Ik keek laatst met enig verlangen uit naar de heruitgave van Dreamfish, een samenwerking tussen ambientgrootheden Pete Namlook en Mixmaster Morris uit 1994. Zoals de laatste jaren gebruikelijk zijn dit soort heruitgaven in prachtig meervoudig vinyl gegoten met als alternatief goedkope digitale files, die al snel vergeten raken op harde schijven of USB-sticks. Na nerveus klikken (de Namlook-reissues zijn elke keer een gelimiteerde oplage) klaar om af te rekenen, keek ik, na het plotseling toevoegen van belasting, verbaasd naar een totaalrekening van 60 euro (of wel, 15 euro per track.) En daar doe ik niet aan mee, hoeveel ik ook van jaren negentig electronica houd. Vanzelfsprekend vind ik het prachtig dat deze muziek levend wordt gehouden maar ik ontwaar een zorgelijke trend waar muziek als object langzaamaan in een luxeartikel verandert (in dit geval extra ironisch aangezien Namlook naam maakte met een stroom aan goedkope cd-uitgaven.) Wat in wezen oneigenlijk is aan popmuziek. Al hoeft het niet te bevreemden, de LP, de cassette en cd zijn dragers uit een andere mediaconstellatie die hoort in de vorige eeuw. Muziek wordt als populaire cultuur massaal geconsumeerd via digitale kanalen (Spotify, TikTok, YouTube, waarschijnlijk nog steeds Soulseek.) Al het ander is museïficatie, verzamelen en de vorming van alternatieve geschiedenissen. Een niche, die zoals we al hadden geobserveerd met jaren zestig muziek, eindeloos is te objectiveren in boxsets en nog betere mixen. Het mooiste alternatief: de gelukkige (en geduldige) hand van de tweedehands-cd-bakken.
Posts tonen met het label Vinyl. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vinyl. Alle posts tonen
dinsdag 18 februari 2025
dinsdag 16 februari 2016
Slechte persing
Het bestaan van de televisieserie Vinyl (HBO) is alleen al gerechtvaardigd omdat het deze messcherpe kritiek van Richard Hell heeft opgeleverd. Nu ging ik de serie toch al niet kijken, Scorsese zit al jaren vast in bombastische filmerij (als je toch een goede film van zijn hand over het Oude New York wilt zien: Bringing Out the Dead.) Iedereen die een beetje van popmuziek en film houdt weet dat ze lastig samengaan en er is geen reden om aan te nemen dat een televisieserie dit beter kan (ja er zijn uitzonderingen die op subtiele wijze aan talloze valkkuilen weten te ontsnappen, te weten: Saturday Night Fever, 24 Hour Party People, Gainsbourg, Control en, ondanks enkele problemen,Velvet Goldmine.) Het is op een of andere manier onmogelijk om de aankleding geloofwaardig te krijgen. Geënsceneerde optredens zijn altijd nep en het publiek bestaat steevast uit propere modellen die altijd in spiksplinternieuwe kleding rondlopen. Je voelt de airconditioning door de net geknipte haren waaien terwijl een rockconcert/club/discotheek de volgende associaties moet oproepen: slap bier dat aan de vloer plakt, zweet, urine en een uitgebalanceerd rookmengsel van nicotine en droogijs.
Maar dat is verder niet zo boeiend. Wat Vinyl wel interessant maakt is dat het een symptoom vormt van twee trends die net als Graaf Dracula niet willen sterven. Allereerst het idee dat de zakenkant van popmuziek interessant is voor een publiek voorbij accountants, marketingmedewerkers en artiesten die op het punt staan een nieuw contract te tekenen. Wie heeft als muziekliefhebber gedachten gespendeerd aan de zakenkant van muziek waarvan hij geniet? Zelfs wanneer artiesten worstelen met hun platenmaatschappij/manager hoor ik alleen de wijze woorden van Sean Bateman: “Rock ’n roll. Deal with it.” In de huidige popjournalistiek is, met name dankzij streaming en de eeuwige perikelen rond piraterij, een idee ontstaan dat de geldkant van popmuziek reuze interessant is. Is het niet, behalve dat ook popjournalistiek blijkbaar is meegezogen in het neoliberale discours dat cultuur alleen in geld is uit te drukken.
En dan blijft natuurlijk nog over: retroklotemania. Zelfs al werd Vinyl bezeten door de geest van Taxi Driver dan zou het nog steeds een pathetisch uitwringen zijn van het verleden dat iedereen inmiddels toch wel moet kunnen opdreunen als de tafel van 3. En het vervelende van retromania is dat het aan de oppervlakte blijft, nooit met nieuwe inzichten komt of heilige huisje afbrandt en vervolgens zout over de resten strooit. Ben je geïnteresseerd in die scene uit de jaren zeventig? Lees een boek. Just Kids van Patti Smith, Psychotic Reaction & Carburetor Dung en Main Lines, Blood Feasts, and Bad Taste van Lester Bangs, The Dark Stuff van Nick Kent. Players en Underworld van Don DeLillo als het New York van die tijd je fascineert, of zijn Great Jones Street dat de stad en rock combineert. Het verleden dat je fantaseert is oneindig veel interessanter dan een duffe televisieserie.
Labels:
film,
New York,
punk,
televisie 1970s,
Vinyl
Abonneren op:
Posts (Atom)