Ik geef toe, ik ben geen groot R&B-liefhebber. In de droom van een zwarte bourgeoisie, wat het genre uitdraagt—zonder twijfel een terechte droom—voel ik mij altijd een buitenstaander. Maar elk genre heeft uiteindelijk zijn genieën. En in de tweede helft van de jaren negentig was Timbaland samen met Missy Elliott bezig om R&B om te vormen tot een uiterst futuristische muziek. Timbaland was zelfbewust over dat project en noemde zijn werk voor de zangeres Aaliyah “sondes naar de toekomst.” En zijn meest succesvolle sonde was zonder twijfel ‘One in a Million’ de single van het gelijknamige album uit 1996.
In tegenstelling tot André 3000 van Outkast die zijn bewondering voor Photek herhaaldelijk uitte, reageerde Timbaland geïrriteerd wanneer de onvermijdelijke vraag werd gesteld of hij door jungle was beïnvloed. Want natuurlijk is het ritme van ‘One in a Million’ een vertakking van de ratelende drums die aan de overkant van de oceaan furore maakten. Timbaland zou zich geen zorgen hoeven maken want zijn signatuur is origineel genoeg. In wezen maakt hij slow motion jungle, een techniek die uitzonderlijk invloedrijk zou blijken te zijn. Wat zijn navolgers echter niet weten te emuleren is zijn ruimtelijkheid. ‘One in a Million’ klinkt weids, enkel gevuld door het geluid van krekels, subtiele melodische accenten en Aaliyah voelt perfect aan dat ze bijna niet hoeft te overzingen (melisma, wat R&B-zangeressen vaak zo ondragelijk maakt.) Het resultaat een van de mooiste pure liefdesliedjes ooit.
Aaliyah en Timbaland zouden daarna nog enkele intrigerende liedjes maken (‘Are You That Somebody?’, ‘We Need a Resolution’, ‘Try Again’) totdat de zangeres in 2001 bij een vliegtuigongeluk omkwam en waarschijnlijk de meest spannende samenwerking in pop van dat moment tot een einde kwam. Wat de liefhebber van futuristische muziek doet mijmeren hoe anders popmuziek had geklonken als ze geduldig verder waren gegaan.
Posts tonen met het label piketpaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label piketpaal. Alle posts tonen
zondag 22 mei 2016
zondag 21 februari 2016
Piketpaal 12: Heavy Mental
Hiphop in de jaren negentig is ondenkbaar zonder Wu-Tang Clan. Na hun debuut Enter the Wu-Tang (36 Chambers) begonnen individuele leden aan een serie soloalbums die meestal superieur zijn aan het collectieve werk (relatief, want er wordt steeds samengewerkt en producer RZA verzorgt meestal de muziek.) Killah Priest was een soort vliegende keep van de Wu-Tang Clan die ook lid was van Sunz of Man en gelegenheidsformatie Gravediggaz. In 1998 verscheen zijn solodebuut Heavy Mental met een soort Wu stempel van goedkeuring op de hoes. Het album is zelfverzekerd, zowel muzikaal als tekstueel. Killah Priest is een ware afrofuturist die sciencefiction combineert met esoterie, post-Roswell paranoia en een flinke dosis Bijbelkennis die riekt naar apocriefe en gnostische geschriften.
Over innovatie van hiphop hoeven we ons, ondanks een overdaad aan yo/ho/fo/sho rijmelarij, voorlopig geen zorgen te maken maar het titelnummer dat Killah Priest zelf produceerde vormt nog steeds de verste buitenpost van het genre. Je zou ‘Heavy Mental’ kunnen omschrijven als ambient rap. In tegenstelling tot de conventie van hiphop valt er geen beat te horen. Killah Priest gebruikt de puls van een didgeridoo om de cadans van zijn stem te leiden. Op deze manier creëert hij een spanningsboog die op twee manieren wordt aangetrokken. Allereerst de John Carpenter synthesizergeluiden die op [2:31] opkomen en op subtiele wijze de woorden over zijn astrale transformatie accentueren en ten tweede de spaarzame momenten dat de koortsachtige flow wordt gebroken met kosmische opschepperij als “I’m in star mode!” en “I’ve been on Mars!”
Na Heavy Mental is Killah Priest een tijd zoekende geweest maar met het vorige jaar verschenen (en ondergewaardeerde) Planet of the Gods bewees hij helemaal terug te zijn, nog steeds erudiet en muzikaal altijd twee stappen voor op de concurrentie.
Bonus. Laten we niet de manier vergeten waarop Killah Priest een jaar later als een van de afrofuturistische soundtracks klinkt tijdens de drie sublieme autoritten in Ghost Dog van Jim Jarmusch.
Over innovatie van hiphop hoeven we ons, ondanks een overdaad aan yo/ho/fo/sho rijmelarij, voorlopig geen zorgen te maken maar het titelnummer dat Killah Priest zelf produceerde vormt nog steeds de verste buitenpost van het genre. Je zou ‘Heavy Mental’ kunnen omschrijven als ambient rap. In tegenstelling tot de conventie van hiphop valt er geen beat te horen. Killah Priest gebruikt de puls van een didgeridoo om de cadans van zijn stem te leiden. Op deze manier creëert hij een spanningsboog die op twee manieren wordt aangetrokken. Allereerst de John Carpenter synthesizergeluiden die op [2:31] opkomen en op subtiele wijze de woorden over zijn astrale transformatie accentueren en ten tweede de spaarzame momenten dat de koortsachtige flow wordt gebroken met kosmische opschepperij als “I’m in star mode!” en “I’ve been on Mars!”
Na Heavy Mental is Killah Priest een tijd zoekende geweest maar met het vorige jaar verschenen (en ondergewaardeerde) Planet of the Gods bewees hij helemaal terug te zijn, nog steeds erudiet en muzikaal altijd twee stappen voor op de concurrentie.
Bonus. Laten we niet de manier vergeten waarop Killah Priest een jaar later als een van de afrofuturistische soundtracks klinkt tijdens de drie sublieme autoritten in Ghost Dog van Jim Jarmusch.
zondag 31 januari 2016
Piketpaal 11: Fracture
Wie in 1993 als muzikant oplette zag de kans liggen voor een grootse synthese, die tussen My Bloody Valentine en Aphex Twin. Loveless had gitaarmuziek twee jaar daarvoor van een radicale, onomkeerbare update voorzien en Richard D. James begon als technoauteur aan een zegetocht voorbij de dansvloer waar menig indieliefhebber door werd verleid. De luisteraars die beide werelden bewoonden waren voorhanden, dus waarom niet de muziek tot een geheel versmelten? Het Engelse viertal Seefeel sloeg als eerste toe en zou datzelfde jaar een sterk debuutalbum afleveren met de naam Quique. Aphex de Grote remixte tweemaal hun ‘Time To Find Me’ vol egards, wat in die tijd betekende dat hij de muziek goed vond. Quique werd grotendeels gedreven door een minimale puls, waardoor de muziek een dromerige kwaliteit bezit.
Een jaar later zou de band met de single ‘Fracture’ de eigen identiteit zelfverzekerd versterken. Een aanstekelijk tribaal-mechanisch ritme vormt de basis waarover spookachtige flarden gitaar klinken, halverwege aangevuld met echoënde stemmen. Eenvoudig en uiterst effectief, helemaal in combinatie met een van de betere videoclips van die tijd (een uitgekiende mix van 4AD en rave esthetiek.) Pas jaren later zou electronische shoegaze, met name vanuit Duitsland, voorzichtig worden verkend (Seefeel zou zelf in 2010 weer terugkeren met een sterk zelfgetiteld album) maar ‘Fracture’ benadert het nooit. Als de track morgen wordt uitgebracht zou hij nog steeds fris klinken en avontuurlijker dan wat tegenwoordig voor gitaarmuziek moet doorgaan. Kortom, een heel genre wacht al jaren om echt te worden uitgewerkt.
Een jaar later zou de band met de single ‘Fracture’ de eigen identiteit zelfverzekerd versterken. Een aanstekelijk tribaal-mechanisch ritme vormt de basis waarover spookachtige flarden gitaar klinken, halverwege aangevuld met echoënde stemmen. Eenvoudig en uiterst effectief, helemaal in combinatie met een van de betere videoclips van die tijd (een uitgekiende mix van 4AD en rave esthetiek.) Pas jaren later zou electronische shoegaze, met name vanuit Duitsland, voorzichtig worden verkend (Seefeel zou zelf in 2010 weer terugkeren met een sterk zelfgetiteld album) maar ‘Fracture’ benadert het nooit. Als de track morgen wordt uitgebracht zou hij nog steeds fris klinken en avontuurlijker dan wat tegenwoordig voor gitaarmuziek moet doorgaan. Kortom, een heel genre wacht al jaren om echt te worden uitgewerkt.
zondag 17 januari 2016
Piketpaal 10: Re: ECM
De piketpaalserie kan tot nu toe de suggestie wekken dat alles in de jaren negentig is gedaan en we sindsdien niets zijn opgeschoten. Dat is inderdaad een verleidelijke gedachte: de jaren negentig als de Cambrische explosie van muziek. Maar zoals de evolutie na die periode ook gestaag doorging, is er in muziek enige ontwikkeling geweest. Een recente aftasting van nieuwe geluiden wordt gevormd door de wonderbaarlijke samenwerking tussen Ricardo Villalobos en Max Loderbauer uit 2011. Loderbauer is sinds zijn tijd in technopioniers Sun Electric een graag geziene gastmuzikant (onder andere als lid van Moritz Von Oswald Trio) die bij voorkeur achter een modulaire synthesizer plaatsneemt. Villalobos groeide na 2000 uit tot een onvoorspelbare superster-dj—favoriet van avant-gardisten en Duracell-konijnen—die op gezette tijden dansmuziek tracht te vernieuwen (zie Alcachofa, ‘Fizheuer Zieheuer’). Die spannende werken vol inventieve percussie bereiden de luisteraar totaal niet voor op Re: ECM. Villalobos gebruikt weliswaar regelmatig nummers van ECM (Edition of Contemporary Music) in zijn sets, maar dat moet hoogstens als contrast dienen aangezien het label gespecialiseerd is in verstilde jazz en neoklassiek. The Most Beautiful Sound Next to Silence is sinds 1971 hun motto.
ECM producties staan bekend om hun ruimtelijke kwaliteit en dit moet beide muzikanten duidelijk fascineren. Villalobos’ befaamde studio met Martion speakers waar audiofielen bijkans tranen van in hun ogen krijgen, is ingericht om het zuiverste geluid te produceren. Nog steeds volhardt hij in een wantrouwen ten opzichte van Internetmuziek (naast het web als vervanging van het sociale) waardoor zijn muziek (net als die van ECM) bijna niet op Spotify is te vinden. In de uitgebreide hoestekst spreken Villalobos en Loderbauer vol lof over ruimte in de muziek van ECM:
Desondanks is het opvallend hoe de zeventien tracks van Re: ECM ondanks het grote verschil tussen de bronartiesten een eenheid vormen. Wat ontstaat, is een buitengewone muziek die genre-indelingen overstijgt. Omdat de modulaire synthesizer niet gesaved kan worden, nodigt het uit tot het maken van een muziek van het moment. Re: ECM is grotendeels live opgenomen, nadat Villalobos en Loderbauer een bepaald fragment hadden uitgekozen en dit vervolgens door hun studio-bouwsel van die dag lieten gaan. De muziek krijgt hierdoor een eigen karakter, semi-spontaan, elektronisch en toch akoestisch, een machine die ademt…een originele vorm van dub. Maar ik zou zoiets als ‘Recat’—een hypnotiserende bewerking een detail uit Christian Wallumrød Ensemble’s ‘Music For One Cat’—tegelijkertijd de meest vooruitstrevende techno van de laatste jaren willen noemen, een radicale vernieuwing van de mogelijkheden van techno. Nee, er is geen beukende beat te bekennen en dansen hierop zal van de slow motion variant zijn, maar dat is niet erg. Techno zal toch steeds meer het dictaat van de dansvloer moeten loslaten om textuur in detail te verkennen. De club kan zoveel meer zijn en buiten de muren wacht zelfs een compleet universum om onderdeel te worden van techno. Re: ECM is de voorzichtig geplaatste wegwijzer.
ECM producties staan bekend om hun ruimtelijke kwaliteit en dit moet beide muzikanten duidelijk fascineren. Villalobos’ befaamde studio met Martion speakers waar audiofielen bijkans tranen van in hun ogen krijgen, is ingericht om het zuiverste geluid te produceren. Nog steeds volhardt hij in een wantrouwen ten opzichte van Internetmuziek (naast het web als vervanging van het sociale) waardoor zijn muziek (net als die van ECM) bijna niet op Spotify is te vinden. In de uitgebreide hoestekst spreken Villalobos en Loderbauer vol lof over ruimte in de muziek van ECM:
Das ist ja das Charakteristische, das Faszinierende an den ECM-Produktionen: der grosse Respekt für den Klang, die organische Entfaltung der Sounds, die Freiheit der Kommunikation der Instrumente untereinander, die Tiefe des Raums – ein Spielraum, in dem wir uns frei bewegen können, um die reichhaltige Klangfülle voll auszuschöpfen.Ruimte is in het idealisme van Villalobos een factor die de club als utopisch samenzijn kan uitdiepen. Ik denk dat we daar nog lang niet zijn, maar het streven naar het openen van geluid en vooral de strenge regels van ritme zijn de moeite waard. En vorig jaar zijn er een aantal platen verschenen (Clouds van Gaussian Curve en Elaenia van Floating Points) die proberen dansmuziek vrijer te laten klinken. En toch missen deze platen de diepte van Re: ECM die zo moeilijk is te ontleden (een postpsychedelische introversie?) Het voordeel van Villalobos en Loderbauer is dat labelbaas Manfred Eicher na de presentatie van enkele demo’s ze vrije toegang verleende tot de complete discografie van ECM die vol sublieme momenten zit. De basis waar ze mee werkten was al van goud.
Desondanks is het opvallend hoe de zeventien tracks van Re: ECM ondanks het grote verschil tussen de bronartiesten een eenheid vormen. Wat ontstaat, is een buitengewone muziek die genre-indelingen overstijgt. Omdat de modulaire synthesizer niet gesaved kan worden, nodigt het uit tot het maken van een muziek van het moment. Re: ECM is grotendeels live opgenomen, nadat Villalobos en Loderbauer een bepaald fragment hadden uitgekozen en dit vervolgens door hun studio-bouwsel van die dag lieten gaan. De muziek krijgt hierdoor een eigen karakter, semi-spontaan, elektronisch en toch akoestisch, een machine die ademt…een originele vorm van dub. Maar ik zou zoiets als ‘Recat’—een hypnotiserende bewerking een detail uit Christian Wallumrød Ensemble’s ‘Music For One Cat’—tegelijkertijd de meest vooruitstrevende techno van de laatste jaren willen noemen, een radicale vernieuwing van de mogelijkheden van techno. Nee, er is geen beukende beat te bekennen en dansen hierop zal van de slow motion variant zijn, maar dat is niet erg. Techno zal toch steeds meer het dictaat van de dansvloer moeten loslaten om textuur in detail te verkennen. De club kan zoveel meer zijn en buiten de muren wacht zelfs een compleet universum om onderdeel te worden van techno. Re: ECM is de voorzichtig geplaatste wegwijzer.
Labels:
ambient,
ECM,
Max Loderbauer,
piketpaal,
Ricardo Villalobos,
techno
Locatie:
Berlijn, Duitsland
zondag 29 november 2015
Piketpaal 9: Neptune’s Lair
1999 herinner ik mij als een ingetogen afsluiting van een opwindend decennium: Peace Orchestra, Innerzone Orchestra, Source Direct brachten prachtige albums uit. En uit het niets was daar weer een levensteken uit Detroit van Drexciya. In de voorafgaande jaren had het duo met een krachtig mengsel van techno en electro een prominente plek in de underground veroverd. Het retrospectief The Quest (1997) is essentieel voor iedereen die geïnteresseerd is in dansmuziek, elektronische muziek en sciencefiction. Maar het duo suggereerde dat met deze compilatie definitief een einde was gekomen aan Drexciya. Vandaar dat Neptune’s Lair, uitgebracht op het machtige Tresor label, twee jaar later als een verrassing kwam.
In die twee jaar had het duo aan een aantal modificaties van het eigen geluid gewerkt. Het album bestaat uit twintig tracks die een fascinerende reis vormen door de Drexciya onderwaterwereld. Muzikaal kun je de tracks in twee groepen verdelen. Een aantal dansbare electrotracks, optimistisch en haast lichtvoetig, met gebruik van tinkelende melodieën, soms aangevuld met machinale ambientgeluiden als het zoemen van mysterieuze onderzeeërs of onderwaterstations. Deze worden afgewisseld met programmamuziek als ‘Polymono Plexusgel’, ‘Devil Ray Cove’ of ‘Lost Vessel’, geluidswerelden die onbekende natuurverschijnselen of wetenschappelijke experimenten suggereren.
Neptune’s Lair zou een uiterst creatieve periode voor Drexciya inluiden waarbij het geluid nog in een reeks albums verder werd uitgewerkt. Maar nooit meer zo weids in ambitie, elke track een aftakking die verder kan worden uitgewerkt tot een minigenre. En bleef het duo altijd sterk in het verzinnen van titels, hier worden kant-en-klare sciencefictionverhalen aangereikt als ‘Andreaen Sand Dunes’, ‘Organic Hydropoly Spores’ of ‘Drifting Into A Time Of No Future’. Helaas sloot de vroegtijdige dood van James Stinson verdere verlegging van grenzen door Drexciya af. Gerald Donald zou onder andere als Dopplereffekt gelukkig verder gaan, nog steeds op zoek naar nieuwe werelden ver voorbij het electrogenre, soms met buitengewone resultaten.
In die twee jaar had het duo aan een aantal modificaties van het eigen geluid gewerkt. Het album bestaat uit twintig tracks die een fascinerende reis vormen door de Drexciya onderwaterwereld. Muzikaal kun je de tracks in twee groepen verdelen. Een aantal dansbare electrotracks, optimistisch en haast lichtvoetig, met gebruik van tinkelende melodieën, soms aangevuld met machinale ambientgeluiden als het zoemen van mysterieuze onderzeeërs of onderwaterstations. Deze worden afgewisseld met programmamuziek als ‘Polymono Plexusgel’, ‘Devil Ray Cove’ of ‘Lost Vessel’, geluidswerelden die onbekende natuurverschijnselen of wetenschappelijke experimenten suggereren.
Neptune’s Lair zou een uiterst creatieve periode voor Drexciya inluiden waarbij het geluid nog in een reeks albums verder werd uitgewerkt. Maar nooit meer zo weids in ambitie, elke track een aftakking die verder kan worden uitgewerkt tot een minigenre. En bleef het duo altijd sterk in het verzinnen van titels, hier worden kant-en-klare sciencefictionverhalen aangereikt als ‘Andreaen Sand Dunes’, ‘Organic Hydropoly Spores’ of ‘Drifting Into A Time Of No Future’. Helaas sloot de vroegtijdige dood van James Stinson verdere verlegging van grenzen door Drexciya af. Gerald Donald zou onder andere als Dopplereffekt gelukkig verder gaan, nog steeds op zoek naar nieuwe werelden ver voorbij het electrogenre, soms met buitengewone resultaten.
maandag 19 oktober 2015
Piketpaal 8: Systemisch
Mark Richardsons mooie artikel over 94Diskont van Oval deed mij in de platenkast zoeken naar hun bijna vergeten debuut Systemisch, waarmee techno een nieuw soort punk uitvond. Punk als methode van de breuk, niet als drie akkoorden, een leren jack en een hanenkam. Systemisch veroorzaakte in 1994 in kringen waar ambient en techno elkaar ontmoeten een sensatie. Oval nam het initiatief met een filosofisch-politieke praktijk, een gemis waar techno door oudere generaties vaak op werd afgerekend. Ik denk dat ze de kritiek van Oval niet hadden herkend. Oval laat namelijk de grote ideologische strijd van weleer terecht voor wat het is en richt zich op een kritiek van esthetiek en technologie zoals belichaamd door de compact disc. Door cd’s te beschadigen en de resultaten op te nemen probeerde de groep de kritiekloze acceptatie van digitale audio in twijfel te trekken:
Onvermijdelijk klinkt Systemisch inmiddels bijna conventioneel mooi. Oval wilde misschien geen muziek maken en trachtte destijds de aandacht af te leiden van de bronnen die ze gebruikten, maar de pracht van de muziek die uiteindelijk is ontstaan, valt alleen te herleiden tot hun gunstige bronnen (een Systemisch aan de hand van bijvoorbeeld Armin Van Buuren tracks maakt hetzelfde punt, maar zal nog steeds lelijk klinken.) Daarnaast lijkt de compact disc ingehaald door streaming (in sommige gebieden dan, in landen waar audiotechnologie hoog in aanzien staat—Duitsland en Japan—blijft de cd nog steeds oppermachtig.) Maar als statement is Systemisch onovertroffen, nog steeds worden de lessen van hun glitch toegepast in meer muzikale werken van Holly Herndon en Björk. Alleen het verlangen om een medium, een technologie, wezenlijk te bekritiseren is helaas afwezig (in muziek dan, in De Toekomst Hervonden wordt Oval genoemd als een van de voorlopers van New Aesthetic.)
Drie jaar later zeer verrassend terug te horen in deze vorm:
It's an effort in sound-design rather than music with a capital M. The main content of our effort is to have an audible user-interface. (in The Wire #146)Ik kocht Systemisch destijds in een soort pervers gebaar op dubbel-vinyl waardoor de twijfel over de werking van de cd-speler vanzelfsprekend werd weggenomen en Oval puur op muzikale intentie kon worden beluisterd. Want eigenlijk is Systemisch een verzameling radicale niet-geautoriseerde remixes, ‘Compact Disc’ gebruikt bijvoorbeeld vrij duidelijk 'Selected Ambient Works Vol.II cd2track2' van Aphex Twin als basismateriaal.
Onvermijdelijk klinkt Systemisch inmiddels bijna conventioneel mooi. Oval wilde misschien geen muziek maken en trachtte destijds de aandacht af te leiden van de bronnen die ze gebruikten, maar de pracht van de muziek die uiteindelijk is ontstaan, valt alleen te herleiden tot hun gunstige bronnen (een Systemisch aan de hand van bijvoorbeeld Armin Van Buuren tracks maakt hetzelfde punt, maar zal nog steeds lelijk klinken.) Daarnaast lijkt de compact disc ingehaald door streaming (in sommige gebieden dan, in landen waar audiotechnologie hoog in aanzien staat—Duitsland en Japan—blijft de cd nog steeds oppermachtig.) Maar als statement is Systemisch onovertroffen, nog steeds worden de lessen van hun glitch toegepast in meer muzikale werken van Holly Herndon en Björk. Alleen het verlangen om een medium, een technologie, wezenlijk te bekritiseren is helaas afwezig (in muziek dan, in De Toekomst Hervonden wordt Oval genoemd als een van de voorlopers van New Aesthetic.)
Drie jaar later zeer verrassend terug te horen in deze vorm:
vrijdag 9 mei 2014
Piketpaal 7: Jenny Ondioline
Ik noemde ze al bij de vorige piketpaal. Stereolab was een van de meest avontuurlijke bands van de jaren ’90. Even karakteristiek voor het decennium als de beste jungle, Aphex Twin of Björk. Stereolab is een lichtend voorbeeld van hoe je als muzikant het verleden kan gebruiken om de toekomst te verkennen, met behoud van een eigen persoonlijkheid. Hun oeuvre is gevuld met prachtige liedjes, maar hun meest radicale statement blijft, denk ik, ‘Jenny Ondioline’ in de volledige versie van 17 minuten en 55 seconden die op hun meesterlijke dubbelalbum Transient Random-Noise Bursts With Announcements (1993) staat.
Een My Bloody Valentine-achtige muur van gitaar zorgt voor de aftrap. Nu de NEU! albums keurig zijn heruitgegeven kijken we minder op van de motorik-beat en gitaarmelodieën waarmee het nummer wordt voortgestuwd, in 1993 was dit nog geheime kennis. Stereolab had op de vorige twee platen dit model geperfectioneerd en nu zou het eigen worden gemaakt. Mijn favoriete moment vindt plaats op 5:50 wanneer na een minimalistisch instrumentaal stuk, de woordeloze zang terugkeert, maar in plaats van het refrein aan te kondigen zoals in het begin blijft het ritme doordreinen, de “aaahhh’s” keren nog drie keer terug en de muziek begint te zweven, lijkt iets onmetelijk groots en woordeloos (het einde van verlangen?) bijna binnen te treden. En zou op deze manier makkelijk nog een kwartier in Basic Channel stijl door kunnen gaan. De band had echter iets anders op het oog. De gitaarmuur keert terug en ‘Jenny Ondioline’ wordt als door een wissel op een ander spoor gezet waarmee een nieuwe hypnotische constructie wordt ingezet. Op 13:41 laat Stereolab haar meest radicale gezicht zien. De interesse in test-LPs die destijds werden gemijnd voor interessante geluiden en coole samples wordt hier gebruikt om de voorgaande muziek uit elkaar te trekken in een wervelstorm van geluid. Waarna een bevrijdend plateau alles tot een goed einde brengt.
‘Jenny Ondioline’ is pure pop, maar met pretentie. Stereolab vraagt zich terecht af waarom pop zich aan bepaalde conventies moet houden, wat betreft tijdsduur, textuur of tekstuele inhoud (hier zong een zangeres die je ervan kon overtuigen dat een betere wereld mogelijk is.) Geen band komt in 2014 in de buurt van dit Stereolab. Het is alsof we op een andere planeet leven. En die van ons is een uitzichtloze woestijn.
Stereolab - Jenny Ondioline from Erythromycine on Vimeo.
Een My Bloody Valentine-achtige muur van gitaar zorgt voor de aftrap. Nu de NEU! albums keurig zijn heruitgegeven kijken we minder op van de motorik-beat en gitaarmelodieën waarmee het nummer wordt voortgestuwd, in 1993 was dit nog geheime kennis. Stereolab had op de vorige twee platen dit model geperfectioneerd en nu zou het eigen worden gemaakt. Mijn favoriete moment vindt plaats op 5:50 wanneer na een minimalistisch instrumentaal stuk, de woordeloze zang terugkeert, maar in plaats van het refrein aan te kondigen zoals in het begin blijft het ritme doordreinen, de “aaahhh’s” keren nog drie keer terug en de muziek begint te zweven, lijkt iets onmetelijk groots en woordeloos (het einde van verlangen?) bijna binnen te treden. En zou op deze manier makkelijk nog een kwartier in Basic Channel stijl door kunnen gaan. De band had echter iets anders op het oog. De gitaarmuur keert terug en ‘Jenny Ondioline’ wordt als door een wissel op een ander spoor gezet waarmee een nieuwe hypnotische constructie wordt ingezet. Op 13:41 laat Stereolab haar meest radicale gezicht zien. De interesse in test-LPs die destijds werden gemijnd voor interessante geluiden en coole samples wordt hier gebruikt om de voorgaande muziek uit elkaar te trekken in een wervelstorm van geluid. Waarna een bevrijdend plateau alles tot een goed einde brengt.
‘Jenny Ondioline’ is pure pop, maar met pretentie. Stereolab vraagt zich terecht af waarom pop zich aan bepaalde conventies moet houden, wat betreft tijdsduur, textuur of tekstuele inhoud (hier zong een zangeres die je ervan kon overtuigen dat een betere wereld mogelijk is.) Geen band komt in 2014 in de buurt van dit Stereolab. Het is alsof we op een andere planeet leven. En die van ons is een uitzichtloze woestijn.
Stereolab - Jenny Ondioline from Erythromycine on Vimeo.
vrijdag 14 maart 2014
Piketpaal 6: Djed
Een pleidooi voor Tortoise als de rockband die de jaren ’90 belichaamde zal een hoog waarheidsgehalte bevatten. Misschien niet de meest consistente band (zie Royal Trux, Stereolab) maar gedurende een korte periode tussen (1995-1998) was het een rockgroep die het beste, zoiets als de tijdgeest aanvoelde. De muziek van de groep uit Chicago was vaak een dankbaar doelwit voor remixes en werd door verschillende scenes binnen de Europese electronica vol respect behandeld. Hun track ‘Gorini’ verscheen op de essentiële Macro Dub Infection Vol.1 (1995) verzamelaar, samen met werk van Omni Trio, Springheel Jack, Tricky, Laika, 4-Hero en Scorn, waarmee dub in diverse spannende richtingen werd gelanceerd. Met een elastisch mengsel van jazz, rock, ambient, motorik, en dub wist Tortoise precies een aantal genres te vermengen die tijdens het decennium waren herontdekt of nieuwe inspiratie nodig hadden.
Op het album Million
Now Living Will Never Die (1996) werd kant A van de LP volledig in beslag
genomen door een enkel nummer, hun meesterwerk ‘Djed’. 21 minuten die nog
steeds onovertroffen zijn. Ik had ‘Djed’ (een denkbeeldige naam? Of is het
DeeJay’d?) na aanschaf een tijdlang vol plezier opgezet totdat ik het een keer
na een lange nacht uitgaan met koptelefoon beluisterde. In die vermoeide staat
ontwaarde ik, zeg maar de hele trip in zijn volle glorie en werd het een tijdlang mijn
favoriete chillout/comedown plaat. Opeens viel op hoe de diverse delen in
elkaar overgaan, soms als een DJ die subtiel zijn crossfader hanteert, soms
door ingenieuze geluidseffecten zoals rond 10:00 waar de muziek even door een
tunnel valt en heel ergens anders opduikt. En dan is er de orgelmelodie die op
verschillende wijzen terugkeert. Het moment op 6:19 blijft mijn favoriet, waar
met een subtiele handeling een soort schakeling plaatsvindt, de muziek even
zweeft. Wat Tortoise met ‘Djed’ bouwde was een uiterst ambitieuze kruising
tussen machinerock en organische techno. Tegelijkertijd werd voor beide hoofdgenres onontgonnen
terrein verkend. Ongetwijfeld heeft de muziek van Tortoise daarna redelijk
wat navolging gekend, maar nooit kreeg het die achteloze reikwijdte en nooit
hebben verschillende genres meer een vergelijkbare poel van onderlinge beïnvloeding
gekend.
Locatie:
Chicago, Illinois, Verenigde Staten
zondag 29 september 2013
Piketpaal 5: Glider
"People literally told me I was insane for doing that track."
Soms wacht je jaren op een gedroomde compilatie om wanneer deze daadwerkelijk verschijnt te negeren. Maar na het oorverdovende concert van My Bloody Valentine in de Effenaar afgelopen 4 september,was het de hoogste tijd om met EP's 1988-1991 een paar gaten van hun oeuvre te dichten. Nog steeds klinkt er niets als de anti-riff waarmee 'Slow' opstart, maar een van de belangrijkste redenen voor de aanschaf is de volledige 10-minuten versie van 'Glider' uit 1990, My Bloody Valentine's meest extreme statement en daardoor tegelijkertijd de piketpaal waar rockmuziek niet voorbij is geraakt.
'Glider' is opgebouwd uit een aantal loops van gesampelde gitaarfeedback waar soms wat percussieaccenten aan zijn toegevoegd samen met redelijk conventionele baspartij. De loops schuiven in elkaar over en verder is er geen enkele progressie, geen zang ook. Afhankelijk van je gemoedstoestand klinkt als een subliem spanningsveld of twee toondove walvissen die dronken zingend door de oceaan zwemmen (tot een derde nog harder meedoet.) Dat was een van de voordelen van de E.P. dynamiek, er was altijd ruimte voor een mogelijk experimenteel gebaar dat niet verplicht op een album hoefde te verschijnen.
'Glider' is een soort logische conclusie waar rock via Glenn Branca aanhaakt op de tape-experimenten van Steve Reich en Brian Eno. Sonic Youth had er eigenlijk eerder kunnen arriveren als ze zoals My Bloody Valentine geïnteresseerd waren geweest in de sampler. Het enige serieuze vervolg dat ik ken is Neil Youngs Arc (1991) dat opgebouwd is uit feedback van liveoptredens en 'Nothing Is' op mvb, ook minimaal en instrumentaal maar iets conventioneler "horizontaal".
zaterdag 7 september 2013
Piketpaal 4: Jacob's Optical Stairway
4-Hero is een duo dat zijn wortels kent in rave. Hun ‘Mr.
Kirk’s Nightmare’ uit 1990 was een vrij succesvolle duistere track die slim inspeelde
op de drugshysterie rond dansmuziek. In de periode daarna werden ze meegezogen
in de ontwikkeling van jungle waarbij zij zichzelf al snel profileerde als een
van de virtuozen van de break. In 1995 brachten ze twee albums uit die jungle voorbij
de dansvloer brachten. Eerst verscheen Parallel
Universe als 4-Hero en later in het jaar Jacob’s Optical Stairway op het Belgische technolabel R&S
(ongetwijfeld de reden waarom ze op dit label onder dezelfde naam als het album
opereerde). Parallel Universe is
geweldig maar Jacob’s Optical Stairway
is altijd mijn favoriet gebleven.
De muziek op dit album zou je fusion kunnen
noemen: de ratelende drumbreaks van jungle zijn nog steeds prominent aanwezig
maar de sfeer is uitermate positief. 4-Hero is hier zoals de single ‘Solar
Feelings’ duidelijk maakt op de trip van de zonneverafgoding aanbeland. Daar wordt een
flinke dosis sciencefiction aan toegevoegd met prachtige titels als ‘Fragments of a
Lost Language’ of ‘The Naphosisous Wars’. Later in hun carrière zouden de
jazzinvloeden 4-Hero verstikken maar hier staat jazz nog voor grootse kosmische
gebaren, avontuurlijke ritmes en onvoorspelbare melodieën.
De opbouw van Jacob’s Optical Stairway is slim: eerst wat kalme tracks
gevolgd door experiment, gevolgd door een gezongen rustpunt waarna de realiteitseffecten op de laatste vier tracks echt los gaan. Er is een moment op ‘The Engulfing
Whirpool’ dat nog steeds na al die jaren klinkt als magie. Nadat een
zenuwachtig ritme wegsterft gaat de muziek op 2:29 compleet verticaal, een
lancering van geluid waar vervolgens buitenaardse melodieën doorheen worden
geweven totdat het flinterdunne ritme terugkeert. Sommige muzikanten hebben geluk
wanneer ze een zo’n moment weten te vangen, 4-Hero doet het op de volgende track
nog eens brutaal over. ‘Quatrain 72 (Red Horizon)’ is een bizarre uiting van
ritmische virtuositeit waar opstijgende melodieën overgaan in drumpatronen die
zichzelf nooit herhalen. Onversneden futurisme. Een vervroegde blik op de ware muziek van de 21ste eeuw.
4-Hero zou nog een keer vlammen
met het dubbelalbum Two Pages (1998), waarvan een cd meer de jazzinvloeden en vocalen uitwerkte
en de tweede de wilde kosmische ritmiek. Maar de tracks voelen abstracter, je
zou kunnen zeggen didactisch waar Jacob’s
Optical Stairway geleid wordt door een ongekende visionaire kracht. Een kracht die sindsdien nog in weinig muzikanten is neergedaald.
zondag 14 juli 2013
Piketpaal 3: Platinum Breakz
Tijdens zijn hoogtijdagen (1993-1998) was jungle zo rijk aan innovatie dat het een aantal piketpalen richting de toekomst heeft geplaatst. Dit is de eerste die ik bespreek. In het cd-boekje staat trots “21st
Century Urban Breakbeat Music”. Eigenlijk dacht
ik in 1996 niet zo na over de toekomst van muziek want, kom op, volgende week, zou je weer worden weggeblazen. De
toekomst was heel ver weg. Maar terugdenkend moet ik achteloos hebben verwacht
dat de muziek op Platinum Breakz tot ver in de 21ste eeuw zou worden uitgewerkt. Aan de andere kant,
de meeste tracks klinken zeventien jaar later nog vers. Als de ware muziek van
vandaag.
Platinum Breakz (1996)
is een compilatie van het Metalheadz label van Goldie. Een label dat zelfbewust
jungle naar een hoger plan wilde tillen. Sindsdien is er geen compilatie
geweest die zoveel artiesten op de top van hun kunnen presenteert (Total 3 komt nog enigszins in de buurt), die een
dergelijk breed front van futuristisch geluid neerzet. Metalheadz moest wel
met een statement komen want eerder dat jaar had LTJ Bukem zijn even
monumentale Logical Progression
compilatie uitgebracht. Het mooie van jungle was dat er een vriendelijke
concurrentie heerste tussen labels, zodat men elkaar een tijdlang op muzikale wijze probeerde te
overtroeven, met als resultaat een rush
van innovatie.
Ken je dat? Je wilt heel graag aan mensen een plaat laten
horen omdat je enthousiast bent…en dan is het eerste nummer het slechtste van
de plaat. Zit je de hele tijd “wacht even, het geniale moment komt zo!” ‘V.I.P.
Riders Ghost’ van Rufige Kru heb ik heel vaak overgeslagen. Dat komt omdat die
sample van “every day of my life” wel bijna drie minuten lang wordt herhaald
tot de ritmetrack op volle stoom is (dan wordt het ook erg goed). Vaak heb
ik de openingstrack overgeslagen uit ongeduld omdat wat dan volgt een grand slam van muzikale klasse is.
Peshay’s ‘Psychosis’ zet de melancholische toon door slim een vrijwel
woordeloze soulzang te lanceren met een bizar gedetailleerde ritmeconstructie. Doc
Scott volgt met ‘Far Away’, een ingetogen gooi naar zomerse nostalgie. Daarna
is de beurt aan Dillinja met ‘The Angels Fell’. In die periode bouwde producers
met remixen aan een langlopend narratief waarmee originele tracks werden
gemijnd voor nog meer betekenis. ‘The Angels Fell’ is een vervolg op Goldie’s
monumentale ‘Angel’ en maakt er door de toevoeging van een Blade Runner sfeer een van de definitieve jungletracks van. Tiener
J Majik laat het niet op zich zitten met de klassieker ‘Your Sound’, een wilde
rivier van beats met watervallen, aftakkingen, bochten en stroomversnellingen.
Wat nu opvalt is dat tracks als ‘Your Sound’ maar ook ‘The Flute Tune’ en ‘The
Spectrum’ bijna willekeurig zijn vastgelegd, alsof een track op elk moment kan
afsplitsen in een andere richting. Je vermoedt dat er ontelbare parallelle
versies van bestaan waar een muzikant zich de rest van zijn leven aan kan
wijden.
De eerste cd heb ik altijd melancholisch gevonden met meer
(subtiele) jazzinvloeden, de tweede cd is grotendeels donker en machinaal.
Jungle wordt niet veel dwingender dan Asylums ‘Da Base II Dark’. J Majik,
Dillinja en Peshay keren terug met drie tracks die de komende militarisering van de realiteit op
onbehagelijke wijze aankondingen. Majiks ‘Final Approach’ is een bruut spervuur
van beats terwijl Dillinja het in eerste instantie subtieler lijkt aan te pakken
totdat een tapijtbombardement van bas wordt neergelegd. Het mooiste is echter
de afsluiter ‘The Nocturnal (Back on the Firm)’ van Peshay. Een vriend van mij
had een versie van Platinum Breakz met een andere (brutere) track op deze plek, maar
ik denk nog steeds dat ik de betere deal kreeg dankzij de ingetogen manier waarop
Peshay de Mentasm-riff over een kruipend ritme uitzaait. Duistere dansmuziek op
zijn allerbest.
Zoals gezegd niet dé piketpaal van jungle maar wel een punt
in muziek waarachter je nog een onontgonnen gebied vermoedt. Metalheadz zou een jaar
later al een tweede compilatie uitbrengen met drie onberispelijke meesterwerken
(‘Arabian Nights’, ‘Metropolis’ en ‘To Shape The Future’) maar de collectieve honger
leek afwezig, alsof het bewust worden van de eigen kracht een uniek moment is dat
onmogelijk kan worden vastgehouden. Helaas, maar dat moment leven is al een
wonderbaarlijke ervaring. Platinum Breakz is daarom een van de "meetlatten" waar de ik de rest van muziek mee vergelijk. Een te hoge meetlat voor de meesten.
Labels:
1996,
compilatie,
jungle,
Metalheadz,
piketpaal
Locatie:
Londen, Verenigd Koninkrijk
Abonneren op:
Posts (Atom)