Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label 1994. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1994. Alle posts tonen

maandag 17 augustus 2020

Schatgraven naar ambient

 


Er liggen maar acht jaar tussen Hiroshi Yoshimura’s Green (1986) en Global Comunications 76 14 (1994), twee ambientklassiekers die onlangs opnieuw werden uitgebracht (Green enorm populair op YouTube maar lange tijd onverkrijgbaar, 76 14 als onderdeel van een prachtige box). Wat je hoort is niet zozeer het verschil tussen West en Oost als wel de verandering die acid house bracht. Green behoort tot de periode van de klassieke ambient in de traditie van Brian Eno, kalmerend, nog lichte echo’s van progrock die langzaam wegebben om een nieuw soort muziek te vormen. Yoshimura schrijft in de oorspronkelijke hoestekst dat hij het prettig vindt als mensen aandachtig naar de muziek luisteren maar geeft ook toe dat hij vaak in slaap viel tijdens het maken van de plaat, toch een van de kenmerken van de betere ambient. Een derde manier van luisteren zou het kleuren van de ruimte zijn. Bij de titels plaatste Yoshimura niet alleen een schattige schets van een slapende figuur met kat maar ook associatieve woorden als garden, river, empty, rain, earth, environment en nature. Dit is muziek die je bewust maakt van de ruimte, in de muziek zelf maar ook hoe het de kamer op specifieke wijze vult. De verstilde Yamaha DX7-klanken groeien als muzikale bladeren uit je speakers, creëren een technologisch bos voor de geest dat je beschermt tegen de druk van het stadsleven. Eenvoud, leegte, natuur en levende technologie, dit is onmiskenbaar Japanse muziek, eerst nog nerveus als een achtervolgingsscène in een ecologische anime, daarna steeds droomachtiger, de loomheid van een zinderende zomerdag in Tokio. Het enige wat nog mist is een koor van cicaden. Lange tijd is deze stijl verborgen gebleven voor Westerse luisteraars, enkele kenners daargelaten, maar misschien is het beter dat de muziek een tijdlang heeft kunnen rusten, komt het pas echt tot zijn recht in de diepe 21ste eeuw, de Aziatisch eeuw, en als richtingwijzer naar een nieuwe esthetiek voor een andere groene wereld.

 


In tegenstelling tot Green is 76 14, hoe je het went of keert, het resultaat van een drugscultuur. Het is, enkele beats daargelaten, zonder twijfel ambient, ideale muziek om de oververhitte raver tot rust te laten komen in de chillout of de thuistripper engelachtig mee te laten zuchten richting de onthulling van kosmische geheimen. Zo groot was de overdaad aan vooruitstrevende muziek met een kalmerende insteek in 1994 (Selected Ambient Works Vol II, Lifeforms en Artificial Intelligence II waren al uitgebracht) dat je soms platen als 76 14 voor later moest laten liggen, waarna de volgende golf prachtige releases je afleidde. Dat heeft uiteindelijk gunstig uitgepakt. DJ’s als Donato Dozzy hebben in de jaren 2000 – 2010 deze muziek in leven gehouden, met name de mnml sggs 39 mix met een centrale rol voor ‘14 31’ bewees dat de rol van ambient en kalme techno nog lang niet was uitgespeeld, misschien wel een nieuwe functie kon krijgen voorbij de chillout als een balsem voor de vermoeide netwerkgeesten. En in 2020 klinkt 76 14 (samen met het remixalbum Blood Music: Pentamerous Metamorphosis voor shoegazers Chapterhouse dat er aan vooraf ging en een verzameling remixes en rariteiten) alsof het vorige decennium nog steeds de jaren 90 was. Wat uiteindelijk het resultaat is van de kracht van de muziek zelf. In de buitengewoon interessante hoestekst van de box leggen Middleton en Pritchard onder andere uit dat ze expliciet tijdloze muziek wilden maken die zoveel mogelijk was bevrijd van vooraf opgelegde associaties. Vandaar ook de tijdsduur in plaats van titels. Voor mij is er geen direct gevoel van nostalgie als ik naar Global Communication luister. Dat ik de plaat met Spotify wel eens beluisterde doet me allereerst beseffen hoe weinig het met streaming tot zijn recht komt maar ook hoe “onverankerd” je luistert, geen associaties opbouwt alsof je de muziek naar beluistering vrijwel meteen vergeet. Een indirecte nostalgie wordt wellicht veroorzaakt wanneer Middleton en Pritchard vertellen over de totstandkoming van hun meesterwerk, de eerste samenwerking met Chapterhouse waarvan ze complete vrijheid kregen om hun tweede album te remixen, de steenrijke baas van indielabel Dedicated die ze vervolgens tekent en hun gang laat gaan en de levensstijl van uitgaan, nieuwe platen luisteren en zorgeloos muziekmaken waar 76 14 is ingebed. Gewoon twee pretentieloze, intelligente figuren, gespecialiseerd in korte projecten. Er is geen tweede Global Communication album, zoals er geen tweede Jedi Knights en Reload album is of tweede Chameleon 12” na de sublieme ‘Links’ op Good Looking. Altijd in beweging, nooit teleurstellend.

donderdag 7 maart 2019

25 jaar geleden: Selected Ambient Works Vol. 2



25 jaar Selected Ambient Works Vol.II. Wat een mooi excuus is. Voor wat eigenlijk? Wat zegt 25 jaar? Ik was op 7 maart 1994, de dag dat het dubbelalbum in de winkels lag, nog 22 jaar, wat ik nu belachelijk jong vind. In 1994 was 25 jaar geleden 1969, wat veel verder weg leek dan 1994 nu (zeg maar zoiets als het debuutalbum van MC5 was antiek, een legende uit een andere wereld.) Ik was al wel online maar in monochroom zonder www, nog jaren verwijderd van Napster. Hoe dan ook, over de muziek heb ik het wel vaker gehad, waar ik meer aan wil terugdenken is een manier van schrijven over muziek.

Destijds heb ik hem niet gelezen maar onlangs kreeg ik de recensie van Tony Herrington in The Wire onder ogen waarin hij naast Selected Ambient Works Vol.II, Lifeforms van Future Sound of London (dat pas twee maanden later zou uitkomen) en de compilatie Usability Now bespreekt. Een buitengewone recensie die het voor elkaar krijgt om geen enkele tracktitel te noemen (toch al lastig in het geval van Aphex Twin) en zelfs geen individuele track analyseert. Herrington gaat voor ideeën, het Grote Plaatje, de mogelijke implicaties van de muziek. Met twee lange zinnen lanceert hij zijn tekst door in een keer omschrijving en mogelijke invloeden te presenteren:

At various points Selected Ambient Works II and Lifeforms (are you ready for this?) sound like a radio dial jammed between two frequencies, the chattering of a floppy disk in your hard drive, the woosh of air from a sliding door, the background hum from discernible from collapsing stars, or a dense forest or an extractor fan, a TV heard from the next room, the calls of unknown aquatic life, faulty plumbing, galaxies colliding. Or, if you prefer, musique concrète, Jon Hassell’s psychotropic Fourth World soundtracks, the pointillist sound worlds of wilfully avant garde ventures as AMM or MEV, a John Carpenter soundtrack, Acid House, early industrial culture recodings by Throbbing Gristle and Boyd ‘Non’ Ryce. 

Vervolgens pakt hij door:

The most ambitious (not neccesarily the most succesful) of current Techno initiatives (…) function like huge gravitational attractors, randomly sucking up the signals, pulses and data trails that describe and network far distant cultures, communities, individuals. What you hear in the arching stretch of records like Selected Ambient Works II and Lifeforms is the sound of this tangential detritus spewing for from computer jacks – crunched, processed, filtered into a music that comments implicitly, unknowningly, without comment, on the bewildering turbulence of the contemporarily human condition. 

Of te wel, techno is de muziek van het nu. Iets wat tegenwoordig redelijk logisch lijkt maar destijds klonk als sciencefiction. SF binnen handbereik! Want het was inderdaad of de toekomst in het heden leek te vloeien, spannend en meestal positief van aard. Dat wat nu lastiger is voor te stellen. De toekomst is inmiddels grotendeels uitgetekend als catastrofe, of...in een mildere variant, trage stagnatie. Muziek kan tegenwoordig redelijk goed het catastrofale scenario verklanken en is vrijwel niet in staat om complexe of fantasierijke toekomstscenario's te verkennen. Je zou kunnen stellen dat muziek eigenlijk prima overweg kan met het heden, onbestemd, wachtend op een Grote Sprong Voorwaarts/Neerwaarts terwijl de dagelijkse realiteit op subtiele wijze vreemder wordt, niet zozeer op direct visuele wijze maar wel degelijk in de manier waarop technologie de psyche en sociale relaties verandert. 1994 voelde beter aan, zachtaardiger, vrolijker, overzichtelijker en opener. 2019 voelt gehaast, geïrriteerd, alsof mogelijkheden afnemen en de implosie van fascisme lonkt.

De manier van schrijven over muziek is in deze periode ook getransformeerd. Geen wonder, The Wire bestaat nog steeds maar hoe we met muziek omgaan, hoe muziek wordt verhandeld is grotendeels veranderd. Soms ten goede, want vrijwel alle muziek is, of je het nu streamt, downloadt of tweede hands aanschaft, binnen handbereik. Maar wat betekent die muziek? Het werk van Mark Fisher wordt tegenwoordig zelfs in de Financial Times besproken al is ondertussen het netwerk waarin hij opereerde, de blogosphere, vrijwel verdwenen. Er vindt geen werkelijke circulatie van ideeën meer plaats. Internet heeft niet per definitie het schrijven van Herrington onmogelijk gemaakt maar de focus, een soort discipline afgedwongen door de beperking van ruimte op papier, is niet meer. De goede recensie die je op stijlvolle wijze enthousiasmeert of in ongeveer 1000 woorden aan het denken zet, die je meerdere malen herleest zodat je hem jaren later nog kunt citeren, is steeds moeilijker te vinden, alsof men er ook niet meer de energie in wil steken, omdat er waarschijnlijk niet of nauwelijks voor wordt betaald maar ook omdat de kans groot is dat vrijwel niemand het zal lezen voordat de tekst wegzakt in het sediment van Google.

Eigenlijk zou dit een enorme vrijheid moeten schenken om dan maar te schrijven waar je zin in hebt, op de manier waar je altijd naar verlangde, zonder te blijven hangen in conventies die er allang niet meer toe doen. Ik heb gemerkt dat de beperking van Twitter soms verrassend goed kan werken en je met een enkele, juist gereconstrueerde zin zoiets als een geconcentreerde recensie kunt afleveren. Soms zijn zelfs woorden niet meer nodig en kun je met een goed gekozen gif zelfs aansluiting vinden bij een bepaald soort online idiolect. Al zijn het uiteindelijk vormen die beperkt worden door de grap, het moet geconcentreerd en amusant zijn, om daarna te worden vergeten.

De speculatieve poëzie van Herrington was zeker niet de norm in 1994. Ik heb eerder al eens aangekaart hoe Kodwo Eshun in hetzelfde tijdschrift singles recenseerde en die vrijheid werd mogelijk gemaakt door hoofdredacteur Mark Sinker in een periode die twee jaar duurde waarna Herrington hem opvolgde (en ten tijde van deze recensie ongestoord in dezelfde stijl door kon gaan.) Het gaat uiteindelijk toch om een soort samenwerking tussen iemand die een opening voor nieuwe ideeën en vormen mogelijk maakt (door middel van een machtspositie of, zoals in de beeldende kunst, geld) en de schrijver die zich op zijn beurt laat inspireren door innovatieve muziek (Selected Ambient Works Vol. II dwingt gewoonweg nieuwe ideeën af). Die dynamiek is steeds lastiger te recreëren. Of leven we in een digitale kosmos dat bruist van geschreven leven en kunnen we het op Medium niet vinden omdat het aanbod overdadig is? Ik heb lang gedacht dat kwaliteit “vanzelf” een weg naar me vond als je jezelf maar enigszins strategisch positioneerde in de informatiestromen. Die stromen zijn echter zo in volume toegenomen dat je zelf weer actief op zoek moet gaan. Een ouderwetse zwerftocht die geen garantie op ontdekkingen geeft en waar algoritmen duistere afleidingen op je pad werpen of zelfs suggereren dat je zoektocht nutteloos is.

zaterdag 11 januari 2014

Nog over 1994

Gisteren attendeerde Alex van der Hulst me op dit coverartikel van NRC Next over 1994 als "het beste muziekjaar ooit." Het deed mij even snel naar de platenkast kijken om een paar suggesties af te vuren. Eenmaal tot rust gekomen groef ik dieper en kwam ik tot een wel erg indrukwekkende lijst. Nu probeer ik een zekere afstand te bewaren ten opzichte van lijstjes en nostalgie, maar toch wil ik hier de titels verder uit diepen al was het omdat de suggesties in het artikel neigen naar rockistische geschiedsvervalsing (Dummy is hier de enig echt vooruitstrevende plaat tussen de saaie blanke mannen met gitaren en een vervelende astmatische rapper) en dit mag niet wortel schieten als het beeld van die periode, de kille hand van de Top-2000 Aller Tijden is voelbaar. 1994 is niet eens zo belangrijk*, het is het continuüm 1988 - 2001 waar het echt om gaat, maar als we dat soort spelletjes willen spelen, dan ook met het complete beeld, met compilaties en de eerste mix-cd's, artefacten die het rockisme nooit heeft geaccepteerd.

Aphex Twin - Selected Ambient Works volume II
Sabres of Paradise - Haunted Dancehall
Mouse on Mars - Vulvaland
Autechre - Amber
Plastikman - Music
Future Sound of London - Lifeforms
Underworld- Dubnobasswithmyheadman #
Biosphere- Patashnik
Sandoz - Intensely Radioactive
Orbital - Snivilisation
Jeff Mills- Waveform Transmission vol.3
Stereolab- Mars Audiac Quintet
St Etienne - Tiger Bay
Method Man - Tical
Massive Attack - Protection
Tortoise - Tortoise
Vapourspace- Theme From Vapourspace
Oval - Systemisch
The Orb - Pomme Fritz

Laurent Garnier - X-Mix 2
La Collection (FNAC)
In Order to Dance 5 (R&S)
Headz (Mo'Wax)

En dan hebben het niet eens over losse tracks en 12-inches. De eerste golf van jungle 12-inches die de oversteek maakten (E-Z Rollers -  'Rolled Into One' bijvoorbeeld).

* Klaas Knooihuizen relativeerde terecht door te stellen dat een keuze van "beste muziekjaar" grotendeels afhankelijk is van de leeftijd die je destijds had (15-25). Als ik naar mijn persoonlijke situatie terugkijk was 1994 ook wel een soort geluksjaar waarin ik mij jong en onsterfelijk voelde, meegesleept door de cultuur, nieuwe technologie, sciencefiction herontdekte en een soort openbaring op mijn vakgebied meemaakte. Je zou er bijna nostalgisch van worden.

Coda: ik raak er steeds meer van overtuigd, en Yeah Yeah Yeah sterkt mij in dit vermoeden, dat in popmuziek een moment bestaat, tussen het ontdekken van nieuwe vormen en de eerste golf van albums waarmee de muziek wordt geformaliseerd, de latente ambities uitgewerkt, die gewoonweg het meest interessant is. In de meeste gevallen gaat het daarna mis, dan begint de professionalisering, de carrière. Ik kan zo uitzonderingen opnoemen, maar de algemene tendens is denk ik correct.

# Op cd gedateerd met 1993, maar ik ben in het archief gedoken en de paginagrote Melody Maker recensie ("This breathtaking hybrid marks the moment that club culture finally comes of age and beckons to everyone.") verschijnt op 15 januari 1994.