zacht) en de visuele pracht van de taal die overal aanwezig is, elke metrokaart een nieuwe schatkaart van betekenis. Elke slogan op een gebouw een toevoeging aan het popartcanon.

Zomaar een parkeerplaats in Kyoto

Japan, zo merkte ik al snel, is een gift voor de socioloog. Veel meer dan de technologie is de complexiteit van het sociale fascinerend. Elke sociologische theorie die in het Westen is geformuleerd moet hier opnieuw worden getest. Het civilisatieproces, de relatie tussen het sacrale en profane, de orde van de simulacra en vooral het Goffmaniaanse spel tussen front stage en back stage. Japan is zonder twijfel een introverte maatschappij (voor deze introvert bijna een utopie, waar men zonder schuldgevoel kan zwijgen.) Je wordt je bewust hoe luidruchtig Westerlingen zijn, hoe wij continu bezig zijn met praten om ons ego te versterken. Er is een subliem zwijgen dat ik bijvoorbeeld zag bij bezoekers aan het strand die vanaf een hoger gelegen punt, in typisch gehurkte houding, rokend de oceaan aanschouwden. Ik kan alleen gissen naar hun gedachten (een volstrekt normaal moment van contemplatie?) Op het water heerst onder surfers totale kalmte, geen enkele communicatie, alleen een enkel kind kraait misschien van plezier in de branding. Geen geschreeuw, geen muziek maar ook geen lichamelijk vertoon (geen opgepompte lichamen of tatoeages die geassocieerd worden met yakuza.)

Kalme estheten, veel aspecten van het leven zijn duidelijk gericht op schoonheid, de correcte presentatie, ook van het sociale masker door middel van kleding en kapsels (geholpen door de structuur van het haar, zeer gunstige lichaamsbouw en vaak prachtige gezichten) tot op latere leeftijd (de 60-plusser kan qua stijl gewoon nog meekomen.) Al lijkt die schoonheid niet altijd meteen evident. Tokio vond ik in eerste instantie grauw en lelijk, totdat ik er achter kwam dat de stad veel subtieler is, elke zijstraat herbergt een mogelijke ontdekking. Een stad die lijkt opgebouwd uit kleine oases, cafés waar een perfecte rust heerst, waar inderdaad nog steeds bossanova en pianomuziek klinkt en mensen zonder gêne even kunnen slapen (de stedeling is duidelijk oververmoeid). Dan zijn er weer de kolkende intensiteiten van oneindige winkelstraten waar muziek, beelden en Aziatische massa (die echt van een andere orde is dan de Europese massa) je lijken te verdrinken.

De wijk Namba in Osaka


Het sociale functioneert door eeuwenlange ritualisering perfect omdat van iedereen wordt verwacht dat men rekening met de andere houdt (de stilte, het respect voor de persoonlijke ruimte.) Ik ben er nog niet helemaal achter wat dit inhoudt voor de buitenstaander, de artiest en creatieveling. Ik kreeg in de bergen het vermoeden dat een bepaald soort Japanner zich hier terugtrekt die de teugels enigszins wil laten vieren (een eigen interpretatie van de hippie, maar dan natuurlijk Japans, dus met een uitgedachte stijl.) Het sociale weefsel werkt tot een verre periferie maar over de grens waakt een Aziatische controlestaat die wanneer nodig streng ingrijpt. Ik zou Japan het meest geciviliseerde land ter wereld noemen ware het niet dat het nog steeds de doodstraf kent die omgeven is van echt kafkaëske procedures. Dat het sociale weefsel zo sterk en ver doorwerkt maakt het strafregime zelfs bijna logisch: je moet wel heel ver gaan om jezelf buiten de sociale orde te plaatsen en dan geeft men je ook welhaast achteloos op. Maar de doodstraf blijft een barbaarse praktijk die dient te verdwijnen. Reden waarom Zweden uiteindelijk vrijwel alles combineert wat men van een samenleving mag verwachten in de 21ste eeuw.

Er wordt gezegd dat je bij terugkeer uit Japan pas gechoqueerd raakt, maar dan door de gecultiveerde botheid en luidruchtigheid van Nederland. Misschien dat de waarschuwing vooraf (en aankomst op zondagochtend) dit effect enigszins opving. Maar wat zich wel duidelijker dan ooit aftekent, is de Nederlandse obsessie met de Amerikaanse cultuur en politiek die neurotische vormen aanneemt (in Japan vindt met Amerika vooral interessant als esthetisch concept waarvan men bepaalde onderdelen overneemt en vervolgens verbetert.) Een nieuw oriëntalisme, politiek kritisch maar open op het gebied van esthetiek, filosofie en economie lijkt me zeer vruchtbaar en zelfs noodzakelijk voor een overbevolkt land. De zon rijst nog steeds in het oosten.

vrijdag 28 juli 2017

Porter Ricks in het Windowlicker tijdperk



Eindelijk de nieuwe Porter Ricks kunnen beluisteren op cd, die opvallend moeilijk verkrijgbaar is (ik vermoed een signaal dat we in de nabije toekomst steeds moeilijker platen kunnen vinden die vroeger standaard in de winkel lagen.) Een vreemde ervaring om na 20 jaar weer nieuwe muziek te horen van een duo dat een van mijn favoriete techno-albums ooit maakte (Biokinetics op Chain Reaction) en een wat warrige opvolger met enkele geweldige momenten. Op het eerste gehoor vielen me een paar dingen op, waaronder hoe digitaal het nieuwe geluid is. Om de onvermijdelijke vergelijking te maken met het debuut, mist het geluid daardoor een bepaalde openheid, die bijna kinesthetische frisheid alsof je de nevel die een deinende boot veroorzaakt kon voelen. Anguilla Electrica is een duik in de oceaan van silicium en dat maakt de muziek ook meteen erg 2017.

Wat Anguilla Electrica fascinerend maakt is hoe het tegelijkertijd terugblikt en vooruit kijkt. Dat plezierig/onbehagelijke gevoel dat verleden en toekomst even in de realiteit naar elkaar toebuigen en overlappen. Er zijn momenten dat ik overtuigd ben dat de muziek over gaat in Vainqueurs ‘Elevation II (Reduced)’ een van die heerlijke Berlijnse kadansklassiekers uit de mid-jaren negentig. Maar Oli Warwick heeft gelijk wanneer hij in de Resident Advisor recensie stelt: "The complex behaviour of texture and tone in this music is a step beyond what was possible in the '90s, and that's apparent throughout Anguilla Electrica."

Waar Porter Ricks voorheen een bijzondere diepte wist te creëren ligt de aandacht nu in ritmische details die op onvoorspelbare wijze verschijnen en toch naadloos passen. Een andere referentie die meteen bij mij opkwam was Daft Punk, alsof de muziek op momenten dreigt over te gaan in ouderwetse Franse filterhouse. Wellicht geen vreemde associatie omdat zowel het Franse als Berlijnse geluid op dat moment gefascineerd was door de mogelijkheden van een ijl geluid. Maar Daft Punk was met Discovery ook snel bij dat ritmische versnipperen wat uiteindelijk is terug te brengen tot de invloed van Todd Edwards (vandaar zijn gastrollen op hun albums) en hun liefde voor Aphex Twins onnavolgbare ‘Windowlicker’. Nu we die bijna spreekwoordelijke ¨historici uit de toekomst” zijn geworden is het inderdaad tijd om de stelling te poneren of de geschiedenis van techno een pre-Windowlicker en een Windowlicker-tijdperk kent waarin we ons nu nog steeds bevinden. Heel langzaam begint techno anders te klinken zonder dat de wortels werkelijk onherkenbaar zijn geworden. Maar dat je door Anguilla Electrica dit soort vragen gaat stellen is een teken dat die tijd ooit zal aanbreken.

zondag 2 juli 2017

Michael Mayer - DJ-Kicks: Pan-Europese Popmuziek 2017



Ja, een malle hoed zonder ironische gezichtsuitdrukking gedragen. Maar genoeg daarover. Michael Mayers zesde mixalbum is een van zijn sterkste. Niet zo verrassend als de originele Immer (2002), maar dat is vrijwel ondenkbaar op het moment, meer een geduldige uitwerking van de Kompaktesthetiek. Dat betekent een basis van ambachtelijke techno, vol zorg in synthesizers opgepoetst zodat de juiste balans tussen ruimte en melodie wordt gevonden, met een kenmerkend popgevoel. Geen pop die de klassieke liedjesstructuur gebruikt maar een echt 21ste eeuwse pop die een andere functie heeft (techno die overal werkt.)

Wat overigens niet betekent dat zijn DJ-Kicks vol verwijzingen naar het verleden zit. Op een of andere manier doen de melodieën en zang me steeds denken aan de Europarade, een radioprogramma van de TROS, gepresenteerd door Ad Roland, dat ik in mijn jeugd vaak in het weekend luisterde. De Europarade werd tussen 1976 en 1987 uitgezonden als een top-30, soms top-40, met platen die werden verzameld door een samenwerkingsverband van Europese radiostations. Ondanks de nodige overlappingen vormden de lijsten een verfrissend tegenwicht voor de steeds sterker wordende Anglo-Amerikaanse richting van Veronica. In de Europarade kon je vaak zomerhits eerder horen aankomen en werd je na de dictatuur van ABBA geconfronteerd met Italo-hits (Fun Fun hoorde je daar gegarandeerd als eerste), elegante Franse liedjes, Britse synthpop, een Spaans incident en excentrieke, soms superflauwe, Duitse hitexperimenten. DJ-Kicks is een voortzetting van dat Pan-Europese geluid, semi-naïef, licht erotisch, melancholisch en toch ergens...optimistisch?

vrijdag 30 juni 2017

De Jaren Negentig: Een Lijst

De afgelopen week las ik weer twee interessante interviews met artiesten die na een lange periode weer nieuwe muziek hebben uitgebracht. En beiden merkten iets op over het decennium waarin ze hun debuutalbums uitbrachten. Wolfgang Voigt in The Quietus:
The nineties were really an incredible decade – fast, inspiring, chaotic. Perfect for someone with a driven, twitchy and restless disposition like me. A lot of the music we made during this time was done in the flash of the night. We weren't thinking about eternity, posterity, longevity – there were just ideas that we wanted to work on, resolve, release – and to repeat the whole process with something new.
Porter Ricks op Pitchfork:
There was a period when this utopian scenario was almost true—when we felt that you could do almost anything in a club, as long as it was any good. There was no rigid expectation from the audience as to how it had to be delivered. But this didn't last very long. It was almost palpable, the decline of this in the new millennium. I remember periods where we didn't even have beats in our club sets, but people kept dancing. The beat wasn't even necessary, because it was a biokinetic experience—that's our metaphor for the dance and the body and all its expressions. From today's point of view, this would be totally impossible.

De terugkeer van deze artiesten kon je een paar jaar geleden haast als een soort logische verplichting aan voelen komen. Maar de bovenstaande woorden plus het feit dat een paar favoriete albums dit jaar alweer 25 jaar oud worden, zetten mij aan het denken: waarom was dat decennium muzikaal zo speciaal?

Om het systematisch aan te pakken greep ik naar het geijkte middel: het lijstje. De tien beste platen. Die had ik zo gevonden. Maar er bleef zo veel ongenoemd, tien was een oneerlijke reductie. Twintig dan maar. Ook te weinig. Vijftig, al veel beter. Maar uiteindelijk voelt honderd gewoon het beste (en zelfs dan nog, heb er 104 van gemaakt want ik was Heaven or Las Vegas vergeten naast mij favoriete albums van 1999 plus een late ontdekking en had geen zin om nog iets te verwijderen.) Hier volgen ze dus. Eerst die tien beste en vervolgens de rest gesorteerd per jaar. Pure albums, geen mix-cd’s, compilaties of 12-inches die samen met optredens net zo belangrijk waren (en precies de reden waarom 1996 er hieronder wat magertjes uitziet), maar je moet ergens beginnen. Zo op het eerste gezicht lag het zwaartepunt meer op de eerste helft van de decennium met een reeks geweldige jaren en merk je vanaf 1995-1996 een soort omslag richting duistere ingetogenheid.

My Bloody Valentine – Loveless (1991)
Aphex Twin – Selected Ambient Works Vol.2 (1994)
The Orb – Adventures Beyond the Ultraworld (1991)
Jane’s Addiction – Ritual de lo Habitual (1990)
Spiritualized – Lazer Guided Melodies (1992)
Talk Talk – Laughing Stock (1991)
Goldie – Timeless (1995)
Porter Ricks – Biokinetics (1996)
The Genius/GZA – Liquid Swords (1995)
GAS – Zauberberg (1997)

1990
The Breeders – Pod
Cocteau Twins - Heaven or Las Vegas
Happy Mondays – Pills ‘n’ Thrills and Bellyaches
KLF – Chill Out
Lush – Gala
Public Enemy – Fear of a Black Planet

1991
Cypress Hill – Cypress Hill
Eon – Void Dweller
Mercury Rev – Yerself is Steam
Nirvana – Nevermind
Pixies – Trompe Le Monde
Primal Scream – Screamadelica
Saint Etienne – Foxbase Alpha
Spacemen 3 – Recurring

1992
Alice in Chains – Dirt
Aphex Twin – Selected Ambient Works 85-92
Beastie Boys – Check Your Head
Dr Dre – The Chronic
Faith No More – Angeldust
Juliana Hatfield – Hey Babe
The Lemonheads – It’s a Shame About Ray
Medicine – Shot Forth Self Living
Ministry – ΚΕΦΑΛΗΞΘ
The Orb – U.F.Orb
Sonic Youth – Dirty
Stereo MC’s – Connected
Sugar – Copper Blue
Underground Resistance – Revolution for Change
X-102 – Discovers the Rings of Saturn

1993
AFX – Analogue Bubblebath Vol. 3
Björk – Debut
The Breeders – Last Splash
Cypress Hill – Black Sunday
Earth – Earth 2
Orbital – Orbital II
Plastikman – Sheet One
Polygon Window – Surfing on Sine Waves
Royal Trux – Cats & Dogs
Sandoz – Digital Lifeforms
Seefeel - Quique
Stereolab – Transient Random-Noise Bursts with Announcements
Urge Overkill – Saturation
Wu-Tang Clan – Enter the Wu-Tang (36 Chambers)

1994
Autechre – Amber
Biosphere – Patashnik
DJ Shadow – What Does Your Soul Look Like
Future Sound of London - Lifeforms
Jeff Mills – Waveform Transmission Vol. 3
Mouse on Mars – Vulvaland
Portishead – Dummy
Sabres of Paradise – Haunted Dancehall
Stereolab - Mars Audiac Quintet
Underworld – dubnobasswithmyheadman

1995
A Guy Called Gerald – Black Secret Technology
Aphex Twin – ...I Care Because You Do
Autechre – tri repetae.
Basic Channel – Basic Channel
The Black Dog – Spanners
The Cardigans – Life
Jacob’s Optical Stairway – Jacob’s Optical Stairway
Mobb Deep – The Infamous
Model 500 – Deep Space
Omni Trio – The Deepest Cut Vol. 1
Raekwon – Only Built 4 Cuban Linx...
Sun Electric - Live 30.7.94
Tricky – Maxinquaye

1996
Orbital – Insides
Lamb - Lamb
Tortoise – Millions Now Living Will Never Die

1997
Biosphere – Substrata
Björk – Homogenic
Daft Punk - Homework
The Dandy Warhols - ...The Dandy Warhols Come Down
Drexciya – The Quest
J Majik – Slow Motion
Jonny L – Sawtooth
Moodymann – Silentintroduction
Panasonic – Kulma
Photek – Modus Operandi
Reprazent – New Forms
Spiritualized – Ladies and Gentlemen We Are Floating in Space
Various Artists – Decay Product

1998
Air – Moon Safari
Boards of Canada – Music Has the Right to Children
Killah Priest – Heavy Mental
Kruder & Dorfmeister – The K+D Sessions
Massive Attack – Mezzanine
Plastikman – Consumed
Pole – CD1
Royal Trux – Accelerator

1999
GAS – Königsforst
Innerzone Orchestra - Programmed
Peace Orchestra – Peace Orchestra
Source Direct – Exorcise the Demons
Death in Vegas - The Contino Sessions

vrijdag 23 juni 2017

De Konstantin Controverse

Een nieuwe controverse in de wereld van, ja van wat, house, techno...dance? Daar kom ik nog op terug. Eerlijk gezegd had ik alleen zijdelings van het Giegling label gehoord (een jonge collega is liefhebber en krijgt pretoogjes als weer een 12-inch in gelimiteerde editie kan worden besteld) en van Konstantin al helemaal niet (bewust). Maar al snel werd via social media een fragment uit een interview met Groove gedeeld, dat in eerste instantie prettig wegleest met zijn ideeën over Der Weimar-Spirit, maar waaruit op een gegeven moment blijkt dat de DJ/producer een seksistische hufter is. In het huidige tijdsgewricht kun je vervolgens ten onder gaan aan een soort online heksenjacht, wat een gevaarlijk fenomeen is, al helpen de laffe nepexcuses, waar men tegenwoordig in is gespecialiseerd, niet echt.

De controverse heeft denk ik een aantal interessante implicaties. De (domme) ideeën van Konstantin passen helaas naadloos in het huidige narratief van de blanke man die zich op een aantal vlakken onder druk voelt gezet. De broflake ziet in sommige gevallen spoken, maar in andere heeft hij gewoon te maken met een reële correctie op een eeuwenlange dominantie. Die correctie is al decennia aan de gang, maar blijkbaar worden de effecten van dekolonisering, feminisme, rechtsgelijkheid nu echt invoelbaar. Konstantins woorden verrassen daarom niet echt, zijn eigen utopie lijkt te worden doorprikt.

Maar zouden zijn woorden minder erg zijn als ze door een artiest in een ander genre werden geuit? En wat zegt dat over de relatie tussen de artiest (of denker), zijn werk en politieke gedachten? Om een voorbeeld te geven: Burzum beschouw ik als een meester in zijn genre terwijl ik, enigszins ongemakkelijk, zijn paganistisch-nationalistische ideeën accepteer. Maar in black metal weet je van te voren waar je aan begint. In house en afgeleiden ligt dit veel moeilijker. Dat heeft te maken met de oorsprong van house als een thuis/bescherming voor iedereen, een veilige haven, hoe tijdelijk, die voor minderheden in Chicago van groot belang was. ‘My House’ (1988) van Fingers Inc was en is nog steeds het statement:

  

Dit idee van universele acceptatie werd in Europa een aantal jaren, met als motor ecstasy, voortgezet als de knuffelutopie van acid en rave. Na 1991 volgde het uiteenvallen van de eenheid in verschillende subgenres die sindsdien zijn geëvolueerd en hun eigen kenmerken vormen, met daarbij horende (vaak onbewuste) sociale uitsluitingsmechanismen. In Duitsland is er altijd een potentieel geweest om van house een lokale volksmuziek te maken en de beruchte woorden van Mark Spoon op MTV (“the blacks have their hip hop and us whites have our techno”) gaven op botte wijze een breuk weer die met een aantal andere ontwikkelingen dansmuziek steeds minder aantrekkelijk hebben gemaakt en uiteindelijk types als Konstantin voortbrengen, een soort kinderlijke dictators die een fantasiebubbel scheppen.

En toch, ik kan me niet voorstellen dat Ricardo Villalobos of de artiesten van Kompakt zulke uitspraken zouden doen. Wat is dan het verschil? Is die wat vale Duitse deephouse een inherent fout genre? En kun je sociaalpolitieke ideeën in muziek herkennen? Dat is een vraag die al meer dan eeuw speelt ten aanzien van Richard Wagner en de vraag of zijn antisemitisme doorsijpelt in zijn muziek. En zo niet, kun je met die wetenschap toch genieten van zijn muziek? Ik denk van wel, zoals Voyage au bout de la nuit uiteindelijk een klassieker van de literatuur is, zonder dat Céline’s politiek achtergrond hier ook maar iets aan kan veranderen. Hoe groter de artiest, hoe sterker zijn kunst zijn politieke beelden tenietdoet. Wat dat betreft is het een geluk dat Hitler een middelmatige schilder en schrijver was. Het is een interessant en waarschijnlijk onbehagelijk denkexperiment om je Hitler voor te stellen als een geniaal schilder, een Picasso die toch besluit om het politieke pad te kiezen*.

* Ik noem het voorbeeld niet toevallig. Hitler speelt een aparte rol in China Miéville's The Last Days of New Paris, een fascinerende novelle over politiek en kunst.

zaterdag 17 juni 2017

Het was 50 jaar geleden...dat een monument van retromania werd geboren

 
Ik kreeg het een paar jaar gelden al benauwd van het idee dat Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band 50 jaar zou worden. Met name de vloedgolf aan artikelen die ouwe psychedelische koeien uit de sloot zouden halen, beangstigde me. Maar het lijkt uiteindelijk wel mee te vallen (eerlijk is eerlijk, een prettig bijeffect van de gepersonaliseerde informatiestroom). Pas de heruitgave (een belachelijk overdadig pakket) heeft een bescheiden stroom artikelen veroorzaakt, geen enkele die nieuwsgierigheid wekt, geen enkele belofte van een nieuw inzicht...omdat die er simpelweg niet zijn. Het voelt op een prettige manier obligaat, een ritueel waar niemand in gelooft, de monotone leegte van de hyperrealiteit. Het is retromania verdord, ontdaan van elke charme. Zo licht en onbetekenend dat het zelfs niet meer een bevrijdend potentieel heeft.

Zelf kocht ik 30 jaar geleden uit een soort plichtsbesef de eerste cd-versie van Sgt Pepper's, die op pedante wijze was uitgesteld om samen te vallen met het destijds 20-jarige jubileum (wat is 20 jaar nu? In 1987 leek het wel een artefact uit een andere eeuw.) Al snel lag de cd onbeluisterd in de kast totdat ik hem in een bevrijdend gebaar verkocht. Nooit gemist.

Sgt. Pepper's is een zelfbewuste Grote Plaat, zonder twijfel de eerste, die door de psychedelische cultuur werd afgedwongen en meteen als een self-fulfilling prophecy als zodanig werd omarmd. Die receptie is, denk ik, fataal geweest voor de waardering op lange termijn. Het album is snel op elk niveau ontleed en verzadigd en de status van Pet Sounds (relatief een commerciële tegenvaller) en Smile (destijds onafgemaakt) is door de jaren heen toegenomen. De eerste is veel persoonlijker en universeler, de tweede mythologischer en dieper. Sgt. Pepper's is een artefact dat zichzelf en zijn ambitie viert (van hoes tot spel met stijlen), afstandelijk, zonder dat de vreemde energie, de kinderlijke gewelddadigheid van de jaren zestig, zal kunnen worden herleefd die het mogelijk maakte.

Ik moest er weer aan denken naar aanleiding van dit interview met Herr Direktor Hütter van Kraftwerk GmbH. Interviewer Tim Jonze maakt terloops de opmerking die al een aantal jaren voorzichtig de ronde doet, namelijke dat Kraftwerk invloedrijker is dan The Beatles. Wat mij betreft is invloed (net als verkoopcijfers) niet heel interessant als criterium maar desondanks lijkt mij dit, behalve in kringen van hardcore rockisten, een weinig controversieel idee. The Beatles waren in de jaren zestig zonder twijfel invloedrijk maar na hun ontmanteling zijn ze eigenlijk alleen te gebruiken als pastiche, van fantasierijk (Electric Light Orchestra) tot onhandig (Oasis). Wat ook niet erg is en meer pleit voor het idee dat The Beatles compleet af was, een eigen stijl neerzette die alleen is te benaderen als imitatie waarmee het eigene van bijna elke artiest teniet wordt gedaan. Een sterke artiest als Prince op Around the World in a Day is misschien een van de weinige uitzonderingen.

Er is ongetwijfeld een niveau waarop het pastiche-effect van toepassing is op Kraftwerk. Je hoeft maar naar de eerste helft van DJ Hells laatste album Zukunftsmusik te luisteren voor een recentelijk voorbeeld (zonde want de tweede helft is redelijk fascinerende voodoo-house.) Maar de invloed van Kraftwerk is dieper en structureler en blijft nog steeds doorwerken. Laten we maar eens het beste denken van de (muziek)journalistiek en er van uitgaan dat men, bewust van deze continuïteit, het onkies vindt om nu al massaal te verschijnen met artikelen als “40 jaar Trans Europa Express”, “De Onpeilbare Invloed van Kraftwerk” en natuurlijk "10 Dingen Die Je Niets Wist Van Kraftwerk". Hopelijk blijft dat voorlopig ook zo.