Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label electro. Alle posts tonen
Posts tonen met het label electro. Alle posts tonen

woensdag 8 maart 2023

ae: een handreiking aan de fantasie (draft 7.30)

Een uitstekend moment om dit artikel dat ik destijds voor De Subjectivisten schreef enigszins geremastered en met een bonustrack te publiceren.

 


0. autechre are original hardcore niggaz who dont need winking indie organ riffs and shit in their songs

   zoals gelezen op I Love Music


1. Voor de eerste keer een nieuwe Autechre plaat opzetten is altijd speciaal. Een lawine van “hoe verzinnen ze het toch?”-momenten. Ritmes die niet lijken te kloppen, melodieën die halverwege overslaan in een ander geluid en ontelbare vormen van ruis die door muziek zijn geweven.

xylin room: ik ben een astronaut die is neergestort op een onbekende planeet waar ik noodgedwongen een nieuw leven moet beginnen, voor altijd afgezonderd van de mensheid. Het is een droge planeet. Wit. Ik woon bij een meer gevuld met een mysterieuze zilveren vloeistof. De waterspiegel is altijd glad. Over het oppervlakte rollen talloze vreemde insecten, de enige bewoners van deze wereld. Er is niks te doen behalve jezelf overgeven aan pure nostalgie. In de glinstering van het meer verlies ik mezelf in dagdromen, herinneringen aan dansen. 1991. Rave.

2. Draft 7.30 is gestoken in de mooiste hoes sinds Amber.* De abstractie tot haar logische conclusie uitgewerkt. Geen digitale lelijkheid meer maar drie balken: Groen/Licht Groen/Zwart-Wit Gestreept. Suggestie van een orde die voorbij de directe waarneming ligt. Symbool voor de muziek van Draft 7.30? Of herinneringen aan jaren zeventig behang? Verlopen futurisme.

(* Dat bleek uiteindelijk de hoes van de promo-cassette te zijn. Pas jaren later ontdekte ik tot mijn afgrijzen de werkelijke hoes, ironisch genoeg mijn minst favoriete Autechre-hoes en heel digitaal.)

IV VV IV VV VIII: er wordt iets aangedraaid…en losgelaten waardoor we naar voren schieten. We zweven rustig in positie. De tijd wordt stroperig als resultaat van de collectieve spanning die het zicht op de vijand, verborgen in het asteroïdenveld, veroorzaakt. Dan gaat alles los. Waanzin van onmenselijke snelheid, reacties op gebeurtenissen in de toekomst. En zoals in een goede samoeraifilm is het gevecht bijna meteen voorbij. Een laatste schermutseling en dan kalmte. De bries van de overwinning.

3. Het hoge woord er dan maar in een vroeg stadium uitgooien: Draft 7.30 is geen revolutie in het oeuvre van Autechre. Iedereen brengt zijn eigen breekpunten aan. Draft 7.30 is een evolutie ten opzichte van Confield, het is aan die plaat gebonden zoals Amber dat is met Incunabula, Chiastic Slide met Tri Repetae. Het proces van uitwerken, nuances aanbrengen.

6ie.cr: Engeland 2003 in een alternatieve toekomst waar geen oliecrisis heeft plaatsgevonden, Thatcher nooit de macht heeft gekregen, waar 1987/1988 is blijven doorwerken. Alle utopische dromen belichaamd in futuristische architectuur. Engelse excentriciteit tot norm verheven. Plezier is werk, geen zonde.

4. Meer dan ooit is Arthur Rimbauds beroemde idee van ‘een systematische ontregeling van de zintuigen door rationele middelen’ van toepassing op de muziek van Autechre.

tapr: het geluid van een smeltende piano. De muren geven een vaal schijnsel af. Een smaak van metaal in de mond. Draaien de wijzers van de klok terug? Gedachten vallen weg in een tunnel die oneindig blijkt te zijn.

5. Omdat het vriest, loopt de batterij van mijn walkman sneller leeg. Als ik op play druk om verder naar Draft 7.30 te luisteren, blijft de motor met een laatste krachtsinspanning duwen. Het resultaat is een licht tikkend geluid. Even ben ik verward: “was ik hier gebleven?”

suprripere: een droom zwerft zoekend door de nachtelijke stad. Eindelijk vindt het zijn slachtoffer en wringt zich door je schedel heen. In je hoofd ontpopt de nachtmerrie zich die wild begint te snijden. Geschrokken word je wakker. Je start de routine van de dag en stapt je huis uit. De wereld is gehuld in een gele mist. Overal krioelen kleine machines die alles in puin hakken, gecoördineerd door vormloze wezens van vloeibaar metaal die boven de stad zweven. Naar verloop van tijd beginnen de machines door de realiteit zelf te hakken. De witte vlekken worden steeds groter.

6. Nieuwe geluiden? ‘6ie.cr’ kan met wat goede wil worden opgevat als hun interpretatie van two-step, de enige knipoog naar hedendaagse muziek buiten Autechre’s eigen hermetische geluidswereld om. Wat Draft 7.30 een eigen karakter geeft qua textuur is het op onregelmatige tijdstippen opduiken van ouderwetse geluiden: een klassieke hiphop-loop, een ravemelodie, een melodie in de stijl van Blade Runner.

theme of sudden roundabout. Ik ben verwikkeld in een heftige wedstrijd van een spel dat vergelijkingen vertoond met squash. Mijn tegenstander is een elegante alien. Omdat we aan elkaar gewaagd zijn, bestrijden we elkaar ook met telepathische middelen. Hij probeert me af te leiden met pastorale beelden uit mijn jeugd. Ik tracht zijn gedachten te verstoren met ruis. Dan synchroniseren onze gedachten: het spel zal eeuwig doorgaan, we weten precies waar elke bal zal vallen. We moeten lachen om de absurditeit van het spel en prompt stuitert de bal twee keer. Het universum verdwijnt.

7. Bij elke nieuwe release de vraag: wat is de verhouding tussen ritme en textuur? Het wordt steeds duidelijker dat mijn persoonlijke wensdroom van een Autechre dat de ritmes voor een keer laat rusten en hun gevoel voor melodie in alle openheid laat horen nooit in vervulling zal gaan (zou er ergens een parallelle wereld zijn waar Autechre bezig is de melancholie van Amber album na album te perfectioneren?) Die wensdroom zal niet in vervulling gaan omdat ritme op Draft 7.30 meer dan ooit textuur is: tracks worden onder gestrooid met tikken en gruis. Hoe lang nog voordat Autechre-tracks bestaan uit ritmische ruis?

vl al 5: Detroit, 3018. Een complexe liefdesscène in het schijnsel van de stad. Elke aanraking wordt versterkt door speciale handschoenen, plezier cirkelt in nieuwe patronen over de huid. Rillingen over haar rug die te heftig zijn. Verwarring die op mij overslaat. Er is een soort climax die op heerlijke wijze uitsterft.

8. Terugkerend discussie: de relatie techniek <> gevoel. Het blijft verbazingwekkend om te horen dat Coltrane in zijn tijd een controversieel figuur was die menigmaal werd beschuldigd van krachtpatserij of een overdaad aan techniek dat “het gevoel” zou overschaduwen. Het is een controverse die Autechre achtervolgd, de voortdurende technische innovatie wordt steevast verward met kilte. Toch is er een mysterieuze gloed in hun muziek die moeilijk is te verklaren. Het heeft me altijd bevreemd hoe Autechre epigonen aantrekt, in hoeveelheden die zelfs Aphex Twin of Boards of Canada overtreffen. Wat lijkt te fascineren is de techniek, een uitdaging van het ontrafelen van de methode om vervolgens zelf puzzels te bouwen. Die gloed echter, die ontsnapt.

p.:ntl: een tocht door steden die aan elkaar gegroeid zijn, een onwerkelijke verzameling hoogbouw afgewisseld door industrieterreinen die fungeren als musea. Op de radio heersen Detroit bas en Sheffield gruis totdat de muziek wreed wordt onderbroken door politieke speeches van fundamentalistische aliens. De radio pikt een nieuwe zender op met een speciale live uitzending van een gamelan concert gespeeld door een verzameling Aphex Twin klonen. Het klinkt niet van deze wereld.

9. Ik had het over een gloed. Wanneer Autechre deze weet te vangen zijn ze de soulband van de 21ste eeuw. Natuurlijk hebben we het niet over soul als gemanierd overzingen maar als een glimp van iets voorbij jezelf, de ruimte tussen mens en machine. Het leek altijd een proces van vangen, een methode die met een duistere logica wegtikt totdat plotseling de beats wegvallen en een subliem geluid/melodie zich bevrijdt en vervolgens in volle glorie schijnt. Die methode gebruiken ze op Draft 7.30 vrijwel niet meer. De interesse is verlegd naar het invoegen van op het eerste gehoor incompatibele ritmes, die naar verloop van tijd toch synchroon lopen. Draft 7.30 lijkt Autechre’s meest ontzielde plaat, de tracks klinken als afstandelijke denkexperimenten. Toch blijkt met name de tweede helft van de plaat gevuld met prachtige melodieën die meer dan vroeger verweven zijn door het hele nummer. Desondanks lijkt de soul van Autechre steeds meer te worden bewogen door gevoelens van verlies, negatie en dreiging. Als ze niet uitkijken raken ze hun mooiste titel kwijt aan opkomende man Jan Jelinek wiens kraakjes zich minder aantrekken van wiskundige vondsten en direct op zoek gaan naar de warme gloed van verlangen en verwondering die de in het lichaam gedistribueerde ziel veroorzaakt. Microsoul.

v-proc: een ruimtestation gespecialiseerd in de verwerking van vuil achtergelaten door ontelbare lanceringen van kolonisatieshuttles werkt op volle toeren. Het pompende ritme van het proces is perfect. In de werkploeg maken de rasta’s de dienst uit op muziekgebied. Druk blowend zetten ze een gigantische gettoblaster neer en met geconcentreerde blikken timen ze het begin van de muziek zodat op het moment dat de metalen dub de ruimte in wordt geslingerd deze exact is gesynchroniseerd met het geluid van de lopende banden en machines. Ooit hopen we op een soundclash met een rivaliserend ruimtestation vol gitaarjengelende bleekneusjes.

10. Maar wat willen ze eigenlijk? Een deconstructie van electro? Een lange studie naar pre-oedipale auditieve werelden voltooien? De schoonheid van wiskunde eren? De mooiste suggestie blijft natuurlijk de meest onverwachte: Autechre’s eigen omschrijving van hun muziek als nieuwe folk. Een slimme omzeiling van hun mechanische/dehumaniserende imago. Autechre wordt daardoor ook heel Engels: ze bouwen steeds maar weer nieuwe soundtracks voor wat Eno zo treffend Another Green World noemde. Engels groen geïnfecteerd met de moderne kathedralen van viaducten, verwaarloosde tuinsteden, de romantiek van wegroestende industrie, een vervlogen empire van droomkoloniën.

reniform plus: zonsondergang over de smaragd gekleurde oceaan. Radioactieve deeltjes van neerstortende ruimtestations stuiteren door de hemel. Een magisch schouwspel van licht. Ik kus haar en het voelt echt, ook al kan ik in mijn fantasie haar mechanische hart horen tikken. Tijd valt uit elkaar, versnelt en wordt vervolgens vloeibaar. Plotseling rennen we door het zand richting zee. Het maakt toch allemaal niets meer uit. Hoe zal het water voelen?

11. Twintig jaar later. De keurige heruitgave in uitklaphoes (derde in reeks van vier die niet door The Designers Republic werd ontworpen…“I Was Today Years Old”) met daarin twee kloeke vinylschijven (dat had ik in 2003 nooit voorspeld.) De onvermijdelijke vraag: hoe klinkt Draft 7:30 in de toekomst? Goed, minder complex dan ik me kan herinneren. Een reden waarom ik destijds naar fictie greep was dat ik moeilijk grip kreeg op de muziek. En dat is ergens nog steeds het geval. Het is fraaie muziek, onmiskenbaar Autechre, maar het is misschien hun meest “anonieme” plaat naast Exai (2013). Ik durf wel toe te geven dat wanneer iemand me de plaat in een Pepsi-test had laten horen ik waarschijnlijk in eerste instantie geen nummer had kunnen herkennen. Zoals ik wel kan met tracks van Quaristic, Oversteps of NTS Sessions (Autechre-titels begin ik niet eens over, ik kan alleen ‘Basscadet’ en een aantal titels van Amber moeiteloos noemen.) Nu ik de tekst heb herlezen herken ik een aantal nummers in de beschrijving al denk ik ook soms “Je hoorde hier wat in?” De ambient Autechre heb ik uiteindelijk gekregen. En dat heeft hun muziek uiteindelijk goed gedaan door voor meer contrast te zorgen. Verder lijkt een periode van twintig jaar weinig waarde meer te bevatten. Voorheen onvermijdelijk een breuk tussen tijdperken, oude en nieuwe geluiden, nu gewoon een aantal Autechre-platen geleden. Draft 7:30 klinkt ook niet ouderwets, ware het een lost tape zou je hem stiekem na PLUS (2020) kunnen uitgeven en dan zou het alleen een handvol hardcore liefhebbers opvallen. Ik weet niet zo goed wat dat betekent. Zijn we gewend geraakt aan Autechre, hebben ze sinds Confield (2001) een bepaalde manier van musiceren verfijnd die geen grote omslag kan veroorzaken of hebben ze de laatste twee decennia te weinig concurrentie gehad? Misschien maakt het niet meer uit en worden we binnenkort overspoeld door een nieuwe golf van gegeneerde kloons, moeten we ons opmaken voor de Turing test van muziek die de deur opent naar een overdaad van het bekende. Een alles tot stilstand brengende atemporaliteit waarin de mens langzaam wegzakt.

zondag 29 november 2015

Piketpaal 9: Neptune’s Lair

1999 herinner ik mij als een ingetogen afsluiting van een opwindend decennium: Peace Orchestra, Innerzone Orchestra, Source Direct brachten prachtige albums uit. En uit het niets was daar weer een levensteken uit Detroit van Drexciya. In de voorafgaande jaren had het duo met een krachtig mengsel van techno en electro een prominente plek in de underground veroverd. Het retrospectief The Quest (1997) is essentieel voor iedereen die geïnteresseerd is in dansmuziek, elektronische muziek en sciencefiction. Maar het duo suggereerde dat met deze compilatie definitief een einde was gekomen aan Drexciya. Vandaar dat Neptune’s Lair, uitgebracht op het machtige Tresor label, twee jaar later als een verrassing kwam.

In die twee jaar had het duo aan een aantal modificaties van het eigen geluid gewerkt. Het album bestaat uit twintig tracks die een fascinerende reis vormen door de Drexciya onderwaterwereld. Muzikaal kun je de tracks in twee groepen verdelen. Een aantal dansbare electrotracks, optimistisch en haast lichtvoetig, met gebruik van tinkelende melodieën, soms aangevuld met machinale ambientgeluiden als het zoemen van mysterieuze onderzeeërs of onderwaterstations. Deze worden afgewisseld met programmamuziek als ‘Polymono Plexusgel’, ‘Devil Ray Cove’ of ‘Lost Vessel’, geluidswerelden die onbekende natuurverschijnselen of wetenschappelijke experimenten suggereren.

Neptune’s Lair zou een uiterst creatieve periode voor Drexciya inluiden waarbij het geluid nog in een reeks albums verder werd uitgewerkt. Maar nooit meer zo weids in ambitie, elke track een aftakking die verder kan worden uitgewerkt tot een minigenre. En bleef het duo altijd sterk in het verzinnen van titels, hier worden kant-en-klare sciencefictionverhalen aangereikt als ‘Andreaen Sand Dunes’, ‘Organic Hydropoly Spores’ of ‘Drifting Into A Time Of No Future’. Helaas sloot de vroegtijdige dood van James Stinson verdere verlegging van grenzen door Drexciya af. Gerald Donald zou onder andere als Dopplereffekt gelukkig verder gaan, nog steeds op zoek naar nieuwe werelden ver voorbij het electrogenre, soms met buitengewone resultaten.

 

maandag 27 januari 2014

Een gezonde instelling

The future doesn’t exist. We make it up because we don’t know what will happen tomorrow. But it’s unimportant whether predictions come true. Rather, it’s the idea that matters. People often confuse the idea of futurism with technology. Accordingly, the problem with music today is that it’s arrived at a point of saturation in terms of “new” sounds. We can’t discover more sounds, and this was already true in the late nineties. While many musicians still continue to hit a wall in search of the “new”, others have gone back to search for more information, more coding, and more concepts to learn more about music. These people are the winners. We have to enrich the ideas upon which our music is based and that can only happen with careful examination of history. Today’s devices are different and how we use them are different, but the results are not markedly different.

Uit de tekst die hoort bij de release Commodified van NRSB-11 (serieuze electro). Een gezonde instelling voor muzikanten. En niemand doet dit beter op het moment dan James Holden. Gisteren hoorde ik in Trouw de man voor het eerst in zes jaar weer eens draaien en ik was onder de indruk hoe anders het was, hoe hij zich als individuele artiest heeft ontwikkeld/verdiept. De geluiden zijn bekend, maar vrijwel niets is herkenbaar. Het resultaat een uniek soort techno-sjamanisme dat vreemd genoeg nooit het duistere pad kiest. Een open, positieve kijk op dansmuziek, tegen zonaanbidding aan.

woensdag 1 mei 2013

Piketpaal 1: Linear Accelerator


Piketpaal. Het is jammer dat de term zo verbonden is geraakt met de opzichtige poging van (toen nog aankomend) premier Rutte om zijn inmiddels mislukte neoliberale droomcoalitie er door te drukken. Wikepedia heeft immers een mooi omschrijving:
Piketpaaltjes markeren vaak in de toekomst te realiseren objecten, zoals nieuwbouw, verhardingen, grenzen, terreinafscheidingen, kabels, leidingen, enzovoort.
Als je kunt spreken over limieten van muziek of cultuur, en dat is een van de centrale problemen van retromania (bestaan er verschillende culturele dynamieken, zijn een progressieve lijn en postmoderne caleidoscoop de enige vormen?), wat zijn dan de muzikale piketpalen die de afgelopen jaren zijn neergezet? Het eerste voorbeeld dat mij direct te binnen schiet is Linear Accelerator van Dopplereffekt uit 2003. Dit is de verste lijn, waar muziek, vergelijk het met de grens van ons universum, het onbekende inbuigt. In het bijzonder de eerste helft is machinemuziek in zijn puurste vorm. Het is programmatische muziek die fantaseert hoe processen in deeltjesversnellers klinken. Een werkelijk unieke plaat waar nog niets in de buurt is gekomen, ook Gerald Donald zelf niet met later Dopplereffekt werk of onder de noemer Der Zyklus (al is Biometry uit 2004 een serieuze hersenkraker). Maar wellicht zijn dit eenmalige platen, een geweldig idee perfect uitgevoerd.