Mastodon designing futures where nothing will occur

zaterdag 28 december 2019

The Rise of Skywalker: de opkomst van het nieuwe entertainmentcomplex


“Soon will I rest, yes, forever sleep. Earned it I have. Twilight is upon me, soon night must fall.”

Vooruit, omdat ik hier The Force Awakens en The Last Jedi heb geanalyseerd moet ik de negende en laatste Star Wars-film ook bespreken. Een lastige taak, want wat valt er eigenlijk nog over Star Wars te zeggen, die veredelde kinderfilms die veel te populair werden? Puur als film, als Star Wars-film ook, is The Rise of Skywalker een gemankeerde film, zonder twijfel de minste van de nieuwe trilogie, misschien wel van de hele reeks. Regisseur J.J. Abrams neemt de honneurs dit keer weer waar en net als The Force Awakens kan hij prachtige werelden neerzetten, gevuld met gruizige technologieën en een scala aan levensvormen. Je wordt als kijker het universum ingezogen en dat blijft escapistische magie van de hoogste orde.

De belangrijke figuren (Rey, Finn, Poe en Kylo Ren) zijn nog steeds aanstekelijk en een paar nieuwe personages vormen een acceptabele aanvulling, met name de stoere Zorii Bliss maakt ondanks een kort optreden indruk met de mooiste oneliner (“They win by making you think you’re alone.¨) en het feit dat je nooit haar gezicht te zien krijgt. Zo gaat de eerste helft van de film in hoog tempo van planeet naar planeet. Een prettige ervaring maar uiteindelijk wreekt dit ritme zich. Net als het matige zijproject Rogue One heeft The Rise of Skywalker de structuur van een game: objecten moeten gevonden worden, achtervolgingen overleefd, personages met informatie ontmoet en dan weer door naar de volgende opdracht. Er is geen moment van contemplatie, alleen verhitte discussies en dan raast iedereen als een bende hyperactieve kinderen door. De gebruikelijke bombast van John Williams plamuurt alles voor de zekerheid dicht waardoor je na afloop overweldigd en verdwaasd de bioscoop verlaat.

De tweede helft van de film is problematisch omdat The Last Jedi al had bewezen dat het conventionele Star Wars-verhaal weinig meer had te bieden. Om de saga op bevredigende wijze af te sluiten hadden de makers subtiel te werk moeten gaan maar ze kregen duidelijk geen tijd genoeg om de zaken grondig uit te denken. Hierdoor valt men terug op de meest platte verhaallijnen van de originele trilogie, een herhaling van zetten waar je als geoefende kijker weinig bij zult voelen. Alleen de laatste scène biedt eindelijk rust en zoiets als afsluiting. Iets wat al veel eerder had moeten worden ingezet. Deze film vroeg net als A New Hope om een flinke dosis Kurosawa.

De nieuwe trilogie is natuurlijk als onderdeel van Disney gemaakt en nu hij compleet is, tekent zich duidelijk af hoe het entertainmentcomplex een bepaalde stijl begint af te dwingen, de makers tijd geeft om binnen twee jaar een film af te krijgen voor de kerstperiode. Hier ligt zonder twijfel de oorzaak dat de films op bepaalde momenten gehaast voelen, ondoordacht, waardoor het universum, zoals eerder opgemerkt, steeds minder consistent aanvoelt. Elke regisseur biedt zijn eigen interpretatie, geeft voorzetten die door de opvolger niet worden begrepen of expres genegeerd, wat leidt tot plotwendingen die geïmproviseerd lijken maar die je accepteert omdat je als kijker geen tijd hebt om er rustig over na te denken.

 

En het maakt binnen het complex niet veel uit omdat spinoffs van games een belangrijke bron van inkomsten zijn. Star Wars is sinds The Empire Strikes Back een relatie aangegaan met computergames, wat rond The Return of the Jedi resulteerde in een, zeker voor die tijd, geweldige arcadegame. Sinds de prequels is die relatie steeds inniger geworden en kon je je als bioscoopbezoeker vaak niet aan de indruk onttrekken dat bepaalde scènes speciaal waren ontworpen voor de bijbehorende games. In die zin zijn de laatste zes Star Wars-films de ontwikkeling van een nieuw soort popcultuurhybride die de komende jaren kan worden uitgewerkt tot virtuele werelden. De films hebben genoeg bronmateriaal geleverd en zijn nu, zeker met de lancering van het Disney+ televisiekanaal, als cinematische ervaring overbodig geworden.

Gelukkig maar, want Star Wars-fans kunnen niet gelukkig zijn. Sterker, Star Wars is voor een groot deel van hen een continue bron van teleurstelling. Ook dit fenomeen heeft zich in twintig jaar verder ontwikkeld. The Phantom Menace (1999) was het eerste evenement van massale ontgoocheling dat gedreven werd door internet. De wil tot teleurstelling die de norm van het online discours over cultuur is geworden. Sindsdien heeft geen enkele Star Wars-film op collectieve tevredenheid kunnen rekenen, omdat de belangrijkste acteur niet beviel, omdat Yoda digitaal was geworden, omdat alles digitaal was geworden, The Force Awakens teveel teruggreep op de eerste film of The Last Jedi teveel brak met traditie. The Rise of Skywalker is de laatste teleurstelling en zo leert de film zowaar een wijze les: laat je nooit leiden door de teleurstelling van fans want ook dan zullen ze teleurgesteld zijn.

Uiteindelijk lijkt het me als gematigd liefhebber het beste om de originele trilogie (zoals deze films destijds in de bioscoop werden vertoond, nooit de special editions) als de ware Star Wars te beschouwen en de rest als apocriefe legendes, soms met intrigerende momenten (de tweede helft van Revenge of the Sith), als amusante hervertelling (The Force Awakens) of herinterpretatie (de betere delen van The Last Jedi) maar nooit zoiets als een sluitend, coherent verhaal.

zondag 22 december 2019

Top 10 albums 2010 – 2019

Dit jaar kwam de volgende tweet van Molly Lambert langs:

Wat mij betreft een juiste relativering van de manier waarop we in decennia denken. Opvallend is dat de huidige periode die van 10 jaar overtreft en dat het volledig natuurlijk aanvoelt. William Gibson lanceerde de term atemporaliteit voor een gevoel dat we in een eeuwigdurend digitaal nu leven maar vaak heb ik gedacht dat het aan mij lag dat een jaar als 2007 inwisselbaar voelt met bijvoorbeeld 2013, terwijl ik me vaak zeer helder voor de geest kan halen waar ik me in de jaren negentig precies bevond. Er gebeurt tegelijkertijd te weinig en teveel, te weinig in wezenlijke veranderingen, teveel op het gebied van triviale informatie. Het resultaat is onder andere een gevoel van stilstand, ook op muzikaal gebied.

En toch gloort er af en toe hoop. De afgelopen tien jaar zijn er fantastische platen verschenen en ik heb flink moeten schuiven om een top-10 te maken. Maar ik realiseerde me ook dat vier van de uitgekozen artiesten op de eerste Artificial Intelligence compilatie (1992) stonden. Dat kan een aantal dingen betekenen. Ik heb een conservatieve muzieksmaak (een acceptabele hypothese), die vier artiesten zijn gewoon heel erg goed en hebben zich verder ontwikkeld (klopt vanzelfsprekend) of muziek heeft zich in het algemeen niet ver genoeg ontwikkeld om ze als “oud nieuws” achter te laten. Het is muziek die nog steeds als de toekomst klinkt. Of beter, wat ooit toekomstmuziek was klinkt nu hedendaags, zeg maar 21st century contemporary music.

Ik hoop ooit nog echt een keer te worden weggeblazen door nieuwe muziek zoals ‘Pump Up the Volume’, ‘Dominator’ of ‘Music’ dat ooit deden al lijkt dit steeds onwaarschijnlijker te worden. De manier waarop we naar muziek luisteren zal waarschijnlijk het komende decennium het meest veranderen. Het album gaat langzaam verdwijnen, samen met de cd, gevolgd door vinyl na zijn onverwachte renaissance van de laatste jaren. Muziek zal ook voor de toegewijde luisteraar steeds meer achtergrond worden, iets waar je half-geïnteresseerd naar luistert. Live muziek kan nog die toewijding van het moment handhaven, al zal het ook steeds moeilijker worden om spontane optredens bij te wonen, gezien de tendens van het afgelopen decennium om concerten perfect te plannen. Dit alles valt nog binnen het oude model van de muziekindustrie, dat langzaam onderdeel wordt van een overkoepelend digitaal entertainment complex. Geen vrolijk vooruitzicht, al schept dit paradoxaal de ruimte voor het onvoorspelbare.


Rosalía – El Mal Querer (2018)

¡Virgen santísima! Een Spaanse maakt de plaat van het decennium. Had ik niet kunnen voorspellen. Niet alleen muzikaal innovatief en toegankelijk maar Rosalía is ook zoiets als een kosmopolitisch icoon. De popster die we nodig hebben.

Ricardo Villalobos & Max Loderbauer - RE: ECM (2011)

Een tijdje geleden schreef ik over deze sensationele dubbel-cd:

“...ik zou zoiets als de track Recat—een hypnotiserende bewerking van een detail uit Christian Wallumrød Ensemble’s Music For One Cat—tegelijkertijd de meest vooruitstrevende techno van de laatste jaren willen noemen, een radicale vernieuwing van de mogelijkheden van techno. Nee, er is geen beukende beat te bekennen en dansen hierop zal van de slow motion variant zijn, maar dat is niet erg. Techno zal toch steeds meer het dictaat van de dansvloer moeten loslaten om textuur in detail te verkennen. De club kan zoveel meer zijn en buiten de muren wacht zelfs een compleet universum om onderdeel te worden van techno. Re:ECM is de voorzichtig geplaatste wegwijzer.”  

The Black Dog – Music for Real Airports (2010)

Een duister antwoord op de dromerige ambientklassieker Music for Airports van Brian Eno. The Black Dog bezocht een vliegveld en maakte veldopnamen die worden verwerkt in een buitengewoon krachtige mineur ambient/techno. Zonder het uit te spellen wordt een statement gemaakt over de controlestaat, het verdwijnen van de openbare ruimte, de kilheid van surveillancetechnologie. Het meesterwerk van de tweede incarnatie van The Black Dog en een klassieker van het genre.  

James Holden – The Inheritors (2013)

Mijn favoriete album uit het geweldige muziekjaar 2013. “Onvoorspelbaarheid en mystiek in techno, het kan nog. The Inheritors zou veel muzikanten die in en rond de dansmuziek opereren aan het denken moeten zetten en daarmee een breuk forceren.” Een heerlijk zelfverzekerd album gevuld met organische dansmuziek. Misschien minder invloedrijk dan ik destijds hoopte dat het zou worden, maar wel degelijk de plaat die een plek heeft geforceerd voor een vrije vorm van techno.  

Plastikman – Ex (2014)

Uit Kritische massa over een van de meest ondergewaardeerd platen van het decennium:

“Luisterend naar Ex is het meestal lastig om concrete beelden op te roepen en dit is een van de karakteristieke eigenschappen van Hawtins muziek. En toch, dat wat koud en machinaal zou moeten klinken, is juist bij vlagen extreem menselijk. Zelf het donkere middenstuk van Ex, waarin men eenvoudig kan verdwalen, wordt gekenmerkt door een gevoel van eenzaamheid. De eenzaamheid die men voelt op de dansvloer wanneer de golven van plezier wegebben en alleen lichamen gekoppeld aan technologie overblijven. Wat doe ik hier? Elke danser kent deze twijfel die in de donkere club dieper, welhaast heroïsch, aanvoelt.”  

The Avalanches – Wildflower (2016)

Hier sta ik gewoon nog achter: “Als Paul’s Boutique de Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band is en It Takes a Nation of Millions de Are You Experienced? dan is Wildflower de Smile van het sampledelia tijdperk.” De belangrijkste comeback van de afgelopen tien jaar. Een verrukkelijke reis vol stemmen, geluidseffecten en gevonden melodieën met een heel eigen diepe gruizigheid alsof een artefact uit de jaren zeventig is opgegraven dat zijn tijd 40 jaar vooruit was.

Aphex Twin – Syro (2014)

Een van de mooiste muzikale momenten van het decennium was toch het openen van het Aphex Twin archief in 2015. Ik word er bijna nostalgisch van. “Hij heeft weer nummers vrijgegeven!” Vreemd, in mijn herinnering was Syro, het officiële Aphex Twin-album, hierna uitgebracht maar nu zie ik dat dit het jaar daarvoor verscheen. Direct na eerste beluistering noemde ik het “een van de vreemdste acidplaten ooit.” Ik heb er maandenlang intensief naar geluisterd totdat ik helemaal verzadigd was. Daarom stond Syro een tijd buiten de top-10. Totdat ik de plaat weer een keer beluisterde met mijn nieuwe koptelefoon en compleet werd weggeblazen door de bizarre overdaad aan details. Een meesterwerk dat niet na is te doen.  

Joanna Newsom – Divers (2015)

Ik moest een keuze maken tussen het opulente Have One On Me en Divers, mijn favoriete plaat uit 2015. Maar de eerlijkheid gebied me dat ik de eerste destijds was vergeten en pas begon te beluisteren na haar optreden in Utrecht. Dus Divers, dat misschien ook gewoon de mooiste liedjes heeft.  

GAS – Narkopop (2017)

Ook een essentiële en onverwachte comeback: het vijfde GAS-album. Om mezelf nog een keer te citeren:

Narkopop is ook muzikaal het grootst opgezette album in de GAS-serie, vergelijkbaar met supersymfonieën als de tweede van Mahler. Zauberberg had altijd de mooiste structuur: een blik op de berg, de reis door het woud die volgt en het bereiken van de bergtop zelf. Narkopop slingert meer, kent meer verschillen: sublieme miniaturen die glinsteren als Rijngoud en ergens in het midden van het woud een duister hart gevormd door een terugkerende reeks van drie kloppende basdrums die het album meteen riskant maken als psychedelische ervaring. Dit fragment is zonder twijfel het dichtst dat GAS bij kwaadaardige muziek komt, onnoembaar en heidens.”  

Autechre – NTS Sessions (2018)

Autechre bleef zoals altijd zonder ¨vakantie” produceren in de jaren ‘10. Het begon met het wonderschone Oversteps en eindigde met de verzamelde vier NTS Sessions (acht cd’s) die het duo de kans geven om al hun stijlen te etaleren. Van ouderwetse electro tot futuristische gamelan, van folkloristische muziek rond Alpha Centauri tot hypnotiserende ambient. Legendes die eigenlijk op postzegels zouden moeten staan.  

Zoveel meer goede platen!
Death in Vegas – Trans-Love Energies
Gus Gus – Arabian Horse
Nina Kraviz – Fabric 91
Shackleton - Fabric 55 
Ricardo Villalobos –Dependent and Happy
Niño de Elche - Antología del cante flamenco heterodoxo
Daft Punk – Random Access Memories
Boards of Canada – Tomorrow’s Harvest
My Bloody Valentine – mbv
The Knife - Shake The Habitual
Robert Hood - Motor: Nighttime World 3
Varg – Nordic Flora Series Pt. 3: Gore-Tex City
Biosphere – Departed Glories
Joanna Newsom – Have One On Me
Infinite Music -  A Tribute To La Monte Young
Alba Molina - Caminando con Manuel
James Holden & The Animal Spirits – The Animal Spirits
Porter Ricks – Anguila Electrica
The Orb – Cow/Chill Out, World!
Scott Walker + Sunn o))) – Soused 
Scott Walker – Bish Bosch
Lana Del Rey – Ultraviolence, Norman Fucking Rockwell
Autechre - Oversteps
ø – Konstellaati
Cypress Hill – Elephants on Acid
De Jeugd van Tegenwoordig –  De Lachende Derde

zondag 15 december 2019

Favoriete albums van 2019

En dat was het laatste muzikale jaar van het decennium. Ik kan hetzelfde schrijven als de afgelopen jaren over de afwezigheid van een breuk, maar dan kom ik nog wel op terug in mijn overzicht van de beste platen van het decennium. Op zich was 2019 een prima muziekjaar waarbij ik zelfs veel meer moeite had dan voorheen om het aanbod te reduceren tot tien platen, waarvan ik er nog veel door omstandigheden fysiek moet aanschaffen (mijn collectie rust al een paar maanden in een opslag.) Hoe dan ook, mijn favoriet weer als eerste genoemd. Vanaf dag 1 liefhebber van Laantje en ze lijkt ook steeds beter te worden (het volgend decennium gaat ze ook leveren ;)

   

Lana Del Rey – Norman Fucking Rockwell
Bijna voorspelbaar goed. De post-Empire ster levert een Grote Plaat© op het moment dat ik had geaccepteerd dat het niet meer mogelijk was. Nu we het toch over Bret Easton Ellis hebben, Del Rey is waarschijnlijk de beste artiest die voortborduurt op zijn werk. Californië, decadentie, melancholie, "How to disappear". Duidelijke zaak. Wonderschone liedjes, elke luisterbeurt weer een andere favoriet, met een verleidelijk wazige sfeer die riekt naar verdovende middelen uit de opiatengroep.  

Royal Trux – White Stuff
Dan toch eindelijk de hereniging van het coolste rockduo van de jaren ‘90 dat in het vermaarde decennium een geweldige reeks albums uitbracht. White Stuff – de ultieme Royal Trux titel- gaat door alsof de afgelopen 20 jaar niet hebben plaatsgevonden. Zwiepende gitaarriffs, surrealistische teksten over het Vieze Amerika en natuurlijk die unieke samenzang. Het is allemaal goed en past precies op een enkele LP met een paar klassieke krakers zoals het dreinende ‘Whopper Dave’ (de manier waarop “Promises!” op een gegeven moment Whopper Dave vervangt, is pure Truxoezïe) en het trieste ‘Suburban Junkie Lady’. Uiteindelijk lijkt het niemand iets te hebben kunnen schelen. Mooi zo, nog steeds dus dé cultband.  

Kim Gordon – No Home Record
Aangezien ik heilig geloofde in de synergie van Sonic Youth zat ik eigenlijk niet zo te wachten op een Kim Gordon soloalbum. En toch was ik na een paar nummers verkocht. Avontuurlijk, voornamelijk electronisch, erotisch en compleet anders dan wat ik had verwacht. Eigenlijk niets minder dan de vrouwelijke (en Los Angeles) variant van het tweede Suicide album.  

Laurel Halo – DJ Kicks
De muziek van Laurel Halo heb ik me tot nu toe maar zijdelings in verdiept. Maar op een of andere manier was ik gefascineerd door haar bijdrage aan de langlopende DJ Kicks mixserie (26 jaar inmiddels.) Mooie auteur techno-hoes met een portret van Halo als een getroebleerde Californische singer-songwriter. De mix is een heerlijk nerveuze maar dansbare variant op techno met vleugjes EBM. Mijn meest gedraaide album van 2019  

PTU – Am I Who I Am?
Origineelste technoalbum van 2019 kwam van dit Russische duo. Inventief en sfeervol maar altijd als goed geoliede sciencefictionmachine gericht op het plonkie-beukie gedeelte van de dansvloer. Gelukkig is kraker ‘Castor and Pollux’ inbegrepen.  

FKA Twigs – MAGDALENE
Ik moet bij FKA Twigs altijd aan twee dingen denken: Kate Bush vanzelfsprekend en anime. Haar muziek ademt in alles melancholische mens-machineconstructies uit. Een artieste die echt als 2019 klinkt.

Moon Duo – Stars are the Light
De meest stonede liedjes sinds ‘Wasp in the Lotus’ van The Dandy Warhols. Heerlijk eigen stijl, een soort lichtvoetige shoegaze (Cocteau Twins circa Heaven or Las Vegas associeerde ik) met Krautrockaccenten. Zorgeloze liedjes voor jonge geliefden op zonovergoten dagen. Sonic Boom bleek achter de knoppen te zitten, altijd een stempel van goedkeuring.  

Richie Hawtin – Close Combined (Live Glasgow, London, Tokyo)
Ik kan er ook niks aan doen, weer Richie Hawtin! Dit keer helaas niet op een fysiek drager maar dat doet niets af aan de kracht van dit nieuwe hoofdstuk in de Closer mixserie. Deze is misschien de meest functionele dansbare in de reeks met Hawtin die naadloos drie optredens combineert tot een spannende mix met opbouwen en climaxen die doen denken aan zijn buitengewone sets tijdens de Plastikman-jaren.  

J Majik – Full Circle
Onverwachte comeback. Een van de jungle-grootheden van de jaren ‘90 leek met vervroegd pensioen te zijn op een van de Canarische Eilanden. Wat blijkt, hij heeft nog steeds de touch. Jungle zoals het hoort te klinken, ratelend, vol op de Amen-break en aangekleed met verfijnde melodieën en voorbijschietende stemmen. Een warm bad voor de liefhebber, maar ook een herinnering aan het feit dat we ergens een verkeerde afslag hebben genomen en muzikaal in de parallele, grijze toekomst leven.  

Solange – When I Get Home
Ik ben op zich geen groot liefhebber van R&B maar Solange is speciaal, de grootste vernieuwer in het genre sinds Aaliyah. When I Get Home heeft een unieke sfeer alsof Solange dagdromend de liedjes improviseert. Veel korte impressionistische en schetsmatige liedjes vol herhaling in plaats van voorspelbare “hits” en minder hoorspelachtige herinneringen en preken dan op de ambitieuze voorganger A Seat at the Table.  

Ook met plezier geluisterd in 2019:
Robag Wruhme - Venq Tolep
The Dandy Warhols – Why You So Crazy
Dominik Eulberg - Mannigfaltig
Richard Fearless – Deep Rave Memories
Biosphere – The Senja Recordings
Multi-Panel – Empty Handed
James Holden – Cambodian Spring
Vilod - The Clouds Know
Fennesz - Agora
808 State – Transmisson Suite
William Basinski – On Time Out of Time
Paranoid London - PL
Francesco Tristano – Tokyo Stories
Matthijs Kouw – The Great Image Has No Form
Ben Salisbury & Geoff Barrow - Annihilation

zaterdag 23 november 2019

Beste films van de jaren ‘10

Dit was zonder twijfel een geweldig decennium voor cinema. Met twee opvallende ontwikkelingen: de glorieuze creativiteit van de Japanse cinema en de originaliteit van nieuwe sciencefictionfilms (vaak in combinatie met dan toch eindelijk de doorbraak van house/synth-soundtracks). Het was ook wel gênant geweest wanneer we richting de diepe 21ste eeuw niet op brede schaal met sciencefiction-thema’s waren geconfronteerd. Maar oude mythes hebben hun waarde en de vampier wist weer een paar keer op originele wijze te herrijzen. Veel goede verhalen die breken met de conventies van zowel het Hollywood als arthouse narratief en dat stemt hoopvol voor de komende jaren. Het enige waar ik me zorgen over maak, is de steeds verder oprukkende digitalisering die onvermijdelijk gaat uitlopen op remix-films van het type “Marilyn Monroe nu met Robert De Niro te zien in de hernieuwde versie van Vertigo!”

Mijn tien favoriete films van 2010 – 2019 met mijn absolute favoriet als eerste:

   

ハッピーアワー / Happy Hour (2015)

De afgelopen jaren zijn ook een periode geweest van een verhoogde inzet van sociale media om de filmervaring te verdiepen. Ooit bracht de opening van de Amsterdamse Cultvideotheek een ongekende verdieping teweeg, nu is het Letterboxd dat niet alleen handig is om je kijklijst te organiseren maar je ook in contact brengt met gelijkgezinde cinefielen die continu tips aandragen. De beste hiervan was de obscure Japanse film Happy Hour van regisseur Ryūsuke Hamaguchi. Met een speelduur van vijfenhalf uur is het een typische festivalfilm waar bijna geen enkele bioscoop zijn projector aan brandt. Helaas, want dit is een sensationeel portret van vier vrouwen die in Kobe worstelen met relaties, familie en zingeving in het algemeen. Doordat Hamaguchi brutaal de tijd neemt, ontstaat een andere manier van vertellen waar je als kijker in verzinkt. Een unieke film.

   

Knight of Cups (2015)

Dit was het meest productieve decennium van de oude magiër Terrence Malick waarin hij vier film uitbracht. Een feest voor de liefhebber, afzien voor de hAtorZ. Knight of Cups was de beste van de vier, een radicale existentialistische parabel zonder echt plot. Wat een opluchting dat dit mogelijk is. Malick gaat voor de L.A. mythologie en schenkt cinematograaf Lubezki totale vrijheid wat resulteert in een continue stroom memorabele beelden. De soundtrack met een mix van Poolse componisten en hoogstaande electronica van Biosphere, Burial en William Basinski geeft de film een heel eigen ritme.

   

夜は短し歩けよ乙女 / Night Is Short, Walk on Girl (2017)

Buig voor de kracht van anime! Masaaki Yuasa is een van de artiesten die anime verder ontwikkelt met een compleet eigen manier vertellen. Yuasa bewees met Mind Game (2004) de meest avontuurlijke van deze generatie te zijn en Night is Short, Walk on Girl consolideert die status. Alles is mogelijk in deze sprookjesachtige nacht in Kyoto waar alcohol rijkelijk vloeit, de geest van de tweedehandsboekenmarkt leeft en je verzeilt kunt raken in een avant-gardistisch theaterstuk.

   

Ex_Machina (2014)

De debuutfilm van successchrijver Alex Garland bleek een zelfverzekerde instant sciencefictionklassieker. Ingetogen, melancholisch en spannend. Essentiële soundtrack ook van Geoff Barrow en Ben Salisbury. Tot nu toe de beste sciencefictionfilm van de 21ste eeuw en waarschijnlijk de film die het afgelopen decennium over 30 jaar zal definiëren.

   

かぐや姫の物語 / The Tale of the Princess Kaguya (2013)

In de documentaire The Kingdom of Dreams and Madness volgt de camera Hayao Miyazaki terwijl hij aan zijn nieuwste film werkt. Ik vond het bizar om te realiseren dat op datzelfde moment zijn collega Isao Takhata aan de andere kant van Tokio bezig was met zijn nieuwe film voor Studio Ghibli zonder dat Miyazaki echt leek te weten wat het project inhield. Het bleek uiteindelijk het laatste meesterwerk van de grootmeester die in 2018 overleed. The Tale of the Princess Kaguya is wonderbaarlijke interpretatie van een Japans sprookje van een meisje dat in een bamboestruik wordt geboren en uitgroeit tot olijke prinses. Ambitieus geanimeerd in een compleet eigen stijl zowel modern als klassiek en met een heerlijk droevig einde.

   

Inherent Vice (2014)

Paul Thomas Anderson heb ik een wat moeizame relatie mee. Hij wil zo graag de Grote Amerikaanse Auteur zijn dat hij zich vaak vertilt. Maar kijk, de onverfilmbaar geachte schrijver Thomas Pynchon biedt zowaar houvast waardoor Anderson op een of andere manier tot rust komt. Samen met cinematograaf Robert Elswit weet hij de absurde avonturen van vage detective Doc Sportello, een van de beste stoners ooit, te baden in heerlijk Californisch licht. Inventief gebruik van muziek ook. Veel bekende koppen maar niemand kan tippen aan Joanna Newsom die op gezette tijden Pynchon prachtig voordraagt.

   

0.5ミリ (2014)

Momoko Ando heeft sinds 2009 alleen twee films geregisseerd maar haar tweede is een meesterlijke film die in dezelfde kwadrant opereert als Happy Hour (met een iets minder ambitieuze speelduur van drieënhalf uur.) Haar zus Sakura Ando, een van de interessantste actrices van Japan, speelt de hoofdrol van een iemand die alles doet om te overleven. Ze weet zich op brutale wijze in de levens van lokale bejaarden te werken, waar beide partijen steeds van lijken te profiteren. Heerlijk loom ritme en een interessant verhaal vol morele ambivalentie, een Japanse specialiteit.

   

Only Lovers Left Alive (2013)

Oudgediende Jim Jarmusch blijft ook lekker zijn ding doen, dat wil zeggen, herinterpretaties van genrefilms vol droge humor. In Only Lovers Left Alive moet de vampier eraan geloven die allang te cool is voor het bijten van mensen en op slimme wijze symbool staat voor de artiest die langzaam aan het verdwijnen is. In die zin is het de meest serieuze film van Jarmusch. Mooie minimale soundtrack van Jozef van Wissem.



Another Earth (2011)

Een van de origineelste sciencefictionfilms in jaren. Dus komt er geen ruimteschip in voor. Brit Marling speelt een studente die op de dag dat een nieuwe Aarde aan de hemel verschijnt een dodelijk auto-ongeluk veroorzaakt. Wanneer ze haar leven opnieuw vorm probeert te geven ontmoet ze de man die het ongeluk overleefde zonder dat hij weet wie ze is. Er ontstaat een complexe relatie waarin de “tweede Aarde” een vreemde uitweg lijkt te bieden. Melancholische sciencefiction van de ziel met een buitengewoon effectief einde.

   
A Girl Walks Home Alone at Night (2014)

Nog meer vampiers, dit keer van de Iraanse variant. Een sfeervolle zwart-witfilm over een prachtige vampirella die bij voorkeur op skateboard in hijab de nachtelijke straten afstruint op zoek naar slachtoffers. Sensueel, bedachtzaam en met een heerlijke lome intensiteit.  

Plus bonus-materiaal:
刺客聶隱娘 / The Assassin (2015)
Moonrise Kingdom (2012)
寝ても覚めても / Asako I & II (2018)
Her (2013)
Tree of Life (2011)
君の名は。/ Your Name (2016)
High Rise (2015)
リトル・フォレスト 夏・秋 / Little Forest: Summer/Autumn + deel II リトル・フォレスト 冬・春’ (2014/2015)
Spring Breakers (2012)
蛍火の杜へ (2011)

dinsdag 19 november 2019

Beats: Is rave veilig voor retromania?

Het was onvermijdelijk: nostalgiecultuur omarmt de jaren ‘90. Het heeft een tijd geduurd, ik vermoed omdat in atemporaliteit het decennium niet zo ver weg lijkt als de dertig tot twintig jaar in harde cijfers aangeven en men lange tijd het hoofd heeft gebroken over de vraag wat de esthetiek van de jaren ‘90 inhield. Dankzij de groeiende afstand lijkt het makkelijker om verschillen te ontdekken en deze te codificeren tot een hyperrealistische retrostijl. Omdat die periode veel voor mij heeft betekent ben ik huiverig voor deze beweging, om jezelf onderdeel te zien worden van retromania, met zijn onvermijdelijke fouten en overdrijvingen, de vervorming tot een narratief dat de complexiteit van een periode nooit recht aan kan doen. Reden waarom ik in eerste instantie de Schotse film Beats wilde negeren.

Regisseur Brian Welsh houdt het wat betreft de aankleding simpel. De opvallendste anachronismen kun je eenvoudig weglaten: smartphones en bepaalde automerken. Een paar juist gekozen kledingstukken en een beetje opletten bij de kapsels en je bent op visueel vlak klaar. Zeker wanneer je het grootste deel van de film in zwart-wit vastlegt. Het verhaal over een vriendschap die langzaam uit elkaar dreigt te vallen is sympathiek maar weinig spectaculair. Op de achtergrond is er van alles aan de hand in 1994: de regerende Conservative Party (dan 14 jaar aan de macht) is al een paar jaar bezig om de ravecultuur die zes jaar woedt in te dammen. Hiervoor wordt de Criminal Justice and Public Order Act grotendeels ingezet met zijn typerende beschrijving van muziek met repetitieve ritmes. Aan de andere kant is Tony Blair bezig om de fundamenten te leggen van New Labour en zijn uiteindelijke verkiezingsoverwinning in 1997.

De these van Beats is dat de ravedroom in 1994 ten einde liep, wat correct is. In het Verenigd Koninkrijk met zijn typerende klassenmaatschappij en ontluikende surveillance-obsessie zou rave als evenement van vrijheid de clubs worden ingedreven waar al snel een aantal megaclubs (Cream, Ministry of Sound, The End) als merk een leidende rol gaat spelen. De situatie in Nederland was veel minder grimmig. Men begon hier ook vaker autoritair op te treden maar de zachte hand van de commercialisering deed hier veel efficiënter het vuile werk. De term Business Techno is dit jaar gelanceerd maar het eerste Amsterdam Dance Event werd in 1995 gehouden, toen nog onschuldig maar uiteindelijk uitgegroeid tot het symbool van ongeveer alles wat decadent is aan dansmuziek.

Beats beweegt naar een lange climax op een rave die goed het gevoel van vrijheid uit die tijd vangt. Een jeugdige vrijheid en avontuur op individueel niveau maar ook van een cultuur die nog niet is vastgelegd in wetmatigheden en routines, ingekapseld door geldstromen. Jij, de dansvloer, de drug en muziek maakten de ervaring. Een ervaring die nooit echt is te repliceren buiten het feest zelf, al doet Beats een dappere poging. Welsh maakte de juiste keuze door JD Twitch van Optimo te vragen om de muziek aan te dragen voor de film, iets wat iemand met zijn encyclopedische kennis en liefde voor dansmuziek nooit zou verknallen. De soundtrack is dan ook een feest van herkenning die het meest indruk maakt wanneer je van te voren niet weet wat gaat komen [hier als lezer afhaken wanneer je de film als complete verrassing wilt ondergaan]. Voor de rave begint zijn er al een paar parels van Lee “Scratch” Perry, The Prodigy en Model 500 langsgekomen maar echt indrukwekkend en volkomen authentiek is het moment dat de ecstasy bij de hoofdpersonen begint te werken en het ratelende ‘Spastik’ van Plastikman opkomt. Een moment van authenticiteit dat ik nooit in een bioscoop had verwacht te zullen meemaken. Het daaropvolgende ‘Desire’ van 69 (Carl Craig) was nooit een track die je op het hoogtepunt van een nacht zou horen, maar in combinatie met de sfeervolle beelden weet het juist het moment van innerlijke rust, die paradoxale eenzaamheid omringt door lichamen en plotseling ver weg klinkende muziek te vangen. Waarna voor de technoliefhebber de mooiste verrassing volgt en de karakteristieke golven van ‘Gravitational Arch of 10’ van Vapourspace opdoemen. Deze cultklassieker dient als de muzikale omlijsting van een scène die de standaard zet voor de cinematische ecstasyervaring, een visuele trip die de overweldiging door intensiteiten en gesloten ogen abstractie in zijn onvoorspelbaarheid weet te benaderen.


Het narratief van de rave-ervaring is onvergelijkbaar met dat van boeken of films. Er waren geen dramatische wendingen, geen rollen om te spelen, dialogen die er echt toe deden. In die zin is de essentie van rave niet te vangen in een film die compleet recht doet aan de overgave aan muziek waarin de persoonlijkheid wordt weggevaagd. House moet je ondergaan en is als observator moeilijk anders te zien dan een ritueel waarop men geen grip kan krijgen. Reden waarom de manier waarop in Beats de rave afloopt onvermijdelijk een knieval is naar conventioneel conflict. Natuurlijk zijn er genoeg feesten opgebroken door de politie maar over het algemeen liep een feest gewoon ten einde en ging men moe en voldaan naar huis. Er was een moment van intense bevrijding en dan keert het normale leven weer terug.

Beats is op een niveau een enscenering van een specifieke periode en weet deze verrassend mooi te verbeelden, op een manier die in weinig lijkt op de routineuze leegheid van retromania. Daarnaast maakt het aan oude ravers duidelijk waar de grenzen van de kolonisatie van hun dromen aan vrijheid liggen, dat die herinneringen veilig zijn en nooit werkelijk kunnen worden afgenomen.

zaterdag 31 augustus 2019

Impressies van Zuid-Korea



Ik ben een oriëntalist. Met enige sceptische inslag, iets waar ik niet moeilijk over doe. Het is inmiddels een aangename, welhaast aristocratische traditie (een aristocratie van verlangen?) van reizigers die tijdelijk of expats die zich permanent vestigen in het Verre Oosten (hoe groot is die laatste groep eigenlijk?) Sommige inwoners van Tokio stellen graag dat ze in een droom leven en er is onmiskenbaar een droomlaag in het moderne oriëntalisme, een onvervuld verlangen (naar wat? Mysterie in een wereld waar alles zichtbaar is? Vervaging van betekenis? Verlies van het zelf?) Elk bezoek heeft een duidelijke structuur:

1. De fantasie vooraf, de hoop op een futuristische openbaring afgewisseld met de angst om te verdwalen.

2. De realiteit waar tijd vloeibaar wordt (geholpen door jetlag) en je in een staat van verwondering rondloopt door een veld van taal, gezichten, geuren, symbolen, licht en gebouwen. Binnen enkele dagen lijk je er weken te leven. Nederland houdt op met bestaan. Routines zijn vergeten. Online levens komen tot stilstand. Er ontstaat zoiets als een tweede leven.

3. De constructie van de herinnering bij terugkeer. Een verlies, zeker, een permanente, omgekeerde vorm van nostalgie naar een plots vervlogen droom maar ook de implementatie van enkele zaken (een moderne stedelijke kledingstijl, het leren koken van gerechten, een acceptatie van persoonlijke kenmerken die daar beter tot hun recht komen: introversie, kalm estheticisme, een bepaalde manier van genieten.)



Ik kan weinig zeggen over de psychologie van de Zuid-Koreaan, een willekeurige film zal je eenvoudig op het spoor zetten van de verlangens en angsten van Koreanen. Zuid-Korea is er tijdelijk voor mij geweest als achtergrond voor een hyperindividualistische ervaring, een machine van impressies. Maar, tegelijkertijd verzink je in Korea, vervaagt je ego ongewild in een stad als Seoul, zoveel groter dan de meesten van ons gewend zijn en die gemaakt lijkt te zijn om doelloos doorheen te wandelen, waar elke straat een verrassing kan herbergen of waarin weer een nieuwe straat zich ontvouwt gevolgd door steegjes, al dan niet met doorgangen, waar vuilnis kan liggen of zicht wordt geboden aan een kleine schat. Waar kilometers lange overdekte markten je een sensuele doorgang geven die vervolgens weer geblokt worden door een even zo lange muur waarachter een drukke autoweg raast.



Een socioloog (maar ook de historicus, semioticus of architect) zal echter merken dat zijn analytische blik hierna optimaal begint te werken. Want Zuid-Korea is een complexe samenleving met een intrigerende geschiedenis die in het Westen meestal wordt gereduceerd tot de tegenstelling Noord en Zuid, terwijl dit tot nu toe een detail is een lange geschiedenis waarin steeds een positie moet worden gevonden tussen China en Japan. Tegelijkertijd realiseerde ik me dat Zuid-Koreanen van mijn leeftijd tot in hun tienerjaren in een militaire dictatuur hebben geleefd (de Olympische Spelen van 1988 werden toegewezen aan een militaire dictatuur, zonder dat men kon vermoeden dat in 1988 het democratische proces in gang was gezet.)



Wat valt een socioloog op? Veel handelingen en objecten zijn onderdeel geworden van de mondiale stedelijke gemeenschap en levensstijl. Is er nog een graad van obsessioneel smartphonegebruik in de openbare ruimte die ons kan verbazen? De jeugd is anders, dan de oude generatie maar ook de Westerse jeugd. Wanneer ze sociaal zijn, doen ze dit zeer zichtbaar, een sociaal theater van hartsvriendinnen die hand in hand lopen. Samen en alleen leven lopen op subtiele wijze door elkaar heen. Veel gerechten zijn voor minstens twee mensen bedoeld en de inrichting is hier vaak genoeg op ingesteld. In sommige restaurants kun je als eenling een enkel gerecht van het menu bestellen, dat vervolgens zwijgend wordt opgegeten. Koffie drinken is overal mogelijk, niet alleen in de talloze Starbucks maar vooral in een veel leuker netwerk van unieke koffiehuizen voor de connaisseurs met hun specifieke koffiemachines, brandingen, specialiteiten (in de hitte van augustus is de kunst van een goede ijskoffie vaak een balsem voor de ziel) en opvallende smaakvolle industriële interieurs waar men maar al te graag samenkomt, alleen geniet, luistert naar muziek die op aangenaam volume klinkt op hoogwaardige hifi-systemen of in de late uren studeert.



Koreanen zijn mooi met een vaak elegante lichaamsbouw al worden de genen graag een handje geholpen om een bepaald ideaal te bewerkstelligen: witte huid, volle maar niet opgeblazen lippen, rechte tanden en grote ogen die bij voorkeur verbaasd/guitig de wereld observeren. De ooit duidelijk aanwezige Mongoolse invloed, met zijn associaties van ruigheid en buitenleven, zal vervagen. Ik denk dat Korea hier op zijn meest futuristisch is.

Waarvoor dient die perfectionering? Voor het verleiden van de Ander in een maatschappij die het schijnbaar lastig vindt om relaties voor lange tijd aan te gaan en vol te houden? Seks en relaties zijn moeilijk in te schatten voor de buitenstaander. Zichtbaar zijn de vele onschuldige tienerliefdes, rondtrekkende groepjes jongens en meisjes die elkaar tijdens de avonduren vluchtig passeren in een van de vele langwerpige parken. En als de nacht valt licht het roze neon op van twijfelachtige clubs en karaokegelegenheden die zich achter trappen (naar boven of beneden) bevinden.




Wat onmiskenbaar groot is onder de jeugd is jezelf op perfecte wijze online presenteren. Dat klinkt niet zo anders maar het theater, de moeite die het kost, is dat wel. Filters zijn niet genoeg, men zoekt een bepaalde authentieke constructie. Met gehuurde apparatuur en kleding worden fotosessies georganiseerd die maar al te vaak dezelfde scenario's naspelen bij specifieke locaties als paleizen, een ritueel dat volbracht moet worden.



Koreanen zijn minder obsessief esthetisch dan Japanners en dat is ook wel wat relaxter op een laisser-faire manier die op veel punten Spaans overkomt (stiekem versterkt door de combinatie van het type weer, bepaalde mediterrane boomsoorten en het belang van goed eten.) Maar er is een groot respect voor de kunst, dankzij een kunsttraditie die voortleeft in de moderne kunst die is te aanschouwen in imposante musea die gratis (of een entree van rond de drie euro) te bezoeken zijn. In de moderne kunst probeert men antwoorden te formuleren over de Koreaanse maatschappij: over woonruimte, de vele aspecten van ouderdom of de rol van plezier.

Als laatste had ik niet verwacht dat ik ooit nog het plezier van zappen zou hervinden maar Koreaanse televisie met zijn overdadige aanbod van themakanalen (vaak meerdere concurrenten per thema) van honden, eten (waaronder het populaire buitenlanders foppen met scherp/raar eten), ondertitelde films, eindeloze historische drama’s, nagespeelde go-partijen, collectieve game-wedstrijden (straatbasketbal en een doorontwikkelde versie van Starcraft lijken zeer populair), Australische nieuwszenders, Chinese nieuwszenders, Koreaans/Japans/Amerikaans honkbal, compilaties van alle wedstrijden van Tottenham Hotspur waarin Son Heung-min (vaak prachtig) scoort, boeddhistische kanalen, verschillende christelijke kanalen en humoristische talkshows waarin kwistig digitale effecten worden ingezet, vormt zo een rustgevende stroom beelden. Televisie zoals het ooit in de toekomst vorm zou krijgen.

zondag 28 juli 2019

Peak Nineties 2: Headz II – Part B


Vorig jaar noemde ik Tortoise: Remixed (1996) een van de beste samenvattingen van de jaren negentig. Hier kan nu uit hetzelfde jaar Headz II: Part B van Mo Wax aan worden toegevoegd. Ik vond deze dubbele compilatie in puntgave conditie in de tweedehandsbakken en met namen waar ik me (zo snel ik las, het was de warmste dag aller tijden) geen buil aan kon vallen. De wat nonchalante aankoop bleek bij beluistering een openbaring. Wat me meteen deed afvragen waarom ik Headz II destijds niet had aangeschaft. De eerste Headz compilatie uit 1994 is een van mijn meest gedraaide platen van dat decennium. Dat was een veelzijdige, innovatieve verzameling muziek die je makkelijk opzette omdat hij niet volledig je aandacht opeiste. Nu werd er heel veel uitmuntende muziek in 1996 gemaakt en ik denk gewoon dat twee dubbele compilaties (er is natuurlijk een Part A) me op dat moment te overdadig leek. Ik kan me ook geen recensie herinneren die me mogelijk over de streep had kunnen trekken.

Maar dat is het plezier van op dit moment vergeten werken aanschaffen, het is alsof je van die perfect geconserveerde dozen wijn uit een wrak op de bodem van de Oostzee opdiept. Een herleven van een tastbaar moment uit het verleden. Labelbaas James Lavelle is hier op het toppunt van zijn netwerkactiviteiten, voordat het desastreuze U.N.K.L.E. album Psyence Fiction veel van zijn krediet zou verspelen. CD1 bestaat grotendeels uit triphop waarmee het label zijn naam maakte maar geeft een breed scala aan artiesten een kans om zich aan het genre te wijden: Luke Vibert, Baby Ford (als Twig Bud), The Dust Brothers, Jungle Brothers en Danny Breaks verschijnen naast vaste krachten als U.N.K.L.E. DJ Krush en Attica Blues. Prima muziek allemaal met een echte uitschieter: ‘It’s Coming’ van Grantby, een geconcentreerde filmsoundtrack van 6 minuten met een intrigerende opbouw en een mysterieuze sfeer die niet te vergelijken is met andere tracks.

Het is echter de tweede cd die echt verrast. Naast The Black Dog* is er de spannende remix van Innerzone’s ‘Bug in the Bassbin’ (datzelfde jaar door Mo Wax opnieuw uitgebracht met een serie hele mooie remixes) en een op het eerste gehoor niet helemaal geslaagd experiment van Photek onder zijn Special Forces alias (het 13 minuut durende ‘Trilogy’.) Het hoogtepunt is echter de reeks van vijf jungletracks waarmee de cd opent. De V Recordings crew van Roni Size, Suv en Krust voorziet ‘The Beast’ van Palmskin Productions van een fijne ritmische basis waarna Peshay echt losgaat met ‘The Real Thing’. Wat in eerste instantie een soulliedje lijkt te worden ontpopt zich tot een lang uitgesponnen uitwerking van de Amen-break. Dan volgt een van de beste jungletracks ooit: ‘In the Mood’ van Dillinja, een virtuoos spel van bas, ritme en geluidseffecten dat ook nog eens super dansbaar is. Roni Size & Krust en het altijd betrouwbare Source Direct doen er vervolgens weinig voor onder.

Twee dingen vallen op. Allereerst dat de genoemde artiesten zulk hoogstaand werk leverden voor andermans label en het niet voor zichzelf bewaarden (hoogstens eerst uitgetest als dubplate.) En het besef waar niet aan valt te ontkomen dat deze vijf tracks vele malen spannender zijn dan de muziek die in 2019 wordt gemaakt: intenser, innovatiever en (ik wilde bijna urgenter zeggen) gewoonweg toegewijd in het moment gemaakt als het resultaat van een soort wil om te excelleren. Ik draai de binnenhoes net om en lees daar: The inspiration – the past two years 94-96. A mad integration of so many music scenes, styles and idea’s. Kortom, peak nineties. Een moment dat nooit meer zal terugkeren.

* Ik dacht eerst wat achteloos dat 'Object Orient' van hun meesterwerk Spanners was geleend, maar het is natuurlijk de openingstrack van hun Bytes album uit 1993. In eerste instantie lijkt dit een vreemde keuze maar het is uiteindelijk het resultaat van een heel doordachte volgorde. De vroege Black Dog producties en 'Bug in the Bassbin' waren van grote invloed op een aantal jungleproducers en de moderne jazzy breaks esthetiek van Mo Wax zelf. Door beiden hier tussen een jungle-experiment van een technoproducer (Kirk Degiorgio) en een techno-experiment van een jungle-producer (Photek) te plaatsen probeert Mo Wax zorgvuldig een bepaalde stilistische continuïteit te presenteren. Overigens een stijl die altijd is blijven bestaan maar nooit meer in het centrum van de belangstelling is teruggekeerd.