zaterdag 30 december 2017
The Last Jedi: sloopwerk met een vleugje zen
Als je de Boeddha ontmoet, dood hem!
Schrijven over Star Wars kost mij steeds meer moeite, anderen doen dat nog vol overgave, storten zich op controverses en zwaaien online met canonieke boeken om hun punt te maken, maar de overdaad aan Star Wars, met name het onnodige zijproject Rogue One (2016) heeft veel schade berokkent, en maakt dat ik uit een soort plichtgetrouwheid nog een tweejaarlijkse pelgrimage onderneem naar de bioscoop (en dan ook maar de meest geavanceerde versie op audiovisueel gebied.) Nog een deel te gaan en dan is het gezien.
De trailer voor The Last Jedi, door regisseur Rian Johnson voorzien van een waarschuwing dat hij veel spoilers bevatte, zag er redelijk goed uit en nodigde meteen uit tot de nodige speculatie (mijn favoriet: Rey en Kylo Ren wisselen van positie op het Force spectrum.) Achteraf blijkt dat Johnson iedereen voor de gek heeft gehouden en alles toch anders loopt dan verwacht. En dat geniepige trekje zet hij consequent door in de film. The Last Jedi zou natuurlijk een update moeten worden van The Empire Strikes Back (1980), de tweede Star Wars-film die over het algemeen als de beste in de reeks wordt gezien. Dit schept verwachtingen bij een groep fans die Star Wars zeer serieus neemt en weinig afwijkingen van de norm tolereert. Een eerste conclusie na twee weken is dat die fans teleurgesteld zijn, woedend bij vlagen. Ik heb geen zin om een samenvatting te geven, wie het interessant vindt, kan deze eloquente kritiek lezen, die ook aantoont hoe diep sommige mensen in de materie zitten.
The Last Jedi zit op een bepaald niveau slim in elkaar. Het bevat een aantal verwijzingen naar The Empire Strikes Back maar het zijn vaak niet meer dan hints, vage herinneringen die op een andere manier worden gereconstrueerd. Het is vooral een hele eigen Star Wars-film die op intelligente wijze een nieuwe richting probeert in te slaan en daarbij vreemd genoeg ontsnapt aan de ironische valkuil. Al snel rees bij mij het vermoeden—en het einde dat me deed denken aan 俠女 (A Touch of Zen, 1971) versterkte dit alleen maar—dat we hier grotendeels te maken hebben met een zenparabel. Op zich geen grote verrassing aangezien er altijd een boeddhistische component was aan te wijzen in het spirituele mozaïek van George Lucas, maar de combinatie van absurde humor (de manier waarop de eindscène van The Force Awakens na twee jaar wachten wordt voortgezet is choquerend en enorm bevrijdend.) The Last Jedi voelt vaak als een vandalistisch kunstwerk, maar het is een noodzakelijk afbreken.
Star Wars als cultureel fenomeen smachtte naar een creatieve sloper, raakte steeds meer verstrikt in voorspelbaarheid van sfeer en narratief. In het verhaal zelf wordt dit vertaald naar een wijze les over loslaten, het wantrouwen van autoriteit en regels, het voorbijstreven van de meester, het wegvagen van traditie. De sardonische humor is hierbij een noodzakelijk ingrediënt dat onzekerheid versterkt en tegelijkertijd dragelijk moet maken. In The Last Jedi wordt afscheid genomen en gloort iets nieuws en ongewis dat al bijna halverwege de film door Kylo Ren (weer een geweldige Adam Driver) wordt bewerkstelligt, waar ik als kijker, inmiddels flink in surround IMAX 3D gemarineerd, van hoopte dat het zou worden doorgezet. Alles met de grond gelijk maken. The Force Awakens was een sublieme remix, The Last Jedi, ja...je weet wat ik ga zeggen, maakt een einde aan nostalgie, bevrijdt Star Wars van retromania. Op dat niveau is de film een overweldigend succes, zoals het ook een puike aanval vormt op toxic masculinity die veel gerichter is dan de altijd al aanwezige antifascistische boodschap.
The Last Jedi had een meesterwerk kunnen zijn, de beste film uit de reeks, ware het niet dat het een aantal zwakke aspecten kent. Soms zijn het technische details, zoals de digitale Yoda. Achteraf bekruipt het gevoel dat het universum van Star Wars langzaam door logische inconsistenties uit elkaar dreigt te vallen, maar het is vooral een verhaallijn die geforceerd aanvoelt, alsof het om plottechnische redenen moet worden uitgevoerd. Ik moet toegeven dat ik vergat dat ik naar 3D zat te kijken—ik vermoed dat het onbewust zorgt dat je op het puntje van je stoel zit—en toch, miste ik vreemd genoeg een emotionele connectie ook bij scènes die dit zouden moeten afdwingen. Misschien kennen we de personages inmiddels te goed, de wanhoop van The Empire Strikes Back keert nooit terug. Maar dat waren andere tijden en tien jaar ben ik allang niet meer.
dinsdag 26 december 2017
Sunvault: melancholische Solarpunk
Eerder dit jaar verscheen, na een succesvol Kickstarter-traject, de eerste Engelstalige collectie van verhalen, illustraties en gedichten geïnspireerd door het concept van Solarpunk: Sunvault: Stories of Solarpunk and Eco-speculation. Een bundel die ik niet ongelezen mocht laten nadat ik zelf de laatste jaren regelmatig aandacht had gevestigd op de ideeën van Solarpunk. Het is een eigenaardige ervaring om het boek te lezen. Stilistisch gaat het alle kanten op. Er zijn een aantal fascinerende gedichten, een paar experimentele verhalen (‘Strandbeest Dreams’ is denk ik echt vroeg-21ste eeuwse literatuur) en veel variaties op bekendere sciencefictionmotieven. Dat verraste mij misschien het meest: de vaak negatieve toon die niet veel verschilt van de meer pessimistische sciencefiction die zich bezighoudt met ecologische thema’s. De meer clichématige dystopieën zijn gelukkig afwezig maar de meeste verhalen zijn gesitueerd na ecologische rampen of tijdens onomkeerbare klimaatverandering, in terminologie van William Gibson: de Jackpot.
In die zin is Sunvault meer melancholische Eco-speculatie dan positieve Solarpunk. Ergens had ik gehoopt op een groot aantal visioenen van een hoopvolle toekomst, van maatschappijen die zichzelf met hernieuwde kracht richting geven. Voor mezelf mooi, omdat ik die verhalen nog wel kan schrijven, maar ik denk ook dat men (niet zonder reden) nog steeds moeite heeft met de conventies van narratief, met verhalen die niet gedreven worden door duisternis en verlies. Er gloort soms hoop in Sunvault, maar het is meer een hoop dat we een interessante, onzekere toekomst tegemoet gaan die een groot oplossend vermogen van ons zal vergen. Een toekomst van kleine overwinningen.
Sunvault leest prettig weg en is gevarieerd maar nooit exceptioneel zoals de beste sciencefiction je manier van denken blijvend kan beïnvloeden. Wellicht komt dat gewoonweg door de intieme, introverte toon van een nieuwe generatie schrijvers. Maar ik houd een andere optie open, namelijk het vermoeden dat de manier van verhalen vertellen (en daarmee lezen) langzaam maar zeker aan het veranderen is en het boek van de nieuwe literatuur niet van papier zal zijn (en ook geen e-book). Er bestaat nog geen futuristische literatuur.
zaterdag 16 december 2017
Favoriete albums van 2017
2017. Wat kan ik zeggen? Techno. Techno. Techno. Maar dat is tegenwoordig net zoiets als zeggen Muziek. Muziek. Muziek. Ik kan er geen grote conclusies aan verbinden, niemand kan volgens mij muziek nog in zijn geheel overzien. Europa heerst in mijn wereld. De comeback van IDM 1992 – 1998 zet door, maar vrijwel nooit als simulatie en in de oorspronkelijke geest als een verder vertakkend avontuur in geluid. Wie zijn muziek zorgvuldig kiest kan zowaar een persoonlijk vormgegeven toekomst binnentreden.
James Holden & The Animal Spirits – The Animal Spirits
"Do not fear mistakes. There are none."
Miles Davis
Bijna voorspelbaar goed. Zo halverwege ‘Spinning Dance’, het tweede nummer op het nieuwe album van James Holden, zat ik er door de ingetogen woordeloze zang meteen in. En die vorm wordt de rest van de tijd meestal vastgehouden. Holden werkt een aantal latente ideeën binnen The Inheritors, van een soort heidens analoge Kosmische jazz techno, vol plezier uit. Alles in een take opgenomen zodat het soms lijkt te ontsporen, maar het ontspoort met liefde. Een plaat die flink op volume moet klinken en misschien zelfs als blauwdruk functioneert voor optredens waar echt al zijn geheimen worden onthuld.
GAS – Narkopop
De verrassende terugkeer van het belangrijkste project van Wolfgang Voigt. Opulent verpakt want na al die jaren heeft GAS de status van een legende gekregen. Wat de liefhebber kreeg was de perfectionering van het, in principe eenvoudige, GAS model: Duits romantische klassiek muziek + techno beats. Alles groter aangezet, langer, meer pieken, meer dalen, veel contrast en een subliem geluid.
Porter Ricks – Anguila Electrica
Nog een onverwachte maar zeer welkome comeback. Spannende update van het geluid waarmee Porter Ricks een van de beste albums van de Gouden Jaren Negentig maakte. De aquatische beats sidderen en melodieën bewegen met onverwachte bewegingen die heel modern klinken. Vertrouwd en nieuw, een winnende combinatie.
Michael Mayer – DJ Kicks
Een goed jaar voor die ouwe, verguisde mix-cd en voor het Kompakt label in het algemeen. Laat het aan labelbaas Mayer over om weer een mooie mix af te leveren, waarschijnlijk zijn beste na het onovertroffen Immer. Veel pop, maar ook veel afwisseling met fijn melancholische Autobahn techno.
Varg – Nordic Flora Series Pt. 3: Gore-Tex City
De Zweed Varg doet dan weer eigenwijs niet aan cd’s. En zijn vinyl albums zijn ook niet al te makkelijk te vinden. Dat helpt wel het imago van de artiest aan de periferie. Toch is de muziek van Varg op Nordic Flora Series Pt. 3: Gore-Tex City verre van ontoegankelijk, er is zelfs een lelijk autotune liedje dat heel erg pop 2017 is. Gelukkig is de rest verrukkelijke neontechno vol Japanse metro-omroepsters en sensueel Amerikaanse brabbelpoetica.
Zomby – Mercury’s Rainbow
Ja, geduld is een schone zaak. Niet alleen omdat je dan een late release in je favorieten van het jaar kunt meenemen maar ook voor de liefhebber van Zomby’s meer glaciale werk. Want dit is een heus lost album dat eindelijk het licht ziet gevuld met varianten op de klassieke Eskibeat waar Wiley ooit naam mee maakte. Heel goed voor op de koptelefoon: kale beats, de bas 9.3 op de schaal van Tubby, een regen aan bliepjes, nul emotie.
DJ Stingray – Kern Vol.4
Het is niet veel DJ’s gegeven om electro goed te mixen, laat staan om het hypnotisch te laten klinken. De gemaskerde man uit Detroit kan dit wel en waagt, helemaal volgens de leer van Drexciya, ook af en toe een uitstapje naar de eenvoud van techno. Kern is een prima samenvatting van zijn kunnen al mist het wel net de subbas van zijn livesets waar je haar goed van gaat zitten.
Steffi – Fabric 94
Al snel door technofans met enig historische besef Artificial Intelligence III genoemd. En niet zonder reden, Steffi gebruikt haar bijdrage aan de Fabric-serie voor een fijnzinnige tentoonstelling van (op dat moment?) onuitgebracht en exclusief materiaal dat een ode vormt aan de klassieke Warp-sound van de jaren 91-93. Dat wil zeggen, elegante, downtempo techno. Haar nieuwe album World of the Waking State borduurde later in het jaar mooi voort op deze sound.
Moritz Von Oswald & Ordo Sakhna – Moritz Von Oswald & Ordo Sakhna De voormalig Basic Channel/Rhythm & Sound man keert ongeveer elk jaar terug in mijn jaaroverzicht en dit keer gooide hij het verrassend over een andere boeg in de vorm van een samenwerking met het Kirgizische collectief Ordo Sakhna. De samenwerking is respectvol ingedeeld over 4 kanten van een mooie 10”: een kant opnamen van Ordo Sakhna, een kant een ultra kosmische interpretatie door Von Oswald ,‘Facets’ genaamd, dat zich kan meten met het vaagste werk van Dopplereffekt, liveopnamen en ten slotte een paar conventionelere dubtechno-mixes. Een mooi project dat doet denken aan de tijd dat jazzmuzikanten de wijde wereld introkken op zoek naar inspiratie en syntheses.
Laibach – Also Sprach Zarathustra
Nietzsche is toch wel de favoriete filosoof van de popmuziek, wellicht van de muziek in het algemeen. Geen wonder, want hij was andersom de muzikaalste der filosofen. Alles bij elkaar opgeteld bijna voorspelbaar dat de oude provocateurs van Laibach zijn meest poëtische werk als uitgangspunt namen voor hun nieuwe album (eigenlijk onderdeel van een theatervoorstelling). En ze spelen het straight met een smaakvolle electronisch/klassieke hybride, af en toe verrijkt met een brommend voorgedragen tekstfragment. Niet een plaat die ik vaak opzet, maar wel fascinerend vind, vooral de mysterieuze afsluiting, een draaikolk van oorlogszuchtige noise (die ik ook maar een keer hoefde te horen.)
Ook goed in 2017:
Ricardo Villalobos – Empirical House
Dopplereffekt – Cellular Automata
Fever Ray – Plunge
Lee Gamble – Mnestic Pressure
Robert Hood – Paradygm Shift
Vermont – II
Brian Eno – Reflection
Gary Numan - Savage (Songs from a Broken World)
Prins Thomas - 5
Kelly Lee Owens - Kelly Lee Owens
Terrence Dixon - 12,000 Miles of Twilight
UMFANG - Symbolic Use of Light
woensdag 1 november 2017
Opnieuw Loveless (en meer)
Vorige maand verscheen een levensteken van My Bloody Valentine. Dit keer weer een aankondiging van een reissue, de zogenaamde volledig analoge remasters van zowel Isn't Anything en Loveless. Twijfelde even, maar ging toch overstag, omdat het misschien een kans is om nieuwe details in Loveless te ontdekken (en ach, Isn't Anything op vinyl kan ook geen kwaad). Het interview met Kevin Shields door Pitchfork maakt wel echt nieuwsgierig. Het schetst een fascinerend beeld van een muzikant die verder werkt aan zijn meesterwerk maar, en dit is opvallend, niet op zoek is naar perfectie. Vreemd om te lezen dat de digitale aspecten van de plaat nu met veel omwegen worden vervangen, op zichzelf al een kunststuk, en ik ben benieuwd of je dit gaat horen. Die originele cd bewaar ik echter nog even, al aast mijn dochter er inmiddels op. Dat artefact van het moment was ergens zo juist vanwege zijn botsing tussen analoog en digitaal (in zekere zin tussen rock en techno), al had ik nooit een idee waar het ene begon en het andere eindigde.
Nieuws van een "gegarandeerd album" in 2018 neem ik maar voor kennisgeving aan, alhoewel dat idee van een kort album me wel aanstaat.
woensdag 20 september 2017
De Toekomst van Spanje
Geen reden om in de reeks van toekomstscenario’s Spanje ook niet een keer te analyseren. Spanje is voor de meeste mediakanalen weinig interessant totdat een aanslag wordt gepleegd of er weer een referendum wordt georganiseerd in Catalonië, waarbij in Spanje wonende correspondenten graag "historische" mythes herhalen (Spanje heeft bijvoorbeeld 300 geleden Catalonië niet "veroverd", dat was allang deel van het koninkrijk.) Aangezien ik nog steeds Spaans staatsburger met stemrecht ben en in een mogelijk toekomstscenario in Spanje mijn oude dag zal doorbrengen (alhoewel, haal de Amsterdammer uit Amsterdam, lastig) volg ik op gepaste afstand het wel en wee in dat prachtige, maar vaak frustrerende land.
Een mening over het onafhankelijkheidsstreven van Catalonië? Het is een interessant onderwerp maar niet vanwege de oppervlakkige redenen, want die onafhankelijkheid gaat er voorlopig niet komen. Dat de natie-staat ooit zal verdwijnen is aannemelijk, want een recente uitvinding. Het is bovendien mijn overtuiging dat Spanje met de manier waarop het is opgebouwd een van de eerste laboratoria zal vormen voor nieuwe staatsstelsels. Maar ik zal het waarschijnlijk niet meer meemaken. Ik merk dat met name in Nederland, maar ook in het Verenigd Koninkrijk, waar zich veel vrijheidsstrijders van het toetsenbord bevinden, de situatie ondermaats wordt gepresenteerd. Daar zijn duidelijke historische redenen voor aan te wijzen die eigenlijk niet verder reiken dat het moment dat Johan Cruijff bij F.C.Barcelona tekende en goedkope vluchten richting de Costa Brava op gang kwamen. Journalistieke onnauwkeurigheid is, zoals we tegenwoordig gewend zijn, een andere factor.
Twee zaken worden buiten Spanje zelden tot nooit genoemd. Ten eerste dat men in Spanje weinig goede herinneringen heeft aan de laatste groep die de grondwet moedwillig ter zijde schoof. Ten tweede wordt nooit de essentiële vraag gesteld: wie profiteert werkelijk van onafhankelijkheid? Dat is namelijk de Catalaanse elite, de beroemde "100 families", die smacht naar zelforganisatie en het veilig stellen van kapitaal. Waarom dit zo wrang is kom ik hieronder nog op terug.
Dat de grondwet geen ruimte laat voor een referendum over onafhankelijkheid is een gegeven, geen enkel moderne democratie met een grondwet kent die ruimte, reden waarom toenadering van Catalaanse politici naar buitenlandse regeringsleiders steevast wordt genegeerd. Een mogelijke opening, en dit willen bepaalde politieke partijen onderzoeken, is een aanpassing van de Spaanse grondwet om zo de status van autonome regio's bij te stellen (al gaat die autonomie nu al veel verder dan in de meeste landen.) Het probleem voor de Catalaanse oligarchie is dat dit proces lang duurt, geen garantie op succes biedt en de complete Spaanse bevolking een stem geeft. De Spaanse overheid weet dat ze in haar gelijk staat en kan in principe elk referendum dat driftig om de zoveel jaar wordt georganiseerd uitzitten.
Wat het dan ook doet. Maar bij elk referendum, dat telkens weer ongeldig wordt verklaard, wordt de stemming grimmiger. Het lijkt er dit jaar dan ook op dat de Spaanse overheid de duimschroeven wat aandraait en eens en voor altijd van het gezeur af wil zijn. Een delicate operatie, want te grote gebaren, zoals de arrestatie van een aantal organisatoren van het referendum, spelen nationalisten in de kaart. De hoofdprijs van provocatie is het beeld van tanks op straat waarmee de gedroomde status van Kosovo zou kunnen worden behaald. Zolang dat beeld niet bestaat blijft de status quo bestaan.
Wat mij als progressieve Spanjaard veel meer interesseert is hoe linkse partijen met deze situatie omgaan en dat is grotendeels een deceptie. Binnen Catalonië heeft nationalisme een zeer karakteristieke hybride gevormd met ideologisch links-georiënteerde partijen die zelf vaak zijn ontstaan uit onvrede met het gebrek aan onafhankelijkheidsstreven in moederpartijen. Uiteindelijk leverde dit met het oog op de regionale verkiezingen van 2015 het gedrocht Junts pel Sí op, een coalitie met de grootste partij in de regio, Convergència Democràtica de Catalunya. Dit was de facto het ideologische failliet van de deelnemende linkse partijen die een pact aangingen met wat in wezen een strikt neoliberale partij is (die bovendien continu door corruptie wordt geplaagd). Junts pel Sí heeft voor een meerderheid bovendien de steun van het radicaal-linkse Candidatura d'Unitat Popular (CUP) nodig. De strategie van de laatste is enigszins te begrijpen maar naïef: men hoopt op een onafhankelijk Catalonië waar vervolgens gebroken kan worden met de neoliberale politiek om het land naar links-autonome wijze in te richten. Ook al gaat het in tegen de internationale kerngedachte van progressieve politiek heeft het CUP-idee van een participerende democratie iets sympathieks. Maar het is ondenkbaar dat de lokale elite de macht, met bijhorend geweldsmonopolie, na al die decennia uit handen zal geven. Zonder een brede, internationale verdwijning of radicale omvorming van kapitalisme gaat er geen commune van Catalonië komen. Waar het wel op zou lijken is een nieuw soort belastingparadijs dat buiten de controle van de Europese Unie valt.
Hoe zit dit op nationaal niveau? PSOE, de traditionele socialistische partij, heeft een periode van crisis doorgemaakt en lijkt voorzichtig naar links te bewegen, steunt de rechtse regering in het blokkeren van onafhankelijkheid maar laat de mogelijkheid voor een grondwetsverandering open. Een bedachtzame middenpositie die de partij tijd gunt om zich ideologisch verder te heroriënteren. Wie zich in een spagaat heeft gemanoeuvreerd is Pablo Iglesias van Podemos. Iglesias heeft bij de laatste lokale verkiezingen door strategische samenwerkingen een aantal belangrijke overwinningen weten te boeken waarbij aan Podemos gelieerde burgemeesters van Barcelona en Madrid werden gekozen. Toen al moest Iglesias in Catalonië over eieren lopen om een deel van zijn electoraat met sympathieën voor onafhankelijkheid niet kwijt te raken. Het vergt steeds meer van zijn retorische vermogens om deze positie vol te houden. Degene die als eerste onder de druk zwicht is helaas Ada Colau, de vernieuwende burgemeester van Barcelona. Ook zij weet dat ze weinig kans maakt om herkozen te worden als ze onafhankelijkheid compleet afzweert. Haar medewerking aan een brief aan de Spaanse regering en koning om over het referendum te onderhandelen is politiek-strategisch begrijpelijk, maar zal haar waarschijnlijk niet in dank worden afgenomen in een stad waar de meerderheid van de bevolking tegen onafhankelijkheid is. Hierdoor wordt een belangrijke politieke beweging geproblematiseerd, wat vergaande gevolgen kan hebben voor progressieven in Spanje die eindelijk de mogelijkheid hadden gevonden om voorbij het pseudo-tweepartijenstelsel te denken.
De situatie in Spanje verschilt, met uitzondering van details, uiteindelijk weinig van andere landen in de manier waarop men zich met randzaken bezighoudt in plaats van het werken aan essentiële oplossingen voor de rest van de 21ste eeuw. Vanaf het moment dat klimaatverandering zich voor het eerst aankondigde, stond Spanje meteen in de schijnwerper. Een van de logische scenario's van klimaatverandering is dat het Iberisch Schiereiland ongenadig hard geraakt kan worden. Wanneer de temperaturen blijven stijgen, en de afgelopen zomer is al een waarschuwing geweest, zullen de zomers ondragelijk worden en het proces van woestijnvorming doorzetten. Wat pijnlijk is omdat Spanje een van de leiders in duurzame energie had kunnen zijn en op weg was om dit worden (logisch met zoveel zonne-uren). Toen de rechtse Partido Popular in 2011 aan de macht kwam heeft ze echter vrijwel direct de duurzame energiesector getorpedeerd die zich vervolgens op het buitenland moest richten (Gamesa, een van de grootste fabrikanten van windturbines is Spaans maar verkoopt ze, na ternauwernood te hebben overleefd, vooral in de Verenigde Staten.)
Om te kunnen overleven zal Spanje radicaal moeten veranderen. De beruchte corruptie heeft het land de afgelopen 20 jaar bijna lam gelegd. Voorzichtig lijkt hier een kentering in te komen, het Spaanse nieuws opent steevast met weer een corruptiezaak die naar de rechter wordt gebracht, al lijkt het soms onbegonnen werk, geen enkele institutie of partij is op elk niveau ongevoelig voor deze verrotting. Pas als corruptie is beteugeld kan men daadwerkelijk beginnen aan nieuwe grote projecten. Geen megacasino’s, onafgebouwde flats of nooit gebruikte vliegvelden maar projecten in de geest van Solarpunk: irrigatiesystemen, groene steden, het verder uitbouwen van het op Japanse school geënte netwerk voor hogesnelheidstreinen (nu al het grootste van Europa.) De melancholische estheten moeten de zelfsabotage overwinnen of er blijft niets anders over dan gebarsten land.
Meer achtergrond:
Intrigerende conversatie in Jacobin tussen Pau Llonch en Alberto Garzón: over hoe links op het onafhankelijkheidsstreven zou moeten reageren.
Minutieuze ontmanteling van de tien belangrijkste onwaarheden en mythes van het Catalaans-nationalistische kamp (El País, in het Spaans.)
'A (weak) homage to democracy in Catalonia' door Manuel Serrano is een van de beste analyses van de situatie (OpenDemocracy, in het Engels/Spaans)
'The failure of Catalan nationalism' (El País, in het Engels)
´Catalanen worden echt niet onderdrukt´ (NRC, aan de late kant weer, maar interessant genoeg geschreven door een Nederlandse (half-Spaanse?) deelnemer aan de Indignados beweging)
I-CONnect Symposium: The Independence Vote in Catalonia–The Constitutional Crisis of October 1 door Víctor Ferreres Comella
Nawoord 1 oktober
Is er niemand dood gegaan? Dan zal het onafhankelijkheidsstreven van Catalonië heel langzaam aan populariteit afnemen. Zonder martelaars, waar sommigen op hadden gehoopt (katholiek land nietwaar?), geen blijvende wond. Een mediaspektakel blijft vluchtig in de oneindige verschuivingen van de hyperrealiteit. Voor de nabije toekomst betekent dit helaas dat progressieve politiek in Spanje buitenspel is gezet. Had vandaag anders kunnen verlopen? Natuurlijk, de politie kon net zo goed vijf minuten voor sluiting alle stembussen confisqueren, maar het ouderwetse politiegeweld is strategisch, cynisch zo je wilt, voor binnenlands gebruik ingezet (de ware instrumenten van de moderne controlestaat, type digitale blackout, zijn gewoon achter de hand gehouden). Premier Rajoy heeft de strijd voor de binnenlandse sympathie waarschijnlijk gewonnen. De beelden van bloedende burgers die gretig op social media werden verspreid zullen weinig indruk maken in Spanje zelf, waar de gedachte zal zijn: als je blijft trollen krijg je op een gegeven moment een beuk. Uiteindelijk een wat bot antwoord op Poppers essentiële paradox van tolerantie. En dus hebben we in Spanje de Partido Popular de komende jaren hasta en la sopa.
Zelf ben ik verder gedesillusioneerd geraakt over de manier waarop men de afgelopen weken verslag heeft gedaan in veel nieuwsmedia (met uitzondering van een realistisch, afstandelijk Trouw en een late maar scherpe bijdrage in De Volkskrant van Spanjespecialist Steven Adolf en zowaar een portret van anti-nationalistisch links in Cataluña) en personen waar ik een doordachte kritische houding van had verwacht (o.a. Naomi Klein, Paul Mason) maar zich ontpopten als twitterorakels die duidelijk blijk gaven zich niet in de materie te hebben verdiept. Niet alleen links in Spanje krijgt het moeilijk, het idee van een kosmopolitisch links lijkt ten einde te lopen nu veel ideologen de partij kiezen van nationalistische bewegingen. Een soort slow motion 1914.
Voor de langere termijn zie ik eigenlijk maar twee realistische scenario's:
– Een radicale oplossing die veel kwaad bloed zal zetten is het tijdelijk opschorten van de autonomie van de regio wat mogelijk is dankzij artikel 155. De Spaanse overheid zou dan een grote schoonmaak kunnen houden in het regionale rechtssysteem, de politie (de apathische Mossos d’Esquadra) en, waar de handen waarschijnlijk het meest jeuken, onderwijs. Een soort reboot van het systeem. Maar artikel 155 wordt over het algemeen gezien als een noodrem en de Spaanse overheid zal, met alle staatsrechtelijke troeven achter de hand, waarschijnlijk the long game spelen (de Spaanse overheid is zeer geduldig.)
– De collectieve oplossing. De eerder genoemde grondwetswijziging. Een lang proces met een onvoorspelbare uitkomst waar uiteindelijk alle Spanjaarden over zouden moeten stemmen (opvallend genoeg ziet men in onafhankelijkheidskringen de bui al hangen en begint een discours op gang te komen dat de grondwet van 1978 hen is opgedrongen, de zoveelste geschiedsvervalsing.) En met een aantal problemen: het zal lang duren voordat alle partijen weer met elkaar willen spreken (iemand opperde al het aantrekkelijke idee van een Latijns-Amerikaanse mediator maar dan nog zal Puigdemont eerst het veld moeten ruimen en Rajoy ook.) Bovendien, hoeveel zal een wijziging van de grondwet echt uitmaken van een staat die al vergaand federatief is? Kortom, de status quo zal de komende decennia blijven bestaan. Beter steekt men al die energie in constructieve projecten in plaats van het narcisme van de kleine verschillen, het kankergezwel dat nationalisme heet.
En in alle commotie vergat ik gewoon een derde lange termijn scenario:
- Een federaal Europa waar langzaam de natiestaten in worden opgelost zal alle regio's en (mega)steden in Europa nieuwe bevoegdheden moeten geven. Het is de meest rationele en daarom misschien ook moeilijkste oplossing, zeker op dit moment nu veel regeringsleiders en politici de nationalistische Kool-Aid hebben gedronken. Macron ziet het, maar die opereert en denkt op een ander niveau. Maar misschien dat een ramp hier, een gewapend conflict daar, een doorbraak kan forceren. Als het zo ver is, een optimistische raming is vanaf 2070, ontstaat er waarschijnlijk wel een gunstig bijeffect, namelijk dat nationalisme als vulgair en achterhaald wordt gezien.
vrijdag 15 september 2017
Heeft Blade Runner nog een toekomst?
Als het goed is, komt er dit jaar een vervolg op Blade Runner. Die film uit 1982 heeft verder geen introductie of verdere analyse nodig. Nadat ik eerder dit jaar de te lange trailer zag, besloot ik dat ik die film, waar ik toch al ambivalente gevoelens over had, niet ga zien. Ik had mij hetzelfde voorgenomen met de remake van Ghost in the Shell, maar kon het toch niet laten om die in het vliegtuig te kijken. Het was geen ramp (Tokio heeft een prachtige augmented reality update gekregen) en ook geen succes (Amerikanen kunnen de Japanse manier van vertellen niet aan). Maar de Blade Runner trailer voelde verkeerd aan (teveel actie, teveel plotwendingen) en nu komt het nieuws dat Jóhann Jóhannsson, de vaste componist van reggiseur Denis Villeneuve, plotseling is vervangen door de pompeuze Hans Zimmer.
Diezelfde dag, begint dit zich online te verspreiden:
Een Blade Runner animé van de hand van Shinichirō Watanabe, maker van het klassieke Cowboy Bebop (waar helaas zelf een Amerikaans remake van dreigt te worden gemaakt.) Zoals ik het begrijp een korte film die een overbrugging vormt tussen het origineel en de komende remake. Misschien dat ik de animé nog een kans geef maar je voelt al de verschrikkelijke term franchise opdoemen. Het uitmelken van alles dat een keer gewerkt heeft met talloze vervolgen en zijpaden totdat iedereen van verveling opgeeft en je het origineel niet meer kunt luchten. Inderdaad, een van hoekstenen van retromania.
De vraag die men vervolgens direct dient te stellen is: heeft Blade Runner nog bestaansrecht? Is het niet gewoon tijd om dat toekomstscenario, dat zo invloedrijk is geweest, los te laten? We hoeven niet tot 2019 te wachten om ons te realiseren dat de wereld er toch niet zo uitziet. Geen wonder, het is immers een visioen dat grotendeels opgebouwd is uit de fantasie van drie artiesten, Philip K. Dick, Moebius (op indirecte manier) en Syd Mead in de periode 1968 -1982. De eerste twee leven niet meer en Mead is 84 jaar oud, maar belangrijker: de wereld waar die ideeën in werden gevormd is veranderd. Zelfs een gunstige lezing van Blade Runner (klimaatverandering, pseudo-autoritarisme, multiculturalisme) kan een groot aantal nieuwe ideeën gebruiken, mogelijkheden die films als Her en ex_machina op kalme wijze hebben uitgewerkt. Dat zijn de verse wegwijzers richting de toekomst. De oude paden zijn overwoekerd.
Een Blade Runner animé van de hand van Shinichirō Watanabe, maker van het klassieke Cowboy Bebop (waar helaas zelf een Amerikaans remake van dreigt te worden gemaakt.) Zoals ik het begrijp een korte film die een overbrugging vormt tussen het origineel en de komende remake. Misschien dat ik de animé nog een kans geef maar je voelt al de verschrikkelijke term franchise opdoemen. Het uitmelken van alles dat een keer gewerkt heeft met talloze vervolgen en zijpaden totdat iedereen van verveling opgeeft en je het origineel niet meer kunt luchten. Inderdaad, een van hoekstenen van retromania.
De vraag die men vervolgens direct dient te stellen is: heeft Blade Runner nog bestaansrecht? Is het niet gewoon tijd om dat toekomstscenario, dat zo invloedrijk is geweest, los te laten? We hoeven niet tot 2019 te wachten om ons te realiseren dat de wereld er toch niet zo uitziet. Geen wonder, het is immers een visioen dat grotendeels opgebouwd is uit de fantasie van drie artiesten, Philip K. Dick, Moebius (op indirecte manier) en Syd Mead in de periode 1968 -1982. De eerste twee leven niet meer en Mead is 84 jaar oud, maar belangrijker: de wereld waar die ideeën in werden gevormd is veranderd. Zelfs een gunstige lezing van Blade Runner (klimaatverandering, pseudo-autoritarisme, multiculturalisme) kan een groot aantal nieuwe ideeën gebruiken, mogelijkheden die films als Her en ex_machina op kalme wijze hebben uitgewerkt. Dat zijn de verse wegwijzers richting de toekomst. De oude paden zijn overwoekerd.
donderdag 14 september 2017
Grant Hart (1961 - 2017)
Een van de redenen dat de beste platen van Hüsker Dü zo fascineren is de wisselwerking tussen beide schrijvers en zangers Bob Mould en Grant Hart. Jaar in, jaar uit als ik Zen Arcade opzet, steeds dezelfde gedachten: "Grant Hart schreef de mooiste liedjes", volgende nummer en Mould zet zijn beste existentialistische brul op: "nee, daar kan niemand tegen op." En zo, zal het altijd blijven. Hart is nu te jong overleden, misschien niet zo verrassend...nice guys finish last, de tol van een ongezonde levensstijl, gewoon pech, et cetera.
De scheurende Flying V van Mould kon nooit de welhaast ouderwets romantische inslag van Hart verbloemen. Was ook nooit de bedoeling, want de manier waarop Moulds straaljagergeluid 'The Girl Who Lives On Heaven Hill' voorstuwt is net zo goed een uitbeelding van het verlangen dat de zanger voelt. En wat een verlangen, je ziet alles meteen voor je: de heuvel, de kleur van de bomen, het licht, het pad naar boven en het prachtige, wat verkreukelde meisje. Hart kon dit met zijn gevoel voor melodie bijna achteloos neerzetten.
Zo ook op een van mijn favoriete rocknummer ooit. Ik weet nog precies dat ik Flip Your Wig had gekocht en wat kritisch/teleurgesteld naar de eerste paar nummers luisterde van "mmm, dit is geen Zen Arcade." En dan is daar opeens ´Green Eyes' en je kunt je haast niet voorstellen dat zoiets eenvoudigs, zonder uitzonderlijk refrein, een nonchalante melodieuze draai met een latere uitwerking op gitaar, zo perfect kan zijn. Elke keer zette ik die middag de naald weer terug. Telkens dat gevoel dat je groeit, de muziek door je wezen jaagt, dat je, kortom, leeft.
Abonneren op:
Posts (Atom)






