Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label jungle. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jungle. Alle posts tonen

zaterdag 15 juni 2024

Futuromania: de kick van het nieuwe

 



Futuromania: Electronic Dreams, Desiring Machines & Tomorrow’s Music Today is een onvermijdelijk boek, dat misschien wat aan de late kant verschijnt. In 2011 schreef Simon Reynolds Retromania (2011) een intrigerende studie over de culturele draai naar het verleden waarbij hij eindigde met een kloeke conclusie die na het voorafgaande betoog eigenlijk uit de lucht kwam vallen: “I still believe the future is out there.” In het nawoord van zijn nieuwe boek noemt hij Futuromania “een omgekeerd spiegelbeeld” van Retromania. Dan toch eindelijk het mogelijke antwoord, een uitweg uit de verstikkende grip van het verleden op de 21ste eeuwse cultuur. Is Futuromania, de titel gebruikt hetzelfde lettertype als Alvin Tofflers Future Shock (1970), dat boek? Gedeeltelijk, al zal je als oplettende lezer snel concluderen dat het nooit een gedegen antwoord kan zijn. Futuromania is namelijk een bundel die artikelen verzamelt uit verschillende periodes met als overkoepelend thema elektronische muziek en het idee van futurisme. Het boek lost in die zin niets op maar presenteert een zeker enthousiasme over muziek die het nieuwe aankondigt, veranderingen veroorzaakt, sciencefiction als geluid. En niemand kan zo enthousiasmeren als Reynolds, omschrijft muziek op zo’n manier dat je het meteen wilt horen. In de jaren negentig kocht ik lange tijd platen blind naar aanleiding van zijn Melody Maker-recensies en kan me eigenlijk geen misstap herinneren.

De reden voor dat vertrouwen was zijn eerste en nog steeds onovertroffen boek Blissed Out: The Raptures of Rock (1990) een subliem geschreven collectie essays over rock en pop in de jaren tachtig die voor mij alles veranderde: hoe je over muziek kon schrijven en denken, een introductie van artiesten waar ik nog nooit van had gehoord en in de laatste hoofdstukken een fascinerende richting aanwijzend waar popmuziek naar toe bewoog, namelijk dansmuziek als een soort “einde” van muziek. Het stuk over acid in Futuromania is het enige wat overlapt met Blissed Out, al staat het nu redelijk aan het begin. Wat dat stuk met een aantal anderen duidelijk maakt is dat Reynolds in het moment zelf op zijn best is. Wanneer hij geconfronteerd wordt met nieuwe muziek waar hij enthousiast over is ontstaat een worsteling om de muziek te begrijpen en aan anderen te omschrijven waarbij hij het mysterie, het genot van het geluid intact tracht te houden.

Aan de andere kant is hij, haast onvermijdelijk, door de jaren heen meer retrospectieven gaan schrijven. Een van de redenen dat Ian Penman hem ooit, zonder al teveel kwaadaardigheid, omschreef als “de aardrijkskundeleraar van de rockjournalistiek”. Minder overrompelend, meer analytisch, op zoek naar verbanden en met een neiging naar volledigheid. Maar, zoals Futuromania regelmatig bewijst, altijd leerzaam en ook dan wil je de muziek meteen weer luisteren. Het boek krijgt door de opzet en de chronologische presentatie van de muziek een eigen karakter al wreekt het gemis van een eenduidig argument voorbij het thema van de toekomst zich. Halverwege hebben we de jaren negentig al verlaten en ik had het gevoel dat dit te vroeg was, dat wat de 21ste eeuw heeft gepresenteerd zich nooit qua aandacht kan meten met het voorgaande traject dat van disco tot jungle loopt. Ik had nog wel een verhandeling over darkside jungle kunnen lezen en vreemd genoeg is er geen plek voor het zachte futurisme van shoegaze met zijn verdekte elektronische invloeden.

Niet dat de 21ste eeuw een gebrek aan futuristische muziek heeft gekend. Zo snel kom ik op Fennesz, Qebrus, Dopplereffekt, The Avalanches, Rosalia, MF Doom, K-pop, James Holden, Wighnomy Bros, Ricardo Villalobos, de Joris Voorn mixen, het bescheiden modernisme van Richie Hawtin of The Black Dog van Music for Reel Airports en Music for Photographers. In plaats van hier aandacht aan te besteden (hoogstwaarschijnlijk omdat hij er nooit op dat moment over heeft geschreven) verdoet Reynolds veel van de tweede helft aan geforceerde stromingen als maximalism en conceptronica of artiesten als Jlin die zich niet kunnen meten met wat er aan voorafging. In die zin is duidelijk een tweedeling aan te wijzen, die ik al jaren geleden observeerde: het is niet dat muziek vernieuwing mist maar het is een verspreid futurisme, er is geen cultuur meer met een richting, een collectieve overrompeling en verwondering of focus. Alles is tegelijkertijd mogelijk in atemporaliteit. Elk opvolgend post-acid-genre vormde een versplintering waarbij muzikanten en luisteraars achter bleven in het vorige genre en de instroom van nieuwe mensen gecombineerd met de eclectici nooit de achterblijvers kon aanvullen. De futuristische energie werd op deze manier langzaam verdund in niches en is denk ik vrijwel onmogelijk te herstellen.

De ambivalentie die het boek oproept wordt belichaamd door het lange hoofdstuk over Auto-tune dat Reynolds omschrijft als het karakteristieke geluid van de 21ste eeuw. Ik begon er met tegenzin aan maar las gefascineerd over het ontstaan van Auto-tune en realiseerde me hoe wijdverbreid het gebruik is voorbij dat guitige ‘Believe’-geluid. Nu snap ik eindelijk waarom de stemmen van Kate Perry en Rhianna abject voelen zonder dat ik precies kon uitleggen waarom, alsof je lichaam de door artificialiteit geinfecteerde stem onbewust herkent en afstoot. Reynolds is provocatief, anti-rockistisch, prijst de creativiteit van het “verkeerd gebruik” van Auto-tune en strooit met wonderbaarlijke beschrijvingen van tracks van rappers als Young Thug, Future en Travis Scott. Totdat je de muziek luistert en snel concludeert: this ain’t it, chief. Auto-tune vormt uiteindelijk het eindstation van de Amerikaanse popcultuur, de complete overgave aan de hyperrealiteit. In combinatie met trap vormt het een geestdodende monotonie, de Amerikaanse droom als verveelde wil tot macht die gevangen zit in het zwarte gat van terminaal kapitalisme. Iets waar instinctief afstand van moet worden gehouden als een plaag die de ziel rot. En in die zin inderdaad het geluid van een teleurstellende toekomst.

In een tweedelige coda analyseert Reynolds twee interessante vragen: hoe heeft sciencefiction de muziek van de toekomst omschreven? En wat is het geluid van de toekomst in sciencefictionfilms? Ook hier overheerst de aardrijkskundeleraar in wat eigenlijk overzichtsartikelen zijn. Wat hier vooral opvalt is dat Reynolds gretig concludeert dat sinds de jaren ‘80 filmsoundtracks niet meer futuristisch klinken. Er was inderdaad een moment dat men zich kon afvragen waarom filmmuziek ouderwets bleef klinken en eerlijk is eerlijk, na de oorspronkelijke publicatie van het artikel in 2009 beleven we een ware hausse aan spannende futuristische soundtracks, denk aan Under the Skin (2013), ex_machina (2015), Annihilation (2018), Aniara (2018), Strawberry Mansion (2012), Crimes of the Future (2022) en Mars Express (2023). Maar zelfs dan weet de shinnichi (en wie, die ook maar enigszins in de toekomst is geïnteresseerd, leeft niet met zijn gedachten in Japan) dat er altijd een continuüm in cinema is geweest waar beeld en geluid je overrompelen met future shock: Akira, de films van Shinya Tsukamoto, Ghost in the Shell en het oeuvre van Satoshi Kon zijn wat dat betreft net zulke intense breuken als de eerste keer dat je 'Pump Up the Volume', acid house of jungle hoorde. En op die manier vertelt Futuromania, Yellow Magic Orchestra uitgezonderd, eigenlijk maar de helft van het verhaal. Een Japanse variant, vanuit de Japanse cultuur verklaart, zou pas echt de volledige routekaart richting de toekomst uitklappen.

Simon Reynolds - Futuromania: Electronic Dreams, Desiring Machines & Tomorrow's Music Today (Hachette Books, 2024. ISBN 978-0-306-83378-6)

zaterdag 4 mei 2024

MC Conrad (1972 – 2024): Stem in de jungle

 

Foto: Yanne Golev (Creative Commons)

Sinds Grooverider op oudejaarsnacht uit het niets uitverkocht was en we door de besneeuwde straten naar huis terugkeerden terwijl een enkeling, overmoedig door de bubbels en andersoortige chemicaliën, voor De Melkweg door het ijs zakte, heb ik mijn kaartjes op tijd bij GET gehaald. Mijn vaste kompaan voor dit soort avonturen laat het in een vlaag van apathie afweten. Het is een donderdagavond, ik weet het, maar toch LTJ Bukem eindelijk hier! Ik probeer M. die gelukkig nieuwsgierig genoeg is (en aan het einde van de nacht compleet zal zijn bekeerd.) Wanneer we onze jassen hebben afgegeven blijkt al snel dat ik me geen zorgen had hoeven maken over een nieuwe toeloop. De nieuwe Pepsi Max-zaal is gezellig gevuld met lokale junglists.

Wanneer ik begin te dansen vind ik eenvoudig een plek midden op de dansvloer, zonder gedrang, gepor of geleuter. Bukem draait vanaf het balkon met zicht op de dansvloer en naast hem staat een man die vanaf mijn positie lastig is te identificeren. Daar beginnen te beats te ratelen terwijl de bas rolt en die volg ik kalm, laat me heen en weer wiegen, open mezelf voor de muziek. Ik haal een joint tevoorschijn en laat de rook onderdeel worden van mijn lichaam, zacht hamerend op mijn longen terwijl de chemicaliën mijn bloedbaan binnentreden en zich verspreiden om mijn hersens te bereiken en daar aan het werk gaan. Alles is op zijn plaats en ik sluit mijn ogen. Dan hoor ik zijn stem, onmiskenbaar zwart en Engels, met een vriendelijke autoriteit die ons bijeenroept. De stem wordt achteloos onderdeel van muziek, weet exact wanneer een wending gaat plaatsvinden, dwingt ons sneller te dansen wanneer de breaks knallen, kalmeert ons wanneer een geluidsoase wordt bereikt.

“...and your mind starts to drift.”

Zeker weten. De muziek is van een onbeschrijfelijke schoonheid. Altijd de subbas die het gezicht masseert en neerdaalt in je buik. De beats draaien rond, verschuiven, schieten weg om onverwachte wijze terug te keren met een intensiteit als wit licht die je geest wegblaast. En steeds weer de droomachtige melodieën en woordeloze zang als uit de mooiste visioenen van dichters, profeten, opiumeters en sterrenkijkers. De stem leidt ons, soms met speelse echo, langs pagodes, landschappen, lachende engelen en kosmische wonderen, alles ontdaan van elke vorm van duisternis. Ik hoor het allemaal met een glimlach aan, volstrekt verloren in geluid.

“You step to the vibe like a new found religion.”

Geen idee hoe lang het duurde. Achteraf voelt de nacht als een vreugdevuur van de ziel en we zijn het er meteen over eens dat er iets wezenlijks is veranderd. Dat net wanneer dansmuziek leek te zijn gevangen in een zekere voorspelbaarheid, een routine en onmiskenbare commercialisering, we iets enorms hebben gehoord. Zomaar een donderdagavond in april in het midden van de jaren negentig.

dinsdag 7 december 2021

GCOM: Voor de planetarium dromers

Heeft futurisme nog bestaansrecht in muziek? Tom Middleton heeft in zijn eentje het Global Communication-project getransformeerd tot GCOM (Galactic Communication) om oude dromen te doen herleven. De kalme mondiale verbinding van 76:14 heeft plaats gemaakt voor een kosmisch ambitie in de vorm van een waar conceptalbum. E2-XO handelt over de ontdekking van exoplaneten en de mogelijke reizen naar deze leefbare planeten. In de uitgebreide tekst van het mooi uitgewerkte boekwerk vol illustraties die mij deden denken aan de onvolprezen Spectrum encyclopedie uit mijn jeugd, noemt Middleton zijn inspiratiebronnen: Carl Sagan, Vangelis, zijn Franse collega Qebrus maar ook het idee dat het antropoceen een uitweg vereist, een serieuze kolonisatie van andere planeten. E2-XO is de soundtrack van zowel de sonde die nieuwe werelden verkent als het denkbeeldige ruimteschip dat de bemanning naar de dichtstbijzijnde exoplaneet Teegarden B vervoert. 

 


Na een dergelijke introductie begint de plaat bijna ironisch bombastisch met cinemasonische strijkers, alsof je in een planetarium hebt plaatsgenomen en een diepe stem bij de eerste glinsteringen vertelt dat je op het punt staat om een reis te maken langs de wonderen van de kosmos. Het is een track die ik eigenlijk nooit meer hoef te horen. Gelukkig gaat hij vervolgens meteen los op zijn samenwerking met Qebrus, de mysterieuze Franse producer die op jonge leeftijd overleed en door Middleton liefdevol als een grote inspiratie wordt omgeschreven. Daarmee krijgt ook de dynamiek van het album vorm, een afwisseling van Vangelisachtige melodieën, ambient en intens futuristische muziek, de meest zelfbewuste sciencefiction ritmiek sinds cd2 van Two Pages

E2-XO zou geïnterpreteerd kunnen worden als een opwelling van nostalgie naar de toekomst van weleer (ruimtereizen en vernieuwende dansmuziek) maar voelt vooral als serieuze speculatie dat de tijd van terugkijken ten einde loopt, dat het futuristische elan van jungle, waarvan de meeste tracks nog steeds klinken alsof ze vandaag werden uitbracht, weer naar de voorgrond moet treden. Haast ongemerkt komt de kolonisatie van andere werelden steeds dichterbij. Dit alles komt met name samen op ‘XO (Wolf 1061 C)’, het logische vervolg op de tijd-ruimtevervormingen van Photek, J Majik, Source Direct en 4 Hero, alsof 1998 en 2021 naar elkaar toebuigen en een periode van stagnatie doen verdwijnen. 

Een album dat we nodig hadden, zeker niet perfect (zelf had ik de twee klassiek georiënteerde stukken graag ingeruild voor de complete 16-minuten (vinyl)versie van afluister ‘Beyond the Milky Way’) maar een krachtige remedie tegen de entropie van retromania. De hoopvolle droom van golden age sciencefiction nieuw leven ingeblazen. Een onverwachte hergeboorte aangezien sciencefiction tegenwoordig veel pessimistischer is over allerlei zaken, vooral ruimtereizen. Kim Stanley Robinsons Aurora (2015) is met name ontnuchterend over de afstanden tussen planeten en de problemen die komen kijken bij het overbruggen daarvan met generatieschepen. Exoplaneten presenteren een diep verlangen om opnieuw te kunnen beginnen, het deze keer als mensheid wel goed te doen. Zoals het er op het moment voorstaat zal echter elk project geïnfecteerd worden met neoliberale of libertaire memen Elke kolonisatie die succesvol wil zijn zal eerst moeten afrekenen met de ziekte die laatkapitalisme is of de volgende wereld opnieuw vernietigen. In die zin is het misschien maar beter dat de mens in zijn natuurlijke staat totaal ongeschikt is voor de reis over extreem lange afstanden. En is dat ook waarom het machinale geluid dat E2-XO overheerst zo treffend is. Het zullen machines zijn, al dan niet geladen met bewustzijn en DNA, die uiteindelijk de nieuwe aarde zullen betreden om misschien een moment meewarig terug te denken aan de dromen van hun primitieve voorgangers op een dode planeet.

zondag 28 juli 2019

Peak Nineties 2: Headz II – Part B


Vorig jaar noemde ik Tortoise: Remixed (1996) een van de beste samenvattingen van de jaren negentig. Hier kan nu uit hetzelfde jaar Headz II: Part B van Mo Wax aan worden toegevoegd. Ik vond deze dubbele compilatie in puntgave conditie in de tweedehandsbakken en met namen waar ik me (zo snel ik las, het was de warmste dag aller tijden) geen buil aan kon vallen. De wat nonchalante aankoop bleek bij beluistering een openbaring. Wat me meteen deed afvragen waarom ik Headz II destijds niet had aangeschaft. De eerste Headz compilatie uit 1994 is een van mijn meest gedraaide platen van dat decennium. Dat was een veelzijdige, innovatieve verzameling muziek die je makkelijk opzette omdat hij niet volledig je aandacht opeiste. Nu werd er heel veel uitmuntende muziek in 1996 gemaakt en ik denk gewoon dat twee dubbele compilaties (er is natuurlijk een Part A) me op dat moment te overdadig leek. Ik kan me ook geen recensie herinneren die me mogelijk over de streep had kunnen trekken.

Maar dat is het plezier van op dit moment vergeten werken aanschaffen, het is alsof je van die perfect geconserveerde dozen wijn uit een wrak op de bodem van de Oostzee opdiept. Een herleven van een tastbaar moment uit het verleden. Labelbaas James Lavelle is hier op het toppunt van zijn netwerkactiviteiten, voordat het desastreuze U.N.K.L.E. album Psyence Fiction veel van zijn krediet zou verspelen. CD1 bestaat grotendeels uit triphop waarmee het label zijn naam maakte maar geeft een breed scala aan artiesten een kans om zich aan het genre te wijden: Luke Vibert, Baby Ford (als Twig Bud), The Dust Brothers, Jungle Brothers en Danny Breaks verschijnen naast vaste krachten als U.N.K.L.E. DJ Krush en Attica Blues. Prima muziek allemaal met een echte uitschieter: ‘It’s Coming’ van Grantby, een geconcentreerde filmsoundtrack van 6 minuten met een intrigerende opbouw en een mysterieuze sfeer die niet te vergelijken is met andere tracks.

Het is echter de tweede cd die echt verrast. Naast The Black Dog* is er de spannende remix van Innerzone’s ‘Bug in the Bassbin’ (datzelfde jaar door Mo Wax opnieuw uitgebracht met een serie hele mooie remixes) en een op het eerste gehoor niet helemaal geslaagd experiment van Photek onder zijn Special Forces alias (het 13 minuut durende ‘Trilogy’.) Het hoogtepunt is echter de reeks van vijf jungletracks waarmee de cd opent. De V Recordings crew van Roni Size, Suv en Krust voorziet ‘The Beast’ van Palmskin Productions van een fijne ritmische basis waarna Peshay echt losgaat met ‘The Real Thing’. Wat in eerste instantie een soulliedje lijkt te worden ontpopt zich tot een lang uitgesponnen uitwerking van de Amen-break. Dan volgt een van de beste jungletracks ooit: ‘In the Mood’ van Dillinja, een virtuoos spel van bas, ritme en geluidseffecten dat ook nog eens super dansbaar is. Roni Size & Krust en het altijd betrouwbare Source Direct doen er vervolgens weinig voor onder.

Twee dingen vallen op. Allereerst dat de genoemde artiesten zulk hoogstaand werk leverden voor andermans label en het niet voor zichzelf bewaarden (hoogstens eerst uitgetest als dubplate.) En het besef waar niet aan valt te ontkomen dat deze vijf tracks vele malen spannender zijn dan de muziek die in 2019 wordt gemaakt: intenser, innovatiever en (ik wilde bijna urgenter zeggen) gewoonweg toegewijd in het moment gemaakt als het resultaat van een soort wil om te excelleren. Ik draai de binnenhoes net om en lees daar: The inspiration – the past two years 94-96. A mad integration of so many music scenes, styles and idea’s. Kortom, peak nineties. Een moment dat nooit meer zal terugkeren.

* Ik dacht eerst wat achteloos dat 'Object Orient' van hun meesterwerk Spanners was geleend, maar het is natuurlijk de openingstrack van hun Bytes album uit 1993. In eerste instantie lijkt dit een vreemde keuze maar het is uiteindelijk het resultaat van een heel doordachte volgorde. De vroege Black Dog producties en 'Bug in the Bassbin' waren van grote invloed op een aantal jungleproducers en de moderne jazzy breaks esthetiek van Mo Wax zelf. Door beiden hier tussen een jungle-experiment van een technoproducer (Kirk Degiorgio) en een techno-experiment van een jungle-producer (Photek) te plaatsen probeert Mo Wax zorgvuldig een bepaalde stilistische continuïteit te presenteren. Overigens een stijl die altijd is blijven bestaan maar nooit meer in het centrum van de belangstelling is teruggekeerd.

zaterdag 3 juni 2017

VIP Dubplate remix

T'Raenon van Photek uit 1996 is onlangs in een remaster opnieuw uitgebracht. Een magnifiek staaltje peak jungle. Op YouTube werd me vervolgens deze magistrale remix uit 1995 aangeboden:



Klinkt allemaal nog steeds alsof het gisteren gemaakt is, iets waar ik ambivalente gevoelens over heb. Is het mogelijk dat de echte muziek van nu 20 jaar geleden is uitgebracht? En wat schort er tegenwoordig dan aan muzikanten? Geeft de huidige apparatuur te snel goed klinkende maar middelmatige resultaten? Is er niet genoeg concurrentie? En zelfs wanneer ASC, Drew Lustman of Homemade Weapons goede platen maken voelt het toch niet hetzelfde. Er is een mysterieus gemis. Ik heb zelf allang geaccepteerd dat de jaren negentig een toevalstreffer waren, een culturele Cambrische explosie die niet te herhalen is.

En als we die biologische metafoor doorzetten kunnen we stellen dat er nog genoeg fossielen zijn te vinden. YouTube geeft een aardig kijkje in de, al dan niet VIP, dubplate mixen die vaak vergeten zijn. Die super-exclusieve mixen die speciaal voor bepaalde dj's werden geperst zodat ze het publiek konden verrassen met nieuwe effecten en nog vreemdere ritmes. Soms verschenen ze veel later op een compilatie maar vaak genoeg verdwenen ze gewoon achter in de platenkast wanneer een nieuwe kraker zich aankondigde.


Een goede en uitgebreide compilatie van jungle dubplates uit de periode 1993 - 1997 leek me opeens een bijzonder goed idee. De rest van de muziekgeschiedenis is toch tig keer opnieuw geremasterd en in overbodige jubileumboxen heruitgebracht. Eigenlijk een zeer geschikt project voor het Soul Jazz label dat zich al in Londen bevindt. De echte paleontoloog kan ondertussen uren aan opnamen van de pirate radio uitpluizen op zoek naar obscure mixen:

zondag 22 mei 2016

Piketpaal 13: One in a Million

Ik geef toe, ik ben geen groot R&B-liefhebber. In de droom van een zwarte bourgeoisie, wat het genre uitdraagt—zonder twijfel een terechte droom—voel ik mij altijd een buitenstaander. Maar elk genre heeft uiteindelijk zijn genieën. En in de tweede helft van de jaren negentig was Timbaland samen met Missy Elliott bezig om R&B om te vormen tot een uiterst futuristische muziek. Timbaland was zelfbewust over dat project en noemde zijn werk voor de zangeres Aaliyah “sondes naar de toekomst.” En zijn meest succesvolle sonde was zonder twijfel ‘One in a Million’ de single van het gelijknamige album uit 1996.

In tegenstelling tot André 3000 van Outkast die zijn bewondering voor Photek herhaaldelijk uitte, reageerde Timbaland geïrriteerd wanneer de onvermijdelijke vraag werd gesteld of hij door jungle was beïnvloed. Want natuurlijk is het ritme van ‘One in a Million’ een vertakking van de ratelende drums die aan de overkant van de oceaan furore maakten. Timbaland zou zich geen zorgen hoeven maken want zijn signatuur is origineel genoeg. In wezen maakt hij slow motion jungle, een techniek die uitzonderlijk invloedrijk zou blijken te zijn. Wat zijn navolgers echter niet weten te emuleren is zijn ruimtelijkheid. ‘One in a Million’ klinkt weids, enkel gevuld door het geluid van krekels, subtiele melodische accenten en Aaliyah voelt perfect aan dat ze bijna niet hoeft te overzingen (melisma, wat R&B-zangeressen vaak zo ondragelijk maakt.) Het resultaat een van de mooiste pure liefdesliedjes ooit.

Aaliyah en Timbaland zouden daarna nog enkele intrigerende liedjes maken (‘Are You That Somebody?’, ‘We Need a Resolution’, ‘Try Again’) totdat de zangeres in 2001 bij een vliegtuigongeluk omkwam en waarschijnlijk de meest spannende samenwerking in pop van dat moment tot een einde kwam. Wat de liefhebber van futuristische muziek doet mijmeren hoe anders popmuziek had geklonken als ze geduldig verder waren gegaan.

vrijdag 4 december 2015

Jungle Faust

De climax van Faust II vindt plaats wanneer Faust gelukzalig stelt: "Zum Augenblicke dürft’ ich sagen: Verweile doch, du bist so schön!", Mephistopheles triomfantelijk verschijnt en Faust dood neervalt. Deze mix van Bailey vangt eenzelfde soort moment voor jungle. In 1996 valt alles op zijn plaats: innovatie, fantasie, collectiviteit. Alsof je een berg hebt beklommen en voldaan neerkijkt op de wereld, de eerste teleurstellende gedachten over de afdaling kondigen zich wellicht al aan.

 Ik zie overigens dat die History sessions in Londen met voormalige helden Randall, Grooverider en Goldie zeer populair zijn. Zelf heb ik geen interesse om dat op deze manier te herleven, maar als opvoedkundig project heeft het zeker zijn nut. En laten we wel wezen, de muziek klinkt alsof het gisteren is geperst (dat effect kom ik binnenkort op terug.)
 

donderdag 18 september 2014

Nog een Aphex Twin interview

Uit het Pitchfork-interview met Richard D. James (met wat herhalingen maar ook enkele nieuwe inzichten). Ik weet trouwens niet of ik die manier van tekst presenteren nou innovatief of irritant vind (helemaal omdat Ghostery meteen de tekst molt).
Pitchfork: In the '90s, your music existed in a kind of dialectical relationship with rave culture. Do you miss that?

RDJ: Yeah, I do, actually. For years, I could listen to jungle and nick things from them, but they didn't know I existed. It was a separate world. But that world doesn't exist any more. It's all merged into this global Internet world. It's a real shame. I really don't like that. But that's just globalization. It's got good sides as well. But scenes aren't allowed to develop on their own any more. Everyone knows about everything.

The holy grail for a music fan, I think, is to hear music from another planet, which has not been influenced by us whatsoever. Or, even better, from lots of different planets. And the closest we got to that was before the Internet, when people didn't know of each other's existence. Now, that doesn't really happen.

I used to love jungle. I still think it's the ultimate genre, because the people making it weren't musicians. The best artists are people who don't consider themselves artists, and the people who do are usually the most pretentious and annoying. [laughs] They've got their priorities wrong. They're just doing it to be artists rather than because they want to do it. And a lot of jungle people were actually car mechanics and painter-and-decorator types, like, pretty hardcore blokes. I wouldn't want to get into a fight with them. I know a few people who were like that, and I don't think that really exists any more. Maybe those sort of non-musician types do some dubstep stuff, or grime. But it didn't exist in jungle for long. There was only a couple of years where people didn't know what they were doing, and you got all these samples that are just totally not related in pitch. I really hunt down those records. They've got this ridiculous mishmash of things that totally don't go with each other at all. Obviously, after they've done it for a couple of years they learn how to make chords and stuff, and it's not so interesting now.

zaterdag 7 september 2013

Piketpaal 4: Jacob's Optical Stairway




4-Hero is een duo dat zijn wortels kent in rave. Hun ‘Mr. Kirk’s Nightmare’ uit 1990 was een vrij succesvolle duistere track die slim inspeelde op de drugshysterie rond dansmuziek. In de periode daarna werden ze meegezogen in de ontwikkeling van jungle waarbij zij zichzelf al snel profileerde als een van de virtuozen van de break. In 1995 brachten ze twee albums uit die jungle voorbij de dansvloer brachten. Eerst verscheen Parallel Universe als 4-Hero en later in het jaar Jacob’s Optical Stairway op het Belgische technolabel R&S (ongetwijfeld de reden waarom ze op dit label onder dezelfde naam als het album opereerde). Parallel Universe is geweldig maar Jacob’s Optical Stairway is altijd mijn favoriet gebleven.

De muziek op dit album zou je fusion kunnen noemen: de ratelende drumbreaks van jungle zijn nog steeds prominent aanwezig maar de sfeer is uitermate positief. 4-Hero is hier zoals de single ‘Solar Feelings’ duidelijk maakt op de trip van de zonneverafgoding aanbeland. Daar wordt een flinke dosis sciencefiction aan toegevoegd met prachtige titels als ‘Fragments of a Lost Language’ of ‘The Naphosisous Wars’. Later in hun carrière zouden de jazzinvloeden 4-Hero verstikken maar hier staat jazz nog voor grootse kosmische gebaren, avontuurlijke ritmes en onvoorspelbare melodieën. 

De opbouw van Jacob’s Optical Stairway is slim: eerst wat kalme tracks gevolgd door experiment, gevolgd door een gezongen rustpunt waarna de realiteitseffecten op de laatste vier tracks echt los gaan. Er is een moment op ‘The Engulfing Whirpool’ dat nog steeds na al die jaren klinkt als magie. Nadat een zenuwachtig ritme wegsterft gaat de muziek op 2:29 compleet verticaal, een lancering van geluid waar vervolgens buitenaardse melodieën doorheen worden geweven totdat het flinterdunne ritme terugkeert. Sommige muzikanten hebben geluk wanneer ze een zo’n moment weten te vangen, 4-Hero doet het op de volgende track nog eens brutaal over. ‘Quatrain 72 (Red Horizon)’ is een bizarre uiting van ritmische virtuositeit waar opstijgende melodieën overgaan in drumpatronen die zichzelf nooit herhalen. Onversneden futurisme. Een vervroegde blik op de ware muziek van de 21ste eeuw.

4-Hero zou nog een keer vlammen met het dubbelalbum Two Pages (1998), waarvan een cd meer de jazzinvloeden en vocalen uitwerkte en de tweede de wilde kosmische ritmiek. Maar de tracks voelen abstracter, je zou kunnen zeggen didactisch waar Jacob’s Optical Stairway geleid wordt door een ongekende visionaire kracht. Een kracht die sindsdien nog in weinig muzikanten is neergedaald. 



zondag 14 juli 2013

Piketpaal 3: Platinum Breakz




Tijdens zijn hoogtijdagen (1993-1998) was jungle zo rijk aan innovatie dat het een aantal piketpalen richting de toekomst heeft geplaatst. Dit is de eerste die ik bespreek. In het cd-boekje staat trots “21st Century Urban Breakbeat Music”. Eigenlijk dacht ik in 1996 niet zo na over de toekomst van muziek want, kom op, volgende week, zou je weer worden weggeblazen. De toekomst was heel ver weg. Maar terugdenkend moet ik achteloos hebben verwacht dat de muziek op Platinum Breakz tot ver in de 21ste eeuw zou worden uitgewerkt. Aan de andere kant, de meeste tracks klinken zeventien jaar later nog vers. Als de ware muziek van vandaag.

Platinum Breakz (1996) is een compilatie van het Metalheadz label van Goldie. Een label dat zelfbewust jungle naar een hoger plan wilde tillen. Sindsdien is er geen compilatie geweest die zoveel artiesten op de top van hun kunnen presenteert (Total 3 komt nog enigszins in de buurt), die een dergelijk breed front van futuristisch geluid neerzet. Metalheadz moest wel met een statement komen want eerder dat jaar had LTJ Bukem zijn even monumentale Logical Progression compilatie uitgebracht. Het mooie van jungle was dat er een vriendelijke concurrentie heerste tussen labels, zodat men elkaar een tijdlang op muzikale wijze probeerde te overtroeven, met als resultaat een rush van innovatie.

Ken je dat? Je wilt heel graag aan mensen een plaat laten horen omdat je enthousiast bent…en dan is het eerste nummer het slechtste van de plaat. Zit je de hele tijd “wacht even, het geniale moment komt zo!” ‘V.I.P. Riders Ghost’ van Rufige Kru heb ik heel vaak overgeslagen. Dat komt omdat die sample van “every day of my life” wel bijna drie minuten lang wordt herhaald tot de ritmetrack op volle stoom is (dan wordt het ook erg goed). Vaak heb ik de openingstrack overgeslagen uit ongeduld omdat wat dan volgt een grand slam van muzikale klasse is. Peshay’s ‘Psychosis’ zet de melancholische toon door slim een vrijwel woordeloze soulzang te lanceren met een bizar gedetailleerde ritmeconstructie. Doc Scott volgt met ‘Far Away’, een ingetogen gooi naar zomerse nostalgie. Daarna is de beurt aan Dillinja met ‘The Angels Fell’. In die periode bouwde producers met remixen aan een langlopend narratief waarmee originele tracks werden gemijnd voor nog meer betekenis. ‘The Angels Fell’ is een vervolg op Goldie’s monumentale ‘Angel’ en maakt er door de toevoeging van een Blade Runner sfeer een van de definitieve jungletracks van. Tiener J Majik laat het niet op zich zitten met de klassieker ‘Your Sound’, een wilde rivier van beats met watervallen, aftakkingen, bochten en stroomversnellingen. Wat nu opvalt is dat tracks als ‘Your Sound’ maar ook ‘The Flute Tune’ en ‘The Spectrum’ bijna willekeurig zijn vastgelegd, alsof een track op elk moment kan afsplitsen in een andere richting. Je vermoedt dat er ontelbare parallelle versies van bestaan waar een muzikant zich de rest van zijn leven aan kan wijden.

De eerste cd heb ik altijd melancholisch gevonden met meer (subtiele) jazzinvloeden, de tweede cd is grotendeels donker en machinaal. Jungle wordt niet veel dwingender dan Asylums ‘Da Base II Dark’. J Majik, Dillinja en Peshay keren terug met drie tracks die de komende militarisering van de realiteit op onbehagelijke wijze aankondingen. Majiks ‘Final Approach’ is een bruut spervuur van beats terwijl Dillinja het in eerste instantie subtieler lijkt aan te pakken totdat een tapijtbombardement van bas wordt neergelegd. Het mooiste is echter de afsluiter ‘The Nocturnal (Back on the Firm)’ van Peshay. Een vriend van mij had een versie van Platinum Breakz met een andere (brutere) track op deze plek, maar ik denk nog steeds dat ik de betere deal kreeg dankzij de ingetogen manier waarop Peshay de Mentasm-riff over een kruipend ritme uitzaait. Duistere dansmuziek op zijn allerbest.

Zoals gezegd niet dé piketpaal van jungle maar wel een punt in muziek waarachter je nog een onontgonnen gebied vermoedt. Metalheadz zou een jaar later al een tweede compilatie uitbrengen met drie onberispelijke meesterwerken (‘Arabian Nights’, ‘Metropolis’ en ‘To Shape The Future’) maar de collectieve honger leek afwezig, alsof het bewust worden van de eigen kracht een uniek moment is dat onmogelijk kan worden vastgehouden. Helaas, maar dat moment leven is al een wonderbaarlijke ervaring. Platinum Breakz is daarom een van de "meetlatten" waar de ik de rest van muziek mee vergelijk. Een te hoge meetlat voor de meesten.


vrijdag 26 april 2013

Realiteitseffecten




Hoorde 'Mutant Jazz' van T-Power toevallig langskomen in een junglemix uit 1996 (waar hij al werd aangekondigd als een classic, terwijl het nummer een jaar daarvoor was uitgebracht, een jaar in jungle was destijds gelijk aan tien jaar normale muziektijd). Blijft een geweldig track, 90s in optima forma door de manier waarop dat lome begin transformeert. Op [1:33] gebeurt iets wat ik een realiteitseffect zou willen noemen, een moment in muziek dat de luisteraar op het verkeerde been zet als een breuk in de realiteit of een sprong naar een andere realiteit. Je wordt in het moment gezogen*. Jungle zat een tijd lang vol dit soort vreemde momenten waar welhaast met geluid werd gekneed, maar je kunt het ook in techno, hiphop, jazz, rock horen maar ik ben het zelden in recente muziek tegengekomen (Villalobos op ‘Ferenc’ kan ik zo snel op komen.) Het is zeker niet dé reden waarom ik graag naar muziek luister maar wel een van de grootste plezieren in muziek. Vraag is dan: is het moeilijker om met de huidige technologie om dit soort effecten te produceren of is het creatieve onkunde?

*Overigens tot gisteren dacht ik altijd dat de sample zei “The white man’s got a gun.” Blijkt “…a god complex” te zijn, sample van The Last Poets.