Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label eigen werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eigen werk. Alle posts tonen

donderdag 1 juli 2021

Liefdeloos universum | een korte introductie


 

Perfecte timing. Terwijl ik dit schrijf maak ik me op voor mijn eerste vaccinatie en komt toch op individueel niveau een einde aan een unieke periode, waarbij ik even in het midden laat of dit een tijdelijke pauze zal zijn. Nu ik mijzelf een terugblik gun, mag ik persoonlijk niet klagen over deze afgelopen zestien maanden. Teruggetrokken in een soort uitgebalanceerde luxe kon ik meer lezen, veel meer films kijken en de mentale ruimte vinden om rustig te schrijven. Dat resulteerde in twee verhalen die zeer prettig waren om te schrijven en die, om diverse redenen, ook alleen door mij op dat moment geschreven konden worden. Daarna besefte ik dat nu het moment was om een bundel met korte sciencefictionverhalen samen te stellen. En zowaar lukte het me daarna om een verhaal waar ik al jaren mee worstelde af te maken zodat de basis stond.

Uiteindelijk heb ik gekozen om de bundel zo minimalistisch mogelijk te maken, bijna als een 12-inch uit de vroege jaren van house (al had ik hier nog verder in kunnen gaan, bijvoorbeeld door het ISBN-nummer te graveren, de verhalen geen titels te geven, misschien zelf mijn naam weg te laten. Maar dat is misschien voor een ander boek.) Terwijl ik bezig was met de definitieve selectie van de verhalen stelde ik me steeds meer een album voor, met lange stukken, een paar miniaturen en knetterend avantgarde-stuk, geen frontloading, maar spreiding. Maar als een soort inlegvel met liner notes wil ik hier toch wat achtergrondinformatie geven over elk verhaal. 

De toekomst van house. Een van de verhalen uit de coronaperiode. Met de gestage archivering van elektronische dansmuziek uit de jaren negentig in fraaie remasters en boxsets is die muziek de afgelopen tijd zeer aanwezig, op directe wijze wanneer hij klinkt uit de boxen maar ook als fenomeen om over na te denken. Waarbij onwillekeurig de vraag opkomt: waarom klinkt die muziek nog zo futuristisch? Omdat de muzikanten uit de toekomst kwamen natuurlijk. De rest hoefde ik, een bepaalde logica volgend, alleen maar uit te schrijven. 

De esthetische terroristen. Nog steeds het verhaal waar ik zelf het meest om moet lachen. Ik denk dat ik het ergens in 2005 of 2006 heb geschreven, wat verklaart waarom ik de War on Terror met zoveel plezier op de hak neem. Al gaat het wel degelijk over een serieus Spaans probleem van onverschilligheid dat mij als halve buitenstaander altijd heeft gefascineerd. 

De afwezigheid van licht. Een verhaal dat ik in opdracht van het Sonic Acts festival schreef en nog in een Engelse vertaling heb opgedragen in De Balie. Je merkt duidelijk dat ik destijds veel over Alexander de Grote las. Sowieso, een verhaal met aardig wat autobiografische details, de scène met de opa en het nieuwsgierige kind ben ik zelf bij het kasteel van Benavente.

De brandende kerk. Ergens in 2008-2009 geschreven toen ik de overstap probeerde te maken naar schrijven op typemachines, hier nog een elektronische die al snel kuren kreeg, waarna ik overging op een rode Olivetti Dora die ik nog steeds gebruik in de eerste fase van het schrijfproces. Een verhaal dat vanzelfsprekend is begonnen met het beeld van een kerk die maar blijft branden. Dat moet onderzocht worden zodat er allerlei Spaanse mythologie, zelfverzonnen of niet, aan kan worden gehangen. 

Het verhalenveld. Ik denk dat ik destijds speelde met de invloed van Philip K. Dick maar me er bewust van was dat als je dat doet er een heel eigen draai aan moet geven. Hier dus door er een liefdesverhaal van te maken. 

De Spaanse keuken. Een satire op de obsessieve aandacht die sterrenkoks tegenwoordig in de media krijgen. Ik lees de portretten in El País Semanal graag omdat het meestal ook goed geschreven artikelen zijn, maar toch heeft het fenomeen en de daar aan gelieerde aandacht voor voedsel iets absurds. Eigenlijk hoefde ik me alleen af te vragen hoe de absurditeit nog een stap verder kan gaan. Een verhaal waar ik menigmaal in ben gestrand omdat ik weer werd afgeleid of de tekst kwijtraakte. Eenmaal op stoom in 2020 kon ik het eindelijk afmaken. 

De eindeloze stad. Er was een moment dat ik voor De Subjectivisten experimenteerde met het schrijven van recensies in fictievorm. Zelf leek het me wel een interessante manier om eens anders over een plaat te schrijven omdat je probeert de sfeer die de muziek bij je oproept te vertalen naar een nieuw creatief gebaar. Nu kwamen een tweetal verhalen mij goed uit voor de opbouw die ik voor ogen kreeg. Deze is een korte impressie geïnspireerd door de Methodology: Attic Tapes 74/78 compilatie van Cabaret Voltaire die niet meer in de platenkast staat, dus ik kan niet controleren of de beelden nog goed bij de muziek passen. 

De heilige vervaging van Kate Moss (remix). De oudste tekst van de bundel. Ik denk ergens in 1998 geschreven voor een essaybundel van jonge schrijvers die er nooit is gekomen. Dat was nu een mooi artefact geweest. Zonder twijfel mijn meest avant-gardistische “verhaal” en op een of andere manier heel jaren negentig met die verwijzingen naar Cronenberg, ecstasy en rave. Bij herlezing werd ik toch verrast door dat gebruik van het virus. Hoe sciencefiction. Maar het hing destijds in de lucht, als esthetisch idee, met name in de meer duistere varianten van dansmuziek. Het is een bescheiden remix, omdat er wel een aantal dingen moesten worden aangepast om het iets tijdlozer te maken. 

Rennend droomt de wolf. Dit verhaal schreef ik voor de Moderne Sprookjes editie van WonderWaan (nr. 17, maart 2011), het fictie-supplement van Holland SF, het tijdschrift waar ik een aantal jaren essays voor schreef. Ik hoef er niet mysterieus over te doen, dit is een cyberpunk-versie van Roodkapje. 

Bevroren ochtenden en zomernachten. Dit was oorspronkelijk ook een recensie voor De Subjectivisten, ditmaal van het fraaie album For Frosty Mornings and Summer Nights van Xela. Moet dus in 2003 zijn geschreven. Tijdens het redigeren realiseerde ik me opeens dat het verhaal is opgebouwd uit de tracktitels van de plaat. Toch wel een interessante uitdaging. 

Het eckte-eckte Amsterdam. Een verhaal dat waarschijnlijk alleen dankzij corona geschreven kon worden. Als Amsterdammer was de irritatie over het bespottelijke toeristenbeleid vanzelfsprekend al jaren aanwezig. Maar de schoonheid van de lege straten in maart-april 2020, een kleine utopie waarvan je de tijdelijkheid meteen erkende, moet dit verhaal op gang hebben gebracht. En ik kon eindelijk een van mijn favoriete foto’s in een verhaal verwerken, namelijk ‘In afwachting van ontruiming voeren krakers van de Conradstraat een theaterstuk op, waarbij een van de panden in brand gestoken wordt, 18-07-88’ van Bert Verhoeff. 

Als e-book is het eenvoudig verkrijgbaar bij amazon.nl. Heel handig voor de schrijver maar zodra er papier in het spel is wordt het, ongetwijfeld door Nederlandse regeltjes, allemaal wat vreemder. Ik heb bijvoorbeeld geen invloed op de bizarre verzendkosten. Wie geïnteresseerd is kan het boek dan ook beter via amazon.de bestellen (en met iDeal betalen), waar het boek goedkoper is en de verzendkosten heel sympathiek (door mij zelf getest.) Helaas lijkt het ecosysteem van uitgeven in vier jaar radicaal te zijn uitgedund. En er waren leuke initiatieven. Ik moet de komende tijd eens op zoek naar mogelijke Nederlandse alternatieven, al vrees ik het ergste.

Of nu te bestellen bij de betere boekhandel!

vrijdag 24 februari 2017

Introductie Kritische massa

Het is ongeveer een jaar geleden dat Kritische massa werd uitgegeven. De laatste tijd zie ik links langskomen naar artikelen over het al dan niet overlijden van rockmuziek of het gebrek aan goede popkritiek. En ik moet toegeven dat ik moeilijk een interessante kritiek of recensie kan herinneren die recentelijk is verschenen, buiten een meesterlijke microrecensie van de laatste Metallica door Klaas Knooihuizen en de unieke associatieve essays van Ian Penman voor London Review of Books (maar opvallend, altijd met als startpunt een boek, nooit de muziek zelf.) Aangezien het 20 jaar geleden is dat Biosphere Substrata uitgaf, was ik nieuwsgierig wat men er sindsdien zoal over had geschreven, waarbij ik eerlijk gezegd veel moois had verwacht voor een album dat rijp is aan betekenis. Dat viel zwaar tegen, zozeer dat ik spijt kreeg dat ik het niet heb meegenomen in Kritische massa. Als je de klassieken niet kent, hoef je ook weinig inzicht te verwachten van muziek die nu verschijnt. Hoe dan ook ik denk dat onderstaande nog steeds geldig is.


An age that has no criticism is either an age in which art is immobile, hieratic, and confined to the reproduction of formal types, or an age that possesses no art at all.
Oscar Wilde – The Critic as Artist

Aan het begin van haar boek Glittering Images (2012) stelt kunsthistorica Camille Paglia dat het moderne leven een zee van beelden is die ons, dankzij overal aanwezige communicatietechnologie, dreigt te overspoelen. Leren om op kalme wijze beelden te duiden, is volgens haar van essentieel belang omdat dat wapent tegen continue afleiding, het grondt de identiteit. Hetzelfde geldt voor muziek. De twintigste eeuw vormde een lang crescendo dat werd gevormd door verschillende technologieën die stemmen, muziek en het geluid van bewegende (machine)delen versterkten en verspreiden. Dankzij popcultuur, film en reclame is muziek permanent aanwezig. Met de opkomst van internet is de intensiteit alleen maar toegenomen. De effecten van deze digitale intensivering beginnen de laatste jaren duidelijke sporen achter te laten in zowel de productie als consumptie van muziek. Een cruciale verschuiving heeft plaatsgevonden van muziek die wordt verspreid door fysieke dragers (vinyl, cassette, cd) naar pure digitale informatie in de vorm van mp3’s en streaming. Deze verschuiving heeft niet alleen gezorgd voor een grotere toegankelijkheid van muziek, het resulteert ook in kwalitatief minderwaardige audio. Daarnaast zijn de inkomsten van artiesten onder druk komen te staan. Als antwoord op deze veranderingen heeft de muziekindustrie zijn verdienmodellen aangepast waardoor het optreden een belangrijkere inkomstenbron is geworden, wat zich vertaalt in hogere entreeprijzen en een wildgroei aan festivals. Op een bepaalde manier vormt dit een onverwachte terugkeer naar de situatie van de jaren veertig van de vorige eeuw waar het optreden voor de muzikant centraal stond. Een positieve interpretatie zou vervolgens concluderen dat hiermee de authentieke muzikant terugkeert ten koste van de artificiële studioproducer en zijn playbackende poppen. Alleen zijn optredens nu veel technologischer en vaak tot in de kleinste details voorgeprogrammeerd. Het verschil met een studio-opname wordt steeds kleiner. Een schadelijker effect is het gebrek aan vernieuwing dat de digitalisering heeft veroorzaakt. Platenmaatschappijen hebben het afgelopen decennium minder geïnvesteerd in nieuwe artiesten en proberen extra inkomsten te genereren met cycli van heruitgaven uit het archief. De geschiedenis oefent een wurgende greep uit op jonge artiesten die geen kans krijgen om rustig een eigen stijl te ontwikkelen.
Tegelijkertijd is het schrijven over muziek veranderd. De eerste jaren van het internet (de tijd van muziekspelers als Winamp en Realplayer) leidden tot innovatieve manieren om over muziek te schrijven die vaak de afstand tussen muzikant, criticus en luisteraar verkleinden. Men startte blogs die vergeten platen en genres deden herleven of ontwikkelde experimentele stijlen die niet door een beperking van het aantal pagina’s of de conventies van het interview werden tegengehouden. Tijdschriften werden opgericht die de nieuwe mogelijkheden van internet verkenden en bijvoorbeeld audio op directe wijze combineerden met tekst en beeld. Die periode van enthousiasme ligt inmiddels achter ons. Een van de redenen voor de teruggang is dat na de eerste verkenning geen brede professionalisering heeft plaatsgevonden. Tekst is overal maar kreeg online nooit de juiste economische waarde toebedeeld. Veel van de vroege initiatieven hebben zich daardoor niet verder weten te ontwikkelen. Om toch inkomsten te genereren is een chaotische tekst ontstaan. Iedereen herkent het wel: de tekst met een clickbait-titel, waar na enkele alinea’s een reclamebanner volgt (die vaak suggereert dat het einde van het artikel al is bereikt) waarna een ingebedde Spotify-playlist of YouTube-video de aandacht definitief verstrooit. Het is een manier van schrijven die aan de lezer geen ruimte laat voor het verzinken in een gedachte, een manier van schrijven die een flikkerende leeservaring oplevert. Die geen respect heeft voor de schrijver en de lezer, van wie men blijkbaar verwacht dat deze een aandachtspanne van een amoebe bezit.
In eerste instantie waren de teksten waaruit Kritische massa is samengesteld, bedoeld als een alternatief voor dit onrustige online lezen: puur tekst zonder onderbrekingen. Wie de muziek wil luisteren, opent Spotify zelf wel in een ander tabblad. In boekvorm kennen we deze onrustige tekst niet, al pik je steeds vaker de klacht op dat de rust niet kan worden gevonden om zoveel te lezen als men ooit deed. Maar er was een tweede reden waarom deze reeks is geschreven: onvrede over de huidige staat van de popkritiek. Kritiek is hier niet bedoeld als synoniem van negativisme, maar als een positieve methode waarmee men op systematische wijze een werk analyseert, een vervolmaking van het kunstwerk door het leggen van connecties met andere kunstwerken en teksten. In dit proces maakt de criticus, met gebruik van eigen inzichten en een persoonlijke stijl, zoiets als een nieuw kunstwerk. Omdat het niet pure fictie is en toch zeer persoonlijk, vormt het traditioneel een werk met een onzekere status. Tegelijkertijd is kritiek gevulgariseerd tot de negatieve recensie, de zoektocht naar fouten. Het is mijn overtuiging dat het schrijven over popmuziek een vorm van kritiek kan zijn waarin het samenspel van muziek en tekst intrigerende ideeën en connecties produceert over allerlei aspecten van het moderne leven. Deze vorm van kritiek is in Nederland vrijwel afwezig. Schrijven over muziek is een soort alternatieve vorm van financiële journalistiek geworden met buitenproportionele aandacht voor de zakenkant van de muziekindustrie die volstrekt oninteressant is voor de buitenstaander en muziekliefhebber. De bovengenoemde verschuiving van inkomsten betekent ook dat er meer dan ooit aandacht wordt besteed aan nieuws rond de legaliteit en inkomsten van streaming naast de programmering van festivals. Onderwerpen die niets wezenlijks toevoegen aan muziek. Wanneer over oude albums wordt geschreven, is dat primair vanuit een commercieel oogpunt: de zoveelste special edition heruitgave of jubileum.
Kritische massa is geschreven tegen het idee van “de aanleiding”, urgentie in marketingtaal. De meeste albums die hier worden geanalyseerd, zijn binnen een half uur voor de platenkast geselecteerd omdat ik de behoefte voelde om er over te schrijven, niet omdat ze exact tien of twintig jaar geleden zijn verschenen. Vaak zijn het onderbelichte platen binnen een oeuvre, albums of artiesten die in het algemeen meer aandacht verdienen of genres waarvoor nog geen bevredigende kritische taal is gevonden. In eerder werk heb ik geopperd dat om de popmuziek en muziekkritiek weer in beweging te krijgen een (tijdelijk) embargo op schrijven over de canon moet worden overwogen. Maar waar legt men dan de grens? Het jaar 1977 heeft mij altijd een van de beste begrenzingen geleken. Punk als Jaar Nul. Ondanks dit streven heb ik het in de onderstaande selectie niet heel streng toegepast, al zijn de twee albums uit 1976 geenszins rockklasiekers. Jezelf ontdoen van een deel van de popgeschiedenis werkt verfrissend. Een gewicht valt van de schouders, er ontstaat zoiets als een persoonlijke, lichtvoetige geschiedenis. Wat niets afdoet aan de waarde van popmuziek uit de jaren vijftig en zestig. In deze periode werden de archetypen van de pop en rock gecreëerd: Elvis de oervader, The Beatles als goedlachse saters, Dylan als profeet, Hendrix als elektrische alchemist, The Doors als dionysische priesters, Brian Wilson als Messias van zon en melodie. De definitieve tekst die dit idee verbeeldt, is het boek Rock Dreams (1974) van Guy Peellaert en Nik Cohn. Na de jaren zestig volgt een periode van verstrooiing en worsteling met de archetypen die grotendeels nog steeds aan de gang is. De periode voor 1977 is ondertussen zo uitgebreid gedocumenteerd door middel van verschillende specialistische tijdschriften waar op de voorkant een kleine selectie canonieke muzikanten rouleert, rockumentary’s, de Top 2000 en nieuwe artiesten die vaak zonder gêne de archetypen kopiëren, dat er geen enkele eer meer aan valt te behalen. Wat overblijft, is een herhaling van zetten.
Kritische massa is vanzelfsprekend geschreven voor de liefhebbers van de individuele platen of artiesten, maar ook voor een jonge generatie schrijvers als bewijs dat het anders kan. De rol van voorproever is voorbij. Tegenwoordig kan iedereen zelf heel efficiënt uitmaken welke muziek bevalt. Algoritmes en sociale netwerken zorgen ervoor dat je muziek direct krijgt toegespeeld waarvan de kans groot is dat deze daadwerkelijk in de smaak zal vallen. Welke rol speelt de criticus dan nog? Op welke autoriteit kan deze zich nog beroepen? De criticus zal iemand zijn die rust en betekenis brengt in de wild kolkende oceaan van geluid, iemand die stromen kan lezen en bewegingen duiden. Bovendien vindt hij/zij het belangrijk om dit te delen zodat iedereen over deze kennis beschikt. De criticus leert dieper en verder luisteren. Van centraal belang hierbij is interpretatie: het lezen, verwerken en verbinden van muziek op verschillende niveaus. De interpretatie is persoonlijk en grenzeloos. De vijfentwintig kritieken die volgen zijn maar vijfentwintig mogelijke interpretaties die op allerlei manieren kunnen worden uitgewerkt. Een aantal conventionele begrenzingen moet men daarbij negeren. De bedoelingen van de artiest zijn interessant maar hoeven geen leidraad te vormen, ze bezitten geen definitieve autoriteit. Muziek kan op allerlei manieren worden verbonden en gemijnd voor betekenis. Over-interpretatie is geen zonde: de connectie die juist voelt, is juist. Met de komst van het digitale domein dreigt muziek objectloos te worden, wat een verlies inhoudt voor de criticus. Muziek is de afgelopen eeuw vrijwel nooit alleen muziek geweest. Het is ook een object dat wordt gepresenteerd in een hoes die de sfeer stuurt en associaties aandraagt voor de muziek. Artiesten doen vaak, al dan niet bewust, kritisch voorwerk. Het enige wat wij hoeven te doen is luisteren en de muziek in ons leven weven.

maandag 18 april 2016

Kritische massa is uit (bonus mix)

"And when you dream, dream in the dream with me"

Kritische massa: schrijven over muziek (ISBN 9789492049049) is als papieren boek gespot zowel bij Bol als 1Boek (en als e-book onder ander bij Boenda.) En om de hoes waar te maken, heb ik een mix gemaakt. Een vreemd soort afsluiting waardoor ik alles nog een keer langs laat komen. Meer ouderwetse mixtape dan dj-mix want ik heb de chronologische volgorde aangehouden. Daardoor schiet mijn muzikale leven voorbij als zo'n versneld filmpje van een bloem die uitkomt en weer vergaat. Van kind dat naar de radio luistert tot connaisseur/auteur. Toch weer een paar leuke ontdekkingen, bijvoorbeeld hoe interessant de jaren tachtig extended mixen waren, die vaak het origineel intact lieten, hier en daar een klein detail bijwerkten waar vervolgens een lang instrumentaal stuk aan werd geplakt. Ik kon destijds ademloos naar dit soort versies luisteren, als ze op de radio werden gedraaid. Verder heb ik wat live-versies uitgekozen waaronder een sublieme versie van 'Frosch' door Mouse on Mars (een kleine knipoog naar de keer dat ik ze in de "kleine" Arena zag optreden...buitengewoon goed en vrij, zeer 90s.)


zaterdag 19 maart 2016

My Definition of Ambient Music

Vond eindelijk tijd voor een lange ambient-mix die beide kanten van de stijl belicht, de eerste helft lichter van aard, muziek voor peinzende meermannen, en een schaduwkant, muziek voor slapeloze vampiers.



01. Hans Zimmer - This Rock - One Being
02. Michel Redolfi - Immersion Partielle
03. Simon Scott - Sealevel.4
04. Seefeel - CH-Vox
05. 武満徹 - Romance
06. Max Würden - Unterwasser
07. Santana - Eternal Caravan of Reincarnation
08. Paul Bley, Franz Koglmann, Gary Peacock - Annette
09. Robbie Basho - Cathedrals et Fleurs de Lis
10. Transonic - Whirpool (Slow Spiral of Clouds)
11. Biosphere - The Seal and the Hydrophone v.1
12. Fennesz - Mahler Remixed 4
13. Hans Zimmer - Journey to the Line (with voiceover)
14. John Carpenter - Nobody Home
15. Tirath Singh Nirmala - Moore Edge Hush
16. Faust - Lauft...Heisst Das es Lauft
17. William S. Burroughs - Naked Lunch excerpts - You Got Any Egg For Fats
18. Velvet Cacoon - Earth and Dark Petals
19. Carl Sagan - Cosmos episode 1: The Shores of the Cosmic Ocean
20. Coil - Dark River
21. This Mortal Coil - Late Night
22. György Ligeti - Volumina
23. Cluster - Proantipro
24. Alec Empire - La Guerre d'Opium
25. Jozef van Wissem & SQURL - Sola Gratia (part 2)
26. Conrad Schnitzler, Ricardo Villalobos, Max Loderbauer - Zug (Cassette Concert by Gen Ken Montgomery)
27. Igor Wakhevitch - Aurore
28. Hans Zimmer - Brothers - Leaving (voiceover)

zaterdag 5 maart 2016

Uit de oude doos: Tiergarten (Supermayer remix)

Ik was bezig met een deel van mijn archief te kopiëren naar de cloud en kwam dit oude artikel tegen voor De Subjetivisten, gedateerd 9 december 2007. Ik denk dat ik het destijds heb gepubliceerd maar vreemd genoeg is het niet opgenomen in Toekomstdagen 2002 - 2007. Wellicht dat ik die collectie ook nog eens ga herzien. Nog steeds bizar dat die remix nooit werd uitgebracht.

Tiergarten (Supermayer remix)

Rufus Wainwright, zal ik direct toegeven, heb ik weinig mee. Hij is mij vagelijk bekend als indie-popprins met familie-issues. En toch, toen ik vernam dat het dynamische Kompakt duo Supermayer (voor non-housers: Michael Mayer en Superpitcher) een liedje van hem had geremixt voelde dat minder tegennatuurlijk dan je zou verwachten. Misschien dat de indie-minimal connectie die eerder dit jaar werd gelegd met de Pantha du Prince remix van Animal Collective’s ‘Peacebone’ voor enige gewenning heeft gezorgd, maar ik denk dat er een andere overeenkomst, voorbij de Duitse titel, bestaat die de samenwerking minder absurd doet lijken. Het gaat om een stijl, vooral de sjaal-dragende melancholicus Superpitcher is een dandy die ergens in een zelfde kwadrant opereert als Wainwright, hoe zeer zij muzikaal ook van elkaar verschillen.

Want iets moet die synergie verklaren die de ‘Tiergarten’ remix tot een van de late muzikale hoogtepunten van het jaar maken en, dat durf ik nu al te stellen, de meest ambitieuze en spannende remix sinds Superpitcher zelf in 2005 ‘Don’t Save Us From The Flames’ van M83 onder handen nam. Gezien de staat van dienst van Mayer en Superpitcher zou dit niet moeten verbazen, ware het niet dat hun Supermayer project tot nu toe niet altijd heeft kunnen overtuigen. Je wordt inmiddels als plezierdodende cynicus betiteld als je de mening bent toegedaan dat het Save The World-album een wisselvallige onderneming was, een geforceerd eclectisch popalbum waarvan het hoogtepunt ‘Two Of Us’ echt de meest ongenadige vloervuller vormt. Hun ‘Doppelwhipper’-remix borduurde daarna gelukkig door op dat model van groots opgezette Italo-house vol subtiele muzikale snuisterijen. Maar zelfs dat lijkt nu een voorstudie van ‘Tiergarten’ waarvoor Supermayer alles uit de kast trekt en tegelijkertijd de eigen stijl perfectioneert.

Het begin is al onconventioneel. Bijna tweeënhalf minuut lang zingt Wainwright het origineel, een fijn spel met Beach Boys-in-kerststemming-melodieën, de enige waarneembare ingreep aan Duitse zijde het verwijderen van de akoestische gitaar. Dan kondigt een voorzichtige beat zich aan waar een fijn brommende bas zich mee vermengt. Wainwright keert terug, alleen wordt ‘Tiergarten’ langzaam maar zeker uit elkaar getrokken, alsof hij het liedje nog een keer in een droom zingt. Na zeven minuten valt alles stil en zal Wainwright niet meer terugkeren. We zijn dan pas op de helft. De beat keert terug en we rijden de Autobahn op richting Düsseldorf, Ralf en Florian op de achterbank met Carl Craig goedkeurend knikkend ertussenin gezeten. Soms lijkt de auto over de weg te zweven, een geheime versnelling ingeschakeld die ze voorbij het neon zal dragen richting de sterren waarna alleen het geluid van regen klinkt.

De vraag die overblijft: is er een dj die dit zal draaien? Een remix impliceert een praktijk van de dansvloer. De ‘Tiergarten’ remix is echter zo gevormd dat hij in zijn geheel moet worden gedraaid, het eerste gedeelte van Wainwright is nodig om de rest te “begrijpen”. Misschien dat er dj’s zijn die willen maar is er ook een publiek dat niet massaal de dansvloer verlaat? Kortom, een housetrack die andere luisterervaringen vereist, kerstvieringen in Marskoloniën, of tot die tijd aanbreekt de auto op duistere ritten, verlate snelwegen. Fabelhaft.

woensdag 2 maart 2016

Kritische massa: schrijven over muziek

De digitale versie van mijn nieuwe boek Kritische massa: schrijven over muziek is nu verkrijgbaar. Je kunt het vinden op Amazon. Een conventioneel boek volgt later deze maand.

Kritische massa presenteert aan de hand van vijfentwintig albums een manier om over muziek te schrijven die de uitdaging aangaat met veranderingen die het online landschap de afgelopen twintig jaar heeft teweeggebracht (soms positief, soms negatief.) Het is een persoonlijke analyse die op verschillende manieren gelezen kan worden als een kritiek op de huidige popjournalistiek, een geschiedenis van de opnametechnologie sinds de opkomst van dubreggae, een alternatieve muziekgeschiedenis, een autobiografie gerelateerd aan platen, een herinnering aan Britse weekbladen en een betoog over de rol van drugs in muziek.

Helemaal conform de huidige stijl heb ik een Spotify-playlist gemaakt die mooi aansluit bij de hoofdstukken (maar wel aan het einde van de tekst is geplaatst.) Alleen Royal Trux en Michael Mayer ontbreken.

maandag 2 november 2015

Een klein futurisme


Op de website van het kunsttijdschrift Metropolis M is mijn antwoord te vinden op een eerder gepubliceerde brief van Stijn Verhoeff en de reactie van Jelle Bouwhuis. Onderwerp: de toekomst en beeldende kunst. 'Een klein futurisme' is een soort geconcentreerde versie van De Toekomst Hervonden voor de beeldende kunstenaar. Het viel me tijdens het schrijven wel op hoe makkelijk het was om nieuwe voorbeelden aan te dragen om het argument kracht bij te zetten (in zekere zin hier al grotendeels verzameld.)

vrijdag 19 juni 2015

SMiLE op cd (inclusief tekst uit het archief)

Ik merkte tijdens het schrijven van een nieuw boek dat Brian Wilson vaak terugkeerde als verwijzing en zo kwam ik er achter dat in 2011 The SMiLE Sessions zijn uitgebracht, een soort definitieve versie van het album-dat-nooit-was, gebasseerd op de versie die Brian Wilson in 2004 had opgenomen. Er bestaat een uitgebreide boxset met vijf cd's, maar ik heb de enkele cd gekocht want ik ga een dergelijke boxset toch maar een keer beluisteren en bovendien is het van grotere waarde voor musicologen. Door de jaren heen heb ik naar reconstructies geluisterd van SMiLE en toch maakt het verschil om het nu professioneel afgemixt en op cd-kwaliteit te horen. Het is een wonderbaarlijke plaat, met een prachtige contrast tuseen een aantal van de mooiste liedjes ooit gemaakt en, zeker naarmate het album vordert, unieke kosmische minaturen. Er is vaak gespeculeerd wat er zou zijn gebeurd wanneer SMiLE gewoon in 1967 was uitgebracht. Had popmuziek dan een heel ander pad ingeslagen? Hadden The Beatles op hun beurt een antwoord geformuleerd in plaats van te opteren voor de kleine gebaren van The Beatles (1968)? Mooi voer voor een parallele geschiedenis sciencefictionverhaal (ik zet het op de te schrijven lijst). Maar eerlijk gezegd denk ik dat het effect niet zo dramatisch zou zijn geweest. Pet Sounds was al geen commercieel succes (en is pas in de jaren negentig echt aan een opmars begonnen, in de OOR Top-100 aller tijden uit 1987 is het album een onopvallende middenmotor). Waarschijnlijk maakt de reis van SMiLE, met die unieke betekenislagen en mythologie, het album tot wat het is. Maar ik realiseerde me ook dat popmuziek niet beter wordt dan dit. Die samenloop van talent en sociale omstandigheden zal voorlopig niet worden herhaald.

Het deed me ook denken aan een oude dubbelrecensie die ik voor De Subjectivisten schreef over de 2004 versie van Brian Wilson. Verloren gegaan in de grote crash van de site, maar in mijn archief vond ik gelukkig mijn tekst. Helaas niet die van Roger Teeling waar ik naar verwijs. Sommige dingen gaan echt verloren.

Open source voor nieuwe en oude dromen (2004)

Als Pet Sounds, zoals Roger Teeling vol overtuiging kan verkondigen, de eerste sampleplaat is, dan is SMiLE het eerste “open source” album. Niet louter een verzameling puzzelstukjes voor Beach Boys nerds en de Dood van de Auteur theorie in praktijk gebracht door bootlegfanaten, nee, SMiLE schiep gedurende 37 jaar een ruimte om in te fantaseren over de Ultieme Plaat, de beste plaat aller tijden die nooit was, de droomplaat bij uitstek. Wie die mythe om zeep helpt kan zure reacties verwachten, in een zin zijn samen te vatten als “de magie is verdwenen.” Het is op zich geen onterechte observatie, in de zin dat de hele sociale constellatie die SMiLE veroorzaakte en tegelijkertijd vertegenwoordigt, de jaren zestig, is verdwenen. Dat licht, die paranoia en hoop kan je met Protools onmogelijk doen herleven.

Wat ik jammer vind van die reacties uit het, zeg maar, puristische kamp, is dat er vaak een soort teleurstelling uit klinkt alsof het postzegelalbum opeens gigantisch in waarde is gedaald (wat ongetwijfeld ook zo is), zonder dat er bij de betekenis van de nieuwe SMiLE wordt stilgestaan. Want als er een plaat gemaakt lijkt voor het net voltooide scenario dan is het dit ambitieuze werk over migratie, levenscycli, ouder worden, wedergeboortes, voortleven in het kind. Zelfs als SMiLE was uitgebracht in 1967 dan was een nieuwe versie “noodzakelijk” geweest om, het schaduwgeluid, de stem van de man te horen. Vandaar dat ik ook niet kan inzitten over Wilsons stem op de nieuwe versie, hij klinkt zoals hij op zijn leeftijd hoort te klinken, kalm en wijzer. De eerste zinnen van ‘Heroes and Villans’ klinken nu authentieker want doorleefd, bovendien zijn er opeens duizelingwekkende momenten waar Brian Wilson zijn jeugdige zelf lijkt toe te zingen, die op zijn beurt fantaseert over zichzelf als oude man.

Dat Wilson de cyclus voor zichzelf heeft weten af te sluiten is bewonderswaardig en denk ik vanuit persoonlijk oogpunt ook “gezond”. Wat niet hoeft te betekenen dat de opening die 37 jaar SMiLE heeft veroorzaakt definitief is afgesloten nu de Auteur weer heeft gesproken. Er is geen definitieve SMiLE, die moet iedereen zelf vinden en construeren. Dat kan met veredeld knip en plak werk, als muzikaal eerbetoon (High Llamas op het doodsaaie Hawaii) of op meer impressionistische wijze zoals Mouse on Mars in zeker zin deden op hun Vulvaland album (het laatste model zou uiteindelijk moeten leiden tot een Fennesz remixproject/atomaire ontleding van SMiLE.) Ik stel mij een toekomstscenario voor waarin het de Kraftwerkrobots mogelijk wordt gemaakt om onafhankelijk van menselijke inbreng muziek te maken en zo uiteindelijk hun versie van SMiLE zullen bouwen, zichzelf pijnigend met de vraag hoe ze de laatste minuut van ‘Surf’s Up’ door middel van vocoderstemmen kunnen reproduceren Ze zullen het hoofd breken over de vraag of dat gevoel van oneindigheid, de schoonheid van sterren gereflecteerd in de ogen van een kind, het eindproduct is van een logisch uit te werken proces of dat het uiteindelijk toch maar een dromer was die de magie werkelijk kon vangen.

donderdag 26 maart 2015

Release notes De Toekomst Hervonden 3.0



Nu verkrijgbaar, debugged & expanded, De Toekomst Hervonden v3.0. Helemaal opgeschoond en ontdaan van enkele (stilistische) inconsequenties. Hier en daar een extra zin toegevoegd ter verduidelijking. De lijst met belangrijkste toevoegingen:


  • Korte noot over Bob Stanley’s Yeah Yeah Yeah in ‘Wanneer je wakker wordt en echt niet meer in een droom leeft’.
  • Korte noot over de toename van oude concertopnamen op YouTube in ‘Update op de dansvloer’.
  • Lange noot over huidige situatie Griekenland in ‘Het machteloze individu’.
  • In ‘1993: De toekomst is onaf’ Her toegevoegd in de lijst van films, ACRONYM bij mode labels.
  • In hetzelfde hoofdstuk een aantal pagina’s toegevoegd over Aphex Twin en Caustic Window/Syro/Soundcloud.
  • Korte noot in ‘De synergie reeks’ over Ex van Plastikman.

dinsdag 17 maart 2015

Een complete lijst albumkritieken (een nieuw boek)




Met 'Ik leef techno', een kritiek van Michael Mayers Immer (2002), is mijn albumproject voor MyJour voltooid. Ik wist pas donderdag, de dag voordat ik er aan begon, dat ik over dit album ging schrijven. "Natuurlijk! Hoe kon het anders zijn?" Je hebt soms van die flitsen. En zo was het hele project ook begonnen. Nu heb ik dankzij die flits wel genoeg materiaal voor een boek. Ik moet het allemaal in chronologische volgorde plaatsen, een introductie schrijven en vooral weer helemaal doornemen. Meer nieuws hopelijk over enkele maanden op deze plek.

De complete lijst ziet er dus nu uit als:

Grace Jones - Nightclubbing
Donald Fagen - The Nightfly
Blondie - Eat to the Beat
Talk Talk - Colour of Spring
Spacemen 3 - Playing With Fire
Scritti Politti - Cupid & Psyche '85
Plastikman - Ex
Serge Gainsbourg - L'homme à tête de chou
Stereolab - Mars Audiac Quintet
Underworld - Beaucoup Fish
Augustus Pablo - King Tubbys Meets Rockers Uptown
Saint Etienne - Foxbase Alpha
Jane's Addiction - Nothing's Shocking
Mouse on Mars - Vulvaland
Simple Minds - New Gold Dream (81-82-83-84)
Royal Trux - Cats and Dogs
Aphex Twin - Syro
Model 500 - Deep Space
Velvet Cacoon - Atropine
Queensrÿche - Operation: Mindcrime
Throwing Muses - The Real Ramona
J Majik - Slow Motion
The Young Gods - L'eau rouge
Boards of Canada - The Campfire Headphase
Michael Mayer - Immer


maandag 16 februari 2015

drukqs en die verloren mp3-speler

Het lijkt allemaal veel minder ver weg dan veertien jaar:
Then, after the 1996 'Richard D. James' album, he seemed gone, ominously telling interviewers he was thinking of retiring from music, saying he didn't feel the need to release music he made. And so at record stores one would, over a period of five years, overhear a desperate query in regards to a possible release date of "the new Aphex". One local record store even went so far as to sarcastically write on its upcoming release date board behind Aphex Twin: 2005. Finally replacing it with a terse: "never!".

Mijn eigen drukqs recensie voor Kindamuzik weer eens opgezocht die wel een grappig tijdsbeeld geeft (die platenwinkel hierboven was Boudisque, bestaat allang niet meer.) Zo rond snuffelend op We Are The Music Makers valt me op dat voor een bepaalde jonge generatie drukqs de ultieme plaat is. Wat interessant is omdat het dubbelalbum destijds veel slechte recensies kreeg (ik was zelf naïef en positief, al blijkt het nu een goede investering). Overigens hebben ze het op dat forum nog steeds over die verloren mp3-speler. Of het verzonnen is, hoeveel van de recente soundcloud uploads er op stonden, enzovoorts.

Over tracks die op mp3-spelers en cassettes rondzwerven gesproken. DJ Food maakte een mooie mix van zijn favoriete nummers die Aphex Twin laatst heeft vrijgegeven. Hier te vinden met een voorbeeld hoe sommige recente uploads al jaren circuleren op uiterst exclusieve cassettebandjes.

vrijdag 13 februari 2015

Acid house mix

Ik ben de laatste dagen bezig met het verkennen van mijn Numark Stealth Control waarmee ik Traktor fijn kan aansturen. Een heerlijke manier om met muziek om te gaan. Dat resulteerde in de volgende mix die is opgedragen aan een vriend die steevast klaagt dat ik net een track toevoeg -vocale acrobatiek, avant-garde gepiep- die hem op de zenuwen werkt (klopt). Deze mix bestaat dus voor een keer alleen maar uit krakers. Is uiteindelijk de stijl die ik het liefst hoor als ik zelf naar een feest ga: veel acid house, beetje vreemde bas-tracks, geen broe-haa vocalen, niet te langzaam, niet te snel.


woensdag 4 februari 2015

De Toekomst Hervonden: paperback

Nu in boekvorm (binnenkort ook bij bol.com): de tweede editie van De Toekomst Hervonden. Bij 1boek.nl al te bestellen (of bij de sympathieke boekwinkel om de hoek).

Goede timing gezien de nieuwe lading Aphex Twin tracks die sinds gisteren verkrijgbaar zijn. In de wirwar van gedachten die dit heeft opgewekt besefte ik mij opeens hoe de figuur van Aphex Twin eigenlijk door De Toekomst Hervonden waart, terwijl hij maar twee keer wordt genoemd. Met name het hoofdstuk 1993: De Toekomst Is Onaf waar ik het over een vertakking van techno heb, komt nu in een ander licht te staan:

Maar er bestaat een andere vorm van techno. Techno dat het dictaat van de dansvloer loslaat. Hier zijn verschillende namen voor verzonnen die nooit helemaal, en dat is wellicht al een goed teken, juist aanvoelden en geaccepteerd werden: ambient techno, intelligent dance music (IDM), electronic listening music. Wat deze muziek van zeer diverse artiesten verbindt is dat het, zoals de meest radicale tracks van Kraftwerk (‘Numbers’) of Model 500 (‘No Ufo’s’), niet retro klinkt. Het is muziek die een inherente toekomstigheid bezit. Hierdoor krijgt het de vorm van een vertakking die parallel is gaan lopen aan andere trends in muziek, maar enigszins vergeten raakte nadat de schijnwerper van de media-aandacht zich op nieuwere genres is gaan richten.
En inderdaad, de Soundcloud uploads zijn de "Grote Plaat", maar dan in een nieuwe, radicale vorm die probeert te breken met de conventionele manier van muziek uitbrengen.

zaterdag 31 januari 2015

Steve McQueen: een noodzakelijke vadermoord


Een link naar mijn nieuwe artikel voor Man Got Style 'Steven McQueen and the Need for a New Icon', want het kent een aantal overlappingen met het probleem van retromania.

Nu ik op zoek ging naar een foto viel me op a) hoeveel artikelen er zijn waarin McQueen als stijlicoon wordt gepresenteerd, b) dat ik onwillekeurig denk "coole outfit zeg!" Maar je moet streng zijn over dit soort mythes die zonder nadenken in stand worden gehouden.

dinsdag 13 januari 2015

De Toekomst Hervonden (Kindle)


U leest graag met Kindle, iPad of andersoortig epub-waardige technologie? Dan is hier alvast de digitale editie van De Toekomst Hervonden. Verkrijgbaar via amazon.nl. Een papieren versie volgt snel.

zondag 11 januari 2015

De Stijl van Kraftwerk

Volgende week is het zo ver: Kraftwerk na 39 jaar weer in Paradiso (ik ga zelf naar Trans-Europe Express.) Ik schreef voor Man Got Style 'The Man-Machine of Wealth and Taste', een artikel dat de stijl van Kraftwerk analyseert. Met een paar riffs die ik eerder heb uitgeprobeerd en natuurlijk wat futuristische speculatie.

woensdag 17 december 2014

Boekpresentatie

19 December 17:00 in WORM te Rotterdam. De presentatie van De Toekomst Hervonden. Waarmee ook het fascinerende Eurofuturisme programma van WORM van start gaat.

Dan kan ik hierbij nog een keer Eyesberg onder de aandacht brengen vanwege hun prachtig ontwerp van het boek (de link heeft veel gedetailleerde foto's).