dinsdag 18 februari 2025
De 60 euro reissue
dinsdag 7 januari 2025
Sleep Deprivation
Sleep Deprivation (Science Recordings)
zaterdag 15 juni 2024
Futuromania: de kick van het nieuwe
Futuromania: Electronic Dreams, Desiring Machines & Tomorrow’s Music Today is een onvermijdelijk boek, dat misschien wat aan de late kant verschijnt. In 2011 schreef Simon Reynolds Retromania (2011) een intrigerende studie over de culturele draai naar het verleden waarbij hij eindigde met een kloeke conclusie die na het voorafgaande betoog eigenlijk uit de lucht kwam vallen: “I still believe the future is out there.” In het nawoord van zijn nieuwe boek noemt hij Futuromania “een omgekeerd spiegelbeeld” van Retromania. Dan toch eindelijk het mogelijke antwoord, een uitweg uit de verstikkende grip van het verleden op de 21ste eeuwse cultuur. Is Futuromania, de titel gebruikt hetzelfde lettertype als Alvin Tofflers Future Shock (1970), dat boek? Gedeeltelijk, al zal je als oplettende lezer snel concluderen dat het nooit een gedegen antwoord kan zijn. Futuromania is namelijk een bundel die artikelen verzamelt uit verschillende periodes met als overkoepelend thema elektronische muziek en het idee van futurisme. Het boek lost in die zin niets op maar presenteert een zeker enthousiasme over muziek die het nieuwe aankondigt, veranderingen veroorzaakt, sciencefiction als geluid. En niemand kan zo enthousiasmeren als Reynolds, omschrijft muziek op zo’n manier dat je het meteen wilt horen. In de jaren negentig kocht ik lange tijd platen blind naar aanleiding van zijn Melody Maker-recensies en kan me eigenlijk geen misstap herinneren.
De reden voor dat vertrouwen was zijn eerste en nog steeds onovertroffen boek Blissed Out: The Raptures of Rock (1990) een subliem geschreven collectie essays over rock en pop in de jaren tachtig die voor mij alles veranderde: hoe je over muziek kon schrijven en denken, een introductie van artiesten waar ik nog nooit van had gehoord en in de laatste hoofdstukken een fascinerende richting aanwijzend waar popmuziek naar toe bewoog, namelijk dansmuziek als een soort “einde” van muziek. Het stuk over acid in Futuromania is het enige wat overlapt met Blissed Out, al staat het nu redelijk aan het begin. Wat dat stuk met een aantal anderen duidelijk maakt is dat Reynolds in het moment zelf op zijn best is. Wanneer hij geconfronteerd wordt met nieuwe muziek waar hij enthousiast over is ontstaat een worsteling om de muziek te begrijpen en aan anderen te omschrijven waarbij hij het mysterie, het genot van het geluid intact tracht te houden.
Aan de andere kant is hij, haast onvermijdelijk, door de jaren heen meer retrospectieven gaan schrijven. Een van de redenen dat Ian Penman hem ooit, zonder al teveel kwaadaardigheid, omschreef als “de aardrijkskundeleraar van de rockjournalistiek”. Minder overrompelend, meer analytisch, op zoek naar verbanden en met een neiging naar volledigheid. Maar, zoals Futuromania regelmatig bewijst, altijd leerzaam en ook dan wil je de muziek meteen weer luisteren. Het boek krijgt door de opzet en de chronologische presentatie van de muziek een eigen karakter al wreekt het gemis van een eenduidig argument voorbij het thema van de toekomst zich. Halverwege hebben we de jaren negentig al verlaten en ik had het gevoel dat dit te vroeg was, dat wat de 21ste eeuw heeft gepresenteerd zich nooit qua aandacht kan meten met het voorgaande traject dat van disco tot jungle loopt. Ik had nog wel een verhandeling over darkside jungle kunnen lezen en vreemd genoeg is er geen plek voor het zachte futurisme van shoegaze met zijn verdekte elektronische invloeden.
Niet dat de 21ste eeuw een gebrek aan futuristische muziek heeft gekend. Zo snel kom ik op Fennesz, Qebrus, Dopplereffekt, The Avalanches, Rosalia, MF Doom, K-pop, James Holden, Wighnomy Bros, Ricardo Villalobos, de Joris Voorn mixen, het bescheiden modernisme van Richie Hawtin of The Black Dog van Music for Reel Airports en Music for Photographers. In plaats van hier aandacht aan te besteden (hoogstwaarschijnlijk omdat hij er nooit op dat moment over heeft geschreven) verdoet Reynolds veel van de tweede helft aan geforceerde stromingen als maximalism en conceptronica of artiesten als Jlin die zich niet kunnen meten met wat er aan voorafging. In die zin is duidelijk een tweedeling aan te wijzen, die ik al jaren geleden observeerde: het is niet dat muziek vernieuwing mist maar het is een verspreid futurisme, er is geen cultuur meer met een richting, een collectieve overrompeling en verwondering of focus. Alles is tegelijkertijd mogelijk in atemporaliteit. Elk opvolgend post-acid-genre vormde een versplintering waarbij muzikanten en luisteraars achter bleven in het vorige genre en de instroom van nieuwe mensen gecombineerd met de eclectici nooit de achterblijvers kon aanvullen. De futuristische energie werd op deze manier langzaam verdund in niches en is denk ik vrijwel onmogelijk te herstellen.
De ambivalentie die het boek oproept wordt belichaamd door het lange hoofdstuk over Auto-tune dat Reynolds omschrijft als het karakteristieke geluid van de 21ste eeuw. Ik begon er met tegenzin aan maar las gefascineerd over het ontstaan van Auto-tune en realiseerde me hoe wijdverbreid het gebruik is voorbij dat guitige ‘Believe’-geluid. Nu snap ik eindelijk waarom de stemmen van Kate Perry en Rhianna abject voelen zonder dat ik precies kon uitleggen waarom, alsof je lichaam de door artificialiteit geinfecteerde stem onbewust herkent en afstoot. Reynolds is provocatief, anti-rockistisch, prijst de creativiteit van het “verkeerd gebruik” van Auto-tune en strooit met wonderbaarlijke beschrijvingen van tracks van rappers als Young Thug, Future en Travis Scott. Totdat je de muziek luistert en snel concludeert: this ain’t it, chief. Auto-tune vormt uiteindelijk het eindstation van de Amerikaanse popcultuur, de complete overgave aan de hyperrealiteit. In combinatie met trap vormt het een geestdodende monotonie, de Amerikaanse droom als verveelde wil tot macht die gevangen zit in het zwarte gat van terminaal kapitalisme. Iets waar instinctief afstand van moet worden gehouden als een plaag die de ziel rot. En in die zin inderdaad het geluid van een teleurstellende toekomst.
In een tweedelige coda analyseert Reynolds twee interessante vragen: hoe heeft sciencefiction de muziek van de toekomst omschreven? En wat is het geluid van de toekomst in sciencefictionfilms? Ook hier overheerst de aardrijkskundeleraar in wat eigenlijk overzichtsartikelen zijn. Wat hier vooral opvalt is dat Reynolds gretig concludeert dat sinds de jaren ‘80 filmsoundtracks niet meer futuristisch klinken. Er was inderdaad een moment dat men zich kon afvragen waarom filmmuziek ouderwets bleef klinken en eerlijk is eerlijk, na de oorspronkelijke publicatie van het artikel in 2009 beleven we een ware hausse aan spannende futuristische soundtracks, denk aan Under the Skin (2013), ex_machina (2015), Annihilation (2018), Aniara (2018), Strawberry Mansion (2012), Crimes of the Future (2022) en Mars Express (2023). Maar zelfs dan weet de shinnichi (en wie, die ook maar enigszins in de toekomst is geïnteresseerd, leeft niet met zijn gedachten in Japan) dat er altijd een continuüm in cinema is geweest waar beeld en geluid je overrompelen met future shock: Akira, de films van Shinya Tsukamoto, Ghost in the Shell en het oeuvre van Satoshi Kon zijn wat dat betreft net zulke intense breuken als de eerste keer dat je 'Pump Up the Volume', acid house of jungle hoorde. En op die manier vertelt Futuromania, Yellow Magic Orchestra uitgezonderd, eigenlijk maar de helft van het verhaal. Een Japanse variant, vanuit de Japanse cultuur verklaart, zou pas echt de volledige routekaart richting de toekomst uitklappen.
Simon Reynolds - Futuromania: Electronic Dreams, Desiring Machines & Tomorrow's Music Today (Hachette Books, 2024. ISBN 978-0-306-83378-6)
woensdag 29 december 2021
Music for Photographers: de klank van het moment
In plaats van een jaarlijst, steeds meer een artefact uit een andere wereld, wil ik graag aandacht schenken aan een recente plaat die zich in mijn leven heeft genesteld. Al tijdens de eerste beluistering wist ik dat we hier te maken hebben met een van mooiste albums uit het genre (techno) en sindsdien draai ik Music for Photographers op een compulsieve manier die nog zelden voorkomt.
Om het terrein van de invloeden maar meteen af te bakenen. Op Music for Photographers hoor je echo’s van de B-kanten van Low en "Heroes", GAS, Kraftwerk, Cluster, 20 Jazz Funk Greats, de dromerige Coil, Eno, Aphex Twin en hun eigen Music for Real Airports. Omdat The Black Dog, al meer dan 30 jaar actief, sterke artiesten zijn worden deze invloeden moeiteloos geassimileerd tot een karakteristieke geluidswereld vol reverb, traag verschuivende melodieën en doffe bassdrums die klinken alsof ze uit een om de hoek geparkeerde auto ontsnappen. Het is een plaat die je achteloos kunt opzetten als ambient terwijl de koptelefoon een motregen aan details, digitaal residu en stemmen hoorbaar maakt. Elke track een stap verder naar een emotioneel einde, het lange verdwalen in ‘Lightroom Lies, Darkroom Doom’, de identiteit versmolten met de stad, gevolgd door de nostalgische neonmelodie van ‘For the Love of Tish’ en dan de vermoeide stappen richting huis ‘Lost in the Lines’, euforische ideeën die langs synapsen schieten.
De plaat had ongetwijfeld zonder covid-19 gemaakt kunnen zijn maar voelt ook als een product van de afgelopen twee jaar. De fotograaf wandelt altijd, hopend dat het beeld haar vindt. Ondertussen zijn we allemaal wandelaars geworden gedurende periodes van thuiswerken, avondsluitingen en gepauzeerde sportschoolabonnementen. De wandeling, ooit de dérive langs arcaden en steden binnen steden, wordt door herhaling steeds meer een ontdekking van details in het bekende die we vastleggen, voor persoonlijk plezier, Instagram of ambitieuzere projecten.
Social media schenken ons al jaren een blik in het creatieve proces van artiesten. In het geval van de Twitteraccount @TheBlackDog een onpretentieus mengsel van studiowerk, bezoekjes aan het postkantoor, een politieke ergernis, een link naar een nieuwe mix, een foto van luguber Engels voedsel, releasedata en steeds vaker berichten over fotografie, nieuwe lenzen en brutalism, de architectuurstijl van bakken beton en strenge structuren, vaak verguisd door conservatieve en extreemrechtse politici en evenzo geliefd op Tumblr, Instagram, onder Ballardianen, om uiteindelijk respectabiliteit te herwinnen met Columbus (2017). Thuisbasis Sheffield blijkt te beschikken over een aanzienlijke verzameling gebouwen die de schade van de bombardementen op de industriestad na de oorlog moesten herstellen. Van het trio is het Martin Dust die fotografie en architectuur laat uitgroeien tot een fraai project waarin Music for Photographers een logisch onderdeel vormt.
Vaak wordt bij ambient en sfeervolle techno gegrepen naar de omschrijving ‘soundtrack van een denkbeeldige film’. Wat eigenlijk een saaie gedachte is. Film met zijn narratieve wetmatigheden doet geen recht aan de vrije ruimtelijkheid van Music for Photographers. Hier niet 24 beelden per seconde die beweging generen maar een geluidsbeeld dat tot beweging uitnodigt, een tijdelijke verzinking in het beeld. Waarschijnlijk een van de redenen waarom de plaat immuun lijkt voor verzadiging. De muziek is nooit hetzelfde, niet zozeer een op een medium vastgelegde reeks informatie die je herhaalt totdat deze zijn kracht verliest maar een continue herontdekking aan de hand van de eigen stemming of activiteit.
Grotestadsmuziek. Het product van techno city Sheffield maar net zo begrijpelijk voor bewoners van regensteden als Osaka, Amsterdam, Taipei, Vancouver, Bilbao, Los Angeles 2019, stug doorlopend, in gedachten en digitale netwerken verzonken totdat een weerspiegeling, een lijnenspel, een voorbijflitsend gezicht de aandacht opeist.
Music for Photographers (DUSTCD095, 2019)
dinsdag 7 december 2021
GCOM: Voor de planetarium dromers
Heeft futurisme nog bestaansrecht in muziek? Tom Middleton heeft in zijn eentje het Global Communication-project getransformeerd tot GCOM (Galactic Communication) om oude dromen te doen herleven. De kalme mondiale verbinding van 76:14 heeft plaats gemaakt voor een kosmisch ambitie in de vorm van een waar conceptalbum. E2-XO handelt over de ontdekking van exoplaneten en de mogelijke reizen naar deze leefbare planeten. In de uitgebreide tekst van het mooi uitgewerkte boekwerk vol illustraties die mij deden denken aan de onvolprezen Spectrum encyclopedie uit mijn jeugd, noemt Middleton zijn inspiratiebronnen: Carl Sagan, Vangelis, zijn Franse collega Qebrus maar ook het idee dat het antropoceen een uitweg vereist, een serieuze kolonisatie van andere planeten. E2-XO is de soundtrack van zowel de sonde die nieuwe werelden verkent als het denkbeeldige ruimteschip dat de bemanning naar de dichtstbijzijnde exoplaneet Teegarden B vervoert.
Na een dergelijke introductie begint de plaat bijna ironisch bombastisch met cinemasonische strijkers, alsof je in een planetarium hebt plaatsgenomen en een diepe stem bij de eerste glinsteringen vertelt dat je op het punt staat om een reis te maken langs de wonderen van de kosmos. Het is een track die ik eigenlijk nooit meer hoef te horen. Gelukkig gaat hij vervolgens meteen los op zijn samenwerking met Qebrus, de mysterieuze Franse producer die op jonge leeftijd overleed en door Middleton liefdevol als een grote inspiratie wordt omgeschreven. Daarmee krijgt ook de dynamiek van het album vorm, een afwisseling van Vangelisachtige melodieën, ambient en intens futuristische muziek, de meest zelfbewuste sciencefiction ritmiek sinds cd2 van Two Pages.
E2-XO zou geïnterpreteerd kunnen worden als een opwelling van nostalgie naar de toekomst van weleer (ruimtereizen en vernieuwende dansmuziek) maar voelt vooral als serieuze speculatie dat de tijd van terugkijken ten einde loopt, dat het futuristische elan van jungle, waarvan de meeste tracks nog steeds klinken alsof ze vandaag werden uitbracht, weer naar de voorgrond moet treden. Haast ongemerkt komt de kolonisatie van andere werelden steeds dichterbij. Dit alles komt met name samen op ‘XO (Wolf 1061 C)’, het logische vervolg op de tijd-ruimtevervormingen van Photek, J Majik, Source Direct en 4 Hero, alsof 1998 en 2021 naar elkaar toebuigen en een periode van stagnatie doen verdwijnen.
Een album dat we nodig hadden, zeker niet perfect (zelf had ik de twee klassiek georiënteerde stukken graag ingeruild voor de complete 16-minuten (vinyl)versie van afluister ‘Beyond the Milky Way’) maar een krachtige remedie tegen de entropie van retromania. De hoopvolle droom van golden age sciencefiction nieuw leven ingeblazen. Een onverwachte hergeboorte aangezien sciencefiction tegenwoordig veel pessimistischer is over allerlei zaken, vooral ruimtereizen. Kim Stanley Robinsons Aurora (2015) is met name ontnuchterend over de afstanden tussen planeten en de problemen die komen kijken bij het overbruggen daarvan met generatieschepen. Exoplaneten presenteren een diep verlangen om opnieuw te kunnen beginnen, het deze keer als mensheid wel goed te doen. Zoals het er op het moment voorstaat zal echter elk project geïnfecteerd worden met neoliberale of libertaire memen Elke kolonisatie die succesvol wil zijn zal eerst moeten afrekenen met de ziekte die laatkapitalisme is of de volgende wereld opnieuw vernietigen. In die zin is het misschien maar beter dat de mens in zijn natuurlijke staat totaal ongeschikt is voor de reis over extreem lange afstanden. En is dat ook waarom het machinale geluid dat E2-XO overheerst zo treffend is. Het zullen machines zijn, al dan niet geladen met bewustzijn en DNA, die uiteindelijk de nieuwe aarde zullen betreden om misschien een moment meewarig terug te denken aan de dromen van hun primitieve voorgangers op een dode planeet.
maandag 17 augustus 2020
Schatgraven naar ambient
Er liggen maar acht jaar tussen Hiroshi Yoshimura’s Green (1986) en Global Comunications 76 14 (1994), twee ambientklassiekers die onlangs opnieuw werden uitgebracht (Green enorm populair op YouTube maar lange tijd onverkrijgbaar, 76 14 als onderdeel van een prachtige box). Wat je hoort is niet zozeer het verschil tussen West en Oost als wel de verandering die acid house bracht. Green behoort tot de periode van de klassieke ambient in de traditie van Brian Eno, kalmerend, nog lichte echo’s van progrock die langzaam wegebben om een nieuw soort muziek te vormen. Yoshimura schrijft in de oorspronkelijke hoestekst dat hij het prettig vindt als mensen aandachtig naar de muziek luisteren maar geeft ook toe dat hij vaak in slaap viel tijdens het maken van de plaat, toch een van de kenmerken van de betere ambient. Een derde manier van luisteren zou het kleuren van de ruimte zijn. Bij de titels plaatste Yoshimura niet alleen een schattige schets van een slapende figuur met kat maar ook associatieve woorden als garden, river, empty, rain, earth, environment en nature. Dit is muziek die je bewust maakt van de ruimte, in de muziek zelf maar ook hoe het de kamer op specifieke wijze vult. De verstilde Yamaha DX7-klanken groeien als muzikale bladeren uit je speakers, creëren een technologisch bos voor de geest dat je beschermt tegen de druk van het stadsleven. Eenvoud, leegte, natuur en levende technologie, dit is onmiskenbaar Japanse muziek, eerst nog nerveus als een achtervolgingsscène in een ecologische anime, daarna steeds droomachtiger, de loomheid van een zinderende zomerdag in Tokio. Het enige wat nog mist is een koor van cicaden. Lange tijd is deze stijl verborgen gebleven voor Westerse luisteraars, enkele kenners daargelaten, maar misschien is het beter dat de muziek een tijdlang heeft kunnen rusten, komt het pas echt tot zijn recht in de diepe 21ste eeuw, de Aziatisch eeuw, en als richtingwijzer naar een nieuwe esthetiek voor een andere groene wereld.
In tegenstelling tot Green is 76 14, hoe je het went of keert, het resultaat van een drugscultuur. Het is, enkele beats daargelaten, zonder twijfel ambient, ideale muziek om de oververhitte raver tot rust te laten komen in de chillout of de thuistripper engelachtig mee te laten zuchten richting de onthulling van kosmische geheimen. Zo groot was de overdaad aan vooruitstrevende muziek met een kalmerende insteek in 1994 (Selected Ambient Works Vol II, Lifeforms en Artificial Intelligence II waren al uitgebracht) dat je soms platen als 76 14 voor later moest laten liggen, waarna de volgende golf prachtige releases je afleidde. Dat heeft uiteindelijk gunstig uitgepakt. DJ’s als Donato Dozzy hebben in de jaren 2000 – 2010 deze muziek in leven gehouden, met name de mnml sggs 39 mix met een centrale rol voor ‘14 31’ bewees dat de rol van ambient en kalme techno nog lang niet was uitgespeeld, misschien wel een nieuwe functie kon krijgen voorbij de chillout als een balsem voor de vermoeide netwerkgeesten. En in 2020 klinkt 76 14 (samen met het remixalbum Blood Music: Pentamerous Metamorphosis voor shoegazers Chapterhouse dat er aan vooraf ging en een verzameling remixes en rariteiten) alsof het vorige decennium nog steeds de jaren 90 was. Wat uiteindelijk het resultaat is van de kracht van de muziek zelf. In de buitengewoon interessante hoestekst van de box leggen Middleton en Pritchard onder andere uit dat ze expliciet tijdloze muziek wilden maken die zoveel mogelijk was bevrijd van vooraf opgelegde associaties. Vandaar ook de tijdsduur in plaats van titels. Voor mij is er geen direct gevoel van nostalgie als ik naar Global Communication luister. Dat ik de plaat met Spotify wel eens beluisterde doet me allereerst beseffen hoe weinig het met streaming tot zijn recht komt maar ook hoe “onverankerd” je luistert, geen associaties opbouwt alsof je de muziek naar beluistering vrijwel meteen vergeet. Een indirecte nostalgie wordt wellicht veroorzaakt wanneer Middleton en Pritchard vertellen over de totstandkoming van hun meesterwerk, de eerste samenwerking met Chapterhouse waarvan ze complete vrijheid kregen om hun tweede album te remixen, de steenrijke baas van indielabel Dedicated die ze vervolgens tekent en hun gang laat gaan en de levensstijl van uitgaan, nieuwe platen luisteren en zorgeloos muziekmaken waar 76 14 is ingebed. Gewoon twee pretentieloze, intelligente figuren, gespecialiseerd in korte projecten. Er is geen tweede Global Communication album, zoals er geen tweede Jedi Knights en Reload album is of tweede Chameleon 12” na de sublieme ‘Links’ op Good Looking. Altijd in beweging, nooit teleurstellend.
dinsdag 11 oktober 2016
Biosphere: de diepe shit
Geen viral campagne. Geen social media. Dit kwam als een complete verrassing. Een scheef oog op de nieuwsbrief van bleep.com en het was opeens alle hens aan dek. Gemeen effectief verkooppraatje ook door even Selected Ambient Works Vol.2 als verwijzing te gebruiken. Na bestelling keerde de ratio terug en dacht ik opeens "ik ben er keihard in getrapt!"
Eenmaal onder de naald klinkt Departed Glories dan ook zelden als het meesterwerk van Aphex Twin. Vanzelfsprekend, alleen Aphex Twin kan ooit nog iets maken wat hierbij in de buurt komt. Maar niet getreurd, Biosphere in 2016 doet in eerste instantie denken aan een andere ambientklassieker, namelijk Brian Eno’s On Land (1982). Lange ijle klanken, open, melancholisch, je hoort de mist welhaast. Dan komen de stemmen op en duik je als luisteraar de diepte in. Een week is niets in Biosphere-tijd. Dit zijn albums waar je jaren, decennia, mee leeft, maar het is goed, buitengewoon goed.
Maar Departed Glories is ook een album waar je lastig betekenis over kunt generen. In een recent interview draagt Geir Jenssen zelf wat context aan die je ervaring ervan kan sturen. Tegelijkertijd past het album naadloos in de verhandeling over de ongrijpbaarheid van de drone in het Velvet Cacoon hoofdstuk van Kritische massa. Zonder interview blijf je over met een fascinerende hoesfoto en titels als ‘Whole Forests Of Them Appearing’ en ‘Fall Asleep For Me’, titels die ik nooit zal onthouden. Kortom, pure muziek. En Departed Glories doet me denken aan een ander oud idee van mij uit De Toekomst Hervonden, namelijk de zijtakken van jaren negentig IDM. Dit is precies waar ik op hoopte: meer sublieme electronische muziek zonder directe functie behalve het aandragen van schoonheid.
Wat Biosphere wel subtiel uitdraagt is het belang van geluid. Dit is een anti-streaming album. Er blijft op die manier ook niets van de muziek over dus waarom als artiest de moeite doen voor een fooi van waarschijnlijk 100 euro? In het bovenstaande interview merkt Jenssen over het onderwerp van geld verdienen met muziek opgewekt op dat zijn platen uitstekend verkopen. Het is die unieke positie van een aantal auteurs uit de jaren negentig die op faam kunnen blijven verkopen. Die niet mee hoeven te doen aan de race to the bottom. Departed Glories is een ode aan geluid, geperst op mooi vinyl en gemasterd door Stefan Benke. Alleen het beste van het beste. Muziek als betaalbaar luxeartikel.
zaterdag 19 maart 2016
My Definition of Ambient Music
01. Hans Zimmer - This Rock - One Being
02. Michel Redolfi - Immersion Partielle
03. Simon Scott - Sealevel.4
04. Seefeel - CH-Vox
05. 武満徹 - Romance
06. Max Würden - Unterwasser
07. Santana - Eternal Caravan of Reincarnation
08. Paul Bley, Franz Koglmann, Gary Peacock - Annette
09. Robbie Basho - Cathedrals et Fleurs de Lis
10. Transonic - Whirpool (Slow Spiral of Clouds)
11. Biosphere - The Seal and the Hydrophone v.1
12. Fennesz - Mahler Remixed 4
13. Hans Zimmer - Journey to the Line (with voiceover)
14. John Carpenter - Nobody Home
15. Tirath Singh Nirmala - Moore Edge Hush
16. Faust - Lauft...Heisst Das es Lauft
17. William S. Burroughs - Naked Lunch excerpts - You Got Any Egg For Fats
18. Velvet Cacoon - Earth and Dark Petals
19. Carl Sagan - Cosmos episode 1: The Shores of the Cosmic Ocean
20. Coil - Dark River
21. This Mortal Coil - Late Night
22. György Ligeti - Volumina
23. Cluster - Proantipro
24. Alec Empire - La Guerre d'Opium
25. Jozef van Wissem & SQURL - Sola Gratia (part 2)
26. Conrad Schnitzler, Ricardo Villalobos, Max Loderbauer - Zug (Cassette Concert by Gen Ken Montgomery)
27. Igor Wakhevitch - Aurore
28. Hans Zimmer - Brothers - Leaving (voiceover)
zondag 17 januari 2016
Piketpaal 10: Re: ECM
ECM producties staan bekend om hun ruimtelijke kwaliteit en dit moet beide muzikanten duidelijk fascineren. Villalobos’ befaamde studio met Martion speakers waar audiofielen bijkans tranen van in hun ogen krijgen, is ingericht om het zuiverste geluid te produceren. Nog steeds volhardt hij in een wantrouwen ten opzichte van Internetmuziek (naast het web als vervanging van het sociale) waardoor zijn muziek (net als die van ECM) bijna niet op Spotify is te vinden. In de uitgebreide hoestekst spreken Villalobos en Loderbauer vol lof over ruimte in de muziek van ECM:
Das ist ja das Charakteristische, das Faszinierende an den ECM-Produktionen: der grosse Respekt für den Klang, die organische Entfaltung der Sounds, die Freiheit der Kommunikation der Instrumente untereinander, die Tiefe des Raums – ein Spielraum, in dem wir uns frei bewegen können, um die reichhaltige Klangfülle voll auszuschöpfen.Ruimte is in het idealisme van Villalobos een factor die de club als utopisch samenzijn kan uitdiepen. Ik denk dat we daar nog lang niet zijn, maar het streven naar het openen van geluid en vooral de strenge regels van ritme zijn de moeite waard. En vorig jaar zijn er een aantal platen verschenen (Clouds van Gaussian Curve en Elaenia van Floating Points) die proberen dansmuziek vrijer te laten klinken. En toch missen deze platen de diepte van Re: ECM die zo moeilijk is te ontleden (een postpsychedelische introversie?) Het voordeel van Villalobos en Loderbauer is dat labelbaas Manfred Eicher na de presentatie van enkele demo’s ze vrije toegang verleende tot de complete discografie van ECM die vol sublieme momenten zit. De basis waar ze mee werkten was al van goud.
Desondanks is het opvallend hoe de zeventien tracks van Re: ECM ondanks het grote verschil tussen de bronartiesten een eenheid vormen. Wat ontstaat, is een buitengewone muziek die genre-indelingen overstijgt. Omdat de modulaire synthesizer niet gesaved kan worden, nodigt het uit tot het maken van een muziek van het moment. Re: ECM is grotendeels live opgenomen, nadat Villalobos en Loderbauer een bepaald fragment hadden uitgekozen en dit vervolgens door hun studio-bouwsel van die dag lieten gaan. De muziek krijgt hierdoor een eigen karakter, semi-spontaan, elektronisch en toch akoestisch, een machine die ademt…een originele vorm van dub. Maar ik zou zoiets als ‘Recat’—een hypnotiserende bewerking een detail uit Christian Wallumrød Ensemble’s ‘Music For One Cat’—tegelijkertijd de meest vooruitstrevende techno van de laatste jaren willen noemen, een radicale vernieuwing van de mogelijkheden van techno. Nee, er is geen beukende beat te bekennen en dansen hierop zal van de slow motion variant zijn, maar dat is niet erg. Techno zal toch steeds meer het dictaat van de dansvloer moeten loslaten om textuur in detail te verkennen. De club kan zoveel meer zijn en buiten de muren wacht zelfs een compleet universum om onderdeel te worden van techno. Re: ECM is de voorzichtig geplaatste wegwijzer.
donderdag 9 oktober 2014
Brumes d'automne (Plastikman re-score)
vrijdag 26 september 2014
Legacy acts
Electronic music is entering into its golden years (after all, the Moog is 50). It's finally getting comfortable in its own skin. So, what of the future, then? If it is indeed boring, can't something be both boring and great? Any lasting relationship, for example, is comprised of lots of indistinguishable days. Even exciting can get boring. Boredom is a sign of durability. And I'd rather have a durable future than no future at all.
donderdag 9 januari 2014
Selected Ambient Works volume III
zondag 1 december 2013
zondag 27 oktober 2013
Ambient 002 mix
zondag 13 oktober 2013
Ambient001 mix
De Toekomst Hervonden: Ambient001 by De_Toekomst_Hervonden on Mixcloud
donderdag 5 september 2013
Geschiedenis van de toekomst
Mooie titel hoor. Typisch staaltje droge Paterson humor (ironisch maar toch ook bewust dat The Orb op zijn best vergaande toekomstmuziek maakte.) De 3 cd + DVD box verschijnt 7 oktober. Verder niet mijn ding, ik ben geen completist. Deze mix met Coldcut daarentegen...
maandag 22 april 2013
Dansen zonder ritme
David Stubbs (1987) in heruitgave Arthur Russell - World of Echo




