Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label film. Alle posts tonen
Posts tonen met het label film. Alle posts tonen

donderdag 16 januari 2025

David Lynch 1946 - 2025: De Amerikaanse surrealist

 

Ik heb dit vaker verteld maar het is achteraf gezien een cruciaal moment geweest, samen met Videodrome die ik een jaar later zou zien: als 13-jarige zag ik Dune in de bioscoop, zonder enige bagage over het boek en al helemaal niet met een idee wie de regisseur was (een leeftijd waarop dat soort details nog volstrekt onbelangrijk zijn.) Ik vond het een overweldigende ervaring met bizarre technologieën, vreemde geluiden, buitengewoon sensuele vrouwen en perverse details. Pas rond het verschijnen van Twin Peaks en Blue Velvet, dat ik meteen ging zien, maakte ik de connectie dat dit het werk van dezelfde regisseur was en hoe veel Lynchiaanse details Dune in waren gesmokkeld. Hoe hij dus 40 jaar lang mijn perceptie heeft gevormd. Want Lynch bleef zichzelf ontwikkelen, elke nieuwe film een complexer labyrint, wat uiteindelijk zou pieken met episode 8 van het volstrekt compromisloze derde seizoen van Twin Peaks.

Hij was de grootste Amerikaanse surrealist, een avant-garde kunstenaar die door Mel Brooks Hollywood werd in gesmokkeld. Lynch had een ambivalente relatie met Hollywood, hij was overduidelijk gefascineerd door de grandioze droomfabriek en wist er een niche te veroveren. Zijn naam is allang een bijvoeglijk naamwoord geworden waarmee elke vorm van vreemde duisternis wordt omschreven. In die zin was er ook sprake van een symbiotische relatie: acteurs wilde met hem werken en Lynch gaf Hollywood een eigenzinnige toegang tot het Amerikaanse onbewuste dat gemijnd kon worden en in homeopathische doses gebruikt voor andere films. Desondanks koste de financiering van zijn films veel tijd en moeite en werden veel van zijn films vanaf Fire Walk With Me met veel Europese inbreng gecompleteerd. Ik denk dat hij als surrealist uiteindelijk ook meer op waarde werd geschat in Europa.

Dromer van zoveel prachtige (en gewoonweg intens geile) beelden, de duistere gang in Lost Highway (niemand kon zo mooi een personage tegen een donkere achtergrond filmen), de mieren op het oor in Blue Velvet, de sublieme droom van Elephant Man, “Cossacks are in Russia!”, de Poolse realiteit in Inland Empire, de demonische lach van Laura Palmer in Fire Walk With Me, een willekeurig moment in Eraserhead en misschien mijn favoriet Robert Forster in Mulholland Drive die bij een plaats delict zich omdraait en een moment lang naar een lichtstreep kijkt in nachtelijk Los Angeles alsof daar een aanwijzing is te vinden. Ongetwijfeld, op zijn eigen manier, op weg naar een nieuwe droom.


zaterdag 4 juni 2022

Crimes of the Future | Een film voor de komende twintig jaar


Met Crimes of the Future keert de Canadese regisseur David Cronenberg niet zozeer terug naar de body horror, een term die hem weinig doet, als wel naar sciencefiction. Al kun je hier ook meteen aan twijfelen. Ja, eXistenZ (1999) was zijn laatste pure sciencefictionfilm maar ergens voelde de sociale afstandelijkheid in films als Cosmopolis en Maps to the Stars even futuristisch als een aflevering van Star Trek. Bovendien publiceerde hij in 2014 Consumed, een zeer beklemmende roman die de hedendaagse realiteit echt 21ste eeuws deed aanvoelen: 

“I didn’t expect the camera. In the operating room. I thought you would just take notes on a notepad, like a proper journalist.” 

“We’re all photojournalists now. It’s no longer enough just to write. We have to bring back images, sound, video. I hope you don’t mind.” 

Het narratief van de terugkeer zou veeleer een van continuering moeten zijn. Cronenberg zet zijn favoriete motieven en thema’s zelfverzekerd door. Kafkaëske bedden, dubbelagenten, de esthetica van de binnenkant van lichamen, organische technologieën, avant-gardistische operaties, de vervormingen van onze lichamen, de verkenning van een nieuw soort genot en zelfs een nieuw soort tederheid, ze worden allemaal vervlochten in een verhaal over een paar performance artiesten. Viggo Mortensen, fragiel en bedachtzaam als de drager van nieuwe organen en Léa Seydoux als zijn partner die dezelfde organen tijdens undergroundoperaties verwijdert. Het is niet helemaal duidelijk of de optredens illegaal zijn en omdat Cronenberg een aantal keren met taboes speelt, kon ik me niet aan een soort metagevoel onttrekken, de gedachte “Hoe komt hij hier mee weg? Hoe is het mogelijk dat ik dit zomaar in een bioscoop kan kijken?” Dat zijn vragen die al jaren niet meer in mij zijn opgekomen. 

Als oude meester weet Cronenberg dat je in sciencefiction uitleg moet doseren, de wereld ontdekken is altijd beter dan de wereld beschrijven. Dat maakt Crimes of the Future, los van de lichamelijkheid, tot een vervreemdende ervaring. Vrijwel alles is nieuw, alsof je naar een documentaire uit de toekomst kijkt. Er zijn hints van een versnelde menselijke evolutie waar men nog maar moeilijk controle op kan krijgen en pijn lijkt te verdwijnen wat op subtiele wijze is verwerkt in de afstandelijke manier waarop mensen met elkaar omgaan. Cronenberg laat je griezelen met de manifeste inhoud van bizarre wonden maar stopt zijn film vol latente betekenissen (is de film in zijn geheel bijvoorbeeld een kritiek op de digitalisering van kunst?) Sciencefiction is sinds Stalker niet meer zo arthouse van intentie en ritme geweest. Daarbij maakt hij optimaal gebruik van de Griekse locaties, in eerste instantie het resultaat van de financiering die de film mogelijk maakte. Het ziet eruit alsof het niet anders had kunnen zijn. Het zonovergoten klassieke Athene wordt volstrekt genegeerd en alles speelt zich af in aftandse interieurs, verlaten straten en havens vol schepen die traag afsterven. Een geloofwaardige toekomst, een maatschappij die de uiterlijke schijn niet kan volhouden nu complexe veranderingen mensen overmannen. Een wereld waar ik meteen in wilde wonen. 

Het is een lange tijd geleden dat ik de behoefte voelde om een film snel nog een keer te kijken. Crimes of the Future, met zijn haast achteloze manier waarop ideeën worden geponeerd, krachtige beelden, hypnotiserende muziek en droomachtige ritme waarin plot oplost, is eindelijk weer zo’n film. Het is een film die we zo nodig hadden. Een worp richting de toekomst, “minstens twintig jaar zijn tijd vooruit”, bedacht ik in het donker. Of is het de enige film die echt het jaartal 2022 waarmaakt? 

Wanneer Kirsten Stewart, die de rol van intelligente Amerikaanse in Europa nu compleet beheerst, een schuchtere Viggo Mortensen probeert te verleiden stelt hij “I’m not very good at the old sex.” Een van de zinnen waar de komende jaren talloze filosofische papers over zullen worden geschreven. Maar Cronenberg presenteert niet alleen interessante ideeën, het is uiteindelijk zijn afstandelijke moraal, een gebrek aan moraal die is vervangen door een goedaardige nieuwsgierigheid waarmee alles wordt verbonden. Zijn hele carrière lang weigert hij het lichaam als morele grens te accepteren. Het lichaam is in beweging, verandert continu, uit zichzelf of met anderen, andere mensen, virussen, dieren of technologieën. In Crimes of the Future is transseksualiteit een gepasseerd station, een oud fenomeen. Cronenberg is allang verder, op zoek naar de onbekende mogelijkheden van het lichaam die in detail dienen te worden verkend, een continue herdefinitie van schoonheid totdat de mens niet meer bestaat.

donderdag 20 mei 2021

De geïsoleerde vampier luistert ook naar muziek

When I was a younger man, art was a lonely thing. No galleries, no collectors, no critics, no money. Yet, it was a golden age, for we all had nothing to lose and a vision to gain.

Mark Rothko 



Only Lovers Left Alive
(2013) was de laatste film die ik in de bioscoop zag voordat deze werd opgeofferd aan een soort pseudo-lockdown. Zes maanden later zijn de bioscopen en andere culturele instellingen nog steeds niet heropend terwijl ze de meest effectieve coronamaatregelen hadden ingesteld (behalve de bespottelijke regel uit de koker van Polder Lysenko dat je bij je zitplaats aangekomen wel het mondkapje mocht afdoen.) Omdat ik de sluiting zag aankomen was het een zelfbewust afscheid, met per ongeluk precies de juiste film. Want deze vampierfilm van Jim Jarmusch gaat over het einde van een tijdperk, de neergang van de kunstenaar, de definitieve afsluiting van de renaissance. Dit proces is al lang geleden ingezet, maar de film werd extra beladen tijdens een pandemie waarin de laatste sporen van de kunstenaar als aristocraat of outsider worden uitgewist zodat alleen nog de kunstenaar als ondernemer overblijft. De melancholie van muzikant-vampier Adam, kluizenaar in de spookstad Detroit, is op deze manier zeer inleefbaar. Zoals eerder opgemerkt gaat corona geen breuk veroorzaken met het neoliberalisme. Het zal waarschijnlijk nog steviger in het zadel komen te zitten. Wat in Nederland overblijft is een kunstloos complex van bedrijfshallen, eindeloos verschuiven van containers, files, te dure steden die weer overspoeld worden door toeristen die dezelfde winkels bezoeken die in hun eigen woonplaats staan.

Jarmusch is een meester van de film waarin weinig lijkt te gebeuren. Maar dat is schijn. Veel vindt op een associatief niveau plaats. Het bloed is hier een pharmakon waar de kunstenaar niet zonder kan leven. Hoe het exact is gebeurd blijft vooralsnog onduidelijk maar in de 21ste eeuw lijkt inderdaad de relatie tussen drugs en kunst te zijn verbroken. Zonder dat er minder drugs worden gebruikt heeft het Californië van de zelfpresentatie, de verkoop van jezelf als geslaagd, vrolijk en gezond project diep wortel geschoten. Alles wat men met drugs kon associëren, de rafelranden van de stad, het schaduwbestaan van het nachtleven, de achteloze bohemien, de poststructuralistische breinkrakers, de kennis, verwonding en verdoving van lichaam en geest lijkt uit de samenleving verbannen. Het is niet meer dan nog een consumptiekeuze, een ander soort terrasje. Jarmusch lijkt te suggereren dat, net als de vampier, hasj en opium eerder deden, nog een authentieke kunst uit de Oriënt kan verschijnen zoals deze wordt belichaamd door de sensualiteit van Yasmine Hamdan. Al ben ik pessimistisch, alles is al overal en lijkt daarom geen gewicht te bezitten. Er is alleen nog individueel genot, een kleine openbaring zonder verdere consequentie. 


Wat mij eindelijk brengt bij de ware aanleiding voor deze bespiegelingen. Toen de aftiteling verscheen besefte ik hoe belangrijk het was geweest om de film in de bioscoop te zien omdat het juist de ervaring van de muziek, zo centraal in Only Lovers Left Alive, volledig tot zijn recht liet komen. Teleurgesteld moest ik de dag daarna vaststellen dat de soundtrack al een tijd niet verkrijgbaar was. Jarmusch besteedt altijd veel zorg aan muziek, wat al eerder resulteerde in vooruitstrevende soundtracks, met name Dead Man (1995) van Neil Young, waar destijds wat lacherig over werd gedaan maar door Earth op magistrale wijze verder is uitgewerkt en de drie afrofuturistische autoritten in Ghost Dog: The Way of the Samurai (1999) waar Forest Withaker geconcentreerd naar dub, freejazz en Killah Priest luistert. Hier creëert zijn eigen band SQÜRL in samenwerking met luitspeler Jozef van Wissem een soort renaissance doommetal die perfect de lome schaduwsfeer van de film—tussen opiumroes en nostalgische dagdroom in—complementeert. Vaak verlang je wat je niet kunt krijgen en soms lacht het lot je toe. Inderdaad, de soundtrack van Only Lovers Left Alive is opnieuw uitgebracht, op dubbel-LP voor degene die van mooie hoezen houdt en graag regelmatig de benen strekt of stemmig digi-pack voor de vampier die niet bang is voor het digitale. Perfecte muziek voor overpeinzingen tijdens deze bloedeloze dagen.

zaterdag 28 december 2019

The Rise of Skywalker: de opkomst van het nieuwe entertainmentcomplex


“Soon will I rest, yes, forever sleep. Earned it I have. Twilight is upon me, soon night must fall.”

Vooruit, omdat ik hier The Force Awakens en The Last Jedi heb geanalyseerd moet ik de negende en laatste Star Wars-film ook bespreken. Een lastige taak, want wat valt er eigenlijk nog over Star Wars te zeggen, die veredelde kinderfilms die veel te populair werden? Puur als film, als Star Wars-film ook, is The Rise of Skywalker een gemankeerde film, zonder twijfel de minste van de nieuwe trilogie, misschien wel van de hele reeks. Regisseur J.J. Abrams neemt de honneurs dit keer weer waar en net als The Force Awakens kan hij prachtige werelden neerzetten, gevuld met gruizige technologieën en een scala aan levensvormen. Je wordt als kijker het universum ingezogen en dat blijft escapistische magie van de hoogste orde.

De belangrijke figuren (Rey, Finn, Poe en Kylo Ren) zijn nog steeds aanstekelijk en een paar nieuwe personages vormen een acceptabele aanvulling, met name de stoere Zorii Bliss maakt ondanks een kort optreden indruk met de mooiste oneliner (“They win by making you think you’re alone.¨) en het feit dat je nooit haar gezicht te zien krijgt. Zo gaat de eerste helft van de film in hoog tempo van planeet naar planeet. Een prettige ervaring maar uiteindelijk wreekt dit ritme zich. Net als het matige zijproject Rogue One heeft The Rise of Skywalker de structuur van een game: objecten moeten gevonden worden, achtervolgingen overleefd, personages met informatie ontmoet en dan weer door naar de volgende opdracht. Er is geen moment van contemplatie, alleen verhitte discussies en dan raast iedereen als een bende hyperactieve kinderen door. De gebruikelijke bombast van John Williams plamuurt alles voor de zekerheid dicht waardoor je na afloop overweldigd en verdwaasd de bioscoop verlaat.

De tweede helft van de film is problematisch omdat The Last Jedi al had bewezen dat het conventionele Star Wars-verhaal weinig meer had te bieden. Om de saga op bevredigende wijze af te sluiten hadden de makers subtiel te werk moeten gaan maar ze kregen duidelijk geen tijd genoeg om de zaken grondig uit te denken. Hierdoor valt men terug op de meest platte verhaallijnen van de originele trilogie, een herhaling van zetten waar je als geoefende kijker weinig bij zult voelen. Alleen de laatste scène biedt eindelijk rust en zoiets als afsluiting. Iets wat al veel eerder had moeten worden ingezet. Deze film vroeg net als A New Hope om een flinke dosis Kurosawa.

De nieuwe trilogie is natuurlijk als onderdeel van Disney gemaakt en nu hij compleet is, tekent zich duidelijk af hoe het entertainmentcomplex een bepaalde stijl begint af te dwingen, de makers tijd geeft om binnen twee jaar een film af te krijgen voor de kerstperiode. Hier ligt zonder twijfel de oorzaak dat de films op bepaalde momenten gehaast voelen, ondoordacht, waardoor het universum, zoals eerder opgemerkt, steeds minder consistent aanvoelt. Elke regisseur biedt zijn eigen interpretatie, geeft voorzetten die door de opvolger niet worden begrepen of expres genegeerd, wat leidt tot plotwendingen die geïmproviseerd lijken maar die je accepteert omdat je als kijker geen tijd hebt om er rustig over na te denken.

 

En het maakt binnen het complex niet veel uit omdat spinoffs van games een belangrijke bron van inkomsten zijn. Star Wars is sinds The Empire Strikes Back een relatie aangegaan met computergames, wat rond The Return of the Jedi resulteerde in een, zeker voor die tijd, geweldige arcadegame. Sinds de prequels is die relatie steeds inniger geworden en kon je je als bioscoopbezoeker vaak niet aan de indruk onttrekken dat bepaalde scènes speciaal waren ontworpen voor de bijbehorende games. In die zin zijn de laatste zes Star Wars-films de ontwikkeling van een nieuw soort popcultuurhybride die de komende jaren kan worden uitgewerkt tot virtuele werelden. De films hebben genoeg bronmateriaal geleverd en zijn nu, zeker met de lancering van het Disney+ televisiekanaal, als cinematische ervaring overbodig geworden.

Gelukkig maar, want Star Wars-fans kunnen niet gelukkig zijn. Sterker, Star Wars is voor een groot deel van hen een continue bron van teleurstelling. Ook dit fenomeen heeft zich in twintig jaar verder ontwikkeld. The Phantom Menace (1999) was het eerste evenement van massale ontgoocheling dat gedreven werd door internet. De wil tot teleurstelling die de norm van het online discours over cultuur is geworden. Sindsdien heeft geen enkele Star Wars-film op collectieve tevredenheid kunnen rekenen, omdat de belangrijkste acteur niet beviel, omdat Yoda digitaal was geworden, omdat alles digitaal was geworden, The Force Awakens teveel teruggreep op de eerste film of The Last Jedi teveel brak met traditie. The Rise of Skywalker is de laatste teleurstelling en zo leert de film zowaar een wijze les: laat je nooit leiden door de teleurstelling van fans want ook dan zullen ze teleurgesteld zijn.

Uiteindelijk lijkt het me als gematigd liefhebber het beste om de originele trilogie (zoals deze films destijds in de bioscoop werden vertoond, nooit de special editions) als de ware Star Wars te beschouwen en de rest als apocriefe legendes, soms met intrigerende momenten (de tweede helft van Revenge of the Sith), als amusante hervertelling (The Force Awakens) of herinterpretatie (de betere delen van The Last Jedi) maar nooit zoiets als een sluitend, coherent verhaal.

zaterdag 23 november 2019

Beste films van de jaren ‘10

Dit was zonder twijfel een geweldig decennium voor cinema. Met twee opvallende ontwikkelingen: de glorieuze creativiteit van de Japanse cinema en de originaliteit van nieuwe sciencefictionfilms (vaak in combinatie met dan toch eindelijk de doorbraak van house/synth-soundtracks). Het was ook wel gênant geweest wanneer we richting de diepe 21ste eeuw niet op brede schaal met sciencefiction-thema’s waren geconfronteerd. Maar oude mythes hebben hun waarde en de vampier wist weer een paar keer op originele wijze te herrijzen. Veel goede verhalen die breken met de conventies van zowel het Hollywood als arthouse narratief en dat stemt hoopvol voor de komende jaren. Het enige waar ik me zorgen over maak, is de steeds verder oprukkende digitalisering die onvermijdelijk gaat uitlopen op remix-films van het type “Marilyn Monroe nu met Robert De Niro te zien in de hernieuwde versie van Vertigo!”

Mijn tien favoriete films van 2010 – 2019 met mijn absolute favoriet als eerste:

   

ハッピーアワー / Happy Hour (2015)

De afgelopen jaren zijn ook een periode geweest van een verhoogde inzet van sociale media om de filmervaring te verdiepen. Ooit bracht de opening van de Amsterdamse Cultvideotheek een ongekende verdieping teweeg, nu is het Letterboxd dat niet alleen handig is om je kijklijst te organiseren maar je ook in contact brengt met gelijkgezinde cinefielen die continu tips aandragen. De beste hiervan was de obscure Japanse film Happy Hour van regisseur Ryūsuke Hamaguchi. Met een speelduur van vijfenhalf uur is het een typische festivalfilm waar bijna geen enkele bioscoop zijn projector aan brandt. Helaas, want dit is een sensationeel portret van vier vrouwen die in Kobe worstelen met relaties, familie en zingeving in het algemeen. Doordat Hamaguchi brutaal de tijd neemt, ontstaat een andere manier van vertellen waar je als kijker in verzinkt. Een unieke film.

   

Knight of Cups (2015)

Dit was het meest productieve decennium van de oude magiër Terrence Malick waarin hij vier film uitbracht. Een feest voor de liefhebber, afzien voor de hAtorZ. Knight of Cups was de beste van de vier, een radicale existentialistische parabel zonder echt plot. Wat een opluchting dat dit mogelijk is. Malick gaat voor de L.A. mythologie en schenkt cinematograaf Lubezki totale vrijheid wat resulteert in een continue stroom memorabele beelden. De soundtrack met een mix van Poolse componisten en hoogstaande electronica van Biosphere, Burial en William Basinski geeft de film een heel eigen ritme.

   

夜は短し歩けよ乙女 / Night Is Short, Walk on Girl (2017)

Buig voor de kracht van anime! Masaaki Yuasa is een van de artiesten die anime verder ontwikkelt met een compleet eigen manier vertellen. Yuasa bewees met Mind Game (2004) de meest avontuurlijke van deze generatie te zijn en Night is Short, Walk on Girl consolideert die status. Alles is mogelijk in deze sprookjesachtige nacht in Kyoto waar alcohol rijkelijk vloeit, de geest van de tweedehandsboekenmarkt leeft en je verzeilt kunt raken in een avant-gardistisch theaterstuk.

   

Ex_Machina (2014)

De debuutfilm van successchrijver Alex Garland bleek een zelfverzekerde instant sciencefictionklassieker. Ingetogen, melancholisch en spannend. Essentiële soundtrack ook van Geoff Barrow en Ben Salisbury. Tot nu toe de beste sciencefictionfilm van de 21ste eeuw en waarschijnlijk de film die het afgelopen decennium over 30 jaar zal definiëren.

   

かぐや姫の物語 / The Tale of the Princess Kaguya (2013)

In de documentaire The Kingdom of Dreams and Madness volgt de camera Hayao Miyazaki terwijl hij aan zijn nieuwste film werkt. Ik vond het bizar om te realiseren dat op datzelfde moment zijn collega Isao Takhata aan de andere kant van Tokio bezig was met zijn nieuwe film voor Studio Ghibli zonder dat Miyazaki echt leek te weten wat het project inhield. Het bleek uiteindelijk het laatste meesterwerk van de grootmeester die in 2018 overleed. The Tale of the Princess Kaguya is wonderbaarlijke interpretatie van een Japans sprookje van een meisje dat in een bamboestruik wordt geboren en uitgroeit tot olijke prinses. Ambitieus geanimeerd in een compleet eigen stijl zowel modern als klassiek en met een heerlijk droevig einde.

   

Inherent Vice (2014)

Paul Thomas Anderson heb ik een wat moeizame relatie mee. Hij wil zo graag de Grote Amerikaanse Auteur zijn dat hij zich vaak vertilt. Maar kijk, de onverfilmbaar geachte schrijver Thomas Pynchon biedt zowaar houvast waardoor Anderson op een of andere manier tot rust komt. Samen met cinematograaf Robert Elswit weet hij de absurde avonturen van vage detective Doc Sportello, een van de beste stoners ooit, te baden in heerlijk Californisch licht. Inventief gebruik van muziek ook. Veel bekende koppen maar niemand kan tippen aan Joanna Newsom die op gezette tijden Pynchon prachtig voordraagt.

   

0.5ミリ (2014)

Momoko Ando heeft sinds 2009 alleen twee films geregisseerd maar haar tweede is een meesterlijke film die in dezelfde kwadrant opereert als Happy Hour (met een iets minder ambitieuze speelduur van drieënhalf uur.) Haar zus Sakura Ando, een van de interessantste actrices van Japan, speelt de hoofdrol van een iemand die alles doet om te overleven. Ze weet zich op brutale wijze in de levens van lokale bejaarden te werken, waar beide partijen steeds van lijken te profiteren. Heerlijk loom ritme en een interessant verhaal vol morele ambivalentie, een Japanse specialiteit.

   

Only Lovers Left Alive (2013)

Oudgediende Jim Jarmusch blijft ook lekker zijn ding doen, dat wil zeggen, herinterpretaties van genrefilms vol droge humor. In Only Lovers Left Alive moet de vampier eraan geloven die allang te cool is voor het bijten van mensen en op slimme wijze symbool staat voor de artiest die langzaam aan het verdwijnen is. In die zin is het de meest serieuze film van Jarmusch. Mooie minimale soundtrack van Jozef van Wissem.



Another Earth (2011)

Een van de origineelste sciencefictionfilms in jaren. Dus komt er geen ruimteschip in voor. Brit Marling speelt een studente die op de dag dat een nieuwe Aarde aan de hemel verschijnt een dodelijk auto-ongeluk veroorzaakt. Wanneer ze haar leven opnieuw vorm probeert te geven ontmoet ze de man die het ongeluk overleefde zonder dat hij weet wie ze is. Er ontstaat een complexe relatie waarin de “tweede Aarde” een vreemde uitweg lijkt te bieden. Melancholische sciencefiction van de ziel met een buitengewoon effectief einde.

   
A Girl Walks Home Alone at Night (2014)

Nog meer vampiers, dit keer van de Iraanse variant. Een sfeervolle zwart-witfilm over een prachtige vampirella die bij voorkeur op skateboard in hijab de nachtelijke straten afstruint op zoek naar slachtoffers. Sensueel, bedachtzaam en met een heerlijke lome intensiteit.  

Plus bonus-materiaal:
刺客聶隱娘 / The Assassin (2015)
Moonrise Kingdom (2012)
寝ても覚めても / Asako I & II (2018)
Her (2013)
Tree of Life (2011)
君の名は。/ Your Name (2016)
High Rise (2015)
リトル・フォレスト 夏・秋 / Little Forest: Summer/Autumn + deel II リトル・フォレスト 冬・春’ (2014/2015)
Spring Breakers (2012)
蛍火の杜へ (2011)

maandag 26 februari 2018

Mute: Weimar 2.0 binnen handbereik



Het grote probleem van de hedendaagse sciencefiction is nog steeds de dystopie. Het cliché, dat heel traag in het genre is geslopen en een verstikkende invloed is gebleken. De paranoia, de controlestaat, milieuvervuiling en hackers voelen inmiddels als een nieuw soort naturalisme. Dus hebben we nieuwe werelden nodig, dat wat sciencefiction altijd heeft gepresenteerd. Wat Mute, de nieuwe film van Duncan Jones, interessant maakt is dat het op subtiele wijze een uitweg biedt.

Daarvoor keert Jones terug naar het vasteland van Europa, wat direct een positie biedt tussen de twee grote polen van Amerikaans fascistoïde cyberpunk ter verering van de blanke man en Japans techno-animisme. Net als zijn vader vindt hij in Berlijn een ander soort stad, een nieuw futurisme. Dit Berlijn uit de toekomst voelt goed, bevindt zich in hetzelfde tijdspoor als de originele Blade Runner maar heeft zijn eigen sfeer.

 

Het is een omgeving die zich leent voor verhalen op straatniveau. Er is een hint van een internationaal conflict waar Amerikanen zich natuurlijk weer tegen aan hebben bemoeid maar dat lijkt op een afstand plaats te vinden. Verder is er geen politie te bekennen, spelen politici, hackers noch multinationals een rol in het verhaal. En is geen schietwapen te bekennen. De stad ziet er cyberpunk uit, maar alle clichés van het genre zijn afwezig. Dit Berlijn is een geloofwaardige toekomst, een mix van nieuw en oud (zoals er met credits en papiergeld kan worden betaald), licht decadent, vrij en leefbaar.

Hier ligt het belang en het potentieel van Mute dat verder moet worden uitgewerkt. Wat deze wereld nodig heeft, is een nieuw narratief dat breekt met de conventies van de film noir en wraakfilm. Jones lukt dat nog niet maar het hoeft geen onmogelijke taak te zijn als men durft te breken met de duffe conventies van het Amerikaanse scriptschrijven, “het goede verhaal”. Er is nog een stap nodig en die ligt ten oosten van Berlijn in de zoekende traagheid en vervreemding van Tarkovski en Żuławski. Weimar 2.0 bereikt men via films als Possession, Welt Am Draht, Stalker.

maandag 9 mei 2016

Mark Leckey interview (over beeldende kunst, pop, herinneringen)

Ik had het al eerder over Mark Leckey's geweldige korte film Dream English Kid 1964 – 1999AD. In dit prettige interview met FACT vertelt de kunstenaar meer over zijn laatste film en Fiorucci made me Hardcore.

En een citaat dat ik graag in Kritische massa had willen gebruiken:
“The promise of music isn’t just the sound of it,” he says in his soft Scouse accent. “It’s about the conditions that it’s made under, and the conditions that create it and the technologies and everything else. That is part of your enjoyment of music – or it always was for me.”
Mijn artikel over Leckey en technopaganisme voor Metropolis M is trouwens tegenwoordig online te lezen.

dinsdag 16 februari 2016

Slechte persing


Het bestaan van de televisieserie Vinyl (HBO) is alleen al gerechtvaardigd omdat het deze messcherpe kritiek van Richard Hell heeft opgeleverd. Nu ging ik de serie toch al niet kijken, Scorsese zit al jaren vast in bombastische filmerij (als je toch een goede film van zijn hand over het Oude New York wilt zien: Bringing Out the Dead.) Iedereen die een beetje van popmuziek en film houdt weet dat ze lastig samengaan en er is geen reden om aan te nemen dat een televisieserie dit beter kan (ja er zijn uitzonderingen die op subtiele wijze aan talloze valkkuilen weten te ontsnappen, te weten: Saturday Night Fever, 24 Hour Party People, Gainsbourg, Control en, ondanks enkele problemen,Velvet Goldmine.) Het is op een of andere manier onmogelijk om de aankleding geloofwaardig te krijgen. Geënsceneerde optredens zijn altijd nep en het publiek bestaat steevast uit propere modellen die altijd in spiksplinternieuwe kleding rondlopen. Je voelt de airconditioning door de net geknipte haren waaien terwijl een rockconcert/club/discotheek de volgende associaties moet oproepen: slap bier dat aan de vloer plakt, zweet, urine en een uitgebalanceerd rookmengsel van nicotine en droogijs.

Maar dat is verder niet zo boeiend. Wat Vinyl wel interessant maakt is dat het een symptoom vormt van twee trends die net als Graaf Dracula niet willen sterven. Allereerst het idee dat de zakenkant van popmuziek interessant is voor een publiek voorbij accountants, marketingmedewerkers en artiesten die op het punt staan een nieuw contract te tekenen. Wie heeft als muziekliefhebber gedachten gespendeerd aan de zakenkant van muziek waarvan hij geniet? Zelfs wanneer artiesten worstelen met hun platenmaatschappij/manager hoor ik alleen de wijze woorden van Sean Bateman: “Rock ’n roll. Deal with it.” In de huidige popjournalistiek is, met name dankzij streaming en de eeuwige perikelen rond piraterij, een idee ontstaan dat de geldkant van popmuziek reuze interessant is. Is het niet, behalve dat ook popjournalistiek blijkbaar is meegezogen in het neoliberale discours dat cultuur alleen in geld is uit te drukken.

En dan blijft natuurlijk nog over: retroklotemania. Zelfs al werd Vinyl bezeten door de geest van Taxi Driver dan zou het nog steeds een pathetisch uitwringen zijn van het verleden dat iedereen inmiddels toch wel moet kunnen opdreunen als de tafel van 3. En het vervelende van retromania is dat het aan de oppervlakte blijft, nooit met nieuwe inzichten komt of heilige huisje afbrandt en vervolgens zout over de resten strooit. Ben je geïnteresseerd in die scene uit de jaren zeventig? Lees een boek. Just Kids van Patti Smith, Psychotic Reaction & Carburetor Dung en Main Lines, Blood Feasts, and Bad Taste van Lester Bangs, The Dark Stuff van Nick Kent. Players en Underworld van Don DeLillo als het New York van die tijd je fascineert, of zijn Great Jones Street dat de stad en rock combineert. Het verleden dat je fantaseert is oneindig veel interessanter dan een duffe televisieserie.

woensdag 30 december 2015

The Force Awakens - Star Wars: de extended remix



Nadat ik in 1983 Return of the Jedi zag, heb ik een tijd lang mijn gedachten laten gaan over wat er verder zou gebeuren. En ze leefden lang en gelukkig? Of zouden de kinderen nieuwe avonturen beleven? Hoe zou dat eruit zien? Als The Force Awakens dus. Een vervolgfilm en tegelijkertijd een remix van Star Wars (1977). Van de originele trilogie zag ik Star Wars (later A New Hope) als laatste en wellicht dat ik hem daarom verreweg de minst leuke vind. Zoals remixen van dancetracks vaak genoeg het origineel verbeteren is dat met The Force Awakens ook het geval. Star Wars was een soort samplefilm (met elementen van Kurosawa’s Kakushi-toride no san-akunin, Flash Gordon, Triumph des Willens, fantasy en sciencefictionseries die allang in de vergetelheid zijn geraakt.) Narratieve originaliteit was nooit van belang (en als kind was je hier compleet ongevoelig voor.) Niet zozeer vanuit een postmoderne gedachte maar omdat Star Wars mythologie is. Zeer krachtige mythologie.

Ik vind het niet ondenkbaar dat Star Wars langzaam tot wereldreligie zal evolueren (en in zekere zin is dat proces, zeker in de Verenigde Staten, al een tijd geleden aan de gang.) George Lucas vond veel inspiratie in Joseph Campbells studie naar de structuur van mythologieën Hero with a Thousand Faces. In dat boek lanceerde Campbell onder ander het concept van de monomythe waar alle bekende mythes onderdelen uit gebruiken. Campbell was onder andere beïnvloed door Jungs ideeën over archetypen en Star Wars is natuurlijk een psychoanalytische parabel met een droomachtige intensiteit: vol maskers, vaders en zonen die elkaar naar het leven staan, het niet kunnen ontsnappen aan familietrauma’s en de daaruit volgende persoonlijkheidsstructuren. Kortom, Star Wars is immuun voor de huidige cultus van de obsessieve plotwending. De fans lijken dit gesublimeerd te hebben tot een wens naar een nostalgische filmervaring waarin het gevoel van verwondering uit de jeugd wordt herleefd. De nieuwe makers hebben dit gelukkig ook ingezien en gekozen om vernieuwing op andere punten toe te passen:

- Op technisch niveau. Door het digitale schilderen van de prequels achterwege te laten en het verhaal weer in zoiets als een “echte”, lege wereld te situeren en tegelijkertijd deze wereld invoelbaar te maken voor de huidige perceptie. De 3D is dan ook buitengewoon effectief, niet meer de goedkope kijkdoos met jolige schrikeffecten maar een ware diepte waardoor de stardestroyers opeens gedetailleerd reliëf krijgen.

 - Nieuwe identiteiten. De rollen staan vast in mythologie maar wat The Force Awakens heel slim doet, is deze aan andere sociale identiteiten toe te wijzen. De vrouw als held, de zwarte als rebel, de gevoelige jonge man die worstelt met de verleiding van het licht in plaats van het duister.

- Humor. Heel precies getimede, bijna achteloze humor.

The Force Awakens is een remix van Star Wars: A New Hope maar neemt meteen elementen mee uit de films die daarop volgde (een megamix?) Nu iedereen weer bij de les is, wordt het interessant hoe men verder zal gaan, of de volgende regisseur Rian Johnson en de in ere herstelde scenarist Kasdan een sterke signatuur toevoegen aan een verhaal dat grotendeels al vaststaat: de vervulling van Luke’s belofte door Rey die de weifelende Kylo Ren zal moeten verslaan. Cirkels zullen in dit vaststaande schema subtiel kunnen verschuiven. Los van de nadelen van de digitale constructie laten de prequels zien hoe essentieel de mythologische structuur voor Star Wars is. Lucas had moeite met het toevoegen van nieuwe elementen (de onbevlekte ontvangenis van Anakin) en hoe dichter het verhaal bij de originele films kwam hoe beter het werd. Zolang Abrams deze les voor ogen houdt, kan Star Wars de laatste twee delen weinig overkomen.

Hoe dan ook, Star Wars als verhaal kan ons (los van een nieuwe generatie kijkers) nog weinig leren. Het gaat om de manier waarop de reis wordt uitgebeeld (en klinkt). En hier is The Force Awakens, vanaf het eerste sublieme shot van een stardestroyer die een planeet verduistert tot het slotbeeld van een zwijgende Luke, bijna een totale triomf. De constructie van een universum vormde natuurlijk altijd de kracht van de films. Sciencefictionliefhebbers in de jaren zeventig worstelden bijna allemaal met Star Wars. J.G. Ballard zag meteen in dat de innovatie van sciencefiction is de voorafgaande decennia zou worden opgeofferd aan speciale effecten. Samuel R. Delany was ondanks een aantal kanttekeningen enthousiast. Sciencefiction als filmspektakel beginnen we recentelijk serieus aan te ontsnappen en in die zin is de invloed van Star Wars inderdaad te krachtig geweest. De synthese van sciencefiction en fantasy was destijds redelijk uniek en ongetwijfeld verantwoordelijk voor een deel van het succes. Maar de synthese was ook volmaakt, Star Wars heeft geen enkel derivaat geïnspireerd dat zich er serieus mee kon meten (al maakte het waarschijnlijk de controversiële—en uiteindelijk onderschatte—verfilming van Dune mogelijk.) De grote bijdrage van Star Wars aan sciencefiction is de geleefde toekomst. De steriele, technologische toekomst van rationele onderdrukking werd vervangen door een vieze toekomst vol roest, zand en deuken. In die zin leidt Star Wars direct naar Mad Max en Alien. The Force Awakens keert terug naar de vieze toekomst met nog mooiere beelden (de geweldige woning van Rey) en laat bovendien personages, vrijwel voor het eerst, echt worstelen met de politieke krachten die zulke ravage aanrichten. Onderschat de kracht van de remix niet.

woensdag 23 september 2015

Knight of Cups: leven en film in de 21ste eeuw




Het gebeurt niet vaak dat ik de bioscoop uitloop, overmand door een welhaast extatisch gevoel dat ik de wereld met een frisse blik bekijk. Niet toevallig was de laatste keer na The Thin Red Line, Terrence Malicks comebackfilm uit 1998. En nu dus na zijn nieuwste film Knight of Cups. Ik smacht naar een essay als dat van Simon Critchley over The Thin Red Line (al maakt die analyse nog steeds veel duidelijk over de nieuwe film.) Dat zal nog op zich moeten laten wachten. Misschien moet ik het zelf doen, maar iets—behalve tijd—weerhoudt me er vooralsnog van: de persoonlijke reactie op Knight of Cups is precies dat: privé, een individuele taak.

Wat ik er in ieder geval wel over kwijt kan, is dat Knight of Cups heel nu is, in de wijze waarop het sommige vragen over liefde, authenticiteit, relaties, perceptie en kennis stelt. Omdat de film overvloeit met beelden—tijdens het kijken moest ik op een of ander manier aan De Aleph van Borges denken—is het lastig om er grip op te krijgen, maar Malick duikt dapper in de maalstroom van het leven van de 21ste eeuw waar “niemand meer om realiteit geeft.” Een van de mooiste momenten in de filmgeschiedenis is de aanval door de mist in The Thin Red Line en mist keert terug in Knight of Cups tijdens een desoriënterende clubscène, waardoor ik weet dat Malick precies weet waar het om gaat (dat Burial even later—of eerder—klinkt in een stripclub versterkt dat gevoel alleen maar.)

Daarnaast heeft Knight of Cups de juiste vorm voor een film in 2015. Geen plot, alleen intensiteiten. Naar het schijnt kreeg hoofdpersoon Christian Bale niet eens teksten aangeleverd, hoefde hij alleen maar te reageren. Het maakt ook niet uit, wat personages zeggen wordt vaak naar de achtergrond geduwd om plaats te maken voor de innerlijke monoloog of het web van muziek en geluidseffecten. Want Knight of Cups klinkt magistraal, de geluidswereld van de film vormt al een afzonderlijk meesterwerk. Een laatste gedachte die vooral opkwam tijdens de lange scène op een Hollywoodfeest (met Antonio Banderas in topvorm) is hoe het toch mogelijk is dat Malick zulke films voor elkaar krijgt? Is dat een nostalgie naar het avontuurlijke Hollywood van de jaren zeventig, waar Malick maar twee films maakte? Want het lijkt het er op dat acteurs (met het bijbehorende geld) in de rij staan om in zijn films te mogen spelen, alsof in een vreemd ritueel Hollywood zich door de films van Malick reinigt van de zonden, de geestdodende rotzooi, die het produceert.

donderdag 9 juli 2015

CompuServe 1992



Ik heb wel eens eerder opgemerkt hoe het steeds vreemder wordt om oudere films te zien omdat ze er technologisch armoedig uitzien. En dan zijn er films uit een soort tussenperiode. Gisteren keek ik voor het eerst in jaren weer eens Single White Female uit 1992, Barbet Schroeders fijn opbouwende thriller over een vrouwelijke vriendschap die ontspoort. Ik kon me heel veel details van de film herinneren -ik zag hem destijds in de bioscoop- zoals de Front 242 video die op een gegeven moment verschijnt, maar dus niet dat zoiets als internet al aanwezig is. Bridget Fonda loopt sowieso rond met een intrigerende laptop in mini-koffer en die gebruikt ze op een gegeven moment om een vliegticket mee te bestellen. Modems zag je daarvoor wel eens in films (Wargames wellicht al?) al bleef het resultaat op beeld vaak vrij beperkt. In Single White Female krijg je al menu's in beeld, iets wat zo zijn tijd vooruit was dat ik het destijds gewoonweg heb verdrongen. Mooie details worden nu zichtbaar als CompuServe (de eerste grote comerciele online speler), de menustructuur, het Apple-logo, "48K in disk" en de dial-up toon wanneer je computer met de telefoon contact maakte. Er ligt nog een hele internet-in-film archeologie te wachten waarin je kunt zien hoe de online wereld langzaam in plots wordt verwerkt.

Hier nog een screenshot van de vliegticket bestelling:


Het roept overigens een vreemd gevoel van nostalgie op, niet naar deze interface, maar wel naar de "zoekende periode" die nog een aantal jaar zou voortduren (tot het einde van het Netscape Tijdperk?), een onschuldig zoeken met beperkte gereedschappen en steeds het vermoeden dat er oneindige mogelijkheden wachten.

vrijdag 3 juli 2015

Robot ethiek

Gisteren Chappie eindelijk gezien. Een fascinerende, enigszins bombastische film. De verhaallijnen onder het duffe geschiet zette je wel aan het denken en Blomberg heeft als Zuid-Afrikaan bijna vanzelfsprekend een radar voor de relatie met de ander (oftewel racisme). Net als Ex_Machina (en Big Hero 6 niet te vergeten) gingen mijn gedachten tot weer naar de ethiek van de robots en a.i. Ik ben er van overtuigd dat in Ex_Machina (spoilerwaarschuwing) Ava, op het moment dat ze bewijst menselijk te zijn het recht op vrijheid heeft en in die zin is het gebruik van geweld niet meer dan zelfverdediging omdat ze tegen haar wil gevangen wordt. Chappie versterkt voor de zoveelste keer het idee dat robots niet antropomorf moeten zijn, al is het uit bescherming tegen de mens. Het was een vreemde gewaarwording om te merken dat wanneer Chappie wordt gekleineerd en gemarteld dit zeer ongemakkelijk voelt (een duidelijke andere ongemakkelijkheid dan bijvoorbeeld Audition), zelfs als je bedenkt dat het maar film is. En dat komt natuurlijk omdat de robot in zijn wezen onschuldig is, Blomberg doet er goed aan om dit hier expliciet te maken.

In dit artikel in Nature gaan een aantal wetenschappers in op ethische vragen rond robots. De antwoorden zijn op zich niet heel interessant en soms aan de defensieve kant, maar een aantal belangrijke vraagstukken worden er wel mee verkend (met name over geweld en de eerlijke distributie van robots.)

woensdag 3 juni 2015

Ambient Hitchcock (Ex_Machina)



Heb eindelijk Ex_Machina van Alex Garland gezien en kon concluderen dat we nu definitief een renaissance van de sciencefictionfilm doormaken. Stijlvol, eigenzinnig en handelend over de echte thema’s uit de 21ste eeuw. Het bewijst ook hoe minder geld een betere film kan opleveren, alleen al omdat je niet afhankelijk wordt van de eisen van mensen met vastgeroeste ideeën over sadistische actie, net-niet seks en vooral over muziek. Ex_Machina ziet er geweldig uit, maar waar je het duidelijkst de afwezigheid van Hollywood merkt, is de muziek van Geoff Barrow (Portishead) en Ben Salisbury, een hypnotiserende verzameling pulsen en bliepjes. Zo makkelijk is het, en laten we gewoon het beestje bij zijn naam noemen: het feit dat Carl Craig of Jeff Mills nog nooit een soundtrack voor een sciencefictionfilm hebben kunnen maken is gewoon het resultaat van racisme (ongetwijfeld gemarineerd in desinteresse.)

Hoe dan ook. Ex_Machina roept een aantal interessante vragen op. De film benadrukte alweer voor mij dat de mens nooit A.I. en robots een menselijke gedaante moet geven. We kunnen dat psychisch niet aan. Het lijkt wel of sommige angsten hierover al in onze hersens zijn vastgelegd: niet het trauma uit de jeugd dat ons leven stuurt, maar een trauma uit de toekomst. Ex_Machina hint er redelijk subtiel naar in de manier waarop kunst (maskers, schilderijen) al de blauwdrukken vormen voor de mens-machine. Aan de andere kant lijkt het heel lastig om dit niet te doen. Ik moest terugdenken aan de recentelijk Tegenlicht uitzending 'De Robot als Mens' en hoe met name in Japan die menselijke vorm wordt nagestreefd (Ex_Machina vindt trouwens op het laatst een mooie balans tussen de Westerse en Oosterse kijk op A.I. maar ik zal niets verraden over de plotontwikkelingen, het is een film waar je van te voren verder zo weinig over moet weten, zeker om het ambient Hitchcock effect goed te ondergaan.)

Die Tegenlicht uitzending was intrigerend al vond ik dat Daniel Dennett er een beetje bekaaid van afkwam. Zo zijn de documentaires nu eenmaal gestructureerd en gelukkig is op de website een langer, continu interview te zien waar hij iets dieper ingaat over de rol die evolutie zal spelen in de ontwikkeling van A.I. Vooral zijn laatste gedachte dat lang voordat een autonome A.I. operationeel wordt mensen waarschijnlijk het verschil niet meer interessant zullen vinden, beviel me wel. In die zin gebruikt Ex_Machina A.I. nog als de Ander, wat om een verhaal binnen bepaalde sciencefictionconventies te vertellen nodig is en ook al doet Garland dat op verfijnde wijze, het proces zal in realiteit veel subtieler gaan. De langzame onderdompeling in een netwerk van collectieve intelligentie dat nu nog moeilijk is voor te stellen.

vrijdag 29 mei 2015

Peak Retromania



Ik denk dat hiermee peak Retromania eindelijk is bereikt. Een soort geslaagde vulgarisering van retro, compleet volgestopt met verwijzingen. Waarom hierna nog verder gaan? Er valt niets meer te herontdekken. De makers van Kung Fury bewijzen ons een dienst: door versnelde overdaad retromania riduciliseren.

Overigens heb ik een paar kaar echt moeten lachen om Kung Fury met zijn verzameling slechte one-liners en verbeelding van de hemel als een videogame.

vrijdag 22 mei 2015

Fury Road: hyperreële retro met een groot probleem


Heb toch maar Mad Max: Fury Road in de bioscoop gezien, vooral omdat een aantal sciencefictionschrijvers op Twitter enthousiaste signalen afgaven. De film was uiteindelijk wel vermakelijk en behoeft ook verder geen diepgravende inhoudelijke analyse meer. De laag van onderdrukking en feminisme is kraakhelder (en misschien wel aan de flauwe kant.) Leuk om te zien in een grote actiefilm, maar dat blijft het vooral: een continue, hyperreële actiefilm die eigenlijk door de intensiteit van Charlize Theron wordt gered. Ik krijg ook het gevoel dat we in rondjes cirkelen, voordat de film begon kregen we namelijk een dodelijke combinatie van trailers voorgeschoteld: van zowel een Jurassic Park en Terminator remake (of reboot zoals het tegenwoordig eufemistisch heet). Fury Road werd daardoor meteen ingekaderd in een bredere retrocultuur. In die zin heb ik ook enigszins spijt dat ik door een kaartje te betalen een signaal heb afgegeven in te zijn voor dit soort opgevoerde retro.

Maar het meest teleurstellende aspect van Fury Road is zonder twijfel de muziek. Junkie XL—waar ik nooit een hoge pet van heb opgehad— is tegenwoordig soundtrackmaker in Hollywood en heeft de film compleet dichtgeplamuurd met bombast uit de neo-Wagneriaanse school van Hans Zimmer. Lelijk, maar vooral een gemiste kans. Mike Banks liet zich laatst ontvallen hoe vreemd het is dat sciencefictionfilms zo weinig gebruik maken van techno, wat na inmiddels twee decennia een absurde situatie vormt. Een film als Fury Road met zijn pompende machines vraagt om een subtiele elektronische soundtrack die met bliepjes accenten legt. En er is een precedent, namelijk Sorcerer  uit 1977 (ironisch genoeg ook een remake) met een soundtrack van Tangerine Dream. Dat zou het model moeten zijn, veel meer abstractie en sfeer dan emotioneel beuken. Deze samenvatting geeft een mooie indruk:


Er zijn zoveel muzikanten die een avontuurlijke soundtrack kunnen maken en Fury Road meteen in een mysterieuzere, intensere, film zouden veranderen. Ik vermoed zelfs dat de film zonder soundtrack beter af was geweest. Enkel het geluid van machines, het originele Futurisme.

vrijdag 17 april 2015

De nieuwe Star Wars trailer



Dat was een hele vreemde ervaring. Wellicht hielp het dat de verschijning onverwacht was. Zeker dat ik mij er niet zo mee bezig houdt waardoor met name de laatste scène me compleet overviel. Een nieuwe Star Wars trailer, een kort moment van collectiviteit, die deze keer mag worden omschreven als jubelstemming. Ik klikte half afgeleid op start, volgde het voertuig...en toen was ik meteen bij de les. Een waanzinnig shot dat eindigt in een beeld van een neergestorte star destroyer, de sfeer is meteen gezet. Mark Hamill (Luke Skywalker) herhaalt zijn monoloog uit Return of the Jedi (met een vreemd "schaduw" effect op zijn stem als je goed luistert) en je wordt er als liefhebber, zelfs als afstandelijke liefhebber, in getrokken. Maar wat mij het meest verbaasde, was mijn reactie op het laatste beeld, Chewbacca en Han Solo..."We're home." Door lagen opgebouwd cynisme heen dook dit ergens heel diep om een explosie van vreugde, nostalgie en ontroering teweeg te brengen. Natuurlijk is het een briljante edit die speelt met allerlei verwachtingen en herinneringen om precies de juiste pay-off te plaatsen. En het is maar Star Wars, en het is Disney en super commercieel...en toch, de oude schelm Han Solo, zo mooi.

"Maar is Star Wars retromania?" werd mij gisteren al snel gevraagd. Natuurlijk! Star Wars is gewoon verbonden met de periode 1977 - 1983 en deze nieuwe reeks speelt daar ongegeneerd op in met zijn citaten en terugkerende personages. "We're home" resoneert daarom denk ik bij zoveel mensen, omdat het echt zo voelt. De jeugd in de jaren zeventig, overzicht, eenvoudig verlangen, fantasie. Er bestaat zoiets als retro subliem, het is schaars, maar de nieuwe Star Wars zou het zo maar kunnen zijn. Misschien vormt het zelfs de vervolmaking van retromania.

zaterdag 31 januari 2015

Steve McQueen: een noodzakelijke vadermoord


Een link naar mijn nieuwe artikel voor Man Got Style 'Steven McQueen and the Need for a New Icon', want het kent een aantal overlappingen met het probleem van retromania.

Nu ik op zoek ging naar een foto viel me op a) hoeveel artikelen er zijn waarin McQueen als stijlicoon wordt gepresenteerd, b) dat ik onwillekeurig denk "coole outfit zeg!" Maar je moet streng zijn over dit soort mythes die zonder nadenken in stand worden gehouden.

donderdag 1 januari 2015

William Gibson over sciencefictionfilms

Ik kan het interview niet inbedden dus hier is gewoon de link naar het lange BFI interview met William Gibson. Veel interessante onderwerpen als schrijven voor film, favoriete films, de invloed van Blade Runner en Steely Dan teksten. Dankzij zijn enthousiasme ga ik La cité des enfants perdus (1995) binnenkort weer eens bekijken, een film die ik destijds in de bioscoop wel mooi en geinig vond, maar grotendeels ben vergeten. Het gesprek is erg de moeite waard voor liefhebbers van zowel film als sciencefiction. The Peripheral heb ik inmiddels uitgelezen en moet ik eigenlijk uitgebreid op terugkomen, maar ik worstel nog met een goede insteek. Dat is waarschijnlijk gerelateerd aan het ambivalente gevoel dat ik over het boek heb: geweldig als imaginaire wereld, schrijf-technisch op een aantal punten desastreus. Eigenlijk zou ik het snel een tweede keer moeten lezen, maar een gevoel van zonde houdt me tegen (er is namelijk nog zoveel voor de eerste keer te lezen.)

woensdag 12 november 2014

Over Interstellar

Gisteren naar Interstellar geweest. De film is goed genoeg voor een artikel over zijn plaats in sciencefiction en de vraag of het de interesse in de ruimtevaart weer kan doen herleven. 'Een stoffige wereld, een oude droom' vind je op MyJour

Over de film zelf: goed gemaakt maar uiteindelijk geen klassieker (hij is te lang en de hoofdpersoon maakt echt teveel mee. Als ruimtereizen iets zullen zijn is het wel saai.) Maar wel een ouderwetse bioscoopervaring waarbij je bij terugkeer op straat even moet adapteren.

En een handig overzicht dat online de ronde doet (heel onoverzichtelijk wordt het niet):

maandag 30 juni 2014

Een nieuwe wereldtentoonstelling

Essentieel. Ben aan mijn stand verplicht om er iets over te schrijven. Hier leg ik kort uit waarom de tentoonstelling over de films van David Cronenberg in Eye Amsterdam zo goed is (met een klein nostalgisch uitstapje naar de videotheek.) Inclusief een lijstje van vijf essentiële films (veel te weinig natuurlijk, maar je moet toch ergens beginnen.) Kreeg ontzettend zin om alles weer eens chronologisch te gaan kijken.