Posts tonen met het label mythologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mythologie. Alle posts tonen
woensdag 30 december 2015
The Force Awakens - Star Wars: de extended remix
Nadat ik in 1983 Return of the Jedi zag, heb ik een tijd lang mijn gedachten laten gaan over wat er verder zou gebeuren. En ze leefden lang en gelukkig? Of zouden de kinderen nieuwe avonturen beleven? Hoe zou dat eruit zien? Als The Force Awakens dus. Een vervolgfilm en tegelijkertijd een remix van Star Wars (1977). Van de originele trilogie zag ik Star Wars (later A New Hope) als laatste en wellicht dat ik hem daarom verreweg de minst leuke vind. Zoals remixen van dancetracks vaak genoeg het origineel verbeteren is dat met The Force Awakens ook het geval. Star Wars was een soort samplefilm (met elementen van Kurosawa’s Kakushi-toride no san-akunin, Flash Gordon, Triumph des Willens, fantasy en sciencefictionseries die allang in de vergetelheid zijn geraakt.) Narratieve originaliteit was nooit van belang (en als kind was je hier compleet ongevoelig voor.) Niet zozeer vanuit een postmoderne gedachte maar omdat Star Wars mythologie is. Zeer krachtige mythologie.
Ik vind het niet ondenkbaar dat Star Wars langzaam tot wereldreligie zal evolueren (en in zekere zin is dat proces, zeker in de Verenigde Staten, al een tijd geleden aan de gang.) George Lucas vond veel inspiratie in Joseph Campbells studie naar de structuur van mythologieën Hero with a Thousand Faces. In dat boek lanceerde Campbell onder ander het concept van de monomythe waar alle bekende mythes onderdelen uit gebruiken. Campbell was onder andere beïnvloed door Jungs ideeën over archetypen en Star Wars is natuurlijk een psychoanalytische parabel met een droomachtige intensiteit: vol maskers, vaders en zonen die elkaar naar het leven staan, het niet kunnen ontsnappen aan familietrauma’s en de daaruit volgende persoonlijkheidsstructuren. Kortom, Star Wars is immuun voor de huidige cultus van de obsessieve plotwending. De fans lijken dit gesublimeerd te hebben tot een wens naar een nostalgische filmervaring waarin het gevoel van verwondering uit de jeugd wordt herleefd. De nieuwe makers hebben dit gelukkig ook ingezien en gekozen om vernieuwing op andere punten toe te passen:
- Op technisch niveau. Door het digitale schilderen van de prequels achterwege te laten en het verhaal weer in zoiets als een “echte”, lege wereld te situeren en tegelijkertijd deze wereld invoelbaar te maken voor de huidige perceptie. De 3D is dan ook buitengewoon effectief, niet meer de goedkope kijkdoos met jolige schrikeffecten maar een ware diepte waardoor de stardestroyers opeens gedetailleerd reliëf krijgen.
- Nieuwe identiteiten. De rollen staan vast in mythologie maar wat The Force Awakens heel slim doet, is deze aan andere sociale identiteiten toe te wijzen. De vrouw als held, de zwarte als rebel, de gevoelige jonge man die worstelt met de verleiding van het licht in plaats van het duister.
- Humor. Heel precies getimede, bijna achteloze humor.
The Force Awakens is een remix van Star Wars: A New Hope maar neemt meteen elementen mee uit de films die daarop volgde (een megamix?) Nu iedereen weer bij de les is, wordt het interessant hoe men verder zal gaan, of de volgende regisseur Rian Johnson en de in ere herstelde scenarist Kasdan een sterke signatuur toevoegen aan een verhaal dat grotendeels al vaststaat: de vervulling van Luke’s belofte door Rey die de weifelende Kylo Ren zal moeten verslaan. Cirkels zullen in dit vaststaande schema subtiel kunnen verschuiven. Los van de nadelen van de digitale constructie laten de prequels zien hoe essentieel de mythologische structuur voor Star Wars is. Lucas had moeite met het toevoegen van nieuwe elementen (de onbevlekte ontvangenis van Anakin) en hoe dichter het verhaal bij de originele films kwam hoe beter het werd. Zolang Abrams deze les voor ogen houdt, kan Star Wars de laatste twee delen weinig overkomen.
Hoe dan ook, Star Wars als verhaal kan ons (los van een nieuwe generatie kijkers) nog weinig leren. Het gaat om de manier waarop de reis wordt uitgebeeld (en klinkt). En hier is The Force Awakens, vanaf het eerste sublieme shot van een stardestroyer die een planeet verduistert tot het slotbeeld van een zwijgende Luke, bijna een totale triomf. De constructie van een universum vormde natuurlijk altijd de kracht van de films. Sciencefictionliefhebbers in de jaren zeventig worstelden bijna allemaal met Star Wars. J.G. Ballard zag meteen in dat de innovatie van sciencefiction is de voorafgaande decennia zou worden opgeofferd aan speciale effecten. Samuel R. Delany was ondanks een aantal kanttekeningen enthousiast. Sciencefiction als filmspektakel beginnen we recentelijk serieus aan te ontsnappen en in die zin is de invloed van Star Wars inderdaad te krachtig geweest. De synthese van sciencefiction en fantasy was destijds redelijk uniek en ongetwijfeld verantwoordelijk voor een deel van het succes. Maar de synthese was ook volmaakt, Star Wars heeft geen enkel derivaat geïnspireerd dat zich er serieus mee kon meten (al maakte het waarschijnlijk de controversiële—en uiteindelijk onderschatte—verfilming van Dune mogelijk.) De grote bijdrage van Star Wars aan sciencefiction is de geleefde toekomst. De steriele, technologische toekomst van rationele onderdrukking werd vervangen door een vieze toekomst vol roest, zand en deuken. In die zin leidt Star Wars direct naar Mad Max en Alien. The Force Awakens keert terug naar de vieze toekomst met nog mooiere beelden (de geweldige woning van Rey) en laat bovendien personages, vrijwel voor het eerst, echt worstelen met de politieke krachten die zulke ravage aanrichten. Onderschat de kracht van de remix niet.
zondag 26 mei 2013
Verlangen naar een tijdloos Engeland
We hebben de neiging om retromania vooral te analyseren op
het gebied van popmuziek, wat niet vreemd is omdat hier het fenomeen het
sterkst aanwezig is. Gisteren keek ik toevallig de eerste aflevering van Endeavour, een spin-off van de originele
Inspector Morse detectiveserie (1987-2000)
waarin de jonge jaren van Morse centraal staan. Zoals de betere detective
is het vakwerk: mooi gefilmd, goed acteerwerk, oog voor details en Brits stijl (kleding, interieur, de Jaguar) maar op
diverse niveaus keiharde retromania. Allereerst het voortborduren op een succes en niet kunnen accepteren
dat het voorbij is (zowel het personage Morse als acteur John Thaw zijn dood.) Het is als je het met popmuziek vergelijkt ongeveer alsof
de remasters van verloren gewaande demo’s van voor de doorbraak worden
uitgebracht. De vraag die dan meteen gesteld wordt is: was die energie en het geld
niet beter besteed aan iets nieuws? Is retromania dus niet voor een groot deel
het resultaat van een angst voor het nemen van risico’s en de financiële
gevolgen van een mislukking?*
Op een breder niveau zijn series als Endeavour, Morse, Midsomer Murders, Inspector Lynley, Inspector George Gently een uiting
van een zeer specifieke vorm van Britse nostalgie die een continue aanvulling
vraagt. De oude Morse kwam in een legendarische aflevering nog een keer op een
rave terecht maar bij voorkeur spelen de series zich af in een soort tijdloos
Engeland. Oxford waar Morse werkt is een interessante plaats van handeling
omdat de Engelse obsessie met klasse hier het scherpst kan worden neergezet en het ziet er ondanks de auto's pre-modern uit. Maar in realiteit is de betekenis van de stad (en de rest van het land) allang secundair
vergeleken met de financiële bulldozer van The City. De detectives maken
onderdeel van een diepere fantasie, een structurele nostalgie die zoals Adam Curtis op karakteristieke wijze analyseerde van Thatcher naar Churchill loopt.
Een nostalgie die gericht is op een mengsel van pastorale fantasie met de kracht van het
Empire.
Zoals J.G. Ballard ooit weemoedig stelde was er een moment in de jaren zestig dat deze Britse fantasie leek te zijn uitgewerkt. Ik denk zelfs dat in de periodes 1977-1979 en 1988-1994 dit nog een keer is gelukt maar dat het momentum, om diverse redenen, niet kon worden volgehouden. Feit is dat de Britse vorm van popfuturisme uniek is maar je kunt je inmiddels serieus afvragen of het ooit zal terugkeren. En: is het noodzakelijk of moeten we accepteren dat de sondes naar de toekomst ergens anders zullen worden gefabriceerd?
* Om even het zijpad van popmuziek te voltooien: de situatie zal nooit meer terugkeren waar tot in de jaren negentig platenmaatschappijen massaal artiesten een contract gaven omdat ze het gevoel hadden dat ze erbij moesten horen en de successen de mislukkingen met gemak compenseerden. Een model met voor- en nadelen: een reeks bands -van Hüsker Dü tot Urge Overkill- die de overgang niet aankonden, zeker, maar ook een culturele dynamiek die tot memorabele resultaten heeft geleid.
Abonneren op:
Posts (Atom)