Posts tonen met het label Tortoise. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tortoise. Alle posts tonen
zaterdag 14 juli 2018
Peak Nineties: Tortoise Remixed
Binnen iets van 5 jaar gaat de cd-revival beginnen. Er komt een run op vintage jaren ‘80 cd-spelers en natuurlijk de schijfjes zelf, inclusief oneidige discussies welke de beste klinken. Kortom, pro-tip: sla het cassetteverhaal over en laat het slinkende en te dure tweedehands vinyl liggen (alles van die eindige verzameling is wel weer ongeveer herverdeeld). Nu is de tijd om in de goudmijn te delven van afgedankte cd’s. Voor 3 a 5 euro vind je prachtige albums die, als je een beetje oplet, foutloos klinken. Wat met name goed uitkomt wanneer je naar de hyperkinetische jaren ‘90 terugkeert om gaten te vullen in je collectie, platen die je vergat te kopen omdat er al zoveel interessants werd uitgebracht of die gewoonweg moeilijk waren te vinden (online platen kopen was nog geen optie.)
Zoals Tortoise Remixed uit 1996. Een achteloos twittergesprek deed me weer teruggrijpen naar de muziek van de postrockformatie en opeens herinnerde ik me dat ze hun werk hadden laten remixen door Markus Popp van Oval. Ooit ergens als mp3 gevonden maar nooit echt de moeite gedaan om de Music For Work Groups EP te zoeken. Die twee remixes staan gelukkig ook op de remix compilatie Tortoise Remixed die voor een supervriendelijke prijs via Discogs in Japanse cd-editie verkrijgbaar was.
Tortoise presenteert zich hier als de ultieme hipsters, niet in de latere zin, maar in de originele betekenis van het woord: witte jazz-liefhebbers uit de jaren ‘50 die wisten wat cool was, een levensstijl opbouwden uit de juiste kennis van muziek, taal, kleding, boeken en seks. De leden van Tortoise waren misschien verweven in de muzikale scene van Chicago, ze wisten dat ze voor de echte cool een omgekeerde beweging over de Atlantische Oceaan moesten maken om iedereen een stap voor te zijn. Want in Europa gebeurde het. Tortoise Remixed is hele precieze tentoonstelling van de muzikale pijlers van de jaren negentig: techno, jungle, triphop en glitch. Het enige wat eigenlijk nog mist is een Stereolab-cover (niet toevallig genoemd, want een groep waarvan John McEntire een aantal albums zou produceren.) Het is samen met Macro Dub Infections Vol.1 een van de beste samenvattingen van de jaren negentig.
Het is wel een samenvatting met een bepaalde insteek, namelijk die van een speelse en opgewekte elektronische muziek, die ook heel goed past bij het basismateriaal van Tortoise. Hier geen subbas-bombardementen van Peshay, desolate Plastikman-bliepjes of Panasonic betonmolens, iedereen houdt het lichtvoetig, waarbij de twee zonnig experimentele remixes van Popp nog steeds klinken als een toekomst die moet plaatsvinden. Buitengewone muziek. In zekere zin vormt dit echt de piek waar de wilde dansvloerexperimenten van de voorgaande jaren op slimme wijze worden verfijnd maar ook ontdaan worden van hun duistere energie. Je weet tegenwoordig dat veel van deze eerste aanzetten zullen vervallen tot clichés van het “jazzy” geluid, drum ‘n bass light, ironische triphop, glitch pour le glitch. Een definitieve versplintering en verwatering van de Big Bang van rave. Hoe dan ook, een mooi moment om weer terug te halen, en je en passant af te vragen hoe het anders had kunnen lopen.
vrijdag 14 maart 2014
Piketpaal 6: Djed
Een pleidooi voor Tortoise als de rockband die de jaren ’90 belichaamde zal een hoog waarheidsgehalte bevatten. Misschien niet de meest consistente band (zie Royal Trux, Stereolab) maar gedurende een korte periode tussen (1995-1998) was het een rockgroep die het beste, zoiets als de tijdgeest aanvoelde. De muziek van de groep uit Chicago was vaak een dankbaar doelwit voor remixes en werd door verschillende scenes binnen de Europese electronica vol respect behandeld. Hun track ‘Gorini’ verscheen op de essentiële Macro Dub Infection Vol.1 (1995) verzamelaar, samen met werk van Omni Trio, Springheel Jack, Tricky, Laika, 4-Hero en Scorn, waarmee dub in diverse spannende richtingen werd gelanceerd. Met een elastisch mengsel van jazz, rock, ambient, motorik, en dub wist Tortoise precies een aantal genres te vermengen die tijdens het decennium waren herontdekt of nieuwe inspiratie nodig hadden.
Op het album Million
Now Living Will Never Die (1996) werd kant A van de LP volledig in beslag
genomen door een enkel nummer, hun meesterwerk ‘Djed’. 21 minuten die nog
steeds onovertroffen zijn. Ik had ‘Djed’ (een denkbeeldige naam? Of is het
DeeJay’d?) na aanschaf een tijdlang vol plezier opgezet totdat ik het een keer
na een lange nacht uitgaan met koptelefoon beluisterde. In die vermoeide staat
ontwaarde ik, zeg maar de hele trip in zijn volle glorie en werd het een tijdlang mijn
favoriete chillout/comedown plaat. Opeens viel op hoe de diverse delen in
elkaar overgaan, soms als een DJ die subtiel zijn crossfader hanteert, soms
door ingenieuze geluidseffecten zoals rond 10:00 waar de muziek even door een
tunnel valt en heel ergens anders opduikt. En dan is er de orgelmelodie die op
verschillende wijzen terugkeert. Het moment op 6:19 blijft mijn favoriet, waar
met een subtiele handeling een soort schakeling plaatsvindt, de muziek even
zweeft. Wat Tortoise met ‘Djed’ bouwde was een uiterst ambitieuze kruising
tussen machinerock en organische techno. Tegelijkertijd werd voor beide hoofdgenres onontgonnen
terrein verkend. Ongetwijfeld heeft de muziek van Tortoise daarna redelijk
wat navolging gekend, maar nooit kreeg het die achteloze reikwijdte en nooit
hebben verschillende genres meer een vergelijkbare poel van onderlinge beïnvloeding
gekend.
Locatie:
Chicago, Illinois, Verenigde Staten
Abonneren op:
Posts (Atom)