Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label punk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label punk. Alle posts tonen

donderdag 14 september 2017

Grant Hart (1961 - 2017)



Een van de redenen dat de beste platen van Hüsker Dü zo fascineren is de wisselwerking tussen beide schrijvers en zangers Bob Mould en Grant Hart. Jaar in, jaar uit als ik Zen Arcade opzet, steeds dezelfde gedachten: "Grant Hart schreef de mooiste liedjes", volgende nummer en Mould zet zijn beste existentialistische brul op: "nee, daar kan niemand tegen op." En zo, zal het altijd blijven. Hart is nu te jong overleden, misschien niet zo verrassend...nice guys finish last, de tol van een ongezonde levensstijl, gewoon pech, et cetera.

De scheurende Flying V van Mould kon nooit de welhaast ouderwets romantische inslag van Hart verbloemen. Was ook nooit de bedoeling, want de manier waarop Moulds straaljagergeluid 'The Girl Who Lives On Heaven Hill' voorstuwt is net zo goed een uitbeelding van het verlangen dat de zanger voelt. En wat een verlangen, je ziet alles meteen voor je: de heuvel, de kleur van de bomen, het licht, het pad naar boven en het prachtige, wat verkreukelde meisje. Hart kon dit met zijn gevoel voor melodie bijna achteloos neerzetten.

Zo ook op een van mijn favoriete rocknummer ooit. Ik weet nog precies dat ik Flip Your Wig had gekocht en wat kritisch/teleurgesteld naar de eerste paar nummers luisterde van "mmm, dit is geen Zen Arcade." En dan is daar opeens ´Green Eyes' en je kunt je haast niet voorstellen dat zoiets eenvoudigs, zonder uitzonderlijk refrein, een nonchalante melodieuze draai met een latere uitwerking op gitaar, zo perfect kan zijn. Elke keer zette ik die middag de naald weer terug. Telkens dat gevoel dat je groeit, de muziek door je wezen jaagt, dat je, kortom, leeft.

dinsdag 16 februari 2016

Slechte persing


Het bestaan van de televisieserie Vinyl (HBO) is alleen al gerechtvaardigd omdat het deze messcherpe kritiek van Richard Hell heeft opgeleverd. Nu ging ik de serie toch al niet kijken, Scorsese zit al jaren vast in bombastische filmerij (als je toch een goede film van zijn hand over het Oude New York wilt zien: Bringing Out the Dead.) Iedereen die een beetje van popmuziek en film houdt weet dat ze lastig samengaan en er is geen reden om aan te nemen dat een televisieserie dit beter kan (ja er zijn uitzonderingen die op subtiele wijze aan talloze valkkuilen weten te ontsnappen, te weten: Saturday Night Fever, 24 Hour Party People, Gainsbourg, Control en, ondanks enkele problemen,Velvet Goldmine.) Het is op een of andere manier onmogelijk om de aankleding geloofwaardig te krijgen. Geënsceneerde optredens zijn altijd nep en het publiek bestaat steevast uit propere modellen die altijd in spiksplinternieuwe kleding rondlopen. Je voelt de airconditioning door de net geknipte haren waaien terwijl een rockconcert/club/discotheek de volgende associaties moet oproepen: slap bier dat aan de vloer plakt, zweet, urine en een uitgebalanceerd rookmengsel van nicotine en droogijs.

Maar dat is verder niet zo boeiend. Wat Vinyl wel interessant maakt is dat het een symptoom vormt van twee trends die net als Graaf Dracula niet willen sterven. Allereerst het idee dat de zakenkant van popmuziek interessant is voor een publiek voorbij accountants, marketingmedewerkers en artiesten die op het punt staan een nieuw contract te tekenen. Wie heeft als muziekliefhebber gedachten gespendeerd aan de zakenkant van muziek waarvan hij geniet? Zelfs wanneer artiesten worstelen met hun platenmaatschappij/manager hoor ik alleen de wijze woorden van Sean Bateman: “Rock ’n roll. Deal with it.” In de huidige popjournalistiek is, met name dankzij streaming en de eeuwige perikelen rond piraterij, een idee ontstaan dat de geldkant van popmuziek reuze interessant is. Is het niet, behalve dat ook popjournalistiek blijkbaar is meegezogen in het neoliberale discours dat cultuur alleen in geld is uit te drukken.

En dan blijft natuurlijk nog over: retroklotemania. Zelfs al werd Vinyl bezeten door de geest van Taxi Driver dan zou het nog steeds een pathetisch uitwringen zijn van het verleden dat iedereen inmiddels toch wel moet kunnen opdreunen als de tafel van 3. En het vervelende van retromania is dat het aan de oppervlakte blijft, nooit met nieuwe inzichten komt of heilige huisje afbrandt en vervolgens zout over de resten strooit. Ben je geïnteresseerd in die scene uit de jaren zeventig? Lees een boek. Just Kids van Patti Smith, Psychotic Reaction & Carburetor Dung en Main Lines, Blood Feasts, and Bad Taste van Lester Bangs, The Dark Stuff van Nick Kent. Players en Underworld van Don DeLillo als het New York van die tijd je fascineert, of zijn Great Jones Street dat de stad en rock combineert. Het verleden dat je fantaseert is oneindig veel interessanter dan een duffe televisieserie.