Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label rave. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rave. Alle posts tonen

zaterdag 3 september 2016

De eenzaamheid van Zomby


“Zo leefde Kretzchmar in de vanzelfsprekende, stilzwijgende overtuiging dat de muziek haar definitief hoogste en effectiefste verschijningsvorm in het orkestdeel had gevonden, —wat Adrian niet meer geloofde. Voor de twintigjarige was, anders dan voor de oudere man, de gebondenheid van de maximaal ontwikkelde instrumentale techniek aan de harmonische muziekconceptie méér dan een historisch inzicht, –er was bij hem iets als een overtuiging ontstaan, waarin verleden en toekomst samensmolten (…)”
In Doctor Faustus van Thomas Mann staat wel meer van dit soort bespiegelingen over kunst en vooruitgang, muziek en individualiteit die je doen inzien dat het zelfbewustzijn over cultuur al lang geleden is ingezet. Maar terwijl ik de woorden gisteren in bed woog moest en probeerde te plaatsen in het heden moest ik aan Zomby denken die dezelfde dag zijn nieuwste album Ultra presenteerde. Het is waarschijnlijk zijn sterkste werk tot nu toe en toch mis ik vrijwel altijd iets wanneer ik naar zijn tracks luister. De muziek van Zomby lijkt in een vacuüm te leven. Het is een geïsoleerde muziek, een impressie die zonder twijfel wordt versterkt door de muziek zelf: kille, eclectische machinemuziek (‘Yeti’ klinkt bijvoorbeeld als een arcade-game die na een lange dag zwoegen hunkert naar sluitingstijd, wanneer hij gevoelens toe laat, zoals op de laatste drie tracks dan toch de Blade Runner Blues.) Ondanks zijn samenwerkingen en uiterst amusante getwitter lijkt hij te lijden aan de eenzaamheid van de auteur die geen scene heeft. Het is muziek voor een lege dansvloer, niet omdat niemand er op wil dansen maar omdat de dansvloer archaïsch is geworden. Een onderwerp voor het museum of misschien zelfs een museum zelf, zoals Maria Perevedentsva onlangs, in de stijl van Baudrillard, observeerde over het 25 jaar Tresor evenement:

"In many ways, the line-up itself constituted the event, expressly designed for posterity: Simply by being announced, it had already happened, and the actual music-making that took place was to be an enjoyable formality."

Aan de andere kant is Zomby geen slaafse retromaniak. Hij is, als toegwijde student van rave, duidelijk op de hoogte van alle aspecten van de afgelopen 25 jaar dansmuziek die moeiteloos in zijn muziek worden verwerkt (en op Ultra het minst als odes aan verloren scenes klinken.) Maar hij lijkt vooral zoekende naar een publiek buiten het digitale domein, een publiek dat hopeloos versplinterd is en op een nu nog onvoorstelbare manier samen moet komen.

vrijdag 27 juni 2014

Een positieve ontwikkeling


Omdat onder het mom van "we benoemen alleen de ontwikkelingen" begrijpelijk een neutrale toon dient te worden aangehouden, zal ik het maar even vanuit een cultureel persepctief een zeer postitieve ontwikkeling noemen. Uit de resultaten van het Antenne onderzoek 2013 van Jellinek Preventie en het Bonger Instituut:

Het reguliere clubcircuit staat onder druk. Slimme jonge ondernemers organiseren feesten op alternatieve locaties, vooral buiten het centrum van de stad. Deze trend is al een tijdje aan de gang. In 2013 zien we een stroomversnelling en het sleutelwoord is nu: ‘rave’. Raves zijn kleine dance events die niet gebonden zijn aan een vaste locatie of een vaste avond. Ze variëren van kleine festivals tot semilegale feestjes, binnen of in de open lucht. Er zijn uitgaanders die zweren bij raves, andere gaan liever naar clubs. Maar deze circuits zijn niet strikt gescheiden: er zijn ravers die wel eens naar een club gaan en clubbers die ook raves bezoeken.
en:

De dosering van ecstasypillen was in 2013 historisch hoog: gemiddeld 148 mg MDMA per pil. Er was veel variatie in de dosering, maar bijna twee op de drie pillen (64%) waren hoog gedoseerd (> 140 mg MDMA).
 Eens kijken of dat beleefd duffe biersfeertje kan worden weggeblazen.

dinsdag 4 maart 2014

Amsterdam 1991 mix


Ik heb een tijd getwijfeld over een nieuwe “historische” mix. Waarom niet een tijd en plaats nemen waar ik zelf bij ben geweest? Parallel hieraan sleutelde ik aan een bijdrage voor Perfects.nl die ik voorrang heb gegeven omdat het een breder beeld geeft van popmuziek in 1991 (middenin zul je een reeks tracks vinden die met deze mix wordt uitgebreid.)

In zekere zin is dit een retorische mix omdat er een aantal zaken mee kunnen worden aangekaart. De toekomst verkennen is een ding, maar in hoeverre is dat mogelijk als de historische basis vervalst is. Amsterdam 1991 gaat om een verschuiving in house. En dat was gewoon house, de deling house – techno werd een aantal jaren later opeens gepropageerd, maar bestond toen nog niet. Techno was hoogstens een manier om een lokale variant van house uit Detroit mee aan te duiden. De verschuiving was geenszins typisch Amsterdams, maar de verharding van het geluid die vaak Rotterdams wordt genoemd, was ook in Amsterdam ingezet (of in Utrecht waar Underground Resistance destijds een legendarisch optreden gaf). Bovendien was het een verschuiving die internationaal op verschillende plaatsen werd ingezet. Quazar’s Seven Stars album uit datzelfde jaar begint met een DJ die Amsterdam tot “house capital of the world” uitroept, wat charmant is, maar als een stad aanspraak kon maken op die titel in 1991 was het Gent, thuisbasis van het R&S label (met o.a. Beltram, CJ Bolland, Human Resource).

Terug naar Amsterdam. In kraakpanden, Mazzo, Paradiso en vooral Subtopia (geleid door Jeroen Flamman en Jeff Porter/Abraxas) kon je wekelijks muziek horen veranderen. In de zomer van 1991 werd je als danser getuige van de mutatie van het Mentasm-geluid dat door Joey Beltram was geïntroduceerd, een metalig, zuigend geluid dat door talloze producers werd vervormd tot bizarre spiralen van plezier. En nu dat woord is gevallen, house was een onovertroffen plezier: feesten ademden een sfeer uit die mij altijd deed denken aan een speeltuin, een mengsel van fysieke spanning en ongegeneerde lol. Zonder zelfbewustzijn over verleden of toekomst, in het moment.

Dat moment is lang geleden verdwenen. De terugkeer van alcohol, de verkeerde commercie, gewenning en de versplintering in genres, doorbraken die collectieve toewijding aan het moment. De smartphone heeft, veel later, definitief een weg terug afgesloten. Er is altijd een realistische zijde van mij geweest die dat heeft geaccepteerd, popmuziek is op zijn sterkst in explosies van nieuwe vormen en dat eens in je leven meemaken is waarlijk leven. ‘The Realm’ van C’hantal wist het eloquent te verwoorden: an act of sensation with no limits or boundaries. En soms heb je gewoonweg geluk, heb je precies de juiste leeftijd in een vreemde periode. John Higgs in dat KLF boek verwoordt het zeer helder:
We can date the end of that era, what Hobsbawm called the ‘Age of Extremes’, to the end of the Cold War in 1991, and we can date the start of the information era to the first popular web browser in 1994. What, then, should we make of those years in between? They are boundary years, comparable to what anthropologists call a liminal state. They were a period when the old rules were gone, but before the new order was formed. They were a period, in other words, when normal certainties did not apply, when anything was possible and the strange was commonplace.
Let the bass kick.

zondag 23 juni 2013

Een uitweg voor routine



Vreemd dat die obsessie met de identiteit van Burial weer is opgelaaid. Met alle onderwerpen waar aandacht aan besteed kan worden, om een bescheiden voorbeeld te noemen: een gerenommeerde muziekwebsite als The Quietus kan geen schrijver vinden die een recensie van de laatste Boards of Canada wil schrijven. In The Guardian wordt de zaak geanalyseerd en een oud interview geciteerd waar Burial stelt: 


"I can't step up, I want to be in the dark at the back of a club. I don't read press, I don't go on the internet much, I'm just not into it. It's like the lost art of keeping a secret, but it keeps my tunes closer to me and other people. I love that with old jungle and garage tunes, when you didn't know anything about them, and nothing was between you and the tunes. I liked the mystery; it was more scary and sexy."


Dat is in bredere zin wat clubcultuur de das om doet: een compleet gebrek aan mysterie. Het is een lange termijn proces geweest maar de club als motor van vernieuwing en ruimte voor verdwijning is niet meer. Daar moet iets nieuws voor in de plaats komen en hieronder geef ik mijn bescheiden aanwijzingen hoe het “donkere licht” (een prachtige term van Burial zelf, zie verderop in het stuk van The Guardian) kan worden hervonden:

1. Trek bij voorkeur de stad uit.

2. De entree van clubavonden of rave’s mag niet meer dan 10 euro bedragen (en dat is al aan de hoge kant, ideaal zou gratis entree zijn.)

3. De DJ moet een plaats krijgen aan de periferie van de dansvloer. Nooit op een podium.

4. Een rookmachine en een stroboscoop. Met optie op een glitterbal. Meer is niet nodig en vormt meteen een prima recept tegen smartphoneverslaafden en compulsieve filmers/fotografen.

5. Onder geen beding mag er beveiligingspersoneel worden ingehuurd. Het is geen voetbalwedstrijd.

6. De muziek stopt wanneer men geen zin meer heeft.

7. Houdt het kleinschalig.

8. Speel of draai vrij.

9. Zwijg op sociale media. (vergeet ik bijna een van de belangrijkste)

zaterdag 1 juni 2013

Schattige rave nostalgie

Dit fenomeen is mij al vaker opgevallen. Clive Martin schreef voor Vice een verrassend mooi (en grappig) artikel over het commentaar onder YouTube filmpjes van rave klassiekers:

Obviously nostalgia is bullshit, and for every "Pacific State" there were a hundred terrible "big fish, small fish, cardboard box" novelty records. And for everyone who looks back on it with fondness, there is probably a casualty. And we probably all need to remember that patterned board shorts were de rigeur back then. But you can't help but feel these people had the right idea.

If these comments are true—and why would you doubt that they are?—going out in those days was about unity and euphoria rather than wearing T-shirts that define your pecs and trying to compete in some kind of Moet-pissing competition. Maybe these comments comprise a history lesson that modern clubbers would do well to heed.
 Geen woord gelogen. Mooi excuus om mijn favoriet uit de herfst van 1991 te plaatsen: