Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label The Avalanches. Alle posts tonen
Posts tonen met het label The Avalanches. Alle posts tonen

maandag 21 december 2020

The Avalanches - We Will Always Love You: Poëtica van de ruimte

Als ik een cultuurpessimist was zou ik iets stellen als: vroeger verschenen albums als een plotse gift, nu volgen we het complete proces via Instagram. Al snel na de Wildflower-tournee maakte The Avalanches duidelijk dat ze vol goede moed in de studio waren gedoken voor een derde album. En inderdaad was het mogelijk om via Instagram de productie in bijna al zijn facetten te volgen, het resultaat te zien van uitstapjes naar Tokio om mogelijk samplemateriaal te kopen en teasers te horen van wat uiteindelijk We Will Always Love You zou worden. Een opulent album, zelfs voor Avalanches begrippen. Een speelduur van meer dan 70 minuten. Talloze gastbijdragen, 25 nummers, supergedetailleerd en met een sfeer die steeds beweegt tussen melancholie en euforie. Lastig te plaatsen en door zijn ambivalentie in eerste instantie misschien minder makkelijk op te zetten dan de voorgangers, een positieve plaat maar ergens ook zwaar door de grote gebaren over verloren liefdes.

Wat al snel opvalt is dat de klassieke opbouw, die van de reis, is behouden. Er is een weifelend begin waarna alles op stoom komt, hier met een vrijwel onherkenbare Perry Farrell op de gediscoficeerde heliolatrie “Oh the Sunn!”. Daarna is het hit na hit met als zorgvuldig geplaatste piek ‘Running Red Lines’, nu al de klassieke popsong, om vervolgens de ruimte te pakken en stijlvol uit te doven. Een plaat van de 21ste eeuw—een Grote Plaat zonder twijfel, alleen al de opbouw en versnelling van ‘Wherever You Go’ is buiten categorie—die allerlei bruggen slaat tussen de muzikale innovaties van de jaren ´90 en, naar ik vermoed, excentrieke jaren ‘70 albums van vergeten artiesten die in de nasleep van psychedelica de relatie tussen individu en kosmos verkenden.

Vooraf maakte ik me enigszins zorgen over het aantal gastzangers, totdat ik mijn eigen stuk over Wildflower terug las waarin werd opgemerkt: “Gastzangers, vooraf een problematisch concept, worden moeiteloos in de geluidswereld geplaatst als lange “zelfverzonnen” samples en leiden nooit af (op zich een prestatie van formaat.)” En dit geldt ook weer voor We Will Always Love You, het is de grote “truc” van The Avalanches: samples natuurlijk laten klinken, zangers laten klinken als samples. Met zijn spookachtige echofluister is Tricky hier een meester in, ook Mick Jones doet eigenlijk niet meer dan een refrein meezingen, maar precies met de juiste vrolijke intonatie en variatie. Aan de andere kant wordt het toch redelijk bekende ‘Eye in the Sky’ van Alan Parsons Project prominent ingezet zonder dat ik het de eerste luisterbeurten als zodanig herkende. Sampledelia van de hoogste orde.

 

Wat maakt We Will Always Love You dan toch anders dan de twee illustere voorgangers? Het is denk ik hun meest Daft Punkachtige plaat, 'Born to Lose' had niet misstaan op Discovery en de efficiënte extase van 'Music Makes Me High' zou bijvoorbeeld een verloren Roule-release kunnen zijn. De "alles wat ik op de radio vind, past in mijn loops" sfeer doet me dan weer denken aan het FM-anarchisme van de vroege Moodymann. Maar uiteindelijk, omdat ze sterke artiesten zijn, is het onmiskenbaar The Avalanches, niemand kan een sample-loop laten opkomen zoals zij. En het is de plaat waar de "Pacifische sound" van The Avalanches nog duidelijker wordt ingezet. Je hoort een bepaalde oceanische ruimtelijkheid waarin geluiden wegsterven. De Polynesische cadans waarmee ze 'Gold Sky' lanceren, de reverb op een piano, stemmen op het mythische kerstfeest-op-het-strand passen allemaal in deze associatieve ruimte. Intieme immensiteit als popmuziek.

Radiosignalen als eeuwig leven. De dans als medicijn. Pacific State. Het oude einde van de wereld, waar water overgaat in overleden sterrenlicht.

zondag 31 juli 2016

The Avalanches - Wildflower: De Triomf van Sampledelia



Interessant verschijnsel: veertien jaar wachten op het vervolg van een sampladelia-klassieker, met de gebruikelijke “dit jaar komt hij echt uit” beloftes en wanneer daadwerkelijk een album verschijnt denk je in een reflex “laat maar” (dit uitgebreide artikel in The Guardian vat mooi samen wat er allemaal misging.) De op het eerste gehoor teleurstellende single ‘Frankie Sinatra’ helpt ook niet (al ben ik inmiddels op die eerste reactie teruggekomen, wat een geniepige schedelklever bleek dit tijdens twee welhaast medialoze vakantieweken te zijn.) Plagerig moet je naast de single over een drempel heen luisteren, vrees je toch dat het niets wordt, waarna zich een bijzondere trip ontvouwt die compleet uniek klinkt. Niemand klinkt als The Avalanches.

Het is verbazingwekkend hoe je een uur lang de grip verliest op de muziek die uitelkaar lijkt te vallen in allerlei impressies, een langzame vervaging waar op het einde alleen nog een oranje gloed overblijft, warm en geruststellend, en met de briljante afsluiter ‘Saturdaynightinsideout’ alles weer even richting krijgt. Gastzangers, vooraf een problematisch concept, worden moeiteloos in de geluidswereld geplaatst als lange “zelfverzonnen” samples en leiden nooit af (op zich een prestatie van formaat.) Wildflower is ook een van die platen met een geografie, denk Chill Out, Every Man and Woman Is a Star, het complete oeuvre van Boards of Canada, maar dan vager, een stoned verdwalen in plaats van een zoektocht of reis met een doel.



De instant-klassieke hoes, een visioen van een hippie Amerika is op een of andere manier totaal ontijdig maar dekt de lading van de muziek perfect. The Avalanches delen namelijk een fascinatie met een kortstondige periode in de Amerikaanse geschiedenis die ik altijd lastig vond om over te brengen (Air op Moon Safari leek enigszins op de hoogte) ook omdat het een soort mythische constructie is. Het gaat om een Amerika (met nadruk op Californië) in de jaren na de val van Nixon tot de verkiezing van Reagan aan het eind van 1979. De sixties zijn voorbij en de natie is zoekende, opgelucht dat de Vietnamoorlog tot een einde is gebracht, de Church Committee dreigt bijna de C.I.A. te breken en concludeert dat J.F.K. hoogstwaarschijnlijk door een samenzwering om het leven is gebracht, er wordt een moratorium op de doodstraf ingesteld, zwarten krijgen voorzichtig een prominentere plaats in de cultuur en dit alles wordt ingebed met de vrolijke decadentie van disco. Ik associeer het met een zorgeloos Amerika van strand, zon, jeugdige autoritten, buitenwijken. Je kunt een glimp opvangen van die wereld in Halloween en Poltergeist, toevallig films waarin de idylle bedreigd wordt. Geen onrealistische dreiging overigens, New York was in de jaren zeventig een buitengewone puinzooi en zoals Chomsky helder analyseert voerde de goedlachse president Carter een geniepig buitenlands beleid dat in wezen weinig veranderde ten opzichte van wat er aan voorafging. De idylle lijkt totaal gemedieerd, een mozaïek van televisieseries, films en muziek. Een herinnering waarvan je niet zeker weet of hij droom, film of ooit realiteit was. Wildflower (en Since I Left You) vindt zonder twijfel plaats in dit Amerika.

De futuristische retro van sampledelia lijkt grotendeels de bovenstaande idylle te delen, zie bijvoorbeeld het melancholische Californië van Endtroducing en Paul’s Boutique meer opgewekte variant. Iets moet er hebben plaatsgevonden wat ongetwijfeld een bepaalde generatie muzikanten niet loslaat en gezien de kwaliteit van albums als Wildflower hopelijk niet zal loslaten. Wat je natuurlijk doet afvragen wat nog allemaal mogelijk is met deze manier van muziek maken, welke herinneringen kunnen worden opgeroepen, parallelle werelden ontsloten? Wie maakt bijvoorbeeld een sampladelia-werk over de Mediterrane zomer in de jaren tachtig? Wie maakt een jeugd in het Oostblok tot een hoorbare idylle? Wildflower is als muzikaal werk een Grote Plaat (als die term nog iets betekent, nu al voel ik me de nietzscheaanse gek die op het plein mensen aanklampt: “Wildflower, man! Waarom hebben we het nog over iets anders?”) maar presenteert ook de herstart van de mogelijkheden van de sample als kunstvorm. Een opening naar nieuwe werelden vol complexiteit en moeilijk te herleiden emoties.