Posts tonen met het label Europa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Europa. Alle posts tonen
vrijdag 24 juni 2016
De Toekomst van Europa III: Nieuwe Kansen?
“There is no future/In England’s dreaming.”
Omdat veel sympathieke Britten heel erg voor ‘remain’ waren dacht ik de laatste tijd enigszins gelaten dat dit uiteindelijk wel een prima optie was. Maar nu naar het schijnt voor een Brexit is gestemd, ben ik eigenlijk vanuit eigen perspectief wel opgelucht. En ik denk dat menig politicus die de E.U. een warm hart toedraagt, samen met mensen die een ander Europa willen, dit stiekem ook zijn. Er zijn ongetwijfeld een groot aantal haken en ogen aan het hele uittredingstraject: het duurt lang en het Britse parlement moet er over stemmen, maar wanneer het daadwerkelijk wordt doorgezet tekent zich steeds duidelijker af dat de machtspositie van Engeland—later Verenigd Koninkrijk— in Europa, vanaf 1588 in gang gezet, definitief ten einde loopt. Het Verenigd Koninkrijk zal uit elkaar vallen omdat Schotland zich zal afscheiden, wellicht gevolgd door Ulster. Maar belangrijker voor het vasteland van Europa is dat een ongewillig lid van de E.U. vrijwillig zijn macht afstaat. Je las er opvallend weinig over in de aanloop naar het referendum. Hoe het Verenigd Koninkrijk, zeker sinds de opkomst van Thatcher, altijd zat te trollen in de E.U. nooit echt mee wilde doen, veranderingen tegenhield, de meest fundamentalistische neoliberale koers is blijven doordrukken en zich in wezen als een vazalstaat van de Verenigde Staten gedraagt (militair, economisch en op het gebied van surveillance.)
Vanuit het perspectief van hoopvolle Europeanen die wel van open grenzen, economische samenwerking, vrede en welvaart voor zoveel mogelijk mensen houden kan deze “crisis” niet anders dan als een grote kans worden gezien. In die zin is dit een interessant moment om te kijken hoe vooruitziend bepaalde politici zijn en dat zal vrijwel alleen Merkel zijn (geflankeerd door Van der Bellen en misschien Renzi) die eerder de pathetische chantage van Cameron liefdevol liet stranden. Maar veel zal afhangen van Europese burgers zelf die lokaal een einde moeten maken aan neoliberaal beleid. Een gunstige uitslag van de Spaanse verkiezingen zou al een krachtig tegensignaal afgeven. En het Grote Verhaal van de E.U. moet snel veranderen en beter gebracht worden, op zichzelf al een lastige klus met nieuwsmedia die dol zijn op conflicten en problemen. Maar alweer, als je er als individu niets voor wilt doen verdien je uiteindelijk de populist van dienst.
Met pro-Europese Britten (veel jongeren) heb ik te doen, maar aan de andere kant, een prutser als Cameron twee keer tot premier verkiezen? Het kiesstelsel maar niet kunnen hervormen? Dat is vragen om problemen. Hoe moeilijk het ook is om een geloofwaardig alternatief te bieden wanneer media buitenproportioneel gevestigde belangen van dienst zijn. Ik zou zeggen maak gebruik van de overgangsperiode en verhuis naar het Europese vastenland (of Schotland.) Veel is gezegd over de vulgaire angst voor vreemdelingen die is gemobiliseerd in aanloop naar het referendum en dat is een factor, maar de onderliggende wensdroom van een Brexit is natuurlijk een die ontspuit aan retromania. Een intense nostalgie van met name oudere generaties naar een Engeland dat gelukkig niet meer bestaat. De koloniën zijn allang onafhankelijk, de Wereldoorlogen waren niet romantisch, het Engelse voetbalelftal zal nooit meer een groot toernooi winnen, de staalindustrie bestaat niet meer en zonder reggae zou de Britse muziek na 1977 totaal niets voorstellen. De toekomst is open maar zoals ik het zie zullen in Engeland niet eens zo latente tendensen manifest worden: een typische “please, sir” politiestaat, waar Londen nog meer dan nu alles naar zich toetrekt en zich ongegeneerd ontpopt als offshore-hoofdstad van de wereld. Met extra veel regen. Interessant om vanaf een afstand te bezien, maar ik zou er voor geen geld willen wonen.
woensdag 9 september 2015
Een Nieuw Communisme?
Een scherpe Slavoj Žižek is de beste Žižek (kortom hij wordt niet afgeleid door gegoochel met films.) ‘The Non-Existence of Norway’ in London Review of Books heeft niet alleen een prachtige titel (hij wordt op wrange wijze uitgelegd) en een paar typisch žižekiaanse observaties (“To paraphrase Stalin, they are both worse.”) maar analyseert het huidige vluchtelingenprobleem op systematische wijze:
The new slavery is not confined to the suburbs of Shanghai, or Dubai, or Qatar. It is in our midst; we just don’t see it, or pretend not to see it. Sweated labour is a structural necessity of today’s global capitalism. Many of the refugees entering Europe will become part of its growing precarious workforce, in many cases at the expense of local workers, who react to the threat by joining the latest wave of anti-immigrant populism.En hij durft daardoor met vergaande oplossingen te komen. De aflsuitende weet Žižek toch mee te verrassen. Wie weet? De diagnose is denk ik onvermijdelijk, maar het label voor de kuur moet nog aan gewerkt worden (het is toch het politieke equivalent van Buckler.) Los van het feit dat het neoliberale systeem zo strak in de sociale realiteit is vervlochten dat alleen een alexandriaanse hakbeweging het nog kan slechten. Aangezien het tijdperk van leiders met de toevoeging “de Grote” allang achter ons ligt, zal de scheur alleen door rampspoed teweeg gebracht kunnen worden. Op ruïnes groeien ook bloemen.
zondag 19 juli 2015
De Toekomst van Europa II: de nabespreking
Je kunt in ieder geval concluderen dat de Griekse crisis een overdaad aan interessante artikelen oplevert. Een bepaalde intellectuele lethargie lijkt te zijn doorbroken en dat is alleen maar toe te juichen. Ik zal hier als een soort lappendeken een aantal links met citaten plaatsen, omdat in al zijn tegenstrijdigheden compleet niet duidelijk is wat de definitieve conclusie moet zijn, zelfs over bepaalde individuen. Ik denk op het moment dat SYRIZA met zijn provocatie al van onschatbare waarde is geweest en de sluier van de Europese Unie, waarmee het pretendeerde meer te zijn dan een economisch samenwerkingsproject, heeft afgerukt. Slavoj Žižek komt in een van zijn meer lucide stukken tot eenzelfde conclusie:
Dat betekent dat je nu als progressief twee kanten op kunt: of je zet je in om de E.U. om te vormen tot een samenwerking die voorbij de neoliberale tunnelvisie gaat, of je negeert het als een ontembaar technocratisch monster en concentreert je op vooruitgang op microniveau. Nikolia Apostolou, correspondent van De Correspondent maakte onlangs een korte film over een gemeenschap op het Griekse eiland Euboea, een verrassend snelle manifestatie van het idee dat ik eerder suggereerde. Niet mijn ideaal (ook al ziet het er op veel punten zeer verleidelijk uit), omdat ik altijd mijn bedenkingen heb over de machtsverhoudingen in zulke leefsituaties. Maar als alternatief kan ik het niet genoeg prijzen.
Paul Mason, die zelf in Athene leeft, heeft de afgelopen periode veel reportages en videoblogs gemaakt waarmee hij de situatie probeert te analyseren en kondigt nu het postkapitalisme aan:
Ik neig ernaar om dit als een onvermijdelijke uitkomst te zien. Alternatieve bewegingen zijn goed en op het juiste niveau bezig, maar tegelijkertijd ben ik sceptisch over de tijdsspanne waarin dit zal plaatsvinden en verwacht niet dat ik de vervolmaking nog zal meemaken (het zal in ieder geval niet een gebeurtenis zijn, meer een langzame verschuiving.)
Om terug te keren naar het hier en nu: een van de effecten die soms niet lijkt te zijn doordacht door de eurozone-technocraten is de manier waarop hun gedrag invloed kan hebben op het aangekondigde referendum over de vraag of het Verenigd Koninkrijk in de E.U. moet blijven. Of misschien is het wel een ingecalculeerd risico en verwacht men dat wanneer het zo ver is, de meeste mensen de afgelopen weken zullen zijn vergeten. Hoe dan ook, Camerons referendum was altijd een zorgvuldig georkestreerd pressiemiddel om gunstigere voorwaarden van de E.U. los te peuteren. Alleen een handvol anti-Europeanen in zijn eigen partij en kiezers van UKIP zouden voor uittreding stemmen. Dat lijkt dankzij Griekenland te zijn veranderd. Owen Jones geeft een goed overzicht van de groeiende linkse sympathie voor uittreding (een Lexit):
Tariq Ali komt in London Review of Books na een interessante historische analyse tot eenzelfde conclusie. Hieraan voorafgaand geeft hij een goede samenvatting van hoe we in deze situatie zijn terechtgekomen:
Ambrose Evans-Pritchard schreef in The Telegraph een tegendraads artikel waar Wolfgang Schäuble, de Duitse minister van financiën, in tegenstelling tot het beeld wat nu is ontstaan, eigenlijk de good guy is in het hele verhaal:
Vandaar ook de nieuwe neoliberale mythe dat de Griekse economie net op het moment dat SYRIZA werd verkozen op de goede weg was en in vijf maanden zomaar vijf jaar zorgvuldig beleid teniet is gedaan. Het medicijn (type chemotherapie) werkte echt!
Alleen de meest fanatieke taliban van de privatisering is er echt van overtuigd dat dit reddingsplan gaat werken. Beide partijen lijken vooral tijd te hebben gewonnen. De Trojka om hun imago op te vijzelen en de Grexit beter voor te bereiden, Tsipras om zijn land weer enigszins te laten functioneren. Ondertussen is het misschien geen slecht plan om die geldpersen van de drachme weer te repareren, gewoon voor het geval dat. Maar ik vermoed ook dat het Tsipras ergens niet slecht uitkomt om bepaalde veranderingen opgedrongen te krijgen. Een aantal eisen kan hij inzetten om de Griekse oligarchie te breken (al krijg je er hoogstwaarschijnlijk een nieuwe voor terug) en anderen plannen zullen ongetwijfeld verzanden in de doolhof van de Helleense bureaucratie. Wat het reddingsplan voor Tsipras onaantrekkelijk maakt, is de privatisering, waarvan de opbrengsten sowieso te hoog zijn ingeschat, maar die twee belangrijke nadelen kent. Het zorgt bij overnamen door internationale bedrijven voor een belastinglek richting postbusfirma’s en het betekent altijd dat het bedrijfsleven een te grote invloed krijgt op de politiek.
Privatisering zou in bepaalde gevallen al achterhaald moeten zijn, zo van “elektriciteitsnet, je mag het hebben.” Griekenland schijnt op het gebied van zonne-energie tot de top van Europa te behoren (zelfs beter dan Spanje waar het beleid is gesaboteerd door Partido Popular.) Maar ik heb nooit begrepen waarom dit niet al veel eerder is gebeurd in een land waar de geografie in combinatie met zonne-uren vraagt om deze manier van energieopwekking. Kortom, waarom is Griekenland niet de leider in zonne-energie innovatie? Een voor de hand liggende markt, vandaar dat anderen er natuurlijk eerder op waren gekomen. Zo vang je twee vliegen in een klap, kapitalisme bestaat immers bij gratie van fossiele brandstoffen.
Leftists all around Europe complain how today no one dares to really disturb the neoliberal dogma. The problem is real, of course: the moment one violates this dogma, or rather, the moment one is just perceived as a possible agent of such disturbance, tremendous forces are unleashed. Although these forces appear as objective economic factors, they are effectively forces of illusions, of ideology. But their material power is nonetheless utterly destructive.
Dat betekent dat je nu als progressief twee kanten op kunt: of je zet je in om de E.U. om te vormen tot een samenwerking die voorbij de neoliberale tunnelvisie gaat, of je negeert het als een ontembaar technocratisch monster en concentreert je op vooruitgang op microniveau. Nikolia Apostolou, correspondent van De Correspondent maakte onlangs een korte film over een gemeenschap op het Griekse eiland Euboea, een verrassend snelle manifestatie van het idee dat ik eerder suggereerde. Niet mijn ideaal (ook al ziet het er op veel punten zeer verleidelijk uit), omdat ik altijd mijn bedenkingen heb over de machtsverhoudingen in zulke leefsituaties. Maar als alternatief kan ik het niet genoeg prijzen.
Paul Mason, die zelf in Athene leeft, heeft de afgelopen periode veel reportages en videoblogs gemaakt waarmee hij de situatie probeert te analyseren en kondigt nu het postkapitalisme aan:
You only find this new economy if you look hard for it. In Greece, when a grassroots NGO mapped the country’s food co-ops, alternative producers, parallel currencies and local exchange systems they found more than 70 substantive projects and hundreds of smaller initiatives ranging from squats to carpools to free kindergartens. To mainstream economics such things seem barely to qualify as economic activity – but that’s the point. They exist because they trade, however haltingly and inefficiently, in the currency of postcapitalism: free time, networked activity and free stuff.
Ik neig ernaar om dit als een onvermijdelijke uitkomst te zien. Alternatieve bewegingen zijn goed en op het juiste niveau bezig, maar tegelijkertijd ben ik sceptisch over de tijdsspanne waarin dit zal plaatsvinden en verwacht niet dat ik de vervolmaking nog zal meemaken (het zal in ieder geval niet een gebeurtenis zijn, meer een langzame verschuiving.)
Om terug te keren naar het hier en nu: een van de effecten die soms niet lijkt te zijn doordacht door de eurozone-technocraten is de manier waarop hun gedrag invloed kan hebben op het aangekondigde referendum over de vraag of het Verenigd Koninkrijk in de E.U. moet blijven. Of misschien is het wel een ingecalculeerd risico en verwacht men dat wanneer het zo ver is, de meeste mensen de afgelopen weken zullen zijn vergeten. Hoe dan ook, Camerons referendum was altijd een zorgvuldig georkestreerd pressiemiddel om gunstigere voorwaarden van de E.U. los te peuteren. Alleen een handvol anti-Europeanen in zijn eigen partij en kiezers van UKIP zouden voor uittreding stemmen. Dat lijkt dankzij Griekenland te zijn veranderd. Owen Jones geeft een goed overzicht van de groeiende linkse sympathie voor uittreding (een Lexit):
Other treaties and directives enforce free market policies based on privatisation and marketisation of our public services and utilities. David Cameron is now proposing a renegotiation that will strip away many of the remaining “good bits” of the EU, particularly opting out of employment protection rules. Yet he depends on the left to campaign for and support his new package, which will be to stay in an increasingly pro-corporate EU shorn of pro-worker trappings. Can we honestly endorse that?
Tariq Ali komt in London Review of Books na een interessante historische analyse tot eenzelfde conclusie. Hieraan voorafgaand geeft hij een goede samenvatting van hoe we in deze situatie zijn terechtgekomen:
When capitalism went into crisis in 2008, the scale of the disaster was such that Joseph Stiglitz was convinced it was the end of neoliberalism, that new economic structures would be needed. Wrong, alas, on both counts. The EU rejected any notion of stimulus, except for the banks whose recklessness, backed by politicians, had been responsible for the crisis in the first place. Taxpayers in Europe and the United States gave trillions to the banks. The Greek debt by comparison was trivial. But the EU didn’t want to make any shifts that could damage the process of financialisation that they had insisted was the only way forward. Greece, the weakest link in the EU chain, went first, followed by Spain, Portugal, Ireland. Italy was on the brink. The Troika dictated the policies to be followed in all these countries.
Ambrose Evans-Pritchard schreef in The Telegraph een tegendraads artikel waar Wolfgang Schäuble, de Duitse minister van financiën, in tegenstelling tot het beeld wat nu is ontstaan, eigenlijk de good guy is in het hele verhaal:
What Greece is being asked to do is scientifically impossible. Almost everybody involved in the talks knows this. Yet the lie goes on because the dysfunctional nature of EMU politics and governance makes it impossible to come clean. The country is dishonestly kept in a permanent state of crisis.
Vandaar ook de nieuwe neoliberale mythe dat de Griekse economie net op het moment dat SYRIZA werd verkozen op de goede weg was en in vijf maanden zomaar vijf jaar zorgvuldig beleid teniet is gedaan. Het medicijn (type chemotherapie) werkte echt!
Alleen de meest fanatieke taliban van de privatisering is er echt van overtuigd dat dit reddingsplan gaat werken. Beide partijen lijken vooral tijd te hebben gewonnen. De Trojka om hun imago op te vijzelen en de Grexit beter voor te bereiden, Tsipras om zijn land weer enigszins te laten functioneren. Ondertussen is het misschien geen slecht plan om die geldpersen van de drachme weer te repareren, gewoon voor het geval dat. Maar ik vermoed ook dat het Tsipras ergens niet slecht uitkomt om bepaalde veranderingen opgedrongen te krijgen. Een aantal eisen kan hij inzetten om de Griekse oligarchie te breken (al krijg je er hoogstwaarschijnlijk een nieuwe voor terug) en anderen plannen zullen ongetwijfeld verzanden in de doolhof van de Helleense bureaucratie. Wat het reddingsplan voor Tsipras onaantrekkelijk maakt, is de privatisering, waarvan de opbrengsten sowieso te hoog zijn ingeschat, maar die twee belangrijke nadelen kent. Het zorgt bij overnamen door internationale bedrijven voor een belastinglek richting postbusfirma’s en het betekent altijd dat het bedrijfsleven een te grote invloed krijgt op de politiek.
Privatisering zou in bepaalde gevallen al achterhaald moeten zijn, zo van “elektriciteitsnet, je mag het hebben.” Griekenland schijnt op het gebied van zonne-energie tot de top van Europa te behoren (zelfs beter dan Spanje waar het beleid is gesaboteerd door Partido Popular.) Maar ik heb nooit begrepen waarom dit niet al veel eerder is gebeurd in een land waar de geografie in combinatie met zonne-uren vraagt om deze manier van energieopwekking. Kortom, waarom is Griekenland niet de leider in zonne-energie innovatie? Een voor de hand liggende markt, vandaar dat anderen er natuurlijk eerder op waren gekomen. Zo vang je twee vliegen in een klap, kapitalisme bestaat immers bij gratie van fossiele brandstoffen.
Labels:
2014,
E.U.,
Europa,
Griekenland,
links
zondag 5 juli 2015
De Toekomst van Europa
Geen slecht moment om deze vraag te stellen: wat is de toekomst van Europa? De dreigende Grexit (of is dat alleen maar een dreigement?) maakt veel dingen duidelijk over de huidige staat van het continent en de dreigende mislukking van de Europese Unie. Dus is het ook tijd om naar alternatieven te kijken.
Allereerst, de huidige situatie. Een hypothetische Grexit is niet het einde van de E.U. of eurozone maar wel degelijk zoiets als de dood van een Europees project. Ongetwijfeld zal de bureaucratische machine nog decennia blijven doordraaien, maar als positief project heeft het geen waarde meer. Er gaat geen New Deal voor Europa komen. De E.U. heeft gekozen om op ondemocratisch wijze, een neoliberaal instituut te worden, dat geen enkel politieke alternatief duldt en functioneert ten behoeve van financiële instellingen in plaats van zijn burgers. Martin Schulz—president van het Europees parlement, alleen in naam nog sociaaldemocraat—liet zijn masker vallen toen hij opmerkte dat na een ja-stem bij het referendum meteen nieuwe Griekse verkiezingen moesten worden uitgeschreven, waar in de tussentijd een technocratisch regering verder kon onderhandelen om zo snel mogelijk een deal te sluiten met de schuldeisers. Tsipras zal ongetwijfeld vallen, maar wanneer het gebeurt, is zijn historische waarde al veiliggesteld. Hij heeft de ware aard van de E.U. laten zien en ondertussen zolang volgehouden dat de IMF, ECB en politici elkaar tegenspreken en zelfs zoiets als fouten toegeven. Reden ook waarom Tsipras gestraft moet worden en nooit met de eer van een beter schuldenbeleid zal mogen strijken (probleem hierbij is wel dat Syriza nieuwe verkiezingen waarschijnlijk glansrijk gaat winnen.)
Griekenland zal in een Grexit-scenario een moeilijke periode tegemoet kunnen zien, maar de bevrijding om geen orders van technocraten te hoeven slikken, zal op lange termijn groot zijn. Griekenland is ouder dan de rest en heeft veel ergere gevaren overleefd. Het is mijn bescheiden mening dat Griekenland nooit tot de euro had moeten worden toegelaten en zelfs toetreding tot de E.U.—zonder serieuze eisen van herstructurering van een maatschappij die structureel dichter bij de middeleeuwen dan moderniteit staat—kun je gerust een blunder noemen. De rest volgt eigenlijk uit deze beslissingen (Olympische Spelen organiseren helpt ook nooit.) Syriza identificeerde de problemen correct en diepgaand maar heeft in een half jaar natuurlijk nooit decennia van wanbeleid teniet kunnen doen. Hierdoor is men in een situatie terechtgekomen waarbij je een keuze moet maken tussen het afhakken van de linker- of rechterhand. Het is ook tijd om te concluderen dat Scandinavische landen met vooruitziende blik hebben gehandeld. Zweden door niet voor de euro te kiezen en Noorwegen door helemaal uit de E.U. te blijven (waardoor bijvoorbeeld goudmijn Statoil nooit doelwit van “verplichte” privatisering kon worden en de pensioenen van komende generaties veilig zijn gesteld.) En dan is er het geval IJsland dat aanvraag voor lidmaatschap op tijd terugtrok, de financiële sector kortwiekte en nu de maatschappij naar eigen inzicht kan inrichten.
Het Europese project heeft zoveel schade opgelopen dat het lastig is te redden. Euroscepticisme vanuit een nostaligisch-nationalistisch gedachtegoed was al aanzienlijk, maar zal nu alleen maar toenemen vanuit linkse hoek nu politici steeds duidelijker signalen afgeven dat ze geen idee hebben waar ze mee bezig zijn. Iemand als Merkel die zogenaamd de Bazin van Europa moet voorstellen, spreekt vermoeid in korte platitudes die kritiekloos door media en pers worden verspreid. De verslaggever van het NOS journaal in Brussel, om een voorbeeld te noemen, gaat nooit in op details over reddingsplannen en is de facto een van de woordvoerders van de Trojka. Het zijn Amerikaanse kranten en tijdschriften waar je de laatste maanden de kritische artikelen moet lezen over de Europese malaise. Een troost maar het blijft wrang om te zien dat een voorheen linkse kwaliteitskrant als El País het neoliberale recept blijft uitschrijven, behalve als het gaststukken van Krugman of Stiglitz plaatst.
Is er dan nog een toekomst voor Europa? Niet op de manier die vanuit Brussel wordt gecoördineerd. Er zijn teveel bureaucratische lagen ontstaan die een verstikkende invloed hebben op de Europese realiteit. En een van de lagen zal moeten verdwijnen: de Europese of de nationale. Als serieus werk wordt gemaakt van een echte Europese Unie moet bovendien de Europese commissie als ondemocratisch orgaan worden afgeschaft. Maar gezien de grote afstand tussen bestuurder en burger is het inmiddels tijd om je af te vragen of het model van een unie nog wel werkt. In de Verenigde Staten beginnen ook steeds meer scheuren te ontstaan die met name door de recente uitspraak van het Federaal Hooggerechtshof inzake het homohuwelijk, racistisch politiegeweld en het doordrukken van schimmige handelsverdragen nog duidelijker zichtbaar zijn geworden en wat patriottisme steeds slechter weet te camoufleren.
De positieve boodschap is dat de toekomst van Europa al in gang is gezet. De doorzichtige manier van de Europese politieke elite om Syriza te breken voordat een alternatief op het neoliberale nihilisme zich kon verspreiden, komt te laat omdat men zijn angst projecteert op nationale overheden. De recente regionale verkiezingen in Spanje hebben onlangs op een cruciaal niveau voor omwentelingen gezorgd, namelijk op stadsniveau. Grote steden als Madrid, Barcelona en Valencia gaan het anders doen en ook al heb je te maken met nationale en Europese geldstromen, de realiteit van de individuele straat en wijk is belangrijker dan de niveaus er boven (het onafhankelijkheidsstreven van Catalonië is niet veel meer dan een verkapt neoliberaal project dat de Catalaanse elite moet beschermen.) Want steden zijn de ware knooppunten in netwerken waar de leefwereld wordt gekoppeld aan globale informatiestromen. Wie zich politiek wil engageren doet er goed aan om zich van nu af aan op het lokale niveau te concentreren door de directe leefbaarheid te verbeteren. Soms zullen Noord-Europese steden een voorsprong kennen maar landen rond de Middelandse Zee zijn traditioneel geschikt voor een lokale praktijk (de geografie van Griekenland met zijn grote aantal eilanden is er voor gemaakt.) Denk hierbij aan de volgende onderwerpen:
Informatie-infrastructuur: glasvezelnetwerken voor optimaal internetgebruik en gratis wi-fi door de hele stad. Het is de basis voor een flexibele arbeidsmarkt en voor allerlei diensten. Een terrein waar Nederland met zijn geringe oppervlakte en vergaande informatiekennis een serieuze voorsprong heeft.
Milieu: nog steeds zijn grote steden vervuilend. Ook al wil men het in de Nederlandse politiek niet zien (het verlies van de gasinkomsten is al traumatisch, laat staan een vermindering van brandstofaccijnzen) loopt het tijdperk van de auto langzaam ten einde. Steden zullen nu serieus openbaar vervoer moeten gaan ontwikkelen met echt regionaal bereik. Duurzame energie moet op allerlei terreinen voorrang krijgen en gestimuleerd worden op het niveau van huishoudens.
Balans toerisme/leefbaarheid: Het is opvallend dat Ada Colau, de nieuwe burgemeester van Barcelona, heel snel de wildgroei aan toerisme in de stad probeert af te stoppen. Of toerisme zich de komende decennia kan blijven ontwikkelen wanneer goedkoop vliegen tot het verleden hoort, is maar de vraag. Tot die tijd is het de nieuwe realiteit en ook al irriteert het veel bewoners zorgt het voor een dynamische stad en inkomstenbronnen. Toch zal een serieuze balans moeten worden gevonden om zowel het levende museumeffect van Venetië te vermijden als het dichtslibben van binnensteden. Autovrije stadskernen zijn een vereiste (altijd in combinatie met het bovengenoemde openbaar vervoer).
Lokale economie: de stad zal minder afhankelijk moeten worden van onroerend goedklappers en wanneer er gebouwd wordt, moeten het woningen zijn in elk segment. De tijd van (hoofd)kantoren in de binnenstad is voorbij. Steden moeten met elkaar concurreren in plaats van nationale economieën. Concurrentie kan worden gestimuleerd door algemene leefbaarheid. Experimenten met basisinkomens zijn waarschijnlijk lastig op nationaal, laat staan Europees niveau, te implementeren maar kunnen op stadsniveau een aantrekkelijk vestigingsklimaat presenteren (denk in de Nederlandse situatie aan steden buiten de Randstad/Eindhoven). Steden kunnen meer experimenteren met lokale betalingsmiddelen voor collectieve diensten als openbaar vervoer, de aanschaf van fietsen of gemeentelijke uitkeringen. Bitcoin heeft in ieder geval bewezen dat een digitale betalingseenheid mogelijk is (alleen was het mijnen ervan vrijwel onmogelijk voor leken.)
Vrijheid: steden moeten gaan concurreren met vrijheid. Een vrijheidsmeter kan dit inzichtelijk maken. Factoren als digitale privacy, vrijheid in de openbare ruimte, stimulering van diverse levensstijlen, antiracisme wetgeving, legalisering van drugs moeten een waarde opleveren. Een grotere concurrentiekracht op het gebied van levensstijlen zal bovendien zorgen voor een economisch concurrentievoordeel. Mensen willen graag in vrije en leefbare steden wonen. Je kunt dan bijvoorbeeld een eenvoudige keuze maken tussen Londen (hard op weg naar een politiestaat maar economisch libertair), Kopenhagen (groen en liberaal) of Berlijn (creatief maar chaotisch).
De toekomst van Europa is er een waar vooruitgang wordt losgekoppeld van groei. Economische principes moeten terugkeren naar het reële, verankerd worden in het lokale en losgekoppeld van globale geldstromen die alleen zijn gemaakt voor speculatie. Daarbij zal de consumptielevensstijl van de tweede helft van de 20ste eeuw moeten worden losgelaten. Gelukkig zijn er voorzichtige verschuivingen te ontwaren waarbij alternatieve ideeën van het goede leven worden voorgesteld, het goede leven voor zoveel mogelijk mensen. Verwacht hierbij (voorlopig) geen hulp van het politieke establishment, dit moet men zelf doen door steeds weer invloed te proberen uitoefenen op beslissingen. Een lange reeks kleine overwinningen in plaats van een onhandige revolutie.
Allereerst, de huidige situatie. Een hypothetische Grexit is niet het einde van de E.U. of eurozone maar wel degelijk zoiets als de dood van een Europees project. Ongetwijfeld zal de bureaucratische machine nog decennia blijven doordraaien, maar als positief project heeft het geen waarde meer. Er gaat geen New Deal voor Europa komen. De E.U. heeft gekozen om op ondemocratisch wijze, een neoliberaal instituut te worden, dat geen enkel politieke alternatief duldt en functioneert ten behoeve van financiële instellingen in plaats van zijn burgers. Martin Schulz—president van het Europees parlement, alleen in naam nog sociaaldemocraat—liet zijn masker vallen toen hij opmerkte dat na een ja-stem bij het referendum meteen nieuwe Griekse verkiezingen moesten worden uitgeschreven, waar in de tussentijd een technocratisch regering verder kon onderhandelen om zo snel mogelijk een deal te sluiten met de schuldeisers. Tsipras zal ongetwijfeld vallen, maar wanneer het gebeurt, is zijn historische waarde al veiliggesteld. Hij heeft de ware aard van de E.U. laten zien en ondertussen zolang volgehouden dat de IMF, ECB en politici elkaar tegenspreken en zelfs zoiets als fouten toegeven. Reden ook waarom Tsipras gestraft moet worden en nooit met de eer van een beter schuldenbeleid zal mogen strijken (probleem hierbij is wel dat Syriza nieuwe verkiezingen waarschijnlijk glansrijk gaat winnen.)
Griekenland zal in een Grexit-scenario een moeilijke periode tegemoet kunnen zien, maar de bevrijding om geen orders van technocraten te hoeven slikken, zal op lange termijn groot zijn. Griekenland is ouder dan de rest en heeft veel ergere gevaren overleefd. Het is mijn bescheiden mening dat Griekenland nooit tot de euro had moeten worden toegelaten en zelfs toetreding tot de E.U.—zonder serieuze eisen van herstructurering van een maatschappij die structureel dichter bij de middeleeuwen dan moderniteit staat—kun je gerust een blunder noemen. De rest volgt eigenlijk uit deze beslissingen (Olympische Spelen organiseren helpt ook nooit.) Syriza identificeerde de problemen correct en diepgaand maar heeft in een half jaar natuurlijk nooit decennia van wanbeleid teniet kunnen doen. Hierdoor is men in een situatie terechtgekomen waarbij je een keuze moet maken tussen het afhakken van de linker- of rechterhand. Het is ook tijd om te concluderen dat Scandinavische landen met vooruitziende blik hebben gehandeld. Zweden door niet voor de euro te kiezen en Noorwegen door helemaal uit de E.U. te blijven (waardoor bijvoorbeeld goudmijn Statoil nooit doelwit van “verplichte” privatisering kon worden en de pensioenen van komende generaties veilig zijn gesteld.) En dan is er het geval IJsland dat aanvraag voor lidmaatschap op tijd terugtrok, de financiële sector kortwiekte en nu de maatschappij naar eigen inzicht kan inrichten.
Het Europese project heeft zoveel schade opgelopen dat het lastig is te redden. Euroscepticisme vanuit een nostaligisch-nationalistisch gedachtegoed was al aanzienlijk, maar zal nu alleen maar toenemen vanuit linkse hoek nu politici steeds duidelijker signalen afgeven dat ze geen idee hebben waar ze mee bezig zijn. Iemand als Merkel die zogenaamd de Bazin van Europa moet voorstellen, spreekt vermoeid in korte platitudes die kritiekloos door media en pers worden verspreid. De verslaggever van het NOS journaal in Brussel, om een voorbeeld te noemen, gaat nooit in op details over reddingsplannen en is de facto een van de woordvoerders van de Trojka. Het zijn Amerikaanse kranten en tijdschriften waar je de laatste maanden de kritische artikelen moet lezen over de Europese malaise. Een troost maar het blijft wrang om te zien dat een voorheen linkse kwaliteitskrant als El País het neoliberale recept blijft uitschrijven, behalve als het gaststukken van Krugman of Stiglitz plaatst.
Is er dan nog een toekomst voor Europa? Niet op de manier die vanuit Brussel wordt gecoördineerd. Er zijn teveel bureaucratische lagen ontstaan die een verstikkende invloed hebben op de Europese realiteit. En een van de lagen zal moeten verdwijnen: de Europese of de nationale. Als serieus werk wordt gemaakt van een echte Europese Unie moet bovendien de Europese commissie als ondemocratisch orgaan worden afgeschaft. Maar gezien de grote afstand tussen bestuurder en burger is het inmiddels tijd om je af te vragen of het model van een unie nog wel werkt. In de Verenigde Staten beginnen ook steeds meer scheuren te ontstaan die met name door de recente uitspraak van het Federaal Hooggerechtshof inzake het homohuwelijk, racistisch politiegeweld en het doordrukken van schimmige handelsverdragen nog duidelijker zichtbaar zijn geworden en wat patriottisme steeds slechter weet te camoufleren.
De positieve boodschap is dat de toekomst van Europa al in gang is gezet. De doorzichtige manier van de Europese politieke elite om Syriza te breken voordat een alternatief op het neoliberale nihilisme zich kon verspreiden, komt te laat omdat men zijn angst projecteert op nationale overheden. De recente regionale verkiezingen in Spanje hebben onlangs op een cruciaal niveau voor omwentelingen gezorgd, namelijk op stadsniveau. Grote steden als Madrid, Barcelona en Valencia gaan het anders doen en ook al heb je te maken met nationale en Europese geldstromen, de realiteit van de individuele straat en wijk is belangrijker dan de niveaus er boven (het onafhankelijkheidsstreven van Catalonië is niet veel meer dan een verkapt neoliberaal project dat de Catalaanse elite moet beschermen.) Want steden zijn de ware knooppunten in netwerken waar de leefwereld wordt gekoppeld aan globale informatiestromen. Wie zich politiek wil engageren doet er goed aan om zich van nu af aan op het lokale niveau te concentreren door de directe leefbaarheid te verbeteren. Soms zullen Noord-Europese steden een voorsprong kennen maar landen rond de Middelandse Zee zijn traditioneel geschikt voor een lokale praktijk (de geografie van Griekenland met zijn grote aantal eilanden is er voor gemaakt.) Denk hierbij aan de volgende onderwerpen:
Informatie-infrastructuur: glasvezelnetwerken voor optimaal internetgebruik en gratis wi-fi door de hele stad. Het is de basis voor een flexibele arbeidsmarkt en voor allerlei diensten. Een terrein waar Nederland met zijn geringe oppervlakte en vergaande informatiekennis een serieuze voorsprong heeft.
Milieu: nog steeds zijn grote steden vervuilend. Ook al wil men het in de Nederlandse politiek niet zien (het verlies van de gasinkomsten is al traumatisch, laat staan een vermindering van brandstofaccijnzen) loopt het tijdperk van de auto langzaam ten einde. Steden zullen nu serieus openbaar vervoer moeten gaan ontwikkelen met echt regionaal bereik. Duurzame energie moet op allerlei terreinen voorrang krijgen en gestimuleerd worden op het niveau van huishoudens.
Balans toerisme/leefbaarheid: Het is opvallend dat Ada Colau, de nieuwe burgemeester van Barcelona, heel snel de wildgroei aan toerisme in de stad probeert af te stoppen. Of toerisme zich de komende decennia kan blijven ontwikkelen wanneer goedkoop vliegen tot het verleden hoort, is maar de vraag. Tot die tijd is het de nieuwe realiteit en ook al irriteert het veel bewoners zorgt het voor een dynamische stad en inkomstenbronnen. Toch zal een serieuze balans moeten worden gevonden om zowel het levende museumeffect van Venetië te vermijden als het dichtslibben van binnensteden. Autovrije stadskernen zijn een vereiste (altijd in combinatie met het bovengenoemde openbaar vervoer).
Lokale economie: de stad zal minder afhankelijk moeten worden van onroerend goedklappers en wanneer er gebouwd wordt, moeten het woningen zijn in elk segment. De tijd van (hoofd)kantoren in de binnenstad is voorbij. Steden moeten met elkaar concurreren in plaats van nationale economieën. Concurrentie kan worden gestimuleerd door algemene leefbaarheid. Experimenten met basisinkomens zijn waarschijnlijk lastig op nationaal, laat staan Europees niveau, te implementeren maar kunnen op stadsniveau een aantrekkelijk vestigingsklimaat presenteren (denk in de Nederlandse situatie aan steden buiten de Randstad/Eindhoven). Steden kunnen meer experimenteren met lokale betalingsmiddelen voor collectieve diensten als openbaar vervoer, de aanschaf van fietsen of gemeentelijke uitkeringen. Bitcoin heeft in ieder geval bewezen dat een digitale betalingseenheid mogelijk is (alleen was het mijnen ervan vrijwel onmogelijk voor leken.)
Vrijheid: steden moeten gaan concurreren met vrijheid. Een vrijheidsmeter kan dit inzichtelijk maken. Factoren als digitale privacy, vrijheid in de openbare ruimte, stimulering van diverse levensstijlen, antiracisme wetgeving, legalisering van drugs moeten een waarde opleveren. Een grotere concurrentiekracht op het gebied van levensstijlen zal bovendien zorgen voor een economisch concurrentievoordeel. Mensen willen graag in vrije en leefbare steden wonen. Je kunt dan bijvoorbeeld een eenvoudige keuze maken tussen Londen (hard op weg naar een politiestaat maar economisch libertair), Kopenhagen (groen en liberaal) of Berlijn (creatief maar chaotisch).
De toekomst van Europa is er een waar vooruitgang wordt losgekoppeld van groei. Economische principes moeten terugkeren naar het reële, verankerd worden in het lokale en losgekoppeld van globale geldstromen die alleen zijn gemaakt voor speculatie. Daarbij zal de consumptielevensstijl van de tweede helft van de 20ste eeuw moeten worden losgelaten. Gelukkig zijn er voorzichtige verschuivingen te ontwaren waarbij alternatieve ideeën van het goede leven worden voorgesteld, het goede leven voor zoveel mogelijk mensen. Verwacht hierbij (voorlopig) geen hulp van het politieke establishment, dit moet men zelf doen door steeds weer invloed te proberen uitoefenen op beslissingen. Een lange reeks kleine overwinningen in plaats van een onhandige revolutie.
Abonneren op:
Posts (Atom)

