Posts tonen met het label My Bloody Valentine. Alle posts tonen
Posts tonen met het label My Bloody Valentine. Alle posts tonen
maandag 12 februari 2018
Wat is nu de echte Loveless?
“...if he had his way, MBV wouldn't even come out on vinyl at all, the CDs would sound a whole lot better too!”
Uit het 1991 NME interview met My Bloody Valentine
Eindelijk de tijd gevonden om de analoge remaster van Loveless rustig te beluisteren. De uitvoering van de remasters is echt prachtig, met luxueuze uitklaphoezen en zwaar vinyl, maar ik wil het nu puur hebben over het geluid. Dat is zoals te verwachten zeer mooi: uitgebalanceerd een kraakhelder, elk element waar de muziek uit is opgebouwd lijkt nu hoorbaar. De metafoor waar je niet aan ontkomt is van een renaissanceschilderij dat door de beste restaurator wordt hersteld en waardoor nieuwe kleuren en tinten tot leven komen.
De opvallendste veranderingen zijn wat mij betreft op het eerste gehoor:
– De bas. Kevin Shields is een meester van de mid-range en Loveless klonk daardoor nooit echt zwaar. Eigenlijk wordt nu duidelijk waarom: de bas is vaak afwezig, maar wanneer hij klinkt dan hoor je hem nu ook echt zonder het gevoel dat hij overdreven is opgevoerd.
– De intermezzo's. De geheime wapens van Loveless die wanneer ze bezig zijn vaak, als echte ambient, worden vergeten. Dat is nu lastiger want ze klinken dieper en helderder, momenten waarin je totaal verzinkt en omdat je nooit helemaal weet hoe lang ze duren, schrok ik dit keer ook echt toen ‘When You Sleep’ er in knalde.
– De ruimtelijkheid. Dit is een wat persoonlijke perceptie maar het lijkt alsof de manier waarop tracks de ruimte vullen verschilt. Het duidelijkst vond ik het verschil tussen ‘Sometimes’ dat de vorm van een muur heeft en ‘Blown a Wish’ dat meer horizontaal klinkt.
– Details. Veel onverwachte details, met name in de stemmen die voller klinken en langer lijken aan te houden. De Fairlightachtige panfluitmelodie in ‘Sometimes’ trilt opeens lichtjes. Er doemt tegen het einde van ‘To Here Knows When’ herhaaldelijk een mysterieuze brom op. De akoestische gitaar is meer aanwezig, je zou met die basis van de liedjes—ik moet mensen eigenlijk niet op het idee brengen—bijna uitvoeringen voor die Satanische Coffeehouse playlists kunnen maken.
– ‘Soon’. Het nummer dat, wat mij betreft, het meest wint door deze remaster. Het drumgeluid is afgetekend, de gitaarwaaier is beter dan ooit en alles lijkt naadloos in elkaar te passen (voorheen klonk het meer als een collage.) Het is nu echt onderdeel van het album.
Als een meer algemene opmerking die niet per se met de mastering te maken heeft, klinkt Loveless opgewekter dan ik gewend ben. Misschien ligt daar een opening naar een soort tweede leven van de plaat, want er huist ook een wat melancholische pessimist in mij die niet kan ontkomen aan het idee dat hier iets, een proces, wordt afgesloten. Alsof alle geheimen van Loveless in een keer hoorbaar zijn geworden. Ik vermoed dat ik daarom nog vaak genoeg zal grijpen naar de 1991 cd. Ik zou bijna zeggen dat die intiemer klinkt, maar dat is niet zo, het is een ander soort intimiteit. De intimiteit van de analog remaster is een van nabijheid, je kunt je bewustzijn bijna in de muziek steken en naar believen inzoomen op een detail. De intimiteit van de 1991-versie is een sublieme wolligheid die je vreemd genoeg zelden associeert met compact disc, maar wel erg van die tijd is. Kortom, wat is de echte Loveless: de helderste of de geleefde versie?
Over de Isn’t Anything remaster en de mysterieuze 2016 versie die een aantal van ons erbij kregen heb ik het weer andere keer.
Verder lezen:
Mijn remaster van de analyse van het gitaargeluid van ‘To Here Knows When’
En een artikel in Kindamuzik uit 2003 over Loveless en de invloed ervan op elektronische artiesten.
woensdag 1 november 2017
Opnieuw Loveless (en meer)
Vorige maand verscheen een levensteken van My Bloody Valentine. Dit keer weer een aankondiging van een reissue, de zogenaamde volledig analoge remasters van zowel Isn't Anything en Loveless. Twijfelde even, maar ging toch overstag, omdat het misschien een kans is om nieuwe details in Loveless te ontdekken (en ach, Isn't Anything op vinyl kan ook geen kwaad). Het interview met Kevin Shields door Pitchfork maakt wel echt nieuwsgierig. Het schetst een fascinerend beeld van een muzikant die verder werkt aan zijn meesterwerk maar, en dit is opvallend, niet op zoek is naar perfectie. Vreemd om te lezen dat de digitale aspecten van de plaat nu met veel omwegen worden vervangen, op zichzelf al een kunststuk, en ik ben benieuwd of je dit gaat horen. Die originele cd bewaar ik echter nog even, al aast mijn dochter er inmiddels op. Dat artefact van het moment was ergens zo juist vanwege zijn botsing tussen analoog en digitaal (in zekere zin tussen rock en techno), al had ik nooit een idee waar het ene begon en het andere eindigde.
Nieuws van een "gegarandeerd album" in 2018 neem ik maar voor kennisgeving aan, alhoewel dat idee van een kort album me wel aanstaat.
zondag 31 januari 2016
Piketpaal 11: Fracture
Wie in 1993 als muzikant oplette zag de kans liggen voor een grootse synthese, die tussen My Bloody Valentine en Aphex Twin. Loveless had gitaarmuziek twee jaar daarvoor van een radicale, onomkeerbare update voorzien en Richard D. James begon als technoauteur aan een zegetocht voorbij de dansvloer waar menig indieliefhebber door werd verleid. De luisteraars die beide werelden bewoonden waren voorhanden, dus waarom niet de muziek tot een geheel versmelten? Het Engelse viertal Seefeel sloeg als eerste toe en zou datzelfde jaar een sterk debuutalbum afleveren met de naam Quique. Aphex de Grote remixte tweemaal hun ‘Time To Find Me’ vol egards, wat in die tijd betekende dat hij de muziek goed vond. Quique werd grotendeels gedreven door een minimale puls, waardoor de muziek een dromerige kwaliteit bezit.
Een jaar later zou de band met de single ‘Fracture’ de eigen identiteit zelfverzekerd versterken. Een aanstekelijk tribaal-mechanisch ritme vormt de basis waarover spookachtige flarden gitaar klinken, halverwege aangevuld met echoënde stemmen. Eenvoudig en uiterst effectief, helemaal in combinatie met een van de betere videoclips van die tijd (een uitgekiende mix van 4AD en rave esthetiek.) Pas jaren later zou electronische shoegaze, met name vanuit Duitsland, voorzichtig worden verkend (Seefeel zou zelf in 2010 weer terugkeren met een sterk zelfgetiteld album) maar ‘Fracture’ benadert het nooit. Als de track morgen wordt uitgebracht zou hij nog steeds fris klinken en avontuurlijker dan wat tegenwoordig voor gitaarmuziek moet doorgaan. Kortom, een heel genre wacht al jaren om echt te worden uitgewerkt.
Een jaar later zou de band met de single ‘Fracture’ de eigen identiteit zelfverzekerd versterken. Een aanstekelijk tribaal-mechanisch ritme vormt de basis waarover spookachtige flarden gitaar klinken, halverwege aangevuld met echoënde stemmen. Eenvoudig en uiterst effectief, helemaal in combinatie met een van de betere videoclips van die tijd (een uitgekiende mix van 4AD en rave esthetiek.) Pas jaren later zou electronische shoegaze, met name vanuit Duitsland, voorzichtig worden verkend (Seefeel zou zelf in 2010 weer terugkeren met een sterk zelfgetiteld album) maar ‘Fracture’ benadert het nooit. Als de track morgen wordt uitgebracht zou hij nog steeds fris klinken en avontuurlijker dan wat tegenwoordig voor gitaarmuziek moet doorgaan. Kortom, een heel genre wacht al jaren om echt te worden uitgewerkt.
zondag 29 september 2013
Piketpaal 5: Glider
"People literally told me I was insane for doing that track."
Soms wacht je jaren op een gedroomde compilatie om wanneer deze daadwerkelijk verschijnt te negeren. Maar na het oorverdovende concert van My Bloody Valentine in de Effenaar afgelopen 4 september,was het de hoogste tijd om met EP's 1988-1991 een paar gaten van hun oeuvre te dichten. Nog steeds klinkt er niets als de anti-riff waarmee 'Slow' opstart, maar een van de belangrijkste redenen voor de aanschaf is de volledige 10-minuten versie van 'Glider' uit 1990, My Bloody Valentine's meest extreme statement en daardoor tegelijkertijd de piketpaal waar rockmuziek niet voorbij is geraakt.
'Glider' is opgebouwd uit een aantal loops van gesampelde gitaarfeedback waar soms wat percussieaccenten aan zijn toegevoegd samen met redelijk conventionele baspartij. De loops schuiven in elkaar over en verder is er geen enkele progressie, geen zang ook. Afhankelijk van je gemoedstoestand klinkt als een subliem spanningsveld of twee toondove walvissen die dronken zingend door de oceaan zwemmen (tot een derde nog harder meedoet.) Dat was een van de voordelen van de E.P. dynamiek, er was altijd ruimte voor een mogelijk experimenteel gebaar dat niet verplicht op een album hoefde te verschijnen.
'Glider' is een soort logische conclusie waar rock via Glenn Branca aanhaakt op de tape-experimenten van Steve Reich en Brian Eno. Sonic Youth had er eigenlijk eerder kunnen arriveren als ze zoals My Bloody Valentine geïnteresseerd waren geweest in de sampler. Het enige serieuze vervolg dat ik ken is Neil Youngs Arc (1991) dat opgebouwd is uit feedback van liveoptredens en 'Nothing Is' op mvb, ook minimaal en instrumentaal maar iets conventioneler "horizontaal".
Abonneren op:
Posts (Atom)