Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label museum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label museum. Alle posts tonen

dinsdag 18 februari 2025

De 60 euro reissue

Ik keek laatst met enig verlangen uit naar de heruitgave van Dreamfish, een samenwerking tussen ambientgrootheden Pete Namlook en Mixmaster Morris uit 1994. Zoals de laatste jaren gebruikelijk zijn dit soort heruitgaven in prachtig meervoudig vinyl gegoten met als alternatief goedkope digitale files, die al snel vergeten raken op harde schijven of USB-sticks. Na nerveus klikken (de Namlook-reissues zijn elke keer een gelimiteerde oplage) klaar om af te rekenen, keek ik, na het plotseling toevoegen van belasting, verbaasd naar een totaalrekening van 60 euro (of wel, 15 euro per track.) En daar doe ik niet aan mee, hoeveel ik ook van jaren negentig electronica houd. Vanzelfsprekend vind ik het prachtig dat deze muziek levend wordt gehouden maar ik ontwaar een zorgelijke trend waar muziek als object langzaamaan in een luxeartikel verandert (in dit geval extra ironisch aangezien Namlook naam maakte met een stroom aan goedkope cd-uitgaven.) Wat in wezen oneigenlijk is aan popmuziek. Al hoeft het niet te bevreemden, de LP, de cassette en cd zijn dragers uit een andere mediaconstellatie die hoort in de vorige eeuw. Muziek wordt als populaire cultuur massaal geconsumeerd via digitale kanalen (Spotify, TikTok, YouTube, waarschijnlijk nog steeds Soulseek.) Al het ander is museïficatie, verzamelen en de vorming van alternatieve geschiedenissen. Een niche, die zoals we al hadden geobserveerd met jaren zestig muziek, eindeloos is te objectiveren in boxsets en nog betere mixen. Het mooiste alternatief: de gelukkige (en geduldige) hand van de tweedehands-cd-bakken.

zondag 3 april 2022

Een Omgekeerde Ontheiliging

 


Het is de meest controversiële plaat in jaren, zeker in het technogenre, bij verschijning meteen geridiculiseerd en afgekraakt. Ik heb het over Consumed in Key, de herbewerking van technoklassieker Consumed (1998) van Plastikman door pianist Chilly Gonzales, onder andere bekend van zijn solo pianowerken, samenwerking met Daft Punk en amusante serie Pop Masterclass filmpjes. In eerste instantie nam ik het nieuws voor kennisgeving aan, maar wanneer de wil-tot-teleurstelling direct zo krachtig raast, moet er wel iets aan de hand zijn. Een artikel over het project waarin de heren, inclusief intermediair Tiga (zelf naar eigen zeggen geobsedeerd met het album), hun relatie met Consumed uitleggen intrigeerde me zodanig dat ik besloot om de plaat een kans te geven.
 
Consumed is vanaf de eerste dag een van mijn favoriete technoplaten geweest, een zelfverzekerde verfijning van de mensmachine-esthetiek en muzikale uitwerking van de schilderijen van Mark Rothko. Techno voorbij de dansvloer, muziek voor contemplatie. Een fraai vormgegeven cd die ik nog steeds regelmatig draai, ook al heb ik hem zodanig verzadigd dat ik soms vergeet dat hij opstaat. In die zin alleen al breekt Consumed in Key, met zijn impressionistische toevoegingen, de muziek open, laat het me op hernieuwde wijze luisteren. Soms werkt het niet en klinkt het alsof Gonzales achteloos meespeelt terwijl de plaat bij de buren is opgezet en soms zijn er slimme toevoegingen die gebruik maken van de ruimte en cadans in deze verstilde technobouwsels. Niet een plaat die ik nog vaak zal opzetten en meer een vorm van conceptuele kunst waar ik totaal geen moeite mee heb.
 
Chilly Gonzales mag een begenadigd pianist zijn maar hij is ook een provocateur die zichzelf eind jaren negentig bij aankomst in in de Duitse hoofdstad President van de Berlijnse Underground kroonde en eerder een van zijn meest poppy nummers ‘Making a Jew Cry’ noemde. In een bijgaande video legt Gonzales uit dat hij Consumed niet als klassieker kende, maar twintig jaar later achteloos voorbij hoorde komen en de muziek bijna als een bedreiging voelde die beantwoord moest worden. En ook al spreekt hij het niet uit ga ik ervan uit dat hij weet dat hij heiligschennis pleegt, een elegante vorm van vandalisme. Ergens deed het me denken aan L.H.O.O.Q. waar Marcel Duchamps een snor op de Mona Lisa tekent. Maar dan omgekeerd, alsof iemand de pisbak van Duchamps schildert in de stijl van Rembrandt. Want een piano in techno is niet zomaar een extra instrument. 
Voor Hawtin is het toelaten van een akoestisch instrument in zijn muziek tot nu toe ondenkbaar geweest. Dat hij zijn magnum opus vrijgeeft is een dappere beslissing, al was het omdat het de streng futuristische lading van de muziek vrijwel zeker zal ontkrachten. Een piano is immers niet alleen een instrument, het is in navolging van Barthes een mythologie, een symbool van bourgeois respectabiliteit. Zie alleen al het lot van Erik Satie wiens surrealistische streken uiteindelijk eindigden als achtergrondmuziek in talloze reclames of fijnzinnige Japanse films. Piano in de abstracte geluidswereld van Consumed is nooit een neutraal gebaar. Het is echter niet zonder precedent. Maxence Cyrin presenteerde in 2005 met Modern Rhapsodies een verzameling pianobewerkingen van danstracks waaronder magistraal melancholische bewerkingen van ‘Don’t You Want Me’ (Felix) en ‘Windowlicker’ (Aphex Twin). Al jaren is de pianist Francesco Tristano te horen op samenwerkingen met Derrick May, Carl Craig en Moritz Von Oswald (Auricle / Bio / On uit 2008 is een minimalistische voorloper van Consumed in Key waar nauwelijks aandacht aan werd besteed.) 

The sound of techno was both lush and brittle, gnomic and expansive, the lingo used for song titles and labels signalling its origins in crossed-wire transplantation: Shifted Phase, Waveform Transmission, Submerge, Clone, Ground Zero. 

Ian Penmans welhaast achteloze beschrijving van vroege Detroit techno roept herinneringen op van hoe machinaal en ruig de muziek in de beginjaren klonk. Signalen, elektriciteit, oversturing. Desondanks is er altijd ruimte geweest voor klassieke invloeden als de dramatische strijkersarrangementen van Mike Banks en de in eerste instantie mechanische piano, zoals te vinden op de sleuteltrack ‘Strings of Life’, door Derrick May zelf omschreven als “23rd century ballroom music”. De piano en drumcomputer zijn in die zin, akoestisch en elektrisch, een manifestatie van de mens-machinefilosofie die aan de basis van de muziek ligt. Maar zelfs daarachter ligt een laatste mythe, die van Motown, de onontkoombare standaard van Detroitmuziek, een bastion van elegantie, smaak en opwaartse mobiliteit gedreven door neoklassieke arrangementen. Detroit is een ruïne maar dient te herrijzen in een nieuwe vorm van de Good Life
 
Kortom, Consumed in Key past in een lange traditie van een muziek die inmiddels streng gecodificeerd is in verschillende smaakclusters die, wanneer je al dertig jaar naar de muziek luistert, niet meer kunnen verrassen. Elke controverse is al minstens een keer gepasseerd. Commercialisering, ongegeneerd stelen, problemen met rechten en royalty's, doorgeslagen purisme, race baiting, de ambivalente houding ten opzichte van drugs, het ontsluiten van een nieuw publiek buiten de clubs, de neoliberalisering van techno, streaming, draaien met vinyl, je kunt er allemaal een mening over hebben die veel, zo niet alles, zegt over je sociale identiteit/positie. Persoonlijk zal ik het gebruik van klassieke muziek in techno vrijwel altijd beschouwen als gebaar om een bepaalde status te bewerkstelligen die niet nodig is. En dit past bij allerlei ideeën en verwachtingen die ik heb over techno die totaal kunnen verschillen met andere technoliefhebbers. De museïficatie van techno is lang geleden ingezet en volgens een culture logica onvermijdelijk. Consumed in Key past vanzelfsprekend in dat proces van museïficatie omdat Consumed hier zelf de oorsprong van vormt. Dat was een oprechte stap richting het onbekende. Op het eerste gehoor lijkt de herinterpretatie een veilige inkapseling door de bourgeoissmaak waar men gelukkig nooit zeker van weet of je voor de gek wordt gehouden.

vrijdag 5 november 2021

De definitieve museumificatie van house

 

De museumificatie van house, ze hadden het niet zo letterlijk hoeven nemen. Maar ergens een logische uitkomst van een proces dat ik voor het eerst ontwaarde in 2004 toen ik Jeff Mills en Laurent Garnier in Paradiso samen een set hoorde draaien van louter klassiekers.

(Rembrandt District is natuurlijk een abominatie, een marketingfantasie.)

woensdag 10 februari 2016

De nieuwe kunstenaar

Martin Shkreli is uitgegroeid tot een van de meeste gehate mensen op het internet. Hij maakte naam als directeur van het hedge fund MSMB Capital Management en een aantal farmaceutische bedrijven waaronder Turing. Met dit laatste bedrijf bemachtigde Shkreli de licenties voor het geneesmiddel Daraprim waarvan de prijs per tablet op onverantwoordelijke wijze werd verhoogd. Eind 2015 werd hij tot tevredenheid van miljoenen wegens fraude gearresteerd door de FBI.

Toen volgde een onverwachte stap. Shkreli kocht voor twee miljoen dollar het Wu-Tang Clan album Once Upon a Time in Shaolin, uitgebracht in oplage van een exemplaar. Op zichzelf, zoals iedereen met een beetje historische kennis weet, een onorigineel project. Jean-Michel Jarre deed het in 1983 immers met Musique pour Supermarché al en dit zijn esthetische gebaren die maar een keer gedaan hoeven te worden. De aanschaf van het Wu-album vormt daarentegen een perfect gebaar, alsof het er voor bedoeld is en van te voren afspraken zijn gemaakt als in het theater van worstelwedstrijden. Shkreli ging echter stug verder, weigerde voor een commissie van het Amerikaanse Congres antwoorden te geven en begon met filmpjes Wu-Tang Clanlid Ghostface Killah uit te dagen. Waarop deze weer antwoord gaf, wat te langdradig was en bovendien meegaat in de trollactie van Shkreli die zichtbaar ongevoelig is voor sentiment en de oubollige code van de Straat.

Opeens was het zo helder. Shkreli is bezig om trollen om te vormen tot performance art. En dat is een gedachte die zowel enthousiasmeert als angst inboezemt. Hier is iemand die daadwerkelijk de uitdaging aangaat van de mediacultuur in de 21ste eeuw, een kolkende massa van beelden, verwijzingen, clickbait, voorgeprogrammeerde sentimenten en woedende participatie. De hele controverse zou door Harmony Korine 20 jaar geleden kunnen zijn verzonnen, een scenario voor in zijn bizarre boek A Crack Up at the Race Riots (1998). Alleen hadden we destijds gedacht: “beetje vergezocht Korine.” Ziehier ook het groeiende probleem voor schrijvers: mediapersonages gaan zich steeds vaker vreemder gedragen dan geloofwaardige fictieve personages. Shkreli’s “geef me je haat” houding is buitengewoon en overtreedt allerlei sociale conventies, met name een groot aantal conventies van de Amerikaanse spijtcultuur die helaas te ver zijn doorgedrongen in Europa.

En hij is niet alleen. Lady Gaga had het juiste vermoeden dat performance art van belang kon zijn in de 21ste eeuw maar maakte de fatale fout door terug te kijken in een samenwerking met Marina Abramović. Dat is de oude performance art van het museum. Maar kunst heeft het museum niet meer nodig. Ik kan met een bulldozer de muren van het Stedelijk Museum platwalsen in de naam van de kunst en iedereen lacht me toe. Hoogstens wordt er even een voorspelbare discussie op een of ander praatprogramma gehouden “of dit nou wel kunst is?” Maar ik zou dan nog steeds conventionele kunst met retro-invloeden maken.

Shkreli opereert in een nieuwe arena. Zijn ware concurrenten zijn vanzelfsprekend het levend kunstwerk Kim Kardashian en haar man Kanye West (middelmatige rapper wiens tweets, lange preken tijdens concerten en aanvallen op paparazzi zijn echte werk vormen.) Al zijn zij gearriveerd, voorspelbaar als een ritueel en uiteindelijk te veilig. Nee, de grote tegenhanger van Shkreli is Donald Trump, doorbreker van conventies, improvisator en mogelijk kandidaat voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Trump is een en al performance, schept hier ook nog eens over op. Wanneer Trump even serieus over een onderwerp wordt ondervraagd heeft hij werkelijk geen idee waar het in de politiek over gaat. En dit is natuurlijk de minder aantrekkelijke kant van het Trollisme: kunstenaars die politiek bedrijven hebben het buitengewoon slecht gedaan in de geschiedenis. Trump zal hier geen uitzondering op vormen. Hoogstwaarschijnlijk zijn er te weinig boze blanke mannen om hem tot president te verkiezen maar het precedent is geschapen, een model dat geperfectioneerd kan worden. Conventionele politiek geobsedeerd door neoliberalisme en veiligheid biedt geen enkel aantrekkelijk alternatief waardoor de politieke troll, altijd een meester van de media, alleen maar meer kansen zal krijgen.

Iedereen al tevreden over de hervonden toekomst?

woensdag 12 juni 2013

Digitale rot in kunst


That was the conundrum facing the Whitney Museum of American Art, which in 1995 became one of the first institutions to acquire an Internet-made artwork. Created by the artist Douglas Davis, "The World's First Collaborative Sentence" functioned as blog comments do today, allowing users to add to the opening lines. An early example of interactive computer art, the piece attracted 200,000 contributions from 1994 to 2000 from all over the globe.

By 2005 the piece had been shifted between computer servers, and the programmer moved on. When Whitney curators decided to resurrect the piece last year, the art didn’t work. Once innovative, “The World’s First Collaborative Sentence” now mostly just crashed browsers. The rudimentary code and links were out of date. There was endlessly scrolling and seemingly indecipherable text in a format that had long ago ceased being cutting edge.

Dat komt goed uit. Dit artikel When Artworks Crash: Restorers Face Digital Test handelt over een aantal vragen en problemen dit ik probeerde aan te kaarten in de TENT lezing.