Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label cinema. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cinema. Alle posts tonen

donderdag 16 januari 2025

David Lynch 1946 - 2025: De Amerikaanse surrealist

 

Ik heb dit vaker verteld maar het is achteraf gezien een cruciaal moment geweest, samen met Videodrome die ik een jaar later zou zien: als 13-jarige zag ik Dune in de bioscoop, zonder enige bagage over het boek en al helemaal niet met een idee wie de regisseur was (een leeftijd waarop dat soort details nog volstrekt onbelangrijk zijn.) Ik vond het een overweldigende ervaring met bizarre technologieën, vreemde geluiden, buitengewoon sensuele vrouwen en perverse details. Pas rond het verschijnen van Twin Peaks en Blue Velvet, dat ik meteen ging zien, maakte ik de connectie dat dit het werk van dezelfde regisseur was en hoe veel Lynchiaanse details Dune in waren gesmokkeld. Hoe hij dus 40 jaar lang mijn perceptie heeft gevormd. Want Lynch bleef zichzelf ontwikkelen, elke nieuwe film een complexer labyrint, wat uiteindelijk zou pieken met episode 8 van het volstrekt compromisloze derde seizoen van Twin Peaks.

Hij was de grootste Amerikaanse surrealist, een avant-garde kunstenaar die door Mel Brooks Hollywood werd in gesmokkeld. Lynch had een ambivalente relatie met Hollywood, hij was overduidelijk gefascineerd door de grandioze droomfabriek en wist er een niche te veroveren. Zijn naam is allang een bijvoeglijk naamwoord geworden waarmee elke vorm van vreemde duisternis wordt omschreven. In die zin was er ook sprake van een symbiotische relatie: acteurs wilde met hem werken en Lynch gaf Hollywood een eigenzinnige toegang tot het Amerikaanse onbewuste dat gemijnd kon worden en in homeopathische doses gebruikt voor andere films. Desondanks koste de financiering van zijn films veel tijd en moeite en werden veel van zijn films vanaf Fire Walk With Me met veel Europese inbreng gecompleteerd. Ik denk dat hij als surrealist uiteindelijk ook meer op waarde werd geschat in Europa.

Dromer van zoveel prachtige (en gewoonweg intens geile) beelden, de duistere gang in Lost Highway (niemand kon zo mooi een personage tegen een donkere achtergrond filmen), de mieren op het oor in Blue Velvet, de sublieme droom van Elephant Man, “Cossacks are in Russia!”, de Poolse realiteit in Inland Empire, de demonische lach van Laura Palmer in Fire Walk With Me, een willekeurig moment in Eraserhead en misschien mijn favoriet Robert Forster in Mulholland Drive die bij een plaats delict zich omdraait en een moment lang naar een lichtstreep kijkt in nachtelijk Los Angeles alsof daar een aanwijzing is te vinden. Ongetwijfeld, op zijn eigen manier, op weg naar een nieuwe droom.


zaterdag 4 juni 2022

Crimes of the Future | Een film voor de komende twintig jaar


Met Crimes of the Future keert de Canadese regisseur David Cronenberg niet zozeer terug naar de body horror, een term die hem weinig doet, als wel naar sciencefiction. Al kun je hier ook meteen aan twijfelen. Ja, eXistenZ (1999) was zijn laatste pure sciencefictionfilm maar ergens voelde de sociale afstandelijkheid in films als Cosmopolis en Maps to the Stars even futuristisch als een aflevering van Star Trek. Bovendien publiceerde hij in 2014 Consumed, een zeer beklemmende roman die de hedendaagse realiteit echt 21ste eeuws deed aanvoelen: 

“I didn’t expect the camera. In the operating room. I thought you would just take notes on a notepad, like a proper journalist.” 

“We’re all photojournalists now. It’s no longer enough just to write. We have to bring back images, sound, video. I hope you don’t mind.” 

Het narratief van de terugkeer zou veeleer een van continuering moeten zijn. Cronenberg zet zijn favoriete motieven en thema’s zelfverzekerd door. Kafkaëske bedden, dubbelagenten, de esthetica van de binnenkant van lichamen, organische technologieën, avant-gardistische operaties, de vervormingen van onze lichamen, de verkenning van een nieuw soort genot en zelfs een nieuw soort tederheid, ze worden allemaal vervlochten in een verhaal over een paar performance artiesten. Viggo Mortensen, fragiel en bedachtzaam als de drager van nieuwe organen en Léa Seydoux als zijn partner die dezelfde organen tijdens undergroundoperaties verwijdert. Het is niet helemaal duidelijk of de optredens illegaal zijn en omdat Cronenberg een aantal keren met taboes speelt, kon ik me niet aan een soort metagevoel onttrekken, de gedachte “Hoe komt hij hier mee weg? Hoe is het mogelijk dat ik dit zomaar in een bioscoop kan kijken?” Dat zijn vragen die al jaren niet meer in mij zijn opgekomen. 

Als oude meester weet Cronenberg dat je in sciencefiction uitleg moet doseren, de wereld ontdekken is altijd beter dan de wereld beschrijven. Dat maakt Crimes of the Future, los van de lichamelijkheid, tot een vervreemdende ervaring. Vrijwel alles is nieuw, alsof je naar een documentaire uit de toekomst kijkt. Er zijn hints van een versnelde menselijke evolutie waar men nog maar moeilijk controle op kan krijgen en pijn lijkt te verdwijnen wat op subtiele wijze is verwerkt in de afstandelijke manier waarop mensen met elkaar omgaan. Cronenberg laat je griezelen met de manifeste inhoud van bizarre wonden maar stopt zijn film vol latente betekenissen (is de film in zijn geheel bijvoorbeeld een kritiek op de digitalisering van kunst?) Sciencefiction is sinds Stalker niet meer zo arthouse van intentie en ritme geweest. Daarbij maakt hij optimaal gebruik van de Griekse locaties, in eerste instantie het resultaat van de financiering die de film mogelijk maakte. Het ziet eruit alsof het niet anders had kunnen zijn. Het zonovergoten klassieke Athene wordt volstrekt genegeerd en alles speelt zich af in aftandse interieurs, verlaten straten en havens vol schepen die traag afsterven. Een geloofwaardige toekomst, een maatschappij die de uiterlijke schijn niet kan volhouden nu complexe veranderingen mensen overmannen. Een wereld waar ik meteen in wilde wonen. 

Het is een lange tijd geleden dat ik de behoefte voelde om een film snel nog een keer te kijken. Crimes of the Future, met zijn haast achteloze manier waarop ideeën worden geponeerd, krachtige beelden, hypnotiserende muziek en droomachtige ritme waarin plot oplost, is eindelijk weer zo’n film. Het is een film die we zo nodig hadden. Een worp richting de toekomst, “minstens twintig jaar zijn tijd vooruit”, bedacht ik in het donker. Of is het de enige film die echt het jaartal 2022 waarmaakt? 

Wanneer Kirsten Stewart, die de rol van intelligente Amerikaanse in Europa nu compleet beheerst, een schuchtere Viggo Mortensen probeert te verleiden stelt hij “I’m not very good at the old sex.” Een van de zinnen waar de komende jaren talloze filosofische papers over zullen worden geschreven. Maar Cronenberg presenteert niet alleen interessante ideeën, het is uiteindelijk zijn afstandelijke moraal, een gebrek aan moraal die is vervangen door een goedaardige nieuwsgierigheid waarmee alles wordt verbonden. Zijn hele carrière lang weigert hij het lichaam als morele grens te accepteren. Het lichaam is in beweging, verandert continu, uit zichzelf of met anderen, andere mensen, virussen, dieren of technologieën. In Crimes of the Future is transseksualiteit een gepasseerd station, een oud fenomeen. Cronenberg is allang verder, op zoek naar de onbekende mogelijkheden van het lichaam die in detail dienen te worden verkend, een continue herdefinitie van schoonheid totdat de mens niet meer bestaat.

donderdag 20 mei 2021

De geïsoleerde vampier luistert ook naar muziek

When I was a younger man, art was a lonely thing. No galleries, no collectors, no critics, no money. Yet, it was a golden age, for we all had nothing to lose and a vision to gain.

Mark Rothko 



Only Lovers Left Alive
(2013) was de laatste film die ik in de bioscoop zag voordat deze werd opgeofferd aan een soort pseudo-lockdown. Zes maanden later zijn de bioscopen en andere culturele instellingen nog steeds niet heropend terwijl ze de meest effectieve coronamaatregelen hadden ingesteld (behalve de bespottelijke regel uit de koker van Polder Lysenko dat je bij je zitplaats aangekomen wel het mondkapje mocht afdoen.) Omdat ik de sluiting zag aankomen was het een zelfbewust afscheid, met per ongeluk precies de juiste film. Want deze vampierfilm van Jim Jarmusch gaat over het einde van een tijdperk, de neergang van de kunstenaar, de definitieve afsluiting van de renaissance. Dit proces is al lang geleden ingezet, maar de film werd extra beladen tijdens een pandemie waarin de laatste sporen van de kunstenaar als aristocraat of outsider worden uitgewist zodat alleen nog de kunstenaar als ondernemer overblijft. De melancholie van muzikant-vampier Adam, kluizenaar in de spookstad Detroit, is op deze manier zeer inleefbaar. Zoals eerder opgemerkt gaat corona geen breuk veroorzaken met het neoliberalisme. Het zal waarschijnlijk nog steviger in het zadel komen te zitten. Wat in Nederland overblijft is een kunstloos complex van bedrijfshallen, eindeloos verschuiven van containers, files, te dure steden die weer overspoeld worden door toeristen die dezelfde winkels bezoeken die in hun eigen woonplaats staan.

Jarmusch is een meester van de film waarin weinig lijkt te gebeuren. Maar dat is schijn. Veel vindt op een associatief niveau plaats. Het bloed is hier een pharmakon waar de kunstenaar niet zonder kan leven. Hoe het exact is gebeurd blijft vooralsnog onduidelijk maar in de 21ste eeuw lijkt inderdaad de relatie tussen drugs en kunst te zijn verbroken. Zonder dat er minder drugs worden gebruikt heeft het Californië van de zelfpresentatie, de verkoop van jezelf als geslaagd, vrolijk en gezond project diep wortel geschoten. Alles wat men met drugs kon associëren, de rafelranden van de stad, het schaduwbestaan van het nachtleven, de achteloze bohemien, de poststructuralistische breinkrakers, de kennis, verwonding en verdoving van lichaam en geest lijkt uit de samenleving verbannen. Het is niet meer dan nog een consumptiekeuze, een ander soort terrasje. Jarmusch lijkt te suggereren dat, net als de vampier, hasj en opium eerder deden, nog een authentieke kunst uit de Oriënt kan verschijnen zoals deze wordt belichaamd door de sensualiteit van Yasmine Hamdan. Al ben ik pessimistisch, alles is al overal en lijkt daarom geen gewicht te bezitten. Er is alleen nog individueel genot, een kleine openbaring zonder verdere consequentie. 


Wat mij eindelijk brengt bij de ware aanleiding voor deze bespiegelingen. Toen de aftiteling verscheen besefte ik hoe belangrijk het was geweest om de film in de bioscoop te zien omdat het juist de ervaring van de muziek, zo centraal in Only Lovers Left Alive, volledig tot zijn recht liet komen. Teleurgesteld moest ik de dag daarna vaststellen dat de soundtrack al een tijd niet verkrijgbaar was. Jarmusch besteedt altijd veel zorg aan muziek, wat al eerder resulteerde in vooruitstrevende soundtracks, met name Dead Man (1995) van Neil Young, waar destijds wat lacherig over werd gedaan maar door Earth op magistrale wijze verder is uitgewerkt en de drie afrofuturistische autoritten in Ghost Dog: The Way of the Samurai (1999) waar Forest Withaker geconcentreerd naar dub, freejazz en Killah Priest luistert. Hier creëert zijn eigen band SQÜRL in samenwerking met luitspeler Jozef van Wissem een soort renaissance doommetal die perfect de lome schaduwsfeer van de film—tussen opiumroes en nostalgische dagdroom in—complementeert. Vaak verlang je wat je niet kunt krijgen en soms lacht het lot je toe. Inderdaad, de soundtrack van Only Lovers Left Alive is opnieuw uitgebracht, op dubbel-LP voor degene die van mooie hoezen houdt en graag regelmatig de benen strekt of stemmig digi-pack voor de vampier die niet bang is voor het digitale. Perfecte muziek voor overpeinzingen tijdens deze bloedeloze dagen.

zaterdag 23 november 2019

Beste films van de jaren ‘10

Dit was zonder twijfel een geweldig decennium voor cinema. Met twee opvallende ontwikkelingen: de glorieuze creativiteit van de Japanse cinema en de originaliteit van nieuwe sciencefictionfilms (vaak in combinatie met dan toch eindelijk de doorbraak van house/synth-soundtracks). Het was ook wel gênant geweest wanneer we richting de diepe 21ste eeuw niet op brede schaal met sciencefiction-thema’s waren geconfronteerd. Maar oude mythes hebben hun waarde en de vampier wist weer een paar keer op originele wijze te herrijzen. Veel goede verhalen die breken met de conventies van zowel het Hollywood als arthouse narratief en dat stemt hoopvol voor de komende jaren. Het enige waar ik me zorgen over maak, is de steeds verder oprukkende digitalisering die onvermijdelijk gaat uitlopen op remix-films van het type “Marilyn Monroe nu met Robert De Niro te zien in de hernieuwde versie van Vertigo!”

Mijn tien favoriete films van 2010 – 2019 met mijn absolute favoriet als eerste:

   

ハッピーアワー / Happy Hour (2015)

De afgelopen jaren zijn ook een periode geweest van een verhoogde inzet van sociale media om de filmervaring te verdiepen. Ooit bracht de opening van de Amsterdamse Cultvideotheek een ongekende verdieping teweeg, nu is het Letterboxd dat niet alleen handig is om je kijklijst te organiseren maar je ook in contact brengt met gelijkgezinde cinefielen die continu tips aandragen. De beste hiervan was de obscure Japanse film Happy Hour van regisseur Ryūsuke Hamaguchi. Met een speelduur van vijfenhalf uur is het een typische festivalfilm waar bijna geen enkele bioscoop zijn projector aan brandt. Helaas, want dit is een sensationeel portret van vier vrouwen die in Kobe worstelen met relaties, familie en zingeving in het algemeen. Doordat Hamaguchi brutaal de tijd neemt, ontstaat een andere manier van vertellen waar je als kijker in verzinkt. Een unieke film.

   

Knight of Cups (2015)

Dit was het meest productieve decennium van de oude magiër Terrence Malick waarin hij vier film uitbracht. Een feest voor de liefhebber, afzien voor de hAtorZ. Knight of Cups was de beste van de vier, een radicale existentialistische parabel zonder echt plot. Wat een opluchting dat dit mogelijk is. Malick gaat voor de L.A. mythologie en schenkt cinematograaf Lubezki totale vrijheid wat resulteert in een continue stroom memorabele beelden. De soundtrack met een mix van Poolse componisten en hoogstaande electronica van Biosphere, Burial en William Basinski geeft de film een heel eigen ritme.

   

夜は短し歩けよ乙女 / Night Is Short, Walk on Girl (2017)

Buig voor de kracht van anime! Masaaki Yuasa is een van de artiesten die anime verder ontwikkelt met een compleet eigen manier vertellen. Yuasa bewees met Mind Game (2004) de meest avontuurlijke van deze generatie te zijn en Night is Short, Walk on Girl consolideert die status. Alles is mogelijk in deze sprookjesachtige nacht in Kyoto waar alcohol rijkelijk vloeit, de geest van de tweedehandsboekenmarkt leeft en je verzeilt kunt raken in een avant-gardistisch theaterstuk.

   

Ex_Machina (2014)

De debuutfilm van successchrijver Alex Garland bleek een zelfverzekerde instant sciencefictionklassieker. Ingetogen, melancholisch en spannend. Essentiële soundtrack ook van Geoff Barrow en Ben Salisbury. Tot nu toe de beste sciencefictionfilm van de 21ste eeuw en waarschijnlijk de film die het afgelopen decennium over 30 jaar zal definiëren.

   

かぐや姫の物語 / The Tale of the Princess Kaguya (2013)

In de documentaire The Kingdom of Dreams and Madness volgt de camera Hayao Miyazaki terwijl hij aan zijn nieuwste film werkt. Ik vond het bizar om te realiseren dat op datzelfde moment zijn collega Isao Takhata aan de andere kant van Tokio bezig was met zijn nieuwe film voor Studio Ghibli zonder dat Miyazaki echt leek te weten wat het project inhield. Het bleek uiteindelijk het laatste meesterwerk van de grootmeester die in 2018 overleed. The Tale of the Princess Kaguya is wonderbaarlijke interpretatie van een Japans sprookje van een meisje dat in een bamboestruik wordt geboren en uitgroeit tot olijke prinses. Ambitieus geanimeerd in een compleet eigen stijl zowel modern als klassiek en met een heerlijk droevig einde.

   

Inherent Vice (2014)

Paul Thomas Anderson heb ik een wat moeizame relatie mee. Hij wil zo graag de Grote Amerikaanse Auteur zijn dat hij zich vaak vertilt. Maar kijk, de onverfilmbaar geachte schrijver Thomas Pynchon biedt zowaar houvast waardoor Anderson op een of andere manier tot rust komt. Samen met cinematograaf Robert Elswit weet hij de absurde avonturen van vage detective Doc Sportello, een van de beste stoners ooit, te baden in heerlijk Californisch licht. Inventief gebruik van muziek ook. Veel bekende koppen maar niemand kan tippen aan Joanna Newsom die op gezette tijden Pynchon prachtig voordraagt.

   

0.5ミリ (2014)

Momoko Ando heeft sinds 2009 alleen twee films geregisseerd maar haar tweede is een meesterlijke film die in dezelfde kwadrant opereert als Happy Hour (met een iets minder ambitieuze speelduur van drieënhalf uur.) Haar zus Sakura Ando, een van de interessantste actrices van Japan, speelt de hoofdrol van een iemand die alles doet om te overleven. Ze weet zich op brutale wijze in de levens van lokale bejaarden te werken, waar beide partijen steeds van lijken te profiteren. Heerlijk loom ritme en een interessant verhaal vol morele ambivalentie, een Japanse specialiteit.

   

Only Lovers Left Alive (2013)

Oudgediende Jim Jarmusch blijft ook lekker zijn ding doen, dat wil zeggen, herinterpretaties van genrefilms vol droge humor. In Only Lovers Left Alive moet de vampier eraan geloven die allang te cool is voor het bijten van mensen en op slimme wijze symbool staat voor de artiest die langzaam aan het verdwijnen is. In die zin is het de meest serieuze film van Jarmusch. Mooie minimale soundtrack van Jozef van Wissem.



Another Earth (2011)

Een van de origineelste sciencefictionfilms in jaren. Dus komt er geen ruimteschip in voor. Brit Marling speelt een studente die op de dag dat een nieuwe Aarde aan de hemel verschijnt een dodelijk auto-ongeluk veroorzaakt. Wanneer ze haar leven opnieuw vorm probeert te geven ontmoet ze de man die het ongeluk overleefde zonder dat hij weet wie ze is. Er ontstaat een complexe relatie waarin de “tweede Aarde” een vreemde uitweg lijkt te bieden. Melancholische sciencefiction van de ziel met een buitengewoon effectief einde.

   
A Girl Walks Home Alone at Night (2014)

Nog meer vampiers, dit keer van de Iraanse variant. Een sfeervolle zwart-witfilm over een prachtige vampirella die bij voorkeur op skateboard in hijab de nachtelijke straten afstruint op zoek naar slachtoffers. Sensueel, bedachtzaam en met een heerlijke lome intensiteit.  

Plus bonus-materiaal:
刺客聶隱娘 / The Assassin (2015)
Moonrise Kingdom (2012)
寝ても覚めても / Asako I & II (2018)
Her (2013)
Tree of Life (2011)
君の名は。/ Your Name (2016)
High Rise (2015)
リトル・フォレスト 夏・秋 / Little Forest: Summer/Autumn + deel II リトル・フォレスト 冬・春’ (2014/2015)
Spring Breakers (2012)
蛍火の杜へ (2011)

maandag 26 februari 2018

Mute: Weimar 2.0 binnen handbereik



Het grote probleem van de hedendaagse sciencefiction is nog steeds de dystopie. Het cliché, dat heel traag in het genre is geslopen en een verstikkende invloed is gebleken. De paranoia, de controlestaat, milieuvervuiling en hackers voelen inmiddels als een nieuw soort naturalisme. Dus hebben we nieuwe werelden nodig, dat wat sciencefiction altijd heeft gepresenteerd. Wat Mute, de nieuwe film van Duncan Jones, interessant maakt is dat het op subtiele wijze een uitweg biedt.

Daarvoor keert Jones terug naar het vasteland van Europa, wat direct een positie biedt tussen de twee grote polen van Amerikaans fascistoïde cyberpunk ter verering van de blanke man en Japans techno-animisme. Net als zijn vader vindt hij in Berlijn een ander soort stad, een nieuw futurisme. Dit Berlijn uit de toekomst voelt goed, bevindt zich in hetzelfde tijdspoor als de originele Blade Runner maar heeft zijn eigen sfeer.

 

Het is een omgeving die zich leent voor verhalen op straatniveau. Er is een hint van een internationaal conflict waar Amerikanen zich natuurlijk weer tegen aan hebben bemoeid maar dat lijkt op een afstand plaats te vinden. Verder is er geen politie te bekennen, spelen politici, hackers noch multinationals een rol in het verhaal. En is geen schietwapen te bekennen. De stad ziet er cyberpunk uit, maar alle clichés van het genre zijn afwezig. Dit Berlijn is een geloofwaardige toekomst, een mix van nieuw en oud (zoals er met credits en papiergeld kan worden betaald), licht decadent, vrij en leefbaar.

Hier ligt het belang en het potentieel van Mute dat verder moet worden uitgewerkt. Wat deze wereld nodig heeft, is een nieuw narratief dat breekt met de conventies van de film noir en wraakfilm. Jones lukt dat nog niet maar het hoeft geen onmogelijke taak te zijn als men durft te breken met de duffe conventies van het Amerikaanse scriptschrijven, “het goede verhaal”. Er is nog een stap nodig en die ligt ten oosten van Berlijn in de zoekende traagheid en vervreemding van Tarkovski en Żuławski. Weimar 2.0 bereikt men via films als Possession, Welt Am Draht, Stalker.

donderdag 15 januari 2015

2001 vs Alien


Nee, gelukkig niet een aankondiging van het vervolg op Alien vs Predator maar een subliem essay van Jason Z. Resnikoff waarin hij aan de hand van de twee films een portret schetst van zijn vader, de opkomst van de computer en dit nog even plaatst in een breder maatschappelijk kader. Met enkele melancholische "toekomst verloren"™ bespiegelingen:

It’s especially ironic because anyone who sees the film today will be taken aback by how unrealistic it is. The U.S. is not waging the Cold War in outer space. We have no moon colonies, and our supercomputers are not nearly as super as the murderous HAL. Pan Am does not offer commercial flights into high-Earth orbit, not least because Pan-Am is no more. Based on the rate of inflation, a video-payphone call to a space station should, in theory, cost far more than $1.70, but that wouldn’t apply when the payphone is a thing of the past. More important, everything in 2001 looks new. From heavy capital to form-fitting turtlenecks—thank goodness, not the mass fashion phenomenon the film anticipated—it all looks like it was made yesterday. But despite all of that, when you see the movie today you see how 1968 wasn’t just about social and political reform; people thought they were about to evolve, to become something wholly new, a revolution at the deepest level of a person’s essence.
(Hij omschrijft ook wat er zo goed is aan Alien. Nee, niet het monster, wat ik altijd superduf heb gevonden.)

donderdag 1 januari 2015

William Gibson over sciencefictionfilms

Ik kan het interview niet inbedden dus hier is gewoon de link naar het lange BFI interview met William Gibson. Veel interessante onderwerpen als schrijven voor film, favoriete films, de invloed van Blade Runner en Steely Dan teksten. Dankzij zijn enthousiasme ga ik La cité des enfants perdus (1995) binnenkort weer eens bekijken, een film die ik destijds in de bioscoop wel mooi en geinig vond, maar grotendeels ben vergeten. Het gesprek is erg de moeite waard voor liefhebbers van zowel film als sciencefiction. The Peripheral heb ik inmiddels uitgelezen en moet ik eigenlijk uitgebreid op terugkomen, maar ik worstel nog met een goede insteek. Dat is waarschijnlijk gerelateerd aan het ambivalente gevoel dat ik over het boek heb: geweldig als imaginaire wereld, schrijf-technisch op een aantal punten desastreus. Eigenlijk zou ik het snel een tweede keer moeten lezen, maar een gevoel van zonde houdt me tegen (er is namelijk nog zoveel voor de eerste keer te lezen.)

woensdag 12 november 2014

Over Interstellar

Gisteren naar Interstellar geweest. De film is goed genoeg voor een artikel over zijn plaats in sciencefiction en de vraag of het de interesse in de ruimtevaart weer kan doen herleven. 'Een stoffige wereld, een oude droom' vind je op MyJour

Over de film zelf: goed gemaakt maar uiteindelijk geen klassieker (hij is te lang en de hoofdpersoon maakt echt teveel mee. Als ruimtereizen iets zullen zijn is het wel saai.) Maar wel een ouderwetse bioscoopervaring waarbij je bij terugkeer op straat even moet adapteren.

En een handig overzicht dat online de ronde doet (heel onoverzichtelijk wordt het niet):

maandag 30 juni 2014

Een nieuwe wereldtentoonstelling

Essentieel. Ben aan mijn stand verplicht om er iets over te schrijven. Hier leg ik kort uit waarom de tentoonstelling over de films van David Cronenberg in Eye Amsterdam zo goed is (met een klein nostalgisch uitstapje naar de videotheek.) Inclusief een lijstje van vijf essentiële films (veel te weinig natuurlijk, maar je moet toch ergens beginnen.) Kreeg ontzettend zin om alles weer eens chronologisch te gaan kijken.

maandag 12 mei 2014

De Anti-Minority Report


Ik heb eindelijk Her van Spike Jonze gezien. Fascinerende film, op diverse niveaus. Dit artikel in Wired gaat dieper in op de design beslissingen van de makers:
Jonze had help in finding the contours of this slight future, including conversations with designers from New York-based studio Sagmeister & Walsh and an early meeting with Elizabeth Diller and Ricardo Scofidio, principals at architecture firm DS+R. As the film’s production designer, Barrett was responsible for making it a reality. Throughout that process, he drew inspiration from one of his favorite books, a visual compendium of futuristic predictions from various points in history. Basically, the book reminded Barrett what not to do. “It shows a lot of things and it makes you laugh instantly, because you say, ‘those things never came to pass!’” he explains. “But often times, it’s just because they over-thought it. The future is much simpler than you think.”