dinsdag 24 maart 2020

Gabi Delgado-López (1958 – 2020)


De eerst helft van de jaren ‘80 behoorden toe aan Deutsch Amerikanische Freundschaft en met de dood van zanger Gabi Delgado-López voelde het meteen alsof dat definitief is gecanoniseerd. Samen met Suicide maakte D.A.F. elektronische muziek duister en gevaarlijk. Met zijn imposant, bijna karikaturaal, zware stem wist Delgado-López een ambivalent persona neer te zetten dat de Duitse romantiek mijnde, nietzscheaans flirtte met oorlog, dans en kracht, seksueel en politiek ambivalent was, nooit de knipoog hanterend waardoor iets als ‘Verschwende deine Jugend’ of 'Alle Gegen Alle' altijd serieus kan worden genomen. Het was de perfecte stem voor de nerveus springende sequencermelodieën in combinatie met de opzwepende drums van Robert Görl.

Precies de juiste muziek op het juiste moment: futuristisch maar rauw, met een punkhouding, stijlvol en intelligent, de dans richting de onvermijdelijke nucleaire holocaust. Die natuurlijk niet kwam en D.A.F. en Delgado-López solo dwong om positiever te gaan klinken, wellicht geforceerd al is zoiets als ‘Brothers’ uit 1986 door de jaren heen mooi gerijpt. De muziek van D.A.F. past bij de moderne ruïne-steden van de jaren 70-80: West-Berlijn, Hamburg, het Oude Amsterdam, steden die aan hun lot waren overgelaten, grijs, hard, ongemakkelijk en creatief. Vandaar dat de muziek van D.A.F. tot zeker midden jaren ‘90 steevast was te horen in Amsterdamse clubs. Ook omdat het duo een aantal bonafide dansklassiekers produceerde. 'Der Mussolini' vanzelfsprekend, al heb ik altijd versteld gestaan hoe ver ‘El Que’ en ‘Ein Bisschen Krieg’ hun tijd vooruit waren. Opzwepend met een heel eigen genot, een ingetogen masculiniteit die zich weet te bevrijden van gêne, geinjecteerd met een homeopathische dosis fascisme, een glimlach omdat men dit herkent en weet te hanteren.

Ik pas voor heldenverering maar moet toegeven dat Delgado-López, nadat ik D.A.F. ontdekte, een tijdlang een belangrijke figuur voor mij was, gewoon een van de weinige mensen waarin ik echt iets herkende. De Spanjaard in het buitenland die cool is en zich onderdompelt in een cultuur en deze eigen maakt, beter begrijpt dan de autochtoon. Vandaar dat het verlies anders voelt dan van een tijdperk dat wordt afgesloten (en toch al jaren niet meer bestond), het is dieper, persoonlijker, alsof een baken is gedoofd.

zondag 15 maart 2020

This is the news! Thrash metal als futurologie

De plaat die het best de huidige situatie verklankt is zonder twijfel Tomorrow’s Harvest van Boards of Canada, met zijn dreigende sfeer en mogelijk positieve einde waan je je, via oude VHS-films, in een traag verlopend rampscenario. En toch, het nummer dat me de laatste jaren achtervolgt is een 36-jarig oude trashmetal-banger. ‘Fight Fire with Fire’ van Metallica dat hun album Ride the Lightning (1984) opent. Het nestelt zich als een slogan in mijn hoofd als reactie op nieuws of zodra ergens een radicale oplossing voor nodig is, bijvoorbeeld de totale vernietiging van Airbnb. Na al die jaren heb ik eens de moeite genomen om het tekstvel erbij te pakken en blijkt het nummer een soort ‘Two Tribes’ van de metal te zijn, je basis jaren ‘80 atoomoorlogscenario. Maar het nummer staat niet op zichzelf, het album waar het onderdeel van maakt ook niet, noch het oeuvre van de band, nee, thrashmetal in dat decennium presenteerde een pessimistisch wereldbeeld dat in 2020 visionair klinkt.

 

...And Justice For All van Metallica geschreven (de tijd heeft helaas zijn invloed gehad op de opmaak), de plaat die een aantal thema’s van het genre bundelt tot een duistere sociologie. Heavy metal heeft vanaf het begin een negatief mensbeeld uitgedragen waarin geloof een fantasie is, autoriteitenvan ouders en leraren tot overheidniet te vertrouwen zijn, militarisme leidt tot een vroege dood, waanzin altijd kan toeslaan, vrouwen spoorloos verdwenen zijn en een nucleaire holocaust zijn schaduw over alles heen werpt. Dit alles zonder een uitweg te bieden anders dan verslaving of zelfmoord. Thrashmetal, voor een belangrijk deel afkomstig uit Californië, ontdoet metal grotendeels van metafysica (van de Satanische of Lovecraftiaanse soort) en rapporteert aan de andere, stoffige, zijde van de Amerikaanse hyperrealiteit. Een deel van de futuristische lading van thrashmetal is te verklaren door het feit dat het neoliberalisme in de Verenigde Staten met behulp van Reaganomics in rap tempo werd geïmplementeerd nadat het eerst in het laboratorium van Chili onder Pinochet was getest. Reaganomics kende zijn winnaars maar met een prijs, een groeiende kloof tussen arm en rijk en een afbraak van het sociale weefsel. Dit alles ingebed in een racistische en homofobe culture war om evangelische stemmers te paaien en met risicoloze militaire afleidingsmanoeuvres om patriottisme op peil te houden.

In het Verenigd Koninkrijk was de gelijktijdig aan de macht gekomen Thatcher er snel bij om hetzelfde recept toe te passen en in een wat zachtaardige, minder opgefokt militaristische versie zou ook Europa er in de loop van de jaren negentig aan moeten geloven wat ons in de huidige tijd brengt waar een Amerikaans medialandschap is geassimileerd, xenofobie moet afleiden van het falen van neoliberalisme en een terugval dreigt in autoritarisme, nu als surveillancemaatschappij met een dwingende conceptualisering van de sociale norm. In deze maatschappij zijn tegenkrachten meer dan ooit verstrooid, rebellie gekoloniseerd als lifestyle-keuze. Het is aan het individu op klimaatverandering tegen te gaan, om een kleine filantropie te bezigen, om psychisch te overleven zonder (zelf)medicatie, altijd met de dreiging dat de overheid je uit willekeur vermorzelt met inzet van slecht geautomatiseerde regelgeving. Alles wat ...And Justice For All in 1988 (en Dimension Hatröss van Voivod in datzelfde jaar) poneerde.

Het genre was vooruitziend in de diagnose maar bood thrash ook een oplossing? Ten dele, en dan vaak de zeer Amerikaanse oplossing van radicale vrijheid. Dave Mustaine van Megadeth biedt een uitweg als cynisch-hedonistische libertariër, licht paranoïde, alles afwijzend behalve individuele vrijheid. Metallica zou na ...And Justice For All een uitweg zoeken in een mix van emotionaliteit en survivalideologie die een vlucht uit het sociale betekent, een opgaan in de natuur (“So seek the wolf in thyself” – ‘On Wolf and Man’.) Slayer bood op Seasons in the Abyss (1990) de meest duistere variant van de seriemoordenaar, het individu dat boven de wet staat en beslist over leven en dood. Zelfs de meer “woke” bands als Anthrax, Sacred Reich en Sodom weten hun kritiek moeilijk om te buigen naar een positieve collectieve boodschap, toch al een lastige opgave voor muzikanten omdat men al snel prekerig overkomt. In die zin was thrashmetal zelf profetisch in het idee dat er geen alternatief is voor kapitalisme. Maar wil het nog evolueren (wat maar de vraag is in een vergrijzend genre), moet het net als Boards of Canada een wereld na de ramp ontdekken, een blik op de zon werpen, hoe wazig deze ook is, en zich verwonderen over de nieuwe levensvormen die opkomen uit een doodgewaande aarde.

maandag 17 februari 2020

Andrew Weatherall (1963 - 2020)



Het nieuws van het overlijden van Andrew Weatherall heeft me op een wezenlijk andere manier geraakt dan die van andere artiesten de afgelopen jaren. Onverwacht natuurlijk, veel te vroeg, ook, maar ik vermoed dat er met Weatherall iets meer sterft, dat er een afscheid wordt ingezet. Meer dan een in memoriam is dit dan een zoektocht naar dit gevoel van verlies, een plotse gewaarwording dat gebeurtenissen moeten worden gedocumenteerd voordat het te laat is en mijn geheugen vervaagt.

Weatherall heeft alleen al door ‘Loaded’, zijn remix voor Primal Scream uit 1990, een cruciale rol in mijn leven gespeeld. Dit was het nummer dat me definitief op het spoor van dansmuziek zette, waar ik, in al zijn complexiteit, een groot deel van mijn leven aan heb gewijd. Hij was natuurlijk niet de eerste remixer maar het was de remix die precies op het juiste moment, een soort transitie, van rock naar house, van jaren '80 naar '90, maar ook van tiener naar volwassene, in gang zette en mij als waarheid overweldigde.

In januari 1992 zag ik Primal Scream in Paradiso optreden met Paul Oakenfold als DJ vooraf aan het concert waarvan ik nog kan herinneren dat hij de Perfecto remix van U2’s ‘Mysterious Ways’ draaide omdat ik daar in opkomende ecstasy-golf van dacht “vooruit dan maar”. Na het trippy optreden van Primal Scream ging een deel van het publiek al naar huis terwijl de housers zich opmaakten voor een paar uur Weatherall. Van de muziek kan ik me geen details herinneren behalve dat je er heerlijk op kon dansen. Geen bekende tracks, in een eigen stijl die in niets leek op de toen populaire rave-stijl. Dansvloer en podium waren voor de dansers, Weatherall draaide ergens anoniem op het balkon. Na verloop van tijd bleven alleen de liefhebbers over voor wat me altijd zal bijblijven als een van de prettigste danservaringen die ik heb meegemaakt. Meer dan genoeg ruimte, gelijkgezinde jonge aristocraten van de beat in de buurt, geen druk, alleen maar vrijheid om te verdwijnen in ritme.

Met zijn talloze remixes en producties als Sabres of Paradise en later Two Lone Swordsmen groeide Weatherall uit tot essentiële figuur van de jaren negentig die, ik vermoed, altijd meer in het Verenigd Koninkrijk op waarde werd geschat dan in de rest van Europa (ook al zou hij de cruciale Hypercity cd uit 2001 mixen die techno op het vasteland nieuw leven inblies.) Het duurde dan ook meer dan tien jaar voordat ik hem weer eens zag draaien, dit keer in Club 11, de wat afstandelijke club met uitzicht op nachtelijk Amsterdam. Ook weer een bijzondere ervaring omdat twee dagen voor kerst de dansvloer niet was afgeladen. Alweer een set zonder bekende krakers, zonder effectbejag van breakdowns maar een zelfverzekerde, opbouwende puls die op niemand anders leek.

Weatherall was een veelzijdige producer/muzikant/DJ die altijd nieuwe dingen uitprobeerde. Zijn trage remix van Björks ‘One Day’ is pure narcotica, de Dub Chapter 3 remix van Primal Screams ‘Jailbird’ een dubmarathon van bijna 13 minuten. De single ‘Wilmot’ met zijn calypso-basis leek in 1994 op niets anders. Het werk van Two Lone Swordsmen was grauw en abstract terwijl zijn DJ-sets vaak gewoon opgewekt klonken (luister bijvoorbeeld naar zijn prachtige, lange set op de Primal Scream after-party uit 2011). En Weatherall was niet bang om in zijn zoektocht te falen. Zijn remix van My Bloody Valentine’s ‘Soon’ heeft altijd houterig geklonken, het A Pox on the Pioneers album onder eigen naam is een misbaksel en The Asphodells stierf ook een stille dood. Het was nooit een rampzalige misstap, er was altijd tijd voor een nieuw experiment.

De laatste keer dat ik Weatherall meemaakte was tijdens Dekmantel 2014 op een zonnige middag in het Amsterdams Bos. In daglicht een vreemde ervaring maar door het kleine podium halfverscholen in het bos ergens ook intiem. De energie van rave is allang vervlogen, bij mij maar ook in de cultuur zelf. Alles is voorgeprogrammeerd in het eclectische raamwerk van het festival. Vrijheid, zelfexperessie, verlies van zelf zijn allemaal ondergeschikt gemaakt aan consumptie, presentatie en het sociale. En toch, terwijl mijn vrienden ergens anders naar toe gaan, blijf ik bescheiden bewegen op de intrigerend subtiele kadans die de inmiddels bebaarde Weatherall opzet. Geen geknal, geen rare fratsen of gebaartjes, gewoon heel geconcentreerd laag op laag bouwend, ritmes waaruit stemmen verschijnen die je verder duwen tot een plezierig plateau. Alweer, helemaal eigen, totaal anders dan zijn vorige sets...ambachtelijk.

Nu ik me door woorden heb laten leiden herken ik die vreemde relatie waarbij een onbekende zich in je leven kan weven, wiens muziek over een periode van 30 jaar onderdeel wordt van je identiteit. Het gevoel van verlies is een afscheid van een deel van jezelf, van jonge dromen, zorgeloosheid, ongewilde transformaties, teleurstellingen en het besef dat het feest ook voor jou zal eindigen. De lichten gaan aan, de betovering verbroken, buiten wachten flarden van een nieuwe ochtend.

zondag 5 januari 2020

Speculaties over de jaren ‘20

Genoeg lijstjes en terugblikken, dat is makkelijk. Nu is het tijd voor speculaties, dagdromen en wellicht slapeloze nachten. 2020 – 2030, dat klinkt toch als serieuze sciencefictionshit, de diepe 21ste eeuw. Veel is al de afgelopen jaren in gang gezet en sommige dingen die ik zal bespreken zullen klinken als een remix van eerdere observaties. Hoe dan ook, de toekomst is best wel groot dus ik zal me beperken tot drie van mijn favoriete thema’s.



Klimaatverandering 

In The Peripheral (2014) lanceerde William Gibson in een apart hoofdstuk het idee van de jackpot, een trage apocalyps die een groot deel van de mensheid uitroeit. In het afgelopen decennium zijn de gevolgen van klimaatverandering steeds duidelijker merkbaar geworden. Zelfs zogenaamde “sceptici” hebben dit geaccepteerd en blijven uit routine hun rol van trol spelen of verleggen de aandacht naar ontkenning light: “het is te laat”, “het is onbetaalbaar” of het propageren van hun vreemde fetisj “nu kernenergie!”. We bevinden ons natuurlijk al lange tijd in de jackpot, veel te lang om er nog aan te ontsnappen. De jackpot werd in de 18de eeuw ingezet met de industriële revolutie, een economie die wordt voortgestuwd door fossiele brandstoffen. Historici van technologie hebben inmiddels genoeg bronnen in kaart gebracht die duidelijk maken dat op wetenschappelijk, economisch en politiek gebied al lang bekend is dat de uitstoot van fossiele brandstoffen tot klimaatverandering leidt. De momenten om de jackpot op serieuze manier te ontlopen zijn gepasseerd, de laatste klimaattop in Madrid was meer een ritueel dat vooral nut heeft om te duidelijk te maken wie echt nihilistisch is.

Met de stijging van het gemiddelde mondiale temperatuurgemiddelde gaan de lokale temperaturen de komende jaren vanzelfsprekend stijgen wat tot meer van dezelfde #nofilter-beelden zal leiden uit India, Australië en China. Een ervaring die voor ons in Europa al snel een routineus spektakel zal worden, een hyperrealistische horrormoment tijdens het scannen van de nieuwsfeeds. Totdat de Nederlandse stranden zichtbaar slinken zal het voor ons een afstandelijk fenomeen blijven met iets warmere zomers, roestende schaatsen en onverwachte regenpatronen. En toch heeft Nederland zich gebonden aan internationale klimaatdoelen wat bij Rutte na de definitieve Urgenda-uitspraak bijna tot boze tranen leidde als een iemand die betrapt is op het niet maken van zijn huiswerk. De Nederlandse overheid had zich jaren geleden moeten voorbereiden op een omslag maar zal ongetwijfeld speculeren op het grote poldermoeras van traineren, afleiden en tegenwerken terwijl brave burgers een kleine bijdrage leveren aan een duurzame levensstijl. Een fascinerend fenomeen overigens dat in landen waar klimaatverandering op directe wijze zal toeslaan, psychisch de grootste weerstand wordt geboden. Tenzij men voorstander is van het idee dat de mensheid beter kan verdwijnen om andere levensvormen een overlevingskans te geven is een systeemverandering onvermijdelijk en (eerlijk is eerlijk) zeer complex, helemaal op korte termijn. Kapitalisme in nood kiest dan liever voor de makkelijke uitweg, namelijk de alliantie met fascisme.

Fascisme 

Populisme Het nieuwe fascisme manifesteert zich, zeker na de verkiezing van Trump, steeds zelfverzekerder. Het heeft een formule gevonden die onweerstaanbaar is voor een grote groep kiezers. Een mengsel van ressentiment, “owning the liberals” en het zonder gêne feitenvrij onzin verkopen. Maar het is ook een politiek fenomeen dat nog niet zijn ware aard heeft laten zien. Een gevaarlijke situatie omdat westerse democratieën zich de afgelopen 20 jaar zonder serieuze zelfreflexie hebben omgevormd tot controlestaten. Als deze in de handen van fascistoïde partijen vallen kun je het als tegenbeweging of inwoner die niet aan bepaalde eisen voldoet vergeten.

Omdat de totalitaire variant binnen de Europese Unie lastig is te voltooien zou je kunnen spreken van een hybride (neo)fascisme dat nooit helemaal de democratie kan afschaffen en streeft naar een soort permanente staat van onzekerheid, een mediacratie waar hypes en crises worden uitgebuit voor politieke interventies, vaak van symbolische aard, zonder militaristisch machtsvertoon, zonder concreet te worden. Het fascisme van de interim-manager, grijs, zonder fantasie of esthetiek.

Het is lastig om een effectieve strategie te formuleren tegen een tegenstander die nooit zijn ware aard toont. In principe bestaan er in Europese landen drie belangrijke barrières tegen fascisme voordat geweld onvermijdelijk wordt: parlementaire democratie, journalistiek en de Europese Unie. In veel landen zie je dat politiek en media elkaars rol hebben verzwakt door politiek om te vormen tot een soort infotainment met een taal die bijna niet meer is te onderscheiden van sportjournalistiek. In Nederland zijn deze twee barrières al een tijd geslecht. Zoals neonazi’s weten, is alleen de Europese Unie nog een geduchte hindernis, reden waarom ze er altijd over klagen. Hybride fascisme zal binnen de kaders van de E.U. moeten functioneren aangezien opzegging door een meerderheid van de bevolking gezien wordt als een te radicale stap. Wat ontstaat is een fascisme dat continu probeert om grenzen op te zoeken, op de vingers wordt getikt en vervolgens de slachtofferrol speelt. Het is een fascisme dat nooit definitief wordt maar vanzelfsprekend genoeg schade kan aanrichten, met name met het tegenwerken van noodzakelijke veranderingen op het gebied van duurzaamheid en het bestrijden van ongelijkheid.

Zo ver hoeft het niet te komen maar politiek en media zijn duidelijk aan herziening toe. Een essentiële verandering is het compleet veranderen van de huidige journalistieke gebruiken. Omdat kranten onderdeel zijn geworden van mediaconglomeraten die de neoliberale consensus dienen te beschermen is het lastig om dit van gevestigde kranten te vragen en is men op het moment afhankelijk van alternatieven als Follow the Money. Toch moet men zien te breken met het Angelsakische krantenmodel en terugkeren naar de hoofdtaak van kritische beschermer van de democratie. Dat betekent concreet het afschaffen van bothsidesism, het kritiekloos portretten van politici, investeren in onderzoeksjournalistiek ten koste van opiniepagina’s en lifestylebijlages en moeten met name politiek journalisten stoppen met de afleiding van social media (Signal is de enige onmisbare app voor de beroepsgroep.)

Politiek moet er vanzelfsprekend een allesoverkoepelende visie worden uitgedragen die breekt met het neoliberalisme. Opgedeeld in concrete plannen, in duidelijke taal waarmee wordt uitgelegd hoe het beleid van de afgelopen 30-40 jaar de sociale cohesie heeft geërodeerd en wat realistische alternatieven zijn. Niet perse een exclusieve taak van linkse partijen, maar het helpt als zij initiatief tonen.

Cultuur 

De opkomst van het entertainmentcomplex waarin media keiretsu heersen over ongelijk verdeelde streaminginkomsten en multimediale artiesten, digitale films lanceren die gedurende het volledige ontwikkelingstraject zijn doorgetest en een eindeloze reeks spin-offs van klassiekers en successen dumpen die steeds vaker de vorm zullen krijgen van remixes met samples van acteurs uit het verleden, is een zorgwekkende tendens die parallel loopt aan de groeiende ongelijkheid die het neoliberalisme produceert. In de schaduw van dit complex zal het “kleine” alternatief blijven bestaan mits de artiest beseft dat een creatief leven buiten de doxa geen financiële zekerheid of populariteit biedt.

Social media hechtten zich het afgelopen decennium in levens, werden onderdeel van de identiteit. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de huidige social media het volgende decennium zullen halen. In deze vorm zijn ze te primitief en kunnen ze de verzadiging/verveling van gebruikers niet voorblijven, al hebben ze ongetwijfeld hun nut gehad. Met name het creëren van de, vaak bekritiseerde, filterbubbel zal positieve consequenties hebben. De filterbubbel, nu nog vaak met tegenzin mogelijk gemaakt door platforms, beschermt het individu vooral tegen bots en trollen wat gezond is voor de psyche. Die filters zullen krachtiger worden naarmate de online ervaring virtueler en dieper wordt, meer op de privacy van je dagelijkse leefomgeving gaat lijken, zonder vampiers die continu op je raam tikken.

Het individu zal door steeds meer realiteitslagen bewegen, waarbij het digitale systeem de perceptie ingrijpender zal kleuren: de kale materiële wereld soms aangekleed met augmented reality, digitaal “verrijkte” klassieke media (radio en televisie), een platte online wereld, virtuele werelden en een ideosfeer/noösfeer. De vraag wat echt is, zal over tien jaar wat betreft elke digitale manifestatie vrijwel onmogelijk te beantwoorden zijn, wat het terugtrekken in eigen realiteiten, afgebakend door protocollen van authenticiteit, alleen maar zal versnellen. Populair nihilisme zal bestaan uit een totale overgave aan de stroom van de deep fake. Daarnaast zal een groeiende groep mensen in Europa het digitale domein verlaten en zich vestigen in berggebieden en verlate plattelandsdorpen, ver van de stad, het digitale en de consumptie/status-race.

De afgelopen jaren verwachtte ik steeds duidelijker de contouren van een ecologische cultuur met een daarbij horende nieuwe esthetiek te zien. Nu ben ik daar pessimistischer over en lijkt esthetische vernieuwing zich, zeker op visueel vlak, tergend langzaam te ontwikkelen. Maar er is hoop in de vorm van een psychedelische renaissance die vanuit de Verenigde Staten en Canada zal opkomen. Nadat cannabis op federaal niveau is gelegaliseerd gaat men de aandacht richten op het legaliseren van psilocybine, gevolgd door mdma en lsd. Vanzelfsprekend zal dit allereerst via de therapeutische weg gaan (gezien de toename van wetenschappelijke onderzoeken volkomen terecht) maar ergens mist die veilige route ook de simpele waarheid dat psychedelica als mdma, lsd, dmt, psilocybine, mescaline maar ook ketamine gewoon goed zijn voor de “ziel”. En cultuur. Grootschalig gebruik resulteert zonder twijfel in meer empathie, tussen mensen onderling maar ook met de natuur. Bovendien is een betere motor voor een nieuwe cultuur moeilijk voor te stellen. De ideosfeer van psychedelica verbindt de realiteitslagen en heeft als groot voordeel dat het onkoloniseerbaar is voor machthebbers en kapitalisme. Het is een domein van vrijheid waar meer dan ooit behoefte naar bestaat en die zonder schuldgevoelens in de levens van de 21ste eeuwse mens moet worden gesitueerd. Het is de plek waar ecologie, antifascisme en cultuur samenkomen om de ware uitdagingen van de rest van de eeuw (altijd klimaatverandering, de veranderende relatie tussen mens en machine, het vormgeven van artificiële intelligentie) te confronteren.

Foto 1 door Rob Russell gepubliceerd onder Creative Commons 4.0 licentie.
Foto 2 door Lauren Manning gepubliceerd onder Creative Commons 4.0 licentie.

zaterdag 28 december 2019

The Rise of Skywalker: de opkomst van het nieuwe entertainmentcomplex


“Soon will I rest, yes, forever sleep. Earned it I have. Twilight is upon me, soon night must fall.”

Vooruit, omdat ik hier The Force Awakens en The Last Jedi heb geanalyseerd moet ik de negende en laatste Star Wars-film ook bespreken. Een lastige taak, want wat valt er eigenlijk nog over Star Wars te zeggen, die veredelde kinderfilms die veel te populair werden? Puur als film, als Star Wars-film ook, is The Rise of Skywalker een gemankeerde film, zonder twijfel de minste van de nieuwe trilogie, misschien wel van de hele reeks. Regisseur J.J. Abrams neemt de honneurs dit keer weer waar en net als The Force Awakens kan hij prachtige werelden neerzetten, gevuld met gruizige technologieën en een scala aan levensvormen. Je wordt als kijker het universum ingezogen en dat blijft escapistische magie van de hoogste orde.

De belangrijke figuren (Rey, Finn, Poe en Kylo Ren) zijn nog steeds aanstekelijk en een paar nieuwe personages vormen een acceptabele aanvulling, met name de stoere Zorii Bliss maakt ondanks een kort optreden indruk met de mooiste oneliner (“They win by making you think you’re alone.¨) en het feit dat je nooit haar gezicht te zien krijgt. Zo gaat de eerste helft van de film in hoog tempo van planeet naar planeet. Een prettige ervaring maar uiteindelijk wreekt dit ritme zich. Net als het matige zijproject Rogue One heeft The Rise of Skywalker de structuur van een game: objecten moeten gevonden worden, achtervolgingen overleefd, personages met informatie ontmoet en dan weer door naar de volgende opdracht. Er is geen moment van contemplatie, alleen verhitte discussies en dan raast iedereen als een bende hyperactieve kinderen door. De gebruikelijke bombast van John Williams plamuurt alles voor de zekerheid dicht waardoor je na afloop overweldigd en verdwaasd de bioscoop verlaat.

De tweede helft van de film is problematisch omdat The Last Jedi al had bewezen dat het conventionele Star Wars-verhaal weinig meer had te bieden. Om de saga op bevredigende wijze af te sluiten hadden de makers subtiel te werk moeten gaan maar ze kregen duidelijk geen tijd genoeg om de zaken grondig uit te denken. Hierdoor valt men terug op de meest platte verhaallijnen van de originele trilogie, een herhaling van zetten waar je als geoefende kijker weinig bij zult voelen. Alleen de laatste scène biedt eindelijk rust en zoiets als afsluiting. Iets wat al veel eerder had moeten worden ingezet. Deze film vroeg net als A New Hope om een flinke dosis Kurosawa.

De nieuwe trilogie is natuurlijk als onderdeel van Disney gemaakt en nu hij compleet is, tekent zich duidelijk af hoe het entertainmentcomplex een bepaalde stijl begint af te dwingen, de makers tijd geeft om binnen twee jaar een film af te krijgen voor de kerstperiode. Hier ligt zonder twijfel de oorzaak dat de films op bepaalde momenten gehaast voelen, ondoordacht, waardoor het universum, zoals eerder opgemerkt, steeds minder consistent aanvoelt. Elke regisseur biedt zijn eigen interpretatie, geeft voorzetten die door de opvolger niet worden begrepen of expres genegeerd, wat leidt tot plotwendingen die geïmproviseerd lijken maar die je accepteert omdat je als kijker geen tijd hebt om er rustig over na te denken.

 

En het maakt binnen het complex niet veel uit omdat spinoffs van games een belangrijke bron van inkomsten zijn. Star Wars is sinds The Empire Strikes Back een relatie aangegaan met computergames, wat rond The Return of the Jedi resulteerde in een, zeker voor die tijd, geweldige arcadegame. Sinds de prequels is die relatie steeds inniger geworden en kon je je als bioscoopbezoeker vaak niet aan de indruk onttrekken dat bepaalde scènes speciaal waren ontworpen voor de bijbehorende games. In die zin zijn de laatste zes Star Wars-films de ontwikkeling van een nieuw soort popcultuurhybride die de komende jaren kan worden uitgewerkt tot virtuele werelden. De films hebben genoeg bronmateriaal geleverd en zijn nu, zeker met de lancering van het Disney+ televisiekanaal, als cinematische ervaring overbodig geworden.

Gelukkig maar, want Star Wars-fans kunnen niet gelukkig zijn. Sterker, Star Wars is voor een groot deel van hen een continue bron van teleurstelling. Ook dit fenomeen heeft zich in twintig jaar verder ontwikkeld. The Phantom Menance (1999) was het eerste evenement van massale ontgoocheling dat gedreven werd door internet. De wil tot teleurstelling die de norm van het online discours over cultuur is geworden. Sindsdien heeft geen enkele Star Wars-film op collectieve tevredenheid kunnen rekenen, omdat de belangrijkste acteur niet beviel, omdat Yoda digitaal was geworden, omdat alles digitaal was geworden, The Force Awakens teveel teruggreep op de eerste film of The Last Jedi teveel brak met traditie. The Rise of Skywalker is de laatste teleurstelling en zo leert de film zowaar een wijze les: laat je nooit leiden door de teleurstelling van fans want ook dan zullen ze teleurgesteld zijn.

Uiteindelijk lijkt het me als gematigd liefhebber het beste om de originele trilogie (zoals deze films destijds in de bioscoop werden vertoond, nooit de special editions) als de ware Star Wars te beschouwen en de rest als apocriefe legendes, soms met intrigerende momenten (de tweede helft van Revenge of the Sith), als amusante hervertelling (The Force Awakens) of herinterpretatie (de betere delen van The Last Jedi) maar nooit zoiets als een sluitend, coherent verhaal.

zondag 22 december 2019

Top 10 albums 2010 – 2019

Dit jaar kwam de volgende tweet van Molly Lambert langs:

Wat mij betreft een juiste relativering van de manier waarop we in decennia denken. Opvallend is dat de huidige periode die van 10 jaar overtreft en dat het volledig natuurlijk aanvoelt. William Gibson lanceerde de term atemporaliteit voor een gevoel dat we in een eeuwigdurend digitaal nu leven maar vaak heb ik gedacht dat het aan mij lag dat een jaar als 2007 inwisselbaar voelt met bijvoorbeeld 2013, terwijl ik me vaak zeer helder voor de geest kan halen waar ik me in de jaren negentig precies bevond. Er gebeurt tegelijkertijd te weinig en teveel, te weinig in wezenlijke veranderingen, teveel op het gebied van triviale informatie. Het resultaat is onder andere een gevoel van stilstand, ook op muzikaal gebied.

En toch gloort er af en toe hoop. De afgelopen tien jaar zijn er fantastische platen verschenen en ik heb flink moeten schuiven om een top-10 te maken. Maar ik realiseerde me ook dat vier van de uitgekozen artiesten op de eerste Artificial Intelligence compilatie (1992) stonden. Dat kan een aantal dingen betekenen. Ik heb een conservatieve muzieksmaak (een acceptabele hypothese), die vier artiesten zijn gewoon heel erg goed en hebben zich verder ontwikkeld (klopt vanzelfsprekend) of muziek heeft zich in het algemeen niet ver genoeg ontwikkeld om ze als “oud nieuws” achter te laten. Het is muziek die nog steeds als de toekomst klinkt. Of beter, wat ooit toekomstmuziek was klinkt nu hedendaags, zeg maar 21st century contemporary music.

Ik hoop ooit nog echt een keer te worden weggeblazen door nieuwe muziek zoals ‘Pump Up the Volume’, ‘Dominator’ of ‘Music’ dat ooit deden al lijkt dit steeds onwaarschijnlijker te worden. De manier waarop we naar muziek luisteren zal waarschijnlijk het komende decennium het meest veranderen. Het album gaat langzaam verdwijnen, samen met de cd, gevolgd door vinyl na zijn onverwachte renaissance van de laatste jaren. Muziek zal ook voor de toegewijde luisteraar steeds meer achtergrond worden, iets waar je half-geïnteresseerd naar luistert. Live muziek kan nog die toewijding van het moment handhaven, al zal het ook steeds moeilijker worden om spontane optredens bij te wonen, gezien de tendens van het afgelopen decennium om concerten perfect te plannen. Dit alles valt nog binnen het oude model van de muziekindustrie, dat langzaam onderdeel wordt van een overkoepelend digitaal entertainment complex. Geen vrolijk vooruitzicht, al schept dit paradoxaal de ruimte voor het onvoorspelbare.


Rosalía – El Mal Querer (2018)

¡Virgen santísima! Een Spaanse maakt de plaat van het decennium. Had ik niet kunnen voorspellen. Niet alleen muzikaal innovatief en toegankelijk maar Rosalía is ook zoiets als een kosmopolitisch icoon. De popster die we nodig hebben.

Ricardo Villalobos & Max Loderbauer - RE: ECM (2011)

Een tijdje geleden schreef ik over deze sensationele dubbel-cd:

“...ik zou zoiets als de track Recat—een hypnotiserende bewerking van een detail uit Christian Wallumrød Ensemble’s Music For One Cat—tegelijkertijd de meest vooruitstrevende techno van de laatste jaren willen noemen, een radicale vernieuwing van de mogelijkheden van techno. Nee, er is geen beukende beat te bekennen en dansen hierop zal van de slow motion variant zijn, maar dat is niet erg. Techno zal toch steeds meer het dictaat van de dansvloer moeten loslaten om textuur in detail te verkennen. De club kan zoveel meer zijn en buiten de muren wacht zelfs een compleet universum om onderdeel te worden van techno. Re:ECM is de voorzichtig geplaatste wegwijzer.”  

The Black Dog – Music for Real Airports (2010)

Een duister antwoord op de dromerige ambientklassieker Music for Airports van Brian Eno. The Black Dog bezocht een vliegveld en maakte veldopnamen die worden verwerkt in een buitengewoon krachtige mineur ambient/techno. Zonder het uit te spellen wordt een statement gemaakt over de controlestaat, het verdwijnen van de openbare ruimte, de kilheid van surveillancetechnologie. Het meesterwerk van de tweede incarnatie van The Black Dog en een klassieker van het genre.  

James Holden – The Inheritors (2013)

Mijn favoriete album uit het geweldige muziekjaar 2013. “Onvoorspelbaarheid en mystiek in techno, het kan nog. The Inheritors zou veel muzikanten die in en rond de dansmuziek opereren aan het denken moeten zetten en daarmee een breuk forceren.” Een heerlijk zelfverzekerd album gevuld met organische dansmuziek. Misschien minder invloedrijk dan ik destijds hoopte dat het zou worden, maar wel degelijk de plaat die een plek heeft geforceerd voor een vrije vorm van techno.  

Plastikman – Ex (2014)

Uit Kritische massa over een van de meest ondergewaardeerd platen van het decennium:

“Luisterend naar Ex is het meestal lastig om concrete beelden op te roepen en dit is een van de karakteristieke eigenschappen van Hawtins muziek. En toch, dat wat koud en machinaal zou moeten klinken, is juist bij vlagen extreem menselijk. Zelf het donkere middenstuk van Ex, waarin men eenvoudig kan verdwalen, wordt gekenmerkt door een gevoel van eenzaamheid. De eenzaamheid die men voelt op de dansvloer wanneer de golven van plezier wegebben en alleen lichamen gekoppeld aan technologie overblijven. Wat doe ik hier? Elke danser kent deze twijfel die in de donkere club dieper, welhaast heroïsch, aanvoelt.”  

The Avalanches – Wildflower (2016)

Hier sta ik gewoon nog achter: “Als Paul’s Boutique de Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band is en It Takes a Nation of Millions de Are You Experienced? dan is Wildflower de Smile van het sampledelia tijdperk.” De belangrijkste comeback van de afgelopen tien jaar. Een verrukkelijke reis vol stemmen, geluidseffecten en gevonden melodieën met een heel eigen diepe gruizigheid alsof een artefact uit de jaren zeventig is opgegraven dat zijn tijd 40 jaar vooruit was.

Aphex Twin – Syro (2014)

Een van de mooiste muzikale momenten van het decennium was toch het openen van het Aphex Twin archief in 2015. Ik word er bijna nostalgisch van. “Hij heeft weer nummers vrijgegeven!” Vreemd, in mijn herinnering was Syro, het officiële Aphex Twin-album, hierna uitgebracht maar nu zie ik dat dit het jaar daarvoor verscheen. Direct na eerste beluistering noemde ik het “een van de vreemdste acidplaten ooit.” Ik heb er maandenlang intensief naar geluisterd totdat ik helemaal verzadigd was. Daarom stond Syro een tijd buiten de top-10. Totdat ik de plaat weer een keer beluisterde met mijn nieuwe koptelefoon en compleet werd weggeblazen door de bizarre overdaad aan details. Een meesterwerk dat niet na is te doen.  

Joanna Newsom – Divers (2015)

Ik moest een keuze maken tussen het opulente Have One On Me en Divers, mijn favoriete plaat uit 2015. Maar de eerlijkheid gebied me dat ik de eerste destijds was vergeten en pas begon te beluisteren na haar optreden in Utrecht. Dus Divers, dat misschien ook gewoon de mooiste liedjes heeft.  

GAS – Narkopop (2017)

Ook een essentiële en onverwachte comeback: het vijfde GAS-album. Om mezelf nog een keer te citeren:

Narkopop is ook muzikaal het grootst opgezette album in de GAS-serie, vergelijkbaar met supersymfonieën als de tweede van Mahler. Zauberberg had altijd de mooiste structuur: een blik op de berg, de reis door het woud die volgt en het bereiken van de bergtop zelf. Narkopop slingert meer, kent meer verschillen: sublieme miniaturen die glinsteren als Rijngoud en ergens in het midden van het woud een duister hart gevormd door een terugkerende reeks van drie kloppende basdrums die het album meteen riskant maken als psychedelische ervaring. Dit fragment is zonder twijfel het dichtst dat GAS bij kwaadaardige muziek komt, onnoembaar en heidens.”  

Autechre – NTS Sessions (2018)

Autechre bleef zoals altijd zonder ¨vakantie” produceren in de jaren ‘10. Het begon met het wonderschone Oversteps en eindigde met de verzamelde vier NTS Sessions (acht cd’s) die het duo de kans geven om al hun stijlen te etaleren. Van ouderwetse electro tot futuristische gamelan, van folkloristische muziek rond Alpha Centauri tot hypnotiserende ambient. Legendes die eigenlijk op postzegels zouden moeten staan.  

Zoveel meer goede platen!
Death in Vegas – Trans-Love Energies
Gus Gus – Arabian Horse
Nina Kraviz – Fabric 91
Shackleton - Fabric 55 
Ricardo Villalobos –Dependent and Happy
Niño de Elche - Antología del cante flamenco heterodoxo
Daft Punk – Random Access Memories
Boards of Canada – Tomorrow’s Harvest
My Bloody Valentine – mbv
The Knife - Shake The Habitual
Robert Hood - Motor: Nighttime World 3
Varg – Nordic Flora Series Pt. 3: Gore-Tex City
Biosphere – Departed Glories
Joanna Newsom – Have One On Me
Infinite Music -  A Tribute To La Monte Young
Alba Molina - Caminando con Manuel
James Holden & The Animal Spirits – The Animal Spirits
Porter Ricks – Anguila Electrica
The Orb – Cow/Chill Out, World!
Scott Walker + Sunn o))) – Soused 
Scott Walker – Bish Bosch
Lana Del Rey – Ultraviolence, Norman Fucking Rockwell
Autechre - Oversteps
ø – Konstellaati
Cypress Hill – Elephants on Acid
De Jeugd van Tegenwoordig –  De Lachende Derde

zondag 15 december 2019

Favoriete albums van 2019

En dat was het laatste muzikale jaar van het decennium. Ik kan hetzelfde schrijven als de afgelopen jaren over de afwezigheid van een breuk, maar dan kom ik nog wel op terug in mijn overzicht van de beste platen van het decennium. Op zich was 2019 een prima muziekjaar waarbij ik zelfs veel meer moeite had dan voorheen om het aanbod te reduceren tot tien platen, waarvan ik er nog veel door omstandigheden fysiek moet aanschaffen (mijn collectie rust al een paar maanden in een opslag.) Hoe dan ook, mijn favoriet weer als eerste genoemd. Vanaf dag 1 liefhebber van Laantje en ze lijkt ook steeds beter te worden (het volgend decennium gaat ze ook leveren ;)

   

Lana Del Rey – Norman Fucking Rockwell
Bijna voorspelbaar goed. De post-Empire ster levert een Grote Plaat© op het moment dat ik had geaccepteerd dat het niet meer mogelijk was. Nu we het toch over Bret Easton Ellis hebben, Del Rey is waarschijnlijk de beste artiest die voortborduurt op zijn werk. Californië, decadentie, melancholie, "How to disappear". Duidelijke zaak. Wonderschone liedjes, elke luisterbeurt weer een andere favoriet, met een verleidelijk wazige sfeer die riekt naar verdovende middelen uit de opiatengroep.  

Royal Trux – White Stuff
Dan toch eindelijk de hereniging van het coolste rockduo van de jaren ‘90 dat in het vermaarde decennium een geweldige reeks albums uitbracht. White Stuff – de ultieme Royal Trux titel- gaat door alsof de afgelopen 20 jaar niet hebben plaatsgevonden. Zwiepende gitaarriffs, surrealistische teksten over het Vieze Amerika en natuurlijk die unieke samenzang. Het is allemaal goed en past precies op een enkele LP met een paar klassieke krakers zoals het dreinende ‘Whopper Dave’ (de manier waarop “Promises!” op een gegeven moment Whopper Dave vervangt, is pure Truxoezïe) en het trieste ‘Suburban Junkie Lady’. Uiteindelijk lijkt het niemand iets te hebben kunnen schelen. Mooi zo, nog steeds dus dé cultband.  

Kim Gordon – No Home Record
Aangezien ik heilig geloofde in de synergie van Sonic Youth zat ik eigenlijk niet zo te wachten op een Kim Gordon soloalbum. En toch was ik na een paar nummers verkocht. Avontuurlijk, voornamelijk electronisch, erotisch en compleet anders dan wat ik had verwacht. Eigenlijk niets minder dan de vrouwelijke (en Los Angeles) variant van het tweede Suicide album.  

Laurel Halo – DJ Kicks
De muziek van Laurel Halo heb ik me tot nu toe maar zijdelings in verdiept. Maar op een of andere manier was ik gefascineerd door haar bijdrage aan de langlopende DJ Kicks mixserie (26 jaar inmiddels.) Mooie auteur techno-hoes met een portret van Halo als een getroebleerde Californische singer-songwriter. De mix is een heerlijk nerveuze maar dansbare variant op techno met vleugjes EBM. Mijn meest gedraaide album van 2019  

PTU – Am I Who I Am?
Origineelste technoalbum van 2019 kwam van dit Russische duo. Inventief en sfeervol maar altijd als goed geoliede sciencefictionmachine gericht op het plonkie-beukie gedeelte van de dansvloer. Gelukkig is kraker ‘Castor and Pollux’ inbegrepen.  

FKA Twigs – MAGDALENE
Ik moet bij FKA Twigs altijd aan twee dingen denken: Kate Bush vanzelfsprekend en anime. Haar muziek ademt in alles melancholische mens-machineconstructies uit. Een artieste die echt als 2019 klinkt.

Moon Duo – Stars are the Light
De meest stonede liedjes sinds ‘Wasp in the Lotus’ van The Dandy Warhols. Heerlijk eigen stijl, een soort lichtvoetige shoegaze (Cocteau Twins circa Heaven or Las Vegas associeerde ik) met Krautrockaccenten. Zorgeloze liedjes voor jonge geliefden op zonovergoten dagen. Sonic Boom bleek achter de knoppen te zitten, altijd een stempel van goedkeuring.  

Richie Hawtin – Close Combined (Live Glasgow, London, Tokyo)
Ik kan er ook niks aan doen, weer Richie Hawtin! Dit keer helaas niet op een fysiek drager maar dat doet niets af aan de kracht van dit nieuwe hoofdstuk in de Closer mixserie. Deze is misschien de meest functionele dansbare in de reeks met Hawtin die naadloos drie optredens combineert tot een spannende mix met opbouwen en climaxen die doen denken aan zijn buitengewone sets tijdens de Plastikman-jaren.  

J Majik – Full Circle
Onverwachte comeback. Een van de jungle-grootheden van de jaren ‘90 leek met vervroegd pensioen te zijn op een van de Canarische Eilanden. Wat blijkt, hij heeft nog steeds de touch. Jungle zoals het hoort te klinken, ratelend, vol op de Amen-break en aangekleed met verfijnde melodieën en voorbijschietende stemmen. Een warm bad voor de liefhebber, maar ook een herinnering aan het feit dat we ergens een verkeerde afslag hebben genomen en muzikaal in de parallele, grijze toekomst leven.  

Solange – When I Get Home
Ik ben op zich geen groot liefhebber van R&B maar Solange is speciaal, de grootste vernieuwer in het genre sinds Aaliyah. When I Get Home heeft een unieke sfeer alsof Solange dagdromend de liedjes improviseert. Veel korte impressionistische en schetsmatige liedjes vol herhaling in plaats van voorspelbare “hits” en minder hoorspelachtige herinneringen en preken dan op de ambitieuze voorganger A Seat at the Table.  

Ook met plezier geluisterd in 2019:
Robag Wruhme - Venq Tolep
The Dandy Warhols – Why You So Crazy
Dominik Eulberg - Mannigfaltig
Richard Fearless – Deep Rave Memories
Biosphere – The Senja Recordings
Multi-Panel – Empty Handed
James Holden – Cambodian Spring
Vilod - The Clouds Know
Fennesz - Agora
808 State – Transmisson Suite
William Basinski – On Time Out of Time
Paranoid London - PL
Francesco Tristano – Tokyo Stories
Matthijs Kouw – The Great Image Has No Form
Ben Salisbury & Geoff Barrow - Annihilation