Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label techno. Alle posts tonen
Posts tonen met het label techno. Alle posts tonen

dinsdag 7 januari 2025

Sleep Deprivation

 

Wat nog te schrijven over je favoriete muziek? Het voelt bijna als een opluchting dat Sleep Deprivation van The Black Dog ongrijpbaar is, vervliegt terwijl je luistert. Een onderdompeling in geluid en melodie, vriendelijk en plezierig als het ontwaken uit een diepe slaap, een moment dat je jezelf moet terugvinden, een ondefineerbare tinteling omhult je wezen waar geen artificieel paradijs tegen op kan. Vanzelfsprekend mijn favoriete plaat van 2024, maar dat zegt weinig omdat hij laat in het jaar werd uitgebracht (en nog later thuis gebracht.) Als cultureel artefact bijna onzichtbaar, ongehoord...dus voor de ware connaisseurs. De peinzers, lezers, wandelaars en lucide dromers.

Sleep Deprivation (Science Recordings)

vrijdag 4 oktober 2024

Trans Nippon Express

 

 

Om de zoveel jaren wordt Acid Mt. Fuji van Susumu Yokota opnieuw uitgebracht en daar kom ik altijd te laat achter. De 30 jaar jubileum-uitgave kon me echter niet meer ontsnappen. Een plaat die heel traag steeds meer aan faam heeft gewonnen. In 1994 onhoorbaar voor Westerse oren, al schijnt Yokota in datzelfde jaar in Tresor te hebben opgetreden, destijds een van de leidende laboratoria van techno. In tegenstelling tot zijn landgenoot Ken Ishii bleef hij een redelijk goedbewaard geheim en ik ontdekte Acid Mt. Fuji pas ergens in de 21ste eeuw als een achteloze YouTube-aanbeveling. Die natuurlijk onverkrijgbaar was, totdat Spotify als surrogaat fungeerde. Zoals meestal klinkt de plaat in het echt, op een muziekinstallatie, of met een goede koptelefoon, heel anders dan je je kan herinneren tijdens treinritten waar het glijdende ritme van de muziek naadloos bij past. 
 
Acid Mt. Fuji klinkt 30 jaar later modern en helder, alsof er ondertussen weinig heeft plaatsgevonden. Een verklaring hiervoor zijn de beperkte middelen waarmee de plaat is gemaakt, niet meer dan een TB-303 en een sampler. In tegenstelling tot wat men tijdens de hoogtijdagen van acidhouse verwachtte is de 303 is onverzadigbaar en onvervangbaar gebleken, je kunt er platen moeilijk mee dateren. Yokota’s interpretatie van acid vertoont veel overeenkomsten met het werk van Richie Hawtin uit dezelfde periode, die onder de noemer Plastikman een jaar eerder een versie van acid had gelanceerd die gestroomlijnder klonk, de bliepjes liet ademen, beeldende muziek voorbij de dansvloer. Ook hier bewegen de bliepjes elegant over de beats die af en toe worden bijgestaan door ratelende drums die onwillekeurig aan ‘Spastik’ doen denken. 
 
Maar Yokoto kwam vanuit een andere invalshoek tot deze formule. In eerste instantie was de muziek die uiteindelijk Acid Mt. Fuji werd, een ambient-project waaraan hij later ritme toevoegde. Met name opener ‘Zenmai’ met zijn vogelgeluiden krijgt daardoor een karakteristieke ruimtelijkheid. Wanneer later donkere geluidswaaiers opkomen, klinkt de muziek als een voorloper van de natuurtechno van GAS. Zen minimalisme, natuur, technologie, snelheid en Fuji...kortom, Japanse mythologie: oud en nieuw. Zoals we dat graag willen blijven geloven, het eiland, de Ander, waar vriendelijke spiritualiteit moeiteloos samengaat met technologie. 
 
Als luisteraar kun je verzinken in de associaties die deze elegante muziek oproept, genieten van de oriëntalistische helderheid, terugverlangen naar een 1994 waar vrijwel niemand van ons vanaf wist. Maar er is ook een pessimistische lezing waaraan ik niet helemaal kan ontsnappen. Acid Mt. Fuji werd oorspronkelijk als compact disc uitgebracht—destijds heel normaal, helemaal in cd-land Japan—maar is de laatste jaren alleen nog als vinyl heruitgegeven. En dat is niet geheel zonder betekenis. Want los van het genot van luisteren is er een andere waarde van muziek naar de voorgrond getreden, die van het plezier van archiveren in de vorm van opulent vormgegeven uitgaven. En Acid Mt. Fuji is mooi met zijn zware schijven, bonus tracks (er is altijd een DAT), uitklaphoes van stevig karton met aan de binnenkant een zeer informatieve tekst. 
 
Zijn we archeologen van techno geworden? Met als taak een gouden tijdperk tot in de kleinste details in kaart te brengen, elke groef afstoffend als een onder zand bedolven mozaïek. Ik accepteer dat persoonlijk meewarig en met reden, anders dan alleen die van ouderdom. Techno, house en acid zijn gewoonweg niet in staat om te ontsnappen aan de zwaartekracht van dat tijdperk. Nieuwe tracks kunnen zonder twijfel spannend en innovatief klinken maar zijn gewoonweg niet ingebed in een cultuur die er werkelijk nog toedoet. Dat waar de onlangs overleden Achim Szpenanski in het midden van jaren negentig al voor waarschuwde toen hij rave zag veranderen in een Freizeitknast, een vrijetijdsgevangenis, is de alomvattende 21ste eeuwse ervaring. In het Museum van Techno vinden we wonderbaarlijke artefacten die ons doen dagdromen van een onwerkelijke vrijheid die vervliegt wanneer we ons buiten weer baden in de informatiestroom.

zaterdag 15 juni 2024

Futuromania: de kick van het nieuwe

 



Futuromania: Electronic Dreams, Desiring Machines & Tomorrow’s Music Today is een onvermijdelijk boek, dat misschien wat aan de late kant verschijnt. In 2011 schreef Simon Reynolds Retromania (2011) een intrigerende studie over de culturele draai naar het verleden waarbij hij eindigde met een kloeke conclusie die na het voorafgaande betoog eigenlijk uit de lucht kwam vallen: “I still believe the future is out there.” In het nawoord van zijn nieuwe boek noemt hij Futuromania “een omgekeerd spiegelbeeld” van Retromania. Dan toch eindelijk het mogelijke antwoord, een uitweg uit de verstikkende grip van het verleden op de 21ste eeuwse cultuur. Is Futuromania, de titel gebruikt hetzelfde lettertype als Alvin Tofflers Future Shock (1970), dat boek? Gedeeltelijk, al zal je als oplettende lezer snel concluderen dat het nooit een gedegen antwoord kan zijn. Futuromania is namelijk een bundel die artikelen verzamelt uit verschillende periodes met als overkoepelend thema elektronische muziek en het idee van futurisme. Het boek lost in die zin niets op maar presenteert een zeker enthousiasme over muziek die het nieuwe aankondigt, veranderingen veroorzaakt, sciencefiction als geluid. En niemand kan zo enthousiasmeren als Reynolds, omschrijft muziek op zo’n manier dat je het meteen wilt horen. In de jaren negentig kocht ik lange tijd platen blind naar aanleiding van zijn Melody Maker-recensies en kan me eigenlijk geen misstap herinneren.

De reden voor dat vertrouwen was zijn eerste en nog steeds onovertroffen boek Blissed Out: The Raptures of Rock (1990) een subliem geschreven collectie essays over rock en pop in de jaren tachtig die voor mij alles veranderde: hoe je over muziek kon schrijven en denken, een introductie van artiesten waar ik nog nooit van had gehoord en in de laatste hoofdstukken een fascinerende richting aanwijzend waar popmuziek naar toe bewoog, namelijk dansmuziek als een soort “einde” van muziek. Het stuk over acid in Futuromania is het enige wat overlapt met Blissed Out, al staat het nu redelijk aan het begin. Wat dat stuk met een aantal anderen duidelijk maakt is dat Reynolds in het moment zelf op zijn best is. Wanneer hij geconfronteerd wordt met nieuwe muziek waar hij enthousiast over is ontstaat een worsteling om de muziek te begrijpen en aan anderen te omschrijven waarbij hij het mysterie, het genot van het geluid intact tracht te houden.

Aan de andere kant is hij, haast onvermijdelijk, door de jaren heen meer retrospectieven gaan schrijven. Een van de redenen dat Ian Penman hem ooit, zonder al teveel kwaadaardigheid, omschreef als “de aardrijkskundeleraar van de rockjournalistiek”. Minder overrompelend, meer analytisch, op zoek naar verbanden en met een neiging naar volledigheid. Maar, zoals Futuromania regelmatig bewijst, altijd leerzaam en ook dan wil je de muziek meteen weer luisteren. Het boek krijgt door de opzet en de chronologische presentatie van de muziek een eigen karakter al wreekt het gemis van een eenduidig argument voorbij het thema van de toekomst zich. Halverwege hebben we de jaren negentig al verlaten en ik had het gevoel dat dit te vroeg was, dat wat de 21ste eeuw heeft gepresenteerd zich nooit qua aandacht kan meten met het voorgaande traject dat van disco tot jungle loopt. Ik had nog wel een verhandeling over darkside jungle kunnen lezen en vreemd genoeg is er geen plek voor het zachte futurisme van shoegaze met zijn verdekte elektronische invloeden.

Niet dat de 21ste eeuw een gebrek aan futuristische muziek heeft gekend. Zo snel kom ik op Fennesz, Qebrus, Dopplereffekt, The Avalanches, Rosalia, MF Doom, K-pop, James Holden, Wighnomy Bros, Ricardo Villalobos, de Joris Voorn mixen, het bescheiden modernisme van Richie Hawtin of The Black Dog van Music for Reel Airports en Music for Photographers. In plaats van hier aandacht aan te besteden (hoogstwaarschijnlijk omdat hij er nooit op dat moment over heeft geschreven) verdoet Reynolds veel van de tweede helft aan geforceerde stromingen als maximalism en conceptronica of artiesten als Jlin die zich niet kunnen meten met wat er aan voorafging. In die zin is duidelijk een tweedeling aan te wijzen, die ik al jaren geleden observeerde: het is niet dat muziek vernieuwing mist maar het is een verspreid futurisme, er is geen cultuur meer met een richting, een collectieve overrompeling en verwondering of focus. Alles is tegelijkertijd mogelijk in atemporaliteit. Elk opvolgend post-acid-genre vormde een versplintering waarbij muzikanten en luisteraars achter bleven in het vorige genre en de instroom van nieuwe mensen gecombineerd met de eclectici nooit de achterblijvers kon aanvullen. De futuristische energie werd op deze manier langzaam verdund in niches en is denk ik vrijwel onmogelijk te herstellen.

De ambivalentie die het boek oproept wordt belichaamd door het lange hoofdstuk over Auto-tune dat Reynolds omschrijft als het karakteristieke geluid van de 21ste eeuw. Ik begon er met tegenzin aan maar las gefascineerd over het ontstaan van Auto-tune en realiseerde me hoe wijdverbreid het gebruik is voorbij dat guitige ‘Believe’-geluid. Nu snap ik eindelijk waarom de stemmen van Kate Perry en Rhianna abject voelen zonder dat ik precies kon uitleggen waarom, alsof je lichaam de door artificialiteit geinfecteerde stem onbewust herkent en afstoot. Reynolds is provocatief, anti-rockistisch, prijst de creativiteit van het “verkeerd gebruik” van Auto-tune en strooit met wonderbaarlijke beschrijvingen van tracks van rappers als Young Thug, Future en Travis Scott. Totdat je de muziek luistert en snel concludeert: this ain’t it, chief. Auto-tune vormt uiteindelijk het eindstation van de Amerikaanse popcultuur, de complete overgave aan de hyperrealiteit. In combinatie met trap vormt het een geestdodende monotonie, de Amerikaanse droom als verveelde wil tot macht die gevangen zit in het zwarte gat van terminaal kapitalisme. Iets waar instinctief afstand van moet worden gehouden als een plaag die de ziel rot. En in die zin inderdaad het geluid van een teleurstellende toekomst.

In een tweedelige coda analyseert Reynolds twee interessante vragen: hoe heeft sciencefiction de muziek van de toekomst omschreven? En wat is het geluid van de toekomst in sciencefictionfilms? Ook hier overheerst de aardrijkskundeleraar in wat eigenlijk overzichtsartikelen zijn. Wat hier vooral opvalt is dat Reynolds gretig concludeert dat sinds de jaren ‘80 filmsoundtracks niet meer futuristisch klinken. Er was inderdaad een moment dat men zich kon afvragen waarom filmmuziek ouderwets bleef klinken en eerlijk is eerlijk, na de oorspronkelijke publicatie van het artikel in 2009 beleven we een ware hausse aan spannende futuristische soundtracks, denk aan Under the Skin (2013), ex_machina (2015), Annihilation (2018), Aniara (2018), Strawberry Mansion (2012), Crimes of the Future (2022) en Mars Express (2023). Maar zelfs dan weet de shinnichi (en wie, die ook maar enigszins in de toekomst is geïnteresseerd, leeft niet met zijn gedachten in Japan) dat er altijd een continuüm in cinema is geweest waar beeld en geluid je overrompelen met future shock: Akira, de films van Shinya Tsukamoto, Ghost in the Shell en het oeuvre van Satoshi Kon zijn wat dat betreft net zulke intense breuken als de eerste keer dat je 'Pump Up the Volume', acid house of jungle hoorde. En op die manier vertelt Futuromania, Yellow Magic Orchestra uitgezonderd, eigenlijk maar de helft van het verhaal. Een Japanse variant, vanuit de Japanse cultuur verklaart, zou pas echt de volledige routekaart richting de toekomst uitklappen.

Simon Reynolds - Futuromania: Electronic Dreams, Desiring Machines & Tomorrow's Music Today (Hachette Books, 2024. ISBN 978-0-306-83378-6)

zondag 3 april 2022

Een Omgekeerde Ontheiliging

 


Het is de meest controversiële plaat in jaren, zeker in het technogenre, bij verschijning meteen geridiculiseerd en afgekraakt. Ik heb het over Consumed in Key, de herbewerking van technoklassieker Consumed (1998) van Plastikman door pianist Chilly Gonzales, onder andere bekend van zijn solo pianowerken, samenwerking met Daft Punk en amusante serie Pop Masterclass filmpjes. In eerste instantie nam ik het nieuws voor kennisgeving aan, maar wanneer de wil-tot-teleurstelling direct zo krachtig raast, moet er wel iets aan de hand zijn. Een artikel over het project waarin de heren, inclusief intermediair Tiga (zelf naar eigen zeggen geobsedeerd met het album), hun relatie met Consumed uitleggen intrigeerde me zodanig dat ik besloot om de plaat een kans te geven.
 
Consumed is vanaf de eerste dag een van mijn favoriete technoplaten geweest, een zelfverzekerde verfijning van de mensmachine-esthetiek en muzikale uitwerking van de schilderijen van Mark Rothko. Techno voorbij de dansvloer, muziek voor contemplatie. Een fraai vormgegeven cd die ik nog steeds regelmatig draai, ook al heb ik hem zodanig verzadigd dat ik soms vergeet dat hij opstaat. In die zin alleen al breekt Consumed in Key, met zijn impressionistische toevoegingen, de muziek open, laat het me op hernieuwde wijze luisteren. Soms werkt het niet en klinkt het alsof Gonzales achteloos meespeelt terwijl de plaat bij de buren is opgezet en soms zijn er slimme toevoegingen die gebruik maken van de ruimte en cadans in deze verstilde technobouwsels. Niet een plaat die ik nog vaak zal opzetten en meer een vorm van conceptuele kunst waar ik totaal geen moeite mee heb.
 
Chilly Gonzales mag een begenadigd pianist zijn maar hij is ook een provocateur die zichzelf eind jaren negentig bij aankomst in in de Duitse hoofdstad President van de Berlijnse Underground kroonde en eerder een van zijn meest poppy nummers ‘Making a Jew Cry’ noemde. In een bijgaande video legt Gonzales uit dat hij Consumed niet als klassieker kende, maar twintig jaar later achteloos voorbij hoorde komen en de muziek bijna als een bedreiging voelde die beantwoord moest worden. En ook al spreekt hij het niet uit ga ik ervan uit dat hij weet dat hij heiligschennis pleegt, een elegante vorm van vandalisme. Ergens deed het me denken aan L.H.O.O.Q. waar Marcel Duchamps een snor op de Mona Lisa tekent. Maar dan omgekeerd, alsof iemand de pisbak van Duchamps schildert in de stijl van Rembrandt. Want een piano in techno is niet zomaar een extra instrument. 
Voor Hawtin is het toelaten van een akoestisch instrument in zijn muziek tot nu toe ondenkbaar geweest. Dat hij zijn magnum opus vrijgeeft is een dappere beslissing, al was het omdat het de streng futuristische lading van de muziek vrijwel zeker zal ontkrachten. Een piano is immers niet alleen een instrument, het is in navolging van Barthes een mythologie, een symbool van bourgeois respectabiliteit. Zie alleen al het lot van Erik Satie wiens surrealistische streken uiteindelijk eindigden als achtergrondmuziek in talloze reclames of fijnzinnige Japanse films. Piano in de abstracte geluidswereld van Consumed is nooit een neutraal gebaar. Het is echter niet zonder precedent. Maxence Cyrin presenteerde in 2005 met Modern Rhapsodies een verzameling pianobewerkingen van danstracks waaronder magistraal melancholische bewerkingen van ‘Don’t You Want Me’ (Felix) en ‘Windowlicker’ (Aphex Twin). Al jaren is de pianist Francesco Tristano te horen op samenwerkingen met Derrick May, Carl Craig en Moritz Von Oswald (Auricle / Bio / On uit 2008 is een minimalistische voorloper van Consumed in Key waar nauwelijks aandacht aan werd besteed.) 

The sound of techno was both lush and brittle, gnomic and expansive, the lingo used for song titles and labels signalling its origins in crossed-wire transplantation: Shifted Phase, Waveform Transmission, Submerge, Clone, Ground Zero. 

Ian Penmans welhaast achteloze beschrijving van vroege Detroit techno roept herinneringen op van hoe machinaal en ruig de muziek in de beginjaren klonk. Signalen, elektriciteit, oversturing. Desondanks is er altijd ruimte geweest voor klassieke invloeden als de dramatische strijkersarrangementen van Mike Banks en de in eerste instantie mechanische piano, zoals te vinden op de sleuteltrack ‘Strings of Life’, door Derrick May zelf omschreven als “23rd century ballroom music”. De piano en drumcomputer zijn in die zin, akoestisch en elektrisch, een manifestatie van de mens-machinefilosofie die aan de basis van de muziek ligt. Maar zelfs daarachter ligt een laatste mythe, die van Motown, de onontkoombare standaard van Detroitmuziek, een bastion van elegantie, smaak en opwaartse mobiliteit gedreven door neoklassieke arrangementen. Detroit is een ruïne maar dient te herrijzen in een nieuwe vorm van de Good Life
 
Kortom, Consumed in Key past in een lange traditie van een muziek die inmiddels streng gecodificeerd is in verschillende smaakclusters die, wanneer je al dertig jaar naar de muziek luistert, niet meer kunnen verrassen. Elke controverse is al minstens een keer gepasseerd. Commercialisering, ongegeneerd stelen, problemen met rechten en royalty's, doorgeslagen purisme, race baiting, de ambivalente houding ten opzichte van drugs, het ontsluiten van een nieuw publiek buiten de clubs, de neoliberalisering van techno, streaming, draaien met vinyl, je kunt er allemaal een mening over hebben die veel, zo niet alles, zegt over je sociale identiteit/positie. Persoonlijk zal ik het gebruik van klassieke muziek in techno vrijwel altijd beschouwen als gebaar om een bepaalde status te bewerkstelligen die niet nodig is. En dit past bij allerlei ideeën en verwachtingen die ik heb over techno die totaal kunnen verschillen met andere technoliefhebbers. De museïficatie van techno is lang geleden ingezet en volgens een culture logica onvermijdelijk. Consumed in Key past vanzelfsprekend in dat proces van museïficatie omdat Consumed hier zelf de oorsprong van vormt. Dat was een oprechte stap richting het onbekende. Op het eerste gehoor lijkt de herinterpretatie een veilige inkapseling door de bourgeoissmaak waar men gelukkig nooit zeker van weet of je voor de gek wordt gehouden.

woensdag 29 december 2021

Music for Photographers: de klank van het moment

In plaats van een jaarlijst, steeds meer een artefact uit een andere wereld, wil ik graag aandacht schenken aan een recente plaat die zich in mijn leven heeft genesteld. Al tijdens de eerste beluistering wist ik dat we hier te maken hebben met een van mooiste albums uit het genre (techno) en sindsdien draai ik Music for Photographers op een compulsieve manier die nog zelden voorkomt. 

 

Om het terrein van de invloeden maar meteen af te bakenen. Op Music for Photographers hoor je echo’s van de B-kanten van Low en "Heroes", GAS, Kraftwerk, Cluster, 20 Jazz Funk Greats, de dromerige Coil, Eno, Aphex Twin en hun eigen Music for Real Airports. Omdat The Black Dog, al meer dan 30 jaar actief, sterke artiesten zijn worden deze invloeden moeiteloos geassimileerd tot een karakteristieke geluidswereld vol reverb, traag verschuivende melodieën en doffe bassdrums die klinken alsof ze uit een om de hoek geparkeerde auto ontsnappen. Het is een plaat die je achteloos kunt opzetten als ambient terwijl de koptelefoon een motregen aan details, digitaal residu en stemmen hoorbaar maakt. Elke track een stap verder naar een emotioneel einde, het lange verdwalen in ‘Lightroom Lies, Darkroom Doom’, de identiteit versmolten met de stad, gevolgd door de nostalgische neonmelodie van ‘For the Love of Tish’ en dan de vermoeide stappen richting huis ‘Lost in the Lines’, euforische ideeën die langs synapsen schieten. 

De plaat had ongetwijfeld zonder covid-19 gemaakt kunnen zijn maar voelt ook als een product van de afgelopen twee jaar. De fotograaf wandelt altijd, hopend dat het beeld haar vindt. Ondertussen zijn we allemaal wandelaars geworden gedurende periodes van thuiswerken, avondsluitingen en gepauzeerde sportschoolabonnementen. De wandeling, ooit de dérive langs arcaden en steden binnen steden, wordt door herhaling steeds meer een ontdekking van details in het bekende die we vastleggen, voor persoonlijk plezier, Instagram of ambitieuzere projecten. 

Social media schenken ons al jaren een blik in het creatieve proces van artiesten. In het geval van de Twitteraccount @TheBlackDog een onpretentieus mengsel van studiowerk, bezoekjes aan het postkantoor, een politieke ergernis, een link naar een nieuwe mix, een foto van luguber Engels voedsel, releasedata en steeds vaker berichten over fotografie, nieuwe lenzen en brutalism, de architectuurstijl van bakken beton en strenge structuren, vaak verguisd door conservatieve en extreemrechtse politici en evenzo geliefd op Tumblr, Instagram, onder Ballardianen, om uiteindelijk respectabiliteit te herwinnen met Columbus (2017). Thuisbasis Sheffield blijkt te beschikken over een aanzienlijke verzameling gebouwen die de schade van de bombardementen op de industriestad na de oorlog moesten herstellen. Van het trio is het Martin Dust die fotografie en architectuur laat uitgroeien tot een fraai project waarin Music for Photographers een logisch onderdeel vormt. 

Vaak wordt bij ambient en sfeervolle techno gegrepen naar de omschrijving ‘soundtrack van een denkbeeldige film’. Wat eigenlijk een saaie gedachte is. Film met zijn narratieve wetmatigheden doet geen recht aan de vrije ruimtelijkheid van Music for Photographers. Hier niet 24 beelden per seconde die beweging generen maar een geluidsbeeld dat tot beweging uitnodigt, een tijdelijke verzinking in het beeld. Waarschijnlijk een van de redenen waarom de plaat immuun lijkt voor verzadiging. De muziek is nooit hetzelfde, niet zozeer een op een medium vastgelegde reeks informatie die je herhaalt totdat deze zijn kracht verliest maar een continue herontdekking aan de hand van de eigen stemming of activiteit. 

Grotestadsmuziek. Het product van techno city Sheffield maar net zo begrijpelijk voor bewoners van regensteden als Osaka, Amsterdam, Taipei, Vancouver, Bilbao, Los Angeles 2019, stug doorlopend, in gedachten en digitale netwerken verzonken totdat een weerspiegeling, een lijnenspel, een voorbijflitsend gezicht de aandacht opeist. 

Music for Photographers (DUSTCD095, 2019)

dinsdag 7 december 2021

GCOM: Voor de planetarium dromers

Heeft futurisme nog bestaansrecht in muziek? Tom Middleton heeft in zijn eentje het Global Communication-project getransformeerd tot GCOM (Galactic Communication) om oude dromen te doen herleven. De kalme mondiale verbinding van 76:14 heeft plaats gemaakt voor een kosmisch ambitie in de vorm van een waar conceptalbum. E2-XO handelt over de ontdekking van exoplaneten en de mogelijke reizen naar deze leefbare planeten. In de uitgebreide tekst van het mooi uitgewerkte boekwerk vol illustraties die mij deden denken aan de onvolprezen Spectrum encyclopedie uit mijn jeugd, noemt Middleton zijn inspiratiebronnen: Carl Sagan, Vangelis, zijn Franse collega Qebrus maar ook het idee dat het antropoceen een uitweg vereist, een serieuze kolonisatie van andere planeten. E2-XO is de soundtrack van zowel de sonde die nieuwe werelden verkent als het denkbeeldige ruimteschip dat de bemanning naar de dichtstbijzijnde exoplaneet Teegarden B vervoert. 

 


Na een dergelijke introductie begint de plaat bijna ironisch bombastisch met cinemasonische strijkers, alsof je in een planetarium hebt plaatsgenomen en een diepe stem bij de eerste glinsteringen vertelt dat je op het punt staat om een reis te maken langs de wonderen van de kosmos. Het is een track die ik eigenlijk nooit meer hoef te horen. Gelukkig gaat hij vervolgens meteen los op zijn samenwerking met Qebrus, de mysterieuze Franse producer die op jonge leeftijd overleed en door Middleton liefdevol als een grote inspiratie wordt omgeschreven. Daarmee krijgt ook de dynamiek van het album vorm, een afwisseling van Vangelisachtige melodieën, ambient en intens futuristische muziek, de meest zelfbewuste sciencefiction ritmiek sinds cd2 van Two Pages

E2-XO zou geïnterpreteerd kunnen worden als een opwelling van nostalgie naar de toekomst van weleer (ruimtereizen en vernieuwende dansmuziek) maar voelt vooral als serieuze speculatie dat de tijd van terugkijken ten einde loopt, dat het futuristische elan van jungle, waarvan de meeste tracks nog steeds klinken alsof ze vandaag werden uitbracht, weer naar de voorgrond moet treden. Haast ongemerkt komt de kolonisatie van andere werelden steeds dichterbij. Dit alles komt met name samen op ‘XO (Wolf 1061 C)’, het logische vervolg op de tijd-ruimtevervormingen van Photek, J Majik, Source Direct en 4 Hero, alsof 1998 en 2021 naar elkaar toebuigen en een periode van stagnatie doen verdwijnen. 

Een album dat we nodig hadden, zeker niet perfect (zelf had ik de twee klassiek georiënteerde stukken graag ingeruild voor de complete 16-minuten (vinyl)versie van afluister ‘Beyond the Milky Way’) maar een krachtige remedie tegen de entropie van retromania. De hoopvolle droom van golden age sciencefiction nieuw leven ingeblazen. Een onverwachte hergeboorte aangezien sciencefiction tegenwoordig veel pessimistischer is over allerlei zaken, vooral ruimtereizen. Kim Stanley Robinsons Aurora (2015) is met name ontnuchterend over de afstanden tussen planeten en de problemen die komen kijken bij het overbruggen daarvan met generatieschepen. Exoplaneten presenteren een diep verlangen om opnieuw te kunnen beginnen, het deze keer als mensheid wel goed te doen. Zoals het er op het moment voorstaat zal echter elk project geïnfecteerd worden met neoliberale of libertaire memen Elke kolonisatie die succesvol wil zijn zal eerst moeten afrekenen met de ziekte die laatkapitalisme is of de volgende wereld opnieuw vernietigen. In die zin is het misschien maar beter dat de mens in zijn natuurlijke staat totaal ongeschikt is voor de reis over extreem lange afstanden. En is dat ook waarom het machinale geluid dat E2-XO overheerst zo treffend is. Het zullen machines zijn, al dan niet geladen met bewustzijn en DNA, die uiteindelijk de nieuwe aarde zullen betreden om misschien een moment meewarig terug te denken aan de dromen van hun primitieve voorgangers op een dode planeet.

zondag 28 juli 2019

Peak Nineties 2: Headz II – Part B


Vorig jaar noemde ik Tortoise: Remixed (1996) een van de beste samenvattingen van de jaren negentig. Hier kan nu uit hetzelfde jaar Headz II: Part B van Mo Wax aan worden toegevoegd. Ik vond deze dubbele compilatie in puntgave conditie in de tweedehandsbakken en met namen waar ik me (zo snel ik las, het was de warmste dag aller tijden) geen buil aan kon vallen. De wat nonchalante aankoop bleek bij beluistering een openbaring. Wat me meteen deed afvragen waarom ik Headz II destijds niet had aangeschaft. De eerste Headz compilatie uit 1994 is een van mijn meest gedraaide platen van dat decennium. Dat was een veelzijdige, innovatieve verzameling muziek die je makkelijk opzette omdat hij niet volledig je aandacht opeiste. Nu werd er heel veel uitmuntende muziek in 1996 gemaakt en ik denk gewoon dat twee dubbele compilaties (er is natuurlijk een Part A) me op dat moment te overdadig leek. Ik kan me ook geen recensie herinneren die me mogelijk over de streep had kunnen trekken.

Maar dat is het plezier van op dit moment vergeten werken aanschaffen, het is alsof je van die perfect geconserveerde dozen wijn uit een wrak op de bodem van de Oostzee opdiept. Een herleven van een tastbaar moment uit het verleden. Labelbaas James Lavelle is hier op het toppunt van zijn netwerkactiviteiten, voordat het desastreuze U.N.K.L.E. album Psyence Fiction veel van zijn krediet zou verspelen. CD1 bestaat grotendeels uit triphop waarmee het label zijn naam maakte maar geeft een breed scala aan artiesten een kans om zich aan het genre te wijden: Luke Vibert, Baby Ford (als Twig Bud), The Dust Brothers, Jungle Brothers en Danny Breaks verschijnen naast vaste krachten als U.N.K.L.E. DJ Krush en Attica Blues. Prima muziek allemaal met een echte uitschieter: ‘It’s Coming’ van Grantby, een geconcentreerde filmsoundtrack van 6 minuten met een intrigerende opbouw en een mysterieuze sfeer die niet te vergelijken is met andere tracks.

Het is echter de tweede cd die echt verrast. Naast The Black Dog* is er de spannende remix van Innerzone’s ‘Bug in the Bassbin’ (datzelfde jaar door Mo Wax opnieuw uitgebracht met een serie hele mooie remixes) en een op het eerste gehoor niet helemaal geslaagd experiment van Photek onder zijn Special Forces alias (het 13 minuut durende ‘Trilogy’.) Het hoogtepunt is echter de reeks van vijf jungletracks waarmee de cd opent. De V Recordings crew van Roni Size, Suv en Krust voorziet ‘The Beast’ van Palmskin Productions van een fijne ritmische basis waarna Peshay echt losgaat met ‘The Real Thing’. Wat in eerste instantie een soulliedje lijkt te worden ontpopt zich tot een lang uitgesponnen uitwerking van de Amen-break. Dan volgt een van de beste jungletracks ooit: ‘In the Mood’ van Dillinja, een virtuoos spel van bas, ritme en geluidseffecten dat ook nog eens super dansbaar is. Roni Size & Krust en het altijd betrouwbare Source Direct doen er vervolgens weinig voor onder.

Twee dingen vallen op. Allereerst dat de genoemde artiesten zulk hoogstaand werk leverden voor andermans label en het niet voor zichzelf bewaarden (hoogstens eerst uitgetest als dubplate.) En het besef waar niet aan valt te ontkomen dat deze vijf tracks vele malen spannender zijn dan de muziek die in 2019 wordt gemaakt: intenser, innovatiever en (ik wilde bijna urgenter zeggen) gewoonweg toegewijd in het moment gemaakt als het resultaat van een soort wil om te excelleren. Ik draai de binnenhoes net om en lees daar: The inspiration – the past two years 94-96. A mad integration of so many music scenes, styles and idea’s. Kortom, peak nineties. Een moment dat nooit meer zal terugkeren.

* Ik dacht eerst wat achteloos dat 'Object Orient' van hun meesterwerk Spanners was geleend, maar het is natuurlijk de openingstrack van hun Bytes album uit 1993. In eerste instantie lijkt dit een vreemde keuze maar het is uiteindelijk het resultaat van een heel doordachte volgorde. De vroege Black Dog producties en 'Bug in the Bassbin' waren van grote invloed op een aantal jungleproducers en de moderne jazzy breaks esthetiek van Mo Wax zelf. Door beiden hier tussen een jungle-experiment van een technoproducer (Kirk Degiorgio) en een techno-experiment van een jungle-producer (Photek) te plaatsen probeert Mo Wax zorgvuldig een bepaalde stilistische continuïteit te presenteren. Overigens een stijl die altijd is blijven bestaan maar nooit meer in het centrum van de belangstelling is teruggekeerd.

zaterdag 19 januari 2019

Top 10 albums 2020 – 2029

Op een van de spaarzame gelegenheden dat ik uitging en mij zowaar overgaf aan een nachtje nostalgie naar de gloriedagen van rave stopte een vriendelijke figuur mij een envelopje toe dat een lichtgeel poeder bleek te bevatten. “Het nieuwste. Heeft nog niet eens een naam. Onbeschrijfelijke trip. Ik kan het je echt niet uitleggen, je moet het gewoon hebben meegemaakt.” Zijn glinsterende ogen waren overtuigend, de uitleg over de herkomst in Russische laboratoria veel minder. Aangezien ik geen zin had om rond 3:00 ‘s nachts in comateuze staat met mijn gezicht op een vloer van opgedroogd bier te worden gevonden, stopte ik het kleinood voorzichtig weg en begaf me vervolgens richting de stroboscopen waar de eerste Mentasm-akkoorden van de avond galmden.

Terwijl ik mijn winterjas enkele weken later leegde, vond ik het envelopje terug. Al snel deed zich een goede gelegenheid voor, een avond waar ik en de kat alleen thuis waren. Enigszins nerveus plaatste ik een theelepel poeder in een glazen pijp, even die twijfel op de hoge duikplank, en dan toch de brander erop en een flinke hijs. De laatste gewone gedachte die ik me herinner is de verbazing dat het synthetische goedje best lekker smaakte. Wat zich vervolgens openbaarde was zo complex dat het onmogelijk in woorden is te vangen. Mijn armzalige poging om die herinneringen te organiseren is als volgt.

Ik denk dat ik een uur lang met mijn ogen gesloten op de bank heb gelegen. Alles ontvouwde zich visueel in mijn geest, volkomen realistisch. De toekomst opende zich als een multidimensionaal web waar ik, vraag me niet hoe, verschillende momenten tegelijkertijd kon meemaken. Achteraf was ik uitgeput omdat ik fragmenten van ontelbare levens had geleefd en niet alleen van mijzelf, maar ook van talloze onbekenden. En nee, ik heb mijn eigen dood niet meegemaakt. Hoe verder je in de toekomst beweegt des te meer ruis ontstaat, een soort feedback tussen de tijdlijnen die verdere verkenning tegenwerkt. Bovendien, ben je vagelijk bewust van een soort taboe om dit moment onder ogen te zien.

Hoe dan ook, op een gegeven moment begaf ik mij langs een tijdlijn waarbij ik overduidelijk wist dat ik in 2040 was beland, precies voor de deuren van een platenzaak. In een soort routine liep ik meteen naar binnen. Omdat ik inmiddels door had dat de tijd plastisch was en redelijk controle kreeg over de trip kon ik rustig door de paden lopen en me verbazen over de titels die ik tegenkwam op allerlei geluidsdragers. Hoe ik het precies voor elkaar kreeg weet ik ook niet meer, maar in wat leek op een kennisinjectie werden mijn keuzes direct in mijn bewustzijn kenbaar, alsof ik de muziek al jaren had beluisterd.

Over de missie naar de manen van Jupiter, innige liefdesrelaties en buitengewone mogelijkheden van een leven in een wereld die gegeseld wordt door een chaotisch klimaat zal ik elders dieper op ingaan, al verdwijnen bij elke aantekening die ik maak steeds meer details van dit wonderbaarlijke visioen. Tot overmaat van ramp heeft mijn kat de rest van het poeder opgelikt en is daarna gewoon gaan slapen. In ieder geval zijn de muzikale herinneringen mij grotendeels bijgebleven. Dit zijn in de meeste vertakkingen van de toekomst, volgens mij, de tien beste albums van het komende decennium.

Aphex Twin – Selected Ambient Works 93 – 99 en Selected Ambient Works Vol. 3
En daar was hij dan opeens. Het derde deel van Selected Ambient Works, waar de fans van Richard D. James zo lang op hadden gehoopt. Dertig jaar naar Vol.2 bijna achteloos aangekondigd waarna het dubbelalbum een week later verkrijgbaar was. De anti-hype kreeg zelfs geen kans om zich te mobiliseren. Wie de hoes opende werd getrakteerd op een typische Aphex Twin verrassing, een kaartje met de mededeling End 2024: Selected Ambient Works 93 – 99. Dubbele extase.

Vol.3 wordt gekarakteriseerd door een nieuwe emotionele basis, niet meer de verwondering van de kindertijd, psychedelica en onschuld van de ravedagen maar een blik op naderende schaduwen, een gevoel van acceptatie, een welhaast zenachtige balans zonder de sardonische grappen uit het verleden. De meest consistent conventioneel mooie Aphex Twin release in vier decennia als artiest met als hoogtepunt de ambient acid van het negende titelloze nummer.

Het in november verschenen Selected Ambient Works 93 – 99 verzamelt 42 tracks uit de gouden jaren negentig. Een aantal waren onderdeel van de Soundcloud dump van 2015 en zijn nu compleet gemasterd in volle pracht te beluisteren. Hier is de wildere Aphex Twin van weleer te horen met brommende miniaturen, eerste aanzetten tot pianostukken en gewoonweg druggy experimenten. Beide releases zijn onmisbaar, voor elke avontuurlijke muziekliefhebber, maar vooral voor de ravegeneratie die zich opmaakt voor een andere periode van het leven, bewegend tussen herinnering en de gestage daling van serotonine-niveau’s. Blijft steevast de vraag over of dit de definitieve statements zijn van Aphex Twin, iets waar hij in zijn vaste interviewrondes niets van liet merken. In een gesprek vertelde hij vrolijk over weer een nieuwe ontdekking van een vergeten schoenendoos met MiniDiscs. Er is altijd weer een nieuw verlangen voor de fan. Er is nooit genoeg Aphex Twin.

Addictions – Empty House 
Er is niet echt een band geweest die de sfeer van de eerste twintig jaar van de 21ste eeuw heeft belichaamd zoals P.I.L. dat deed voor het eind van de jaren zeventig. Een muziek die politieke verhoudingen, angsten, onbewust onbehagen en zelfs de kleuren en het weer van een periode weet te vangen. Ik noem Public Image niet voor niets: want Addictions is een viertal dat soms op vier verschillende drugs, verschillende nummers tegelijk lijkt te spelen, gedreven door een karakteristiek basgeluid, hier niet de speelse dub van Jah Wobble maar een onmogelijk lage en fysieke verschuiving van lucht, blokken van synthetisch geluid die de luisteraar dient te voelen, gecombineerd met een conventionele basgitaar en drummer. Addictions maakte op ouderwetse wijze naam, met een lange reeks optredens, waar een snel groeiende schare fans de subbas en het charisma van zangeres Donna S ondergaan, een drietal E.P.’s, gevolgd door het debuutalbum Empty House. Hier was eindelijk weer een Britse band die intelligentie en innovatie combineerde met een soort natuurlijk recht om in de schijnwerpers te staan. Een band die ook de sfeer invoelbaar maakt van een Verenigd Koninkrijk dat jarenlang op de rand van chaos leeft dankzij een continue dreiging van rellen, aanslagen en schijnbaar onomkeerbare armoede: “You got what you wished for!”

Weird Silence – Weird Silence Sessions 
De goede verstaander begon eind jaren ‘10 de eerste signalen op te vangen dat de clubcultuur, die sinds het begin van disco het leidende paradigma vormde van innovatie binnen de popmuziek, ten einde liep, dat de combinatie van club, muziek, dansen en drugs vernieuwing tegenhield. Een besef dat creatieve geesten zou moeten fascineren en uitdagen. Was een nieuw concept van de club (het feest, het festival) nodig? Of zelfs een compleet nieuw muzikaal genre voorbij de club? Het Schotse trio Weird Silence ging op zoek naar een nieuw Jaar Nul. Ze lieten zich inspireren door de futuristische ambitie van jungle, maar stonden tegelijkertijd een zelfbewust loslaten van de modellen van de jaren negentig voor. “Een noodzakelijk loslaten, hoe pijnlijk het ook is,” zoals een van de Weird Silence leden het verwoordde. Dit proces resulteerde in een vrije muziek waar genrevorming lastig grip op krijgt. Weird Silence probeert constant in beweging te blijven. Platen lijken ondergeschikt aan optredens en vooral bedoeld als basismateriaal voor hun Weird Silence Sessions waar muziek onaangekondigd op onverwachte plekken wordt afgespeeld, bijvoorbeeld in een verlaten fabriek, of uit een auto die urenlang door de stad rijdt. Andere sessies heffen op geduldige wijze de barrière op tussen muzikant en publiek, een ontspannen samen-zijn dat onvoorspelbaar verloopt (“de verloren belofte van house” volgens een ander lid.) Weird Silence Sessions vormt een eerste document van het project, een fascinerend verzameling geluidswerelden, verpakt in een bijzonder pakket met poster, boek, unieke polaroids en videomateriaal. Op een bepaalde manier een melancholische, zelfbewuste media-ervaring omdat je er als luisteraar waarschijnlijk niet bij was en tegelijkertijd opwindend omdat het de fantasie prikkelt over toekomstige sessies. Die je misschien zelf wilt organiseren.

Anonymus – Projection 
De popplaat van het decennium, onvermijdelijk eigenlijk aangezien Anonymus het mediafenomeen was dat de tweede helft van de jaren ‘20 compleet in zijn grip hield. Want wie was deze zangeres die onverwacht een lange reeks nummer 1 hits afleverde? Die tijdens spaarzame optredens, zoals de Grammy Awards 2028 waar ze een recordaantal prijzen won, steevast achter een scherm zong? Na al die jaren is haar identiteit nog steeds onbekend, wat de pers en sommige fans tot razernij drijft. De eerste groep vervelend maar grotendeels ongevaarlijk, de laatste groep regelmatig verantwoordelijk voor doodsbedreigingen aan het adres van de platenmaatschappij en producers. Haar hitsingles, gezongen in accentloos Engels, Frans, Spaans en Japans, waren slimme constructies opgebouwd rond melodieën die zich vastgrepen in je bewustzijn, die voor genoeg conventionele aandacht zorgden. Maar de verborgen identiteit maakte van haar een compleet nieuwe popster waar de luisteraar alles op kon projecteren. Is ze mooi? Of juist totaal niet? Zijn het meerdere zangeressen? Is het wel vrouw? Is er eigenlijk geen zangeres en is Anonymus het product van een kwantumcomputer, de persoon achter het scherm niet meer dan een willekeurig lichaam? Geen wonder dat men in sommige kringen al een tijd spreekt van het Laatste Popidool.

First Contact – Deep Frontiers
Een tijdlang leek dromen over het eerste contact met buitenaards leven iets uit het verleden. Een cliché uit vintage sciencefiction waar het jaar 2001 nog ver in de toekomst lag. En het moet gezegd dat de clickbait-artikelen van gedegenereerde wetenschapstijdschriften over mogelijke buitenaardse civilisaties die telkens weer een onspectaculaire, levenloze verklaring bleken te hebben, elk enthousiasme degradeerde tot een online ritueel, meer basismateriaal voor flauwe meme’s dan een mooie, maar naïeve hoop. Dat beeld is dit decennium flink aan het kantelen geraakt nu op meerdere manieren signalen zijn ontvangen die duiden op het bestaan van buitenaards leven. Met als hoogtepunt natuurlijk het nieuws dat Voyager II een bizarre terugkeer maakte in ons zonnestelsel. Die terugkeer is op zich al sensationeel. Dat de sonde radiosignalen bleek door te geven die niet konden worden herleid tot een menselijke bron zorgde voor ongekende opwinding die alleen nog de meest fundamentalistische sceptici en gelovigen proberen te ontkrachten. Het duurt nog jaren voordat Voyager de aarde bereikt, tot dan krijgt een andere bron van signalen buiten het zonnestelsel specifieke aandacht omdat veel wetenschappers vermoeden dat het een zogenaamde router is die de mensheid in contact brengt met andere civilisaties.

Alles bij elkaar inspiratie genoeg voor kunstenaars om de blik weer richting de sterren te richten. Elektronische muziek was altijd de meest kosmische, geen wonder dus dat uit het post-techno landschap de eerste serieuze pogingen werden ondernomen om een muzikaal antwoord te formuleren over de nieuwe realiteit die ons wacht. Deep Frontiers is techno-voorbij-techno, dansvloer functionaliteit is achterwege gelaten en wat overblijft is een muziek die beweegt tussen een verlangen naar de grootste dromen van weleer (de in de muziek verwerkte radiosignalen van Voyager krijgen hier iets zwaarmoedigs) en zich probeert voor te stellen welke muziek de opening naar nieuwe levensvormen ons gaat brengen. In die zin is Deep Frontiers het ultieme techno album, de verwezenlijking van een collectief project en het startsein van de zwarte diaspora van Detroit.

Lana del Rey – Dead Ocean Songs 
Net voor haar veertigste verjaardag leverde oudgediende (de tijd vliegt) Lana del Rey haar achtste album af waarin ze de tijdsgeest perfect aanvoelt. De basis is nog steeds downtempo, muzikaal minimaler dan ooit, vaak niet meer dan hints van een akoestische gitaar of ambient elektronica. Maar de verloren liefdes lijken geen mannen meer maar een compleet landschap. Dead Ocean Songs is een ode aan een Californië dat definitief is verloren, een spookachtige wereld van zwarte bossen, stinkende mist en lege stranden. Een duistere variant van solarpunk. Prachtige hoes ook met een op het eerste gezicht klassieke foto van nachtelijk Los Angeles waar complete wijken in het duister zijn gehuld.

Diverse Artiesten – Raum 
Het undergroundlabel van het decennium werd in 2021 opgericht in Mannheim als CD-only label. Heel voorspelbaar maakte de compact disc een soort comeback op het moment dat in de Anglo-Saksische markt (en dus meteen gevolgd door Nederland) de cd werd uitgefaseerd. Vanzelfsprekend ontstond er vrijwel direct een run op vintage cd-spelers uit de jaren ‘80. Tweedehands winkels gespecialiseerd in cd’s verschenen in het straatbeeld met de daarbij behorende eindeloze discussie welke generatie cd’s het beste klinken. In dit klimaat kon Raum uitgroeien tot het cultlabel. Met een reeks betaalbare, maar in eerste instantie moeilijk verkrijgbare, releases droegen alle artiesten het puristische DDD-geluid uit. Een ECM voor de 21ste eeuw gericht op post-house electronica die in steeds verschillende ruimtes werd opgenomen om “muziek te laten ademen”. CD-5 een opname van Mann & Burgin aan de rand van de Bodensee waar de Alpen beginnen te glooien wordt over het algemeen als het hoogtepunt gezien van de eerste reeks releases waarvan tien tracks werden verzameld op Raum. Waaronder ook een eenmalige terugkeer van Oval die nog eenmaal hun karakteristieke remix skills van weleer laten horen op ‘Zeit/Raum’. Een muziek met een ongekende diepte.

Fumi Sasaki – 四季 
De drug die dit alles mogelijk maakte kende nog een vreemd effect, namelijk de gewaarwording dat je andere mensen tegenkwam die via het poeder toegang tot het netwerk van tijdlijnen hadden verkregen. Een maakte een blijvende indruk omdat ze naarstig tussen verleden en toekomst bewoog. Later herkende ik haar als de 19-jarige zangeres Fumi Sasaki. Ik heb wel eens overwogen om contact met haar op te nemen en te verifiëren of ze daadwerkelijk dezelfde ervaring heeft gehad, maar ik ben bang dat ik als een online maniak zal klinken. Hoe dan ook, zij zal in 2027 een buitengewone plaat maken met de vertaalde titel Vier seizoenen. Sasaki plaatst zichzelf zelfbewust in de lijn van de grote Japanse dichters uit de middeleeuwen waarvan ze een aantal gedichten op de eerste helft van het album adapteert, begeleid op traditionele instrumenten en natuuropnamen. Op de tweede helft presenteert ze haar eigen teksten in samenwerking met Sachiko M, oudgediende van de Japanse elektronische avant-garde. Het resulteert in een achttal liedjes voor stem en spookachtige machines. Het voorbijgaan van de seizoenen krijgt in de diepe 21ste eeuw een nieuwe uiting van mono no aware. Zal de omgeving van de tempels in Kyoto nog wel rood kleuren in de herfst? Zal de top van Fuji ooit nog wit zijn? “Bloesems in laag licht / Jonge liefde overmand.”

Diverse Artiesten – Heliolatry Vol.1
Solarpunk ontstond in de jaren ‘10 als noodzakelijk subgenre binnen de sciencefiction. Ondanks de -punk in de naam en de interesse in cultuur bleef het lang beperkt tot een literaire en politiek-filosofische stroming. In 2022 was er dan toch de muzikale doorbraak dankzij de dubbele compilatie Heliolatry Vol.1 (in sommige tijdlijnen volgt een tweede deel, in andere niet.) Solarpunk was niet zonder invloed op moderne muziek maar het effect was in eerste instantie te merken in de infrastructuur van bijvoorbeeld groene festivals. Een artistiek statement was noodzakelijk om de cultuur van solarpunk in het collectieve bewustzijn te plaatsen. En de initiatiefnemer binnen Virgin EMI pakte het ambitieus aan door een 14-tal hedendaagse artiesten uit te nodigen voor hun interpretatie van solarpunk (diverse namen als GAS vs Fennesz, Niño de Elche, Ultramarine, Robyn en nieuwelingen als Malakbel, Theo Jackson en Underwater Light.) Op het tweede deel werd een intrigerende inventarisatie presenteert van proto-solarpunk uit de popgeschiedenis in de vorm van remixes en covers van Sun Ra, A.R. Kane, Tim Buckley, Hiroshi Yoshimura, Junior Murvin, Beach Boys, met als klapper de door Paul McCartney opgedoken alternatieve versie van ‘Sun King’. Een routekaart voor de rest van de eeuw.

Augustus Pablo – King Tubby’s Meet Rockers Uptown (Mix It Yourself edition)
Heiligschennis! Vanzelfsprekend. En toch kon ik dit keer de verleiding niet weerstaan (ook omdat mijn oude vertrouwde vinyl-exemplaar wel erg krakerig wordt na al die jaren trouwe dienst.) King Tubby’s Meet Rockers Uptown is het beste dubalbum aller tijden, hoeven we niet meer over te discussiëren. Interessant is wel dat vintage jaren zeventig dub in de tweede helft van de jaren ‘20 weer een comeback maakte die waarschijnlijk is te danken aan de grootschalige legalisatie van cannabis in delen van de wereld (Nederland lijkt in 2032 als een van de laatste Europese landen dan eindelijk overstag te gaan.) Om de vijftigste verjaardag (!) van de plaat de vieren werd een buitengewone virtuele versie samengesteld. De mixer van King Tubby is allang een museumstuk geworden maar werd tot in de details digitaal nagebouwd. Reggae-historici verzamelde het bronmateriaal met veel zorg en dan is het aan de luisteraar zelf om zijn eigen versies te mixen (lezen van de uitgebreide gebruiksaanwijzing is noodzakelijk.) Enig doorzettingsvermogen blijkt nodig om de kunst van het live dubben in de vingers te krijgen, wat soms tot wonderbaarlijke ontdekkingen kan leiden en uiteindelijk zorgt voor een diepere kennis en waardering van dubreggae. Een intrigerend experiment, aangevuld met bijgeleverde remasters, onder andere in nieuwe ruimtelijke mix zoals deze zou hebben geklonken in de studio van King Tubby. Al die mogelijkheden en keuzes, maar zijn mix zal altijd onovertroffen blijven.

vrijdag 21 september 2018

Aphex Twin - Collapse: vruchtbare puinhoop

Dat de effectieve reclamecampagne met het 3D Aphex Twin-logo uiteindelijk bedoeld was om een E.P. met vier tracks (vijf op cd) onder aandacht te brengen, heeft menigeen verbaasd. Nu kondigt een E.P. maar al te vaak een album aan maar nu ik Collapse eindelijk heb gehoord, ben ik ervan overtuigd dat het als een eigen entiteit moet worden beschouwd. De muziek op Collapse kon niet anders dan een E.P. vormen, de muziek is zo rijk -aan detail, wendingen en ritmiek- dat je als luisteraar na vijf nummers verzadigd bent. Ik denk niet dat ik de aandacht zou kunnen vasthouden bij een album gevuld met dit soort tracks.


Wat Richard James hier presenteert is zonder twijfel indrukwekkend vanuit technisch perspectief. Hier is een grootmeester aan het werk die zijn apparaten compleet beheerst. Ritmes verspringen, stemmingen schuren tegen elkaar, wonderschone melodieën verschijnen en verdwijnen om niet meer terug te keren. Aphex Twin hoeft duidelijk niet meer rekening te houden met de dansvloer. Dat betekent dat de 4/4 maat bijna afwezig is en herhaling er ook niet meer toe doet. Techno is nu een avontuur vol wendingen en verrassingen, de tracks op Collapse voelen als korte megamixen waarin meerdere ideeën vechten om aandacht. Op Syro speelde Apex Twin al een aantal keer met deze vorm maar nu heeft het een definitieve uiting gevonden. Collapse is in die zin de ineenstorting van conventies. De muziek voelt als een psychedelische maalstroom waarin basdreunen, breaks en samples verschijnen om vervolgens weer uit het gehoor te verdwijnen. Soms lijkt Aphex Twin naar zijn eigen oeuvre te verwijzen en voordat je het kunt verifiëren is het moment voorbij (de moedwillige implosie van oeuvre en persoonlijke geschiedenis? Vernietiging en hergeboorte?)



Ritmisch voelt Collapse als een bevrijding. James introduceerde op Richard D. James Album (1996) jungle-ritmes die hij nooit echt onder controle leek te hebben, een soort obsessie die hij hardnekkig bleef volhouden zelfs toen jungle over zijn hoogtepunt was. Pas met ‘s950tx16wasr10" (earth portal mix)’ op Syro leek hij de klassieke jungle-sound eindelijk te hebben gevangen. Die techniek van beat-manipulatie wordt op Collapse ingezet voorbij de conventies van jungle en drill ‘n bass om een genreloos web te vormen van electro-stotters, breaks, handclapsalvo's en korte 4/4 aanzetten alsof hij Stockhausens persoonlijk advies in 1995 ter harte heeft genomen "...he would look for changing tempi and changing rhythms, and he would not allow to repeat any rhythm if it varied to some extent and if it did not have a direction in its sequence of variations."

Maar wat betekent Collapse in 2018? Er is vrijwel geen DJ die een track als ‘T69 Collapse’ met zijn driedelige opzet en voor lachgas geoptimaliseerde break zal draaien. Dit is techno zonder functie, auteurtechno, waar James zeker sinds drukQs aan werkt. Het heeft iets van een individuele zoektocht naar nieuwe mogelijkheden en modellen, een spel met complexiteit dat geen doel heeft voorbij zijn eigen creatie. Vreemd genoeg luister ik het vol ontzag, onder de indruk van de slimmigheden en knipogen, vermoeid door de mateloosheid, laat het me koud terwijl tegelijkertijd minuscule explosies van schoonheid me onderdompelen in het vertrouwde analoge bubbelbad.

vrijdag 28 juli 2017

Porter Ricks in het Windowlicker tijdperk



Eindelijk de nieuwe Porter Ricks kunnen beluisteren op cd, die opvallend moeilijk verkrijgbaar is (ik vermoed een signaal dat we in de nabije toekomst steeds moeilijker platen kunnen vinden die vroeger standaard in de winkel lagen.) Een vreemde ervaring om na 20 jaar weer nieuwe muziek te horen van een duo dat een van mijn favoriete techno-albums ooit maakte (Biokinetics op Chain Reaction) en een wat warrige opvolger met enkele geweldige momenten. Op het eerste gehoor vielen me een paar dingen op, waaronder hoe digitaal het nieuwe geluid is. Om de onvermijdelijke vergelijking te maken met het debuut, mist het geluid daardoor een bepaalde openheid, die bijna kinesthetische frisheid alsof je de nevel die een deinende boot veroorzaakt kon voelen. Anguilla Electrica is een duik in de oceaan van silicium en dat maakt de muziek ook meteen erg 2017.

Wat Anguilla Electrica fascinerend maakt is hoe het tegelijkertijd terugblikt en vooruit kijkt. Dat plezierig/onbehagelijke gevoel dat verleden en toekomst even in de realiteit naar elkaar toebuigen en overlappen. Er zijn momenten dat ik overtuigd ben dat de muziek over gaat in Vainqueurs ‘Elevation II (Reduced)’ een van die heerlijke Berlijnse kadansklassiekers uit de mid-jaren negentig. Maar Oli Warwick heeft gelijk wanneer hij in de Resident Advisor recensie stelt: "The complex behaviour of texture and tone in this music is a step beyond what was possible in the '90s, and that's apparent throughout Anguilla Electrica."

Waar Porter Ricks voorheen een bijzondere diepte wist te creëren ligt de aandacht nu in ritmische details die op onvoorspelbare wijze verschijnen en toch naadloos passen. Een andere referentie die meteen bij mij opkwam was Daft Punk, alsof de muziek op momenten dreigt over te gaan in ouderwetse Franse filterhouse. Wellicht geen vreemde associatie omdat zowel het Franse als Berlijnse geluid op dat moment gefascineerd was door de mogelijkheden van een ijl geluid. Maar Daft Punk was met Discovery ook snel bij dat ritmische versnipperen wat uiteindelijk is terug te brengen tot de invloed van Todd Edwards (vandaar zijn gastrollen op hun albums) en hun liefde voor Aphex Twins onnavolgbare ‘Windowlicker’. Nu we die bijna spreekwoordelijke ¨historici uit de toekomst” zijn geworden is het inderdaad tijd om de stelling te poneren of de geschiedenis van techno een pre-Windowlicker en een Windowlicker-tijdperk kent waarin we ons nu nog steeds bevinden. Heel langzaam begint techno anders te klinken zonder dat de wortels werkelijk onherkenbaar zijn geworden. Maar dat je door Anguilla Electrica dit soort vragen gaat stellen is een teken dat die tijd ooit zal aanbreken.

zondag 2 juli 2017

Michael Mayer - DJ-Kicks: Pan-Europese Popmuziek 2017



Ja, een malle hoed zonder ironische gezichtsuitdrukking gedragen. Maar genoeg daarover. Michael Mayers zesde mixalbum is een van zijn sterkste. Niet zo verrassend als de originele Immer (2002), maar dat is vrijwel ondenkbaar op het moment, meer een geduldige uitwerking van de Kompaktesthetiek. Dat betekent een basis van ambachtelijke techno, vol zorg in synthesizers opgepoetst zodat de juiste balans tussen ruimte en melodie wordt gevonden, met een kenmerkend popgevoel. Geen pop die de klassieke liedjesstructuur gebruikt maar een echt 21ste eeuwse pop die een andere functie heeft (techno die overal werkt.)

Wat overigens niet betekent dat zijn DJ-Kicks vol verwijzingen naar het verleden zit. Op een of andere manier doen de melodieën en zang me steeds denken aan de Europarade, een radioprogramma van de TROS, gepresenteerd door Ad Roland, dat ik in mijn jeugd vaak in het weekend luisterde. De Europarade werd tussen 1976 en 1987 uitgezonden als een top-30, soms top-40, met platen die werden verzameld door een samenwerkingsverband van Europese radiostations. Ondanks de nodige overlappingen vormden de lijsten een verfrissend tegenwicht voor de steeds sterker wordende Anglo-Amerikaanse richting van Veronica. In de Europarade kon je vaak zomerhits eerder horen aankomen en werd je na de dictatuur van ABBA geconfronteerd met Italo-hits (Fun Fun hoorde je daar gegarandeerd als eerste), elegante Franse liedjes, Britse synthpop, een Spaans incident en excentrieke, soms superflauwe, Duitse hitexperimenten. DJ-Kicks is een voortzetting van dat Pan-Europese geluid, semi-naïef, licht erotisch, melancholisch en toch ergens...optimistisch?

zaterdag 29 april 2017

Eerste indrukken bij beluistering van Narkopop



Na 17 jaar is de vijfde van GAS verschenen. Wellicht dat er over een aantal jaar diepgaandere en frisse inzichten over zijn te formuleren, al vermoed ik inmiddels dat GAS zichzelf analyseert, of wel, de basisgedachten over de muziek zijn allang geleden gevormd en daar valt weinig aan toe te voegen. Iedereen met maar een beetje interesse in de Duitse cultuur kan de punten naar eigen inzicht verbinden. Maar gedachten zijn er natuurlijk meteen, om te beginnen kan ik de laatste tijd met tevredenheid terugkijken op het hoofdstuk ‘1993: De toekomst is onaf’ uit De Toekomst Hervonden waar ik de comeback van The Avalanches, Aphex Twin en GAS bijna met mijn wil probeer vorm te geven. Mijmerend dat de auteurtechno van de jaren negentig vol onontgonnen vertakkingen zit, kom ik op dit punt terecht:
Het mooiste voorbeeld is Zauberberg (1997) van GAS dat een complete wereld presenteert, een audiovisuele dagdroom, en hier ook nog filosofische en literaire referenties aan verbindt (zonder dat deze op de voorgrond treden). GAS is geen model dat herhaald kan worden, het is een unieke uiting. In plaats van een Grote Plaat (die iedereen dwingt op te letten) is de term Sterke Plaat beter: een plaat (een kunstwerk) met verschillende dimensies en lagen, een spel met betekenissen. En hiermee vermijdt men het idee van een programma voor vernieuwing, het recept voor de toekomst zoals opgesteld door de criticus of een comité. Wat deze vorm van muziek maakt tot wat het is, is een persoonlijk visioen. Het verschijnt.
En verschijnen deed het. Meteen is duidelijk dat we nu te maken hebben met een evenement. Een spel tussen (social) media en platenmaatschappij. Je vergeet daardoor bijna hoe de status van dit project door de jaren heen is toegenomen en hoe obscuur GAS destijds was. Alle albums verschenen op het experimentele Mille Plateaux label en waren, misschien met uitzondering van het bij vlagen glitchy Pop, op dat label zelf buitenbeentjes. Ze waren ook moeilijk te vinden. Ik bestelde Zauberberg samen met Las Vegas van Burger/Ink en mijn portemonnee huilde toen ik, pre-online shop, bij de platenwinkel moest afrekenen. Nu krijg je netjes een opulent boekwerk thuisbezorgd dat je bijna niet durft aan te raken en achter glas wilt plaatsen.

Het is hoe dan ook een object waaraan alle zorg is besteed en nadat je de naald in de groeven hebt geplaatst wordt snel duidelijk dat dit verreweg het best klinkende GAS-album is. Ik ben zeker geen vinylfetisjist maar de eerste indruk wat betreft geluid is dat het vinyl voller klinkt met een indrukwekkende baslaag die de kamer op een gegeven moment laat trillen.

Narkopop is ook muzikaal het grootst opgezette album in de GAS-serie, vergelijkbaar met supersymfonieën als de tweede van Mahler. Zauberberg had altijd de mooiste structuur: een blik op de berg, de reis door het woud die volgt en het bereiken van de bergtop zelf. Narkopop slingert meer, kent meer verschillen: sublieme miniaturen die glinsteren als Rijngoud en ergens in het midden van het woud een duister hart gevormd door een terugkerende reeks van drie kloppende basdrums die het album meteen riskant maken als psychedelische ervaring. Dit fragment is zonder twijfel het dichtst dat GAS bij kwaadaardige muziek komt, onnoembaar en heidens.

Ik hoor niet een directe uitschieter als het meesterwerk ‘Köningsforst 5’ maar verbaas me in eerste instantie vooral over die basdrum. Waarom is die zo belangrijk in deze muziek en maakt het GAS spannender dan het beatloze Rückverzauberung project? En wat maakt de basdrum van Voigt, die bijna generiek kaal klinkt, toch zo herkenbaar? Is het tempo net iets lager dan de conventies van dansvloertechno vereisen? Want dit is muziek die door 99.9% van de dj's niet gedraaid zal worden. Maar dat was GAS altijd al, een bevrijde vorm van techno, voor het individu, de wandelaar, de kosmonaut.

Voor veel meer informatie is dit interview met Wolfgang Voigt een aanrader. In het Duits, vol “Hertzblut” en “der permanenten Auseinandersetzung mit Widersprüchen”, zoals het hoort.

(illustratie: Oscar Droege)

zondag 31 januari 2016

Piketpaal 11: Fracture

Wie in 1993 als muzikant oplette zag de kans liggen voor een grootse synthese, die tussen My Bloody Valentine en Aphex Twin. Loveless had gitaarmuziek twee jaar daarvoor van een radicale, onomkeerbare update voorzien en Richard D. James begon als technoauteur aan een zegetocht voorbij de dansvloer waar menig indieliefhebber door werd verleid. De luisteraars die beide werelden bewoonden waren voorhanden, dus waarom niet de muziek tot een geheel versmelten? Het Engelse viertal Seefeel sloeg als eerste toe en zou datzelfde jaar een sterk debuutalbum afleveren met de naam Quique. Aphex de Grote remixte tweemaal hun ‘Time To Find Me’ vol egards, wat in die tijd betekende dat hij de muziek goed vond. Quique werd grotendeels gedreven door een minimale puls, waardoor de muziek een dromerige kwaliteit bezit.

Een jaar later zou de band met de single ‘Fracture’ de eigen identiteit zelfverzekerd versterken. Een aanstekelijk tribaal-mechanisch ritme vormt de basis waarover spookachtige flarden gitaar klinken, halverwege aangevuld met echoënde stemmen. Eenvoudig en uiterst effectief, helemaal in combinatie met een van de betere videoclips van die tijd (een uitgekiende mix van 4AD en rave esthetiek.) Pas jaren later zou electronische shoegaze, met name vanuit Duitsland, voorzichtig worden verkend (Seefeel zou zelf in 2010 weer terugkeren met een sterk zelfgetiteld album) maar ‘Fracture’ benadert het nooit. Als de track morgen wordt uitgebracht zou hij nog steeds fris klinken en avontuurlijker dan wat tegenwoordig voor gitaarmuziek moet doorgaan. Kortom, een heel genre wacht al jaren om echt te worden uitgewerkt.


 

zondag 24 januari 2016

Het merk Autechre en het vooruitgangsgetto

Ik viel afgelopen vrijdag pas laat in de livemix van Autechre voor NTS en moet eerlijk toegeven dat ik eerst dacht dat de Internetverbinding hakkelde. Net toen ik teleurgesteld de browser wilde dichtklikken, begon mijn bewustzijn zich te adapteren en werd het gekraak zoiets als muziek, buitengewone muziek, onze elektronische versie van freejazz. Gelukkig kun je de mix hier luisteren en vreemd genoeg publiceerde Solid Steel dezelfde dag een tweede mix in dezelfde duistere stijl. Is dit een nieuwe strategie van Autechre? Een aanloop tot nieuw werk?

In ieder geval zetten de twee mixen mij aan het denken over Autechre zelf. Hoe het duo na bijna 25 jaar stug grenzen blijft verleggen, maar ook in een welhaast omheinde niche is geplaatst. Een soort afgelegen laboratorium waar alleen insiders interesse in tonen en dat losstaat van de rest van de muziekcultuur. Alsof Autechre voorspelbaar is in zijn onvoorspelbaarheid en dus geen aandacht verdient. Het geluid van de mixen kun je al jaren horen op festivals gewijd aan avant-garde en elektronische muziek, maar dat Autechre ze gebruikt maakt het op een of andere manier anders. Want ergens is Autechre, ondanks de bovengenoemde isolatie, een sterk merk. Waarom?

Hoe experimenteel Autechre ook klinkt, het duo heeft altijd een vage relatie met dansmuziek behouden (sporadisch wil een remix, zoals hun recente herbewerking van Russell Haswells 'Heavy Handed Sunset', zelfs bijna conventioneel dansbaar zijn.) Ze zijn in al die jaren braaf bij het Warp-label gebleven, dat overigens zelf sinds mensheugenis geen dansvloerkrakers meer uitbrengt. Maar de ritmische basis van Autechre is altijd gebleven. In zekere zin zijn ze het research & development team van techno dat nieuwe modellen van ritme en structuur ontwikkelt die andere artiesten kunnen gebruiken, maar zelden daadwerkelijk inzetten. De mixen van vrijdag deden me denken hoe dit wellicht aan de terughoudende houding van Autechre zelf ligt. En of dit anders kan, Autechre dat zich als leider profileert en muziek op een breder niveau probeert te sturen. Voorbij de in zichzelf gekeerde festivals en hun trouwe publiek. Want de mixen lijken bijna een programma te presenteren van de manier waarop muziek de komende jaren zou moeten klinken: veel vrijer, vreemder en verrassender. Veel scherper gerelateerd aan onze huidige realiteit ook. Wellicht zijn deze hints genoeg om nieuwe ideeën te planten die uitgroeien tot een ware 21ste eeuwse muziek en andere, gemeenschappelijke manieren om deze te horen.

Edit: en om de recentelijke activiteiten te completeren is hier Sean Booth at Lifetime Methrave (Tunnel Dive No. 043), afgelopen zondag opgenomen voor Intergalactic FM.

zondag 17 januari 2016

Piketpaal 10: Re: ECM

De piketpaalserie kan tot nu toe de suggestie wekken dat alles in de jaren negentig is gedaan en we sindsdien niets zijn opgeschoten. Dat is inderdaad een verleidelijke gedachte: de jaren negentig als de Cambrische explosie van muziek. Maar zoals de evolutie na die periode ook gestaag doorging, is er in muziek enige ontwikkeling geweest. Een recente aftasting van nieuwe geluiden wordt gevormd door de wonderbaarlijke samenwerking tussen Ricardo Villalobos en Max Loderbauer uit 2011. Loderbauer is sinds zijn tijd in technopioniers Sun Electric een graag geziene gastmuzikant (onder andere als lid van Moritz Von Oswald Trio) die bij voorkeur achter een modulaire synthesizer plaatsneemt. Villalobos groeide na 2000 uit tot een onvoorspelbare superster-dj—favoriet van avant-gardisten en Duracell-konijnen—die op gezette tijden dansmuziek tracht te vernieuwen (zie Alcachofa, ‘Fizheuer Zieheuer’). Die spannende werken vol inventieve percussie bereiden de luisteraar totaal niet voor op Re: ECM. Villalobos gebruikt weliswaar regelmatig nummers van ECM (Edition of Contemporary Music) in zijn sets, maar dat moet hoogstens als contrast dienen aangezien het label gespecialiseerd is in verstilde jazz en neoklassiek. The Most Beautiful Sound Next to Silence is sinds 1971 hun motto.

ECM producties staan bekend om hun ruimtelijke kwaliteit en dit moet beide muzikanten duidelijk fascineren. Villalobos’ befaamde studio met Martion speakers waar audiofielen bijkans tranen van in hun ogen krijgen, is ingericht om het zuiverste geluid te produceren. Nog steeds volhardt hij in een wantrouwen ten opzichte van Internetmuziek (naast het web als vervanging van het sociale) waardoor zijn muziek (net als die van ECM) bijna niet op Spotify is te vinden. In de uitgebreide hoestekst spreken Villalobos en Loderbauer vol lof over ruimte in de muziek van ECM:
Das ist ja das Charakteristische, das Faszinierende an den ECM-Produktionen: der grosse Respekt für den Klang, die organische Entfaltung der Sounds, die Freiheit der Kommunikation der Instrumente untereinander, die Tiefe des Raums – ein Spielraum, in dem wir uns frei bewegen können, um die reichhaltige Klangfülle voll auszuschöpfen.
Ruimte is in het idealisme van Villalobos een factor die de club als utopisch samenzijn kan uitdiepen. Ik denk dat we daar nog lang niet zijn, maar het streven naar het openen van geluid en vooral de strenge regels van ritme zijn de moeite waard. En vorig jaar zijn er een aantal platen verschenen (Clouds van Gaussian Curve en Elaenia van Floating Points) die proberen dansmuziek vrijer te laten klinken. En toch missen deze platen de diepte van Re: ECM die zo moeilijk is te ontleden (een postpsychedelische introversie?) Het voordeel van Villalobos en Loderbauer is dat labelbaas Manfred Eicher na de presentatie van enkele demo’s ze vrije toegang verleende tot de complete discografie van ECM die vol sublieme momenten zit. De basis waar ze mee werkten was al van goud.

Desondanks is het opvallend hoe de zeventien tracks van Re: ECM ondanks het grote verschil tussen de bronartiesten een eenheid vormen. Wat ontstaat, is een buitengewone muziek die genre-indelingen overstijgt. Omdat de modulaire synthesizer niet gesaved kan worden, nodigt het uit tot het maken van een muziek van het moment. Re: ECM is grotendeels live opgenomen, nadat Villalobos en Loderbauer een bepaald fragment hadden uitgekozen en dit vervolgens door hun studio-bouwsel van die dag lieten gaan. De muziek krijgt hierdoor een eigen karakter, semi-spontaan, elektronisch en toch akoestisch, een machine die ademt…een originele vorm van dub. Maar ik zou zoiets als ‘Recat’—een hypnotiserende bewerking een detail uit Christian Wallumrød Ensemble’s ‘Music For One Cat’—tegelijkertijd de meest vooruitstrevende techno van de laatste jaren willen noemen, een radicale vernieuwing van de mogelijkheden van techno. Nee, er is geen beukende beat te bekennen en dansen hierop zal van de slow motion variant zijn, maar dat is niet erg. Techno zal toch steeds meer het dictaat van de dansvloer moeten loslaten om textuur in detail te verkennen. De club kan zoveel meer zijn en buiten de muren wacht zelfs een compleet universum om onderdeel te worden van techno. Re: ECM is de voorzichtig geplaatste wegwijzer.

 

zondag 29 november 2015

Piketpaal 9: Neptune’s Lair

1999 herinner ik mij als een ingetogen afsluiting van een opwindend decennium: Peace Orchestra, Innerzone Orchestra, Source Direct brachten prachtige albums uit. En uit het niets was daar weer een levensteken uit Detroit van Drexciya. In de voorafgaande jaren had het duo met een krachtig mengsel van techno en electro een prominente plek in de underground veroverd. Het retrospectief The Quest (1997) is essentieel voor iedereen die geïnteresseerd is in dansmuziek, elektronische muziek en sciencefiction. Maar het duo suggereerde dat met deze compilatie definitief een einde was gekomen aan Drexciya. Vandaar dat Neptune’s Lair, uitgebracht op het machtige Tresor label, twee jaar later als een verrassing kwam.

In die twee jaar had het duo aan een aantal modificaties van het eigen geluid gewerkt. Het album bestaat uit twintig tracks die een fascinerende reis vormen door de Drexciya onderwaterwereld. Muzikaal kun je de tracks in twee groepen verdelen. Een aantal dansbare electrotracks, optimistisch en haast lichtvoetig, met gebruik van tinkelende melodieën, soms aangevuld met machinale ambientgeluiden als het zoemen van mysterieuze onderzeeërs of onderwaterstations. Deze worden afgewisseld met programmamuziek als ‘Polymono Plexusgel’, ‘Devil Ray Cove’ of ‘Lost Vessel’, geluidswerelden die onbekende natuurverschijnselen of wetenschappelijke experimenten suggereren.

Neptune’s Lair zou een uiterst creatieve periode voor Drexciya inluiden waarbij het geluid nog in een reeks albums verder werd uitgewerkt. Maar nooit meer zo weids in ambitie, elke track een aftakking die verder kan worden uitgewerkt tot een minigenre. En bleef het duo altijd sterk in het verzinnen van titels, hier worden kant-en-klare sciencefictionverhalen aangereikt als ‘Andreaen Sand Dunes’, ‘Organic Hydropoly Spores’ of ‘Drifting Into A Time Of No Future’. Helaas sloot de vroegtijdige dood van James Stinson verdere verlegging van grenzen door Drexciya af. Gerald Donald zou onder andere als Dopplereffekt gelukkig verder gaan, nog steeds op zoek naar nieuwe werelden ver voorbij het electrogenre, soms met buitengewone resultaten.

 

zondag 25 oktober 2015

Joris Voorn - Fabric 83: techno voor een volwassen wereld


Mike Banks de introductie van ‘Amazon’ zien spelen in 1992 deed onvermijdelijk de vraag stellen: wat houdt nieuwere generaties tegen om zulke grote gebaren te maken? Zijn de combinaties van noten opgeraakt? Is de cultuur waarin ‘Amazon’ werd bedacht verzadigd? Durft men het niet uit angst voor ridiculisering? Of heeft men de capaciteit gewoonweg niet? In zekere zin is de zo in dubstep/EDM zo gliefde drop ook een groot gebaar, maar het is mechanisch, het equivalent van een doorgetrainde, in doping gemarineerde, bovenarm spannen. Bovendien is het lelijk. Een alternatief antwoord is, denk ik, al een aantal jaren: diepte. Een lastig te omschrijven kwaliteit. Diepte is een subtiel gebaar, je herkent het in de fantasierijke Donato Dozzy mixen van een aantal jaren terug (met als hoogtepunt mnml ssgs 39.) En in het ambitieuze Balance 14 (2009) van Joris Voorn dat dit jaar zoiets als een opvolger kende in de vorm van de 83ste editie van de Fabric mixserie waarop hij weer een groot aantal fragmenten van tracks inzet om met behulp van Ableton Live zoiets als de perfecte technomix te maken.

Waar zou een perfecte technomix aan moeten voldoen? De mix moet worden voortgedreven door ritme of puls. De muziek ademt vooral een melancholische sfeer uit. Een futuristische associatie is op minstens een niveau aanwezig (albumhoes, samples, techniek.) Aan deze drie voorwaarden voldoet Fabric 83 zeker. Maar er moet iets meer zijn: de mix dient in eerst instantie te verwonderen. Dit gebeurt hier halverwege wanneer Voorn verrassend de riff van jungleklassieker ‘Shadow Boxing’ gebruikt als breekpunt. Losgeweekt van het originele ritme klinkt de melodie als plots opdoemende stormwolken waar zwarte regen uit begint te vallen. Het vormt de ingang tot een elegante geluidswereld die zijn gelijke op het moment niet kent. Voorn is vrijwel een eenling in zijn methode—een perfectionering van Hawtins vaak abstracte digimixen—waarbij je vermoedt dat veel van zijn collega’s te lui zijn, of gewoon niet over het gehoor beschikken, om een dergelijke mix te bouwen.

Voorn is als DJ een soort schakel tussen klassieke techno en de digitale wereld. Een schakelpositie die hij op Fabric 83 trouw blijft. De mix gebruikt genoeg obscure nieuwe tracks en remixes, maar ze worden duidelijk verankerd in de drie-eenheid Plastikman/Basic Channel/Underground Resistance (hier Robert Hood) die nog steeds gemijnd kan worden voor nieuwe inzichten. Nu ik dit opschrijf, vraag ik me af of die fundamenten niet uiteindelijk moeten worden verlaten? Misschien is Voorn er al op subtiele wijze mee bezig, verzinken de pijlers langzaam in een frisse stroom techno.

Fabric 83 is ook een mix die op zoek is naar een toekomstige praktijk, want met een club vol dansende mensen heeft de muziek weinig meer te maken. Op dit moment doet het dienst als buitengewone automuziek: de mix als leidraad door de nacht, net genoeg puls om in te verzinken maar steeds aangevuld met kleine veranderende details om de aandacht te laten verspringen in een samenspel met de voorbijschietende lichten. Over een aantal decennia zullen een aantal opiaten—hoe natuurlijker, hoe makkelijker—legaal zijn. Ironisch genoeg zal de auto-ervaring steeds meer aan betekenis gaan verliezen. Fabric 83 hint (net als Dependent & Happy van Villalobos) naar een ander gebruik van muziek in een volwassen maatschappij. Een zwevende, vederlichte luisterervaring, waarbij een suggestie van een superieure glimlach op het gelaat verschijnt.

woensdag 14 oktober 2015

Maar Facebook zagen ze niet aankomen

Dit archeologische juweel kwam gisteren op twitter langs, een korte documentaire Public Transport over een street media event in Wenen (1992).


De jaren negentig in zijn meest pure vorm (relaxed en toch energiek, duister en toch optimistisch.) De mediatheorie is niet eens zo gek gezien, met die code-oorlog en data-guerilla's. Maar uiteindelijk ook een soort technoromantiek, niemand kon zich de Death Star Facebook voorstellen die opeens zou opdoemen. Hoe dan ook, de muziek...oh, de muziek...Underground Resistance op het toppunt van zijn kunnen met die scratches van Mills en de allesverzengende kracht van Banks' 'Amazon'-akkoorden. Techno als onweerlegbare waarheid. Stom dat we dat moment door de vingers hebben laten glippen.

zondag 13 september 2015

Techno als Klassieke Muziek

 
Onlangs trad techno-dj Jeff Mills samen met het Noord Nederland orkest op in het Concertgebouw Amsterdam. En daarmee werd iets sneller dan ik had verwacht mijn visioen van techno in concertzalen gerealiseerd. Ik ken iemand die erbij was en die vond het geweldig. En de muziek van Underground Resistance kent zonder twijfel romantische invloeden. Maar ik kan het niet anders zien als een stap terug, dezelfde valkuil waar progrock intrapte door de status/grandeur van klassieke muziek te ambiëren. Het beeld dat ik ooit voor ogen had was van een concertgebouw vol oude ravers die luisteren naar techno, zonder de aanwezigheid van een orkest. Ik zag een grijsharige Carl Craig voor me die met machines Landcruising opnieuw interpreteert (Hawtin heeft met Ex in het Guggenheim een eerste stap richting dit model gezet.) Los van de sensuele ervaring om een keer techno te horen zoals gespeeld op akoestische instrumenten, kan ik geen enkele esthetische reden bedenken waarom dit een positieve ervaring is. De hele structuur, de betekenissen, zijn gericht op terugkijken, op een volstrekt vastgelegde cultuur, de zegen van het instituut. En geen enkele injectie van millsiaans futurisme gaat daar verandering in brengen. Je wilt ook niet dat een orkest de Blade Runner soundtrack uitvoert, je wilt een nieuwe film zien met een soundtrack die even radicaal is als die van Blade Runner.

Niet dat het samenwerken met klassiek getrainde musici totaal vruchteloos hoeft te zijn. Zie Aphex Twin en Krzysztof Penderecki:

 

Maar zelfs hier vraag ik me af hoeveel Aphex Twin daadwerkelijk toevoegt. Het is de muziek van Penderecki, als dwingende basis, die nog steeds fris klinkt (en in die zin zou techno dit kunnen mijnen voor ideeën.)