The sound of techno was both lush and brittle, gnomic and expansive, the lingo used for song titles and labels signalling its origins in crossed-wire transplantation: Shifted Phase, Waveform Transmission, Submerge, Clone, Ground Zero.
The sound of techno was both lush and brittle, gnomic and expansive, the lingo used for song titles and labels signalling its origins in crossed-wire transplantation: Shifted Phase, Waveform Transmission, Submerge, Clone, Ground Zero.
*
In plaats van een jaarlijst, steeds meer een artefact uit een andere wereld, wil ik graag aandacht schenken aan een recente plaat die zich in mijn leven heeft genesteld. Al tijdens de eerste beluistering wist ik dat we hier te maken hebben met een van mooiste albums uit het genre (techno) en sindsdien draai ik Music for Photographers op een compulsieve manier die nog zelden voorkomt.
Om het terrein van de invloeden maar meteen af te bakenen. Op Music for Photographers hoor je echo’s van de B-kanten van Low en "Heroes", GAS, Kraftwerk, Cluster, 20 Jazz Funk Greats, de dromerige Coil, Eno, Aphex Twin en hun eigen Music for Real Airports. Omdat The Black Dog, al meer dan 30 jaar actief, sterke artiesten zijn worden deze invloeden moeiteloos geassimileerd tot een karakteristieke geluidswereld vol reverb, traag verschuivende melodieën en doffe bassdrums die klinken alsof ze uit een om de hoek geparkeerde auto ontsnappen. Het is een plaat die je achteloos kunt opzetten als ambient terwijl de koptelefoon een motregen aan details, digitaal residu en stemmen hoorbaar maakt. Elke track een stap verder naar een emotioneel einde, het lange verdwalen in ‘Lightroom Lies, Darkroom Doom’, de identiteit versmolten met de stad, gevolgd door de nostalgische neonmelodie van ‘For the Love of Tish’ en dan de vermoeide stappen richting huis ‘Lost in the Lines’, euforische ideeën die langs synapsen schieten.
De plaat had ongetwijfeld zonder covid-19 gemaakt kunnen zijn maar voelt ook als een product van de afgelopen twee jaar. De fotograaf wandelt altijd, hopend dat het beeld haar vindt. Ondertussen zijn we allemaal wandelaars geworden gedurende periodes van thuiswerken, avondsluitingen en gepauzeerde sportschoolabonnementen. De wandeling, ooit de dérive langs arcaden en steden binnen steden, wordt door herhaling steeds meer een ontdekking van details in het bekende die we vastleggen, voor persoonlijk plezier, Instagram of ambitieuzere projecten.
Social media schenken ons al jaren een blik in het creatieve proces van artiesten. In het geval van de Twitteraccount @TheBlackDog een onpretentieus mengsel van studiowerk, bezoekjes aan het postkantoor, een politieke ergernis, een link naar een nieuwe mix, een foto van luguber Engels voedsel, releasedata en steeds vaker berichten over fotografie, nieuwe lenzen en brutalism, de architectuurstijl van bakken beton en strenge structuren, vaak verguisd door conservatieve en extreemrechtse politici en evenzo geliefd op Tumblr, Instagram, onder Ballardianen, om uiteindelijk respectabiliteit te herwinnen met Columbus (2017). Thuisbasis Sheffield blijkt te beschikken over een aanzienlijke verzameling gebouwen die de schade van de bombardementen op de industriestad na de oorlog moesten herstellen. Van het trio is het Martin Dust die fotografie en architectuur laat uitgroeien tot een fraai project waarin Music for Photographers een logisch onderdeel vormt.
Vaak wordt bij ambient en sfeervolle techno gegrepen naar de omschrijving ‘soundtrack van een denkbeeldige film’. Wat eigenlijk een saaie gedachte is. Film met zijn narratieve wetmatigheden doet geen recht aan de vrije ruimtelijkheid van Music for Photographers. Hier niet 24 beelden per seconde die beweging generen maar een geluidsbeeld dat tot beweging uitnodigt, een tijdelijke verzinking in het beeld. Waarschijnlijk een van de redenen waarom de plaat immuun lijkt voor verzadiging. De muziek is nooit hetzelfde, niet zozeer een op een medium vastgelegde reeks informatie die je herhaalt totdat deze zijn kracht verliest maar een continue herontdekking aan de hand van de eigen stemming of activiteit.
Grotestadsmuziek. Het product van techno city Sheffield maar net zo begrijpelijk voor bewoners van regensteden als Osaka, Amsterdam, Taipei, Vancouver, Bilbao, Los Angeles 2019, stug doorlopend, in gedachten en digitale netwerken verzonken totdat een weerspiegeling, een lijnenspel, een voorbijflitsend gezicht de aandacht opeist.
Music for Photographers (DUSTCD095, 2019)
Heeft futurisme nog bestaansrecht in muziek? Tom Middleton heeft in zijn eentje het Global Communication-project getransformeerd tot GCOM (Galactic Communication) om oude dromen te doen herleven. De kalme mondiale verbinding van 76:14 heeft plaats gemaakt voor een kosmisch ambitie in de vorm van een waar conceptalbum. E2-XO handelt over de ontdekking van exoplaneten en de mogelijke reizen naar deze leefbare planeten. In de uitgebreide tekst van het mooi uitgewerkte boekwerk vol illustraties die mij deden denken aan de onvolprezen Spectrum encyclopedie uit mijn jeugd, noemt Middleton zijn inspiratiebronnen: Carl Sagan, Vangelis, zijn Franse collega Qebrus maar ook het idee dat het antropoceen een uitweg vereist, een serieuze kolonisatie van andere planeten. E2-XO is de soundtrack van zowel de sonde die nieuwe werelden verkent als het denkbeeldige ruimteschip dat de bemanning naar de dichtstbijzijnde exoplaneet Teegarden B vervoert.
Na een dergelijke introductie begint de plaat bijna ironisch bombastisch met cinemasonische strijkers, alsof je in een planetarium hebt plaatsgenomen en een diepe stem bij de eerste glinsteringen vertelt dat je op het punt staat om een reis te maken langs de wonderen van de kosmos. Het is een track die ik eigenlijk nooit meer hoef te horen. Gelukkig gaat hij vervolgens meteen los op zijn samenwerking met Qebrus, de mysterieuze Franse producer die op jonge leeftijd overleed en door Middleton liefdevol als een grote inspiratie wordt omgeschreven. Daarmee krijgt ook de dynamiek van het album vorm, een afwisseling van Vangelisachtige melodieën, ambient en intens futuristische muziek, de meest zelfbewuste sciencefiction ritmiek sinds cd2 van Two Pages.
E2-XO zou geïnterpreteerd kunnen worden als een opwelling van nostalgie naar de toekomst van weleer (ruimtereizen en vernieuwende dansmuziek) maar voelt vooral als serieuze speculatie dat de tijd van terugkijken ten einde loopt, dat het futuristische elan van jungle, waarvan de meeste tracks nog steeds klinken alsof ze vandaag werden uitbracht, weer naar de voorgrond moet treden. Haast ongemerkt komt de kolonisatie van andere werelden steeds dichterbij. Dit alles komt met name samen op ‘XO (Wolf 1061 C)’, het logische vervolg op de tijd-ruimtevervormingen van Photek, J Majik, Source Direct en 4 Hero, alsof 1998 en 2021 naar elkaar toebuigen en een periode van stagnatie doen verdwijnen.
Een album dat we nodig hadden, zeker niet perfect (zelf had ik de twee klassiek georiënteerde stukken graag ingeruild voor de complete 16-minuten (vinyl)versie van afluister ‘Beyond the Milky Way’) maar een krachtige remedie tegen de entropie van retromania. De hoopvolle droom van golden age sciencefiction nieuw leven ingeblazen. Een onverwachte hergeboorte aangezien sciencefiction tegenwoordig veel pessimistischer is over allerlei zaken, vooral ruimtereizen. Kim Stanley Robinsons Aurora (2015) is met name ontnuchterend over de afstanden tussen planeten en de problemen die komen kijken bij het overbruggen daarvan met generatieschepen. Exoplaneten presenteren een diep verlangen om opnieuw te kunnen beginnen, het deze keer als mensheid wel goed te doen. Zoals het er op het moment voorstaat zal echter elk project geïnfecteerd worden met neoliberale of libertaire memen Elke kolonisatie die succesvol wil zijn zal eerst moeten afrekenen met de ziekte die laatkapitalisme is of de volgende wereld opnieuw vernietigen. In die zin is het misschien maar beter dat de mens in zijn natuurlijke staat totaal ongeschikt is voor de reis over extreem lange afstanden. En is dat ook waarom het machinale geluid dat E2-XO overheerst zo treffend is. Het zullen machines zijn, al dan niet geladen met bewustzijn en DNA, die uiteindelijk de nieuwe aarde zullen betreden om misschien een moment meewarig terug te denken aan de dromen van hun primitieve voorgangers op een dode planeet.
Een omgekeerde recapitulatie, wat het tegenovergesteld is van een levende herinnering - het is een fanatiek memorisatie, een fascinatie voor herdenkingen, rehabilitaties, culturele museïficatie, een catelogisering van gedenkplaatsen, de verheerlijking van de erfenis. In feite staat deze obsessie met het herleven en het doen heleven van alles - deze obsessionele neurose, deze geforceerde herinnering - gelijk aan het wegsterven van de herinnering - een wegsterven van de feitelijke geschiedenis, een wegsterven van de gebeurtenis in de informatieruimte. Dit komt neer op het klonen van het verleden zelf tot een artificiële dubbelganger, het komt neer op het bevriezen van het verleden in schijnnauwkeurigheid die het nooit werkelijk recht zal doen.
Baudrillard in De vitale illusie (2000). De term museïficatie trok vanzelfsprekend meteen mijn aandacht, maar hij lijkt er omheen al vroeg retromania te omschrijven. Dit in het kader van het nieuwe millennium waarbij Baudrillard een van zijn beroemde riffs herhaalt, "De Golfoorlog heeft nooit plaatsgevonden" wordt hier "Het jaar 2000 heeft nooit plaatsgevonden."
De museumificatie van house, ze hadden het niet zo letterlijk hoeven nemen. Maar ergens een logische uitkomst van een proces dat ik voor het eerst ontwaarde in 2004 toen ik Jeff Mills en Laurent Garnier in Paradiso samen een set hoorde draaien van louter klassiekers.
(Rembrandt District is natuurlijk een abominatie, een marketingfantasie.)
De omschrijving van het geluid van de nieuwe LP (en met zijn speelduur van 40 minuten is I've Been Trying to Tell You een echte LP) van Saint Etienne als echt jaren ‘90 maakte me nieuwsgierig. Het had heel makkelijk in een plezierige retrotrip kunnen uitmonden maar doet iets heel eigenaardigs. De eerste luisterbeurt zonder voorkennis is essentieel (stop met lezen en doet dat eerst.) Goed, ben je terug? De achteloze luisterbeurt riep bij mij herinneringen op aan de nazomer van de jaren ‘90, de periode 1998 – 2001, een weldadige kalmte na een continue reeks vernieuwingen. Ik moet altijd denken aan de sfeer van Lifestyles of the Laptop Café van The Other People Place (releasedatum 3 september 2001) waarmee Drexciyaan James Stinton verrassend een kalm futurisme aankondigde. Geciviliseerd, vriendelijk, een nieuw soort ‘Computerliebe’ die perfect paste bij hoe ik mij die tijd herinner, als een zonnige herfstdag die steeds opnieuw begint.
Met stijgende verbazing las ik vervolgens een interview met Bob Stanley van Saint Etienne waarin hij de ideeën en de methode achter het album uitlegde. I've Been Trying to Tell You blijkt grotendeels te zijn opgebouwd rond zes samples van popliedjes uit de tweede helft van de jaren ‘90 en het begin van het nieuwe millennium. Popconnaisseurs als Saint Etienne kozen vanzelfsprekend niet voor de gemakkelijke weg maar voor de mindere hit van een artiest, dus niet ‘Thorn’ van Natalie Imbruglia maar het minder succesvolle ‘Beauty of Fire’. Daarnaast zijn de samples zo vervormd dat ze voor mij als achteloze MTV/TMF-kijker niet zijn te identificeren. Het resultaat zijn geen echte liedjes, maar ook geen ambient. Een achttal spookliedjes, in de zin van dub, er is een gemis en er wordt iets opgeroepen wat voorheen niet bestond. Die eerste luisterbeurt met onderbewuste herkenning roept een interessante vraag op: in hoeverre vang je met muziek, een verzameling geordende trillingen, een tijdperk en kun je daar geleefde gevoelens mee oproepen wanneer je geen actieve herinnering hebt aan die muziek? Het is een mysterie dat waarschijnlijk zal vervliegen bij elke draaibeurt waarmee I've Been Trying to Tell You onderdeel gaat worden van mijn herinnering aan 2021.
Niet dat de uiteindelijk muzikale constructies zonder andere verwijzingen zijn, al gaat Saint Etienne ook hier niet voor de makkelijke gebaren. Het is geen slaafse simulatie, wat beneden hun stand is. Als het zo is, zullen ze het niet prijsgeven maar ik vermoed dat I've Been Trying to Tell You op een bepaald niveau een ode aan Andrew Weatherall is, sleutelfiguur van het decennium die in 1990 hun eerste single ‘Only Love Will Break Your Heart’ remixte. Saint Etienne gaat voor een dromige midtempo sound vol herhaling die in intentie doet denken aan Weatheralls luved up remixes, met name de essentiële 'One Day’ (Endorphin mix) voor Björk, die eigenlijk een nieuwe vertakking van lovers techno had moeten inluiden, misschien het hypothetische genre waar Saint Etienne altijd in heeft gewerkt.
Saint Etienne is vanaf het begin een groep geweest die je kunt “lezen”, verwijzing na verwijzing, laag na laag, een individuele zoektocht die nooit het complete plaatje geeft. Er is in I’ve Been Trying to Tell You weer een Britse ervaring te vinden vol associaties die voor de buitenstaander van het Europese vasteland nooit hetzelfde gewicht kunnen hebben. Een conceptueel web, opgebouwd uit hints binnen hints, zowel universeel als lokaal. Owen Hatherlay eindigt zijn liner notes vol persoonlijke herinneringen aan een verdwenen Londen opeens met “I remember seeing the blue television sky over Lower Manhattan from a council flat in southern Engeland.” I've Been Trying to Tell You werd uitgebracht op 10 september.