Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label boek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boek. Alle posts tonen

donderdag 1 juli 2021

Liefdeloos universum | een korte introductie


 

Perfecte timing. Terwijl ik dit schrijf maak ik me op voor mijn eerste vaccinatie en komt toch op individueel niveau een einde aan een unieke periode, waarbij ik even in het midden laat of dit een tijdelijke pauze zal zijn. Nu ik mijzelf een terugblik gun, mag ik persoonlijk niet klagen over deze afgelopen zestien maanden. Teruggetrokken in een soort uitgebalanceerde luxe kon ik meer lezen, veel meer films kijken en de mentale ruimte vinden om rustig te schrijven. Dat resulteerde in twee verhalen die zeer prettig waren om te schrijven en die, om diverse redenen, ook alleen door mij op dat moment geschreven konden worden. Daarna besefte ik dat nu het moment was om een bundel met korte sciencefictionverhalen samen te stellen. En zowaar lukte het me daarna om een verhaal waar ik al jaren mee worstelde af te maken zodat de basis stond.

Uiteindelijk heb ik gekozen om de bundel zo minimalistisch mogelijk te maken, bijna als een 12-inch uit de vroege jaren van house (al had ik hier nog verder in kunnen gaan, bijvoorbeeld door het ISBN-nummer te graveren, de verhalen geen titels te geven, misschien zelf mijn naam weg te laten. Maar dat is misschien voor een ander boek.) Terwijl ik bezig was met de definitieve selectie van de verhalen stelde ik me steeds meer een album voor, met lange stukken, een paar miniaturen en knetterend avantgarde-stuk, geen frontloading, maar spreiding. Maar als een soort inlegvel met liner notes wil ik hier toch wat achtergrondinformatie geven over elk verhaal. 

De toekomst van house. Een van de verhalen uit de coronaperiode. Met de gestage archivering van elektronische dansmuziek uit de jaren negentig in fraaie remasters en boxsets is die muziek de afgelopen tijd zeer aanwezig, op directe wijze wanneer hij klinkt uit de boxen maar ook als fenomeen om over na te denken. Waarbij onwillekeurig de vraag opkomt: waarom klinkt die muziek nog zo futuristisch? Omdat de muzikanten uit de toekomst kwamen natuurlijk. De rest hoefde ik, een bepaalde logica volgend, alleen maar uit te schrijven. 

De esthetische terroristen. Nog steeds het verhaal waar ik zelf het meest om moet lachen. Ik denk dat ik het ergens in 2005 of 2006 heb geschreven, wat verklaart waarom ik de War on Terror met zoveel plezier op de hak neem. Al gaat het wel degelijk over een serieus Spaans probleem van onverschilligheid dat mij als halve buitenstaander altijd heeft gefascineerd. 

De afwezigheid van licht. Een verhaal dat ik in opdracht van het Sonic Acts festival schreef en nog in een Engelse vertaling heb opgedragen in De Balie. Je merkt duidelijk dat ik destijds veel over Alexander de Grote las. Sowieso, een verhaal met aardig wat autobiografische details, de scène met de opa en het nieuwsgierige kind ben ik zelf bij het kasteel van Benavente.

De brandende kerk. Ergens in 2008-2009 geschreven toen ik de overstap probeerde te maken naar schrijven op typemachines, hier nog een elektronische die al snel kuren kreeg, waarna ik overging op een rode Olivetti Dora die ik nog steeds gebruik in de eerste fase van het schrijfproces. Een verhaal dat vanzelfsprekend is begonnen met het beeld van een kerk die maar blijft branden. Dat moet onderzocht worden zodat er allerlei Spaanse mythologie, zelfverzonnen of niet, aan kan worden gehangen. 

Het verhalenveld. Ik denk dat ik destijds speelde met de invloed van Philip K. Dick maar me er bewust van was dat als je dat doet er een heel eigen draai aan moet geven. Hier dus door er een liefdesverhaal van te maken. 

De Spaanse keuken. Een satire op de obsessieve aandacht die sterrenkoks tegenwoordig in de media krijgen. Ik lees de portretten in El País Semanal graag omdat het meestal ook goed geschreven artikelen zijn, maar toch heeft het fenomeen en de daar aan gelieerde aandacht voor voedsel iets absurds. Eigenlijk hoefde ik me alleen af te vragen hoe de absurditeit nog een stap verder kan gaan. Een verhaal waar ik menigmaal in ben gestrand omdat ik weer werd afgeleid of de tekst kwijtraakte. Eenmaal op stoom in 2020 kon ik het eindelijk afmaken. 

De eindeloze stad. Er was een moment dat ik voor De Subjectivisten experimenteerde met het schrijven van recensies in fictievorm. Zelf leek het me wel een interessante manier om eens anders over een plaat te schrijven omdat je probeert de sfeer die de muziek bij je oproept te vertalen naar een nieuw creatief gebaar. Nu kwamen een tweetal verhalen mij goed uit voor de opbouw die ik voor ogen kreeg. Deze is een korte impressie geïnspireerd door de Methodology: Attic Tapes 74/78 compilatie van Cabaret Voltaire die niet meer in de platenkast staat, dus ik kan niet controleren of de beelden nog goed bij de muziek passen. 

De heilige vervaging van Kate Moss (remix). De oudste tekst van de bundel. Ik denk ergens in 1998 geschreven voor een essaybundel van jonge schrijvers die er nooit is gekomen. Dat was nu een mooi artefact geweest. Zonder twijfel mijn meest avant-gardistische “verhaal” en op een of andere manier heel jaren negentig met die verwijzingen naar Cronenberg, ecstasy en rave. Bij herlezing werd ik toch verrast door dat gebruik van het virus. Hoe sciencefiction. Maar het hing destijds in de lucht, als esthetisch idee, met name in de meer duistere varianten van dansmuziek. Het is een bescheiden remix, omdat er wel een aantal dingen moesten worden aangepast om het iets tijdlozer te maken. 

Rennend droomt de wolf. Dit verhaal schreef ik voor de Moderne Sprookjes editie van WonderWaan (nr. 17, maart 2011), het fictie-supplement van Holland SF, het tijdschrift waar ik een aantal jaren essays voor schreef. Ik hoef er niet mysterieus over te doen, dit is een cyberpunk-versie van Roodkapje. 

Bevroren ochtenden en zomernachten. Dit was oorspronkelijk ook een recensie voor De Subjectivisten, ditmaal van het fraaie album For Frosty Mornings and Summer Nights van Xela. Moet dus in 2003 zijn geschreven. Tijdens het redigeren realiseerde ik me opeens dat het verhaal is opgebouwd uit de tracktitels van de plaat. Toch wel een interessante uitdaging. 

Het eckte-eckte Amsterdam. Een verhaal dat waarschijnlijk alleen dankzij corona geschreven kon worden. Als Amsterdammer was de irritatie over het bespottelijke toeristenbeleid vanzelfsprekend al jaren aanwezig. Maar de schoonheid van de lege straten in maart-april 2020, een kleine utopie waarvan je de tijdelijkheid meteen erkende, moet dit verhaal op gang hebben gebracht. En ik kon eindelijk een van mijn favoriete foto’s in een verhaal verwerken, namelijk ‘In afwachting van ontruiming voeren krakers van de Conradstraat een theaterstuk op, waarbij een van de panden in brand gestoken wordt, 18-07-88’ van Bert Verhoeff. 

Als e-book is het eenvoudig verkrijgbaar bij amazon.nl. Heel handig voor de schrijver maar zodra er papier in het spel is wordt het, ongetwijfeld door Nederlandse regeltjes, allemaal wat vreemder. Ik heb bijvoorbeeld geen invloed op de bizarre verzendkosten. Wie geïnteresseerd is kan het boek dan ook beter via amazon.de bestellen (en met iDeal betalen), waar het boek goedkoper is en de verzendkosten heel sympathiek (door mij zelf getest.) Helaas lijkt het ecosysteem van uitgeven in vier jaar radicaal te zijn uitgedund. En er waren leuke initiatieven. Ik moet de komende tijd eens op zoek naar mogelijke Nederlandse alternatieven, al vrees ik het ergste.

Of nu te bestellen bij de betere boekhandel!

maandag 18 april 2016

Kritische massa is uit (bonus mix)

"And when you dream, dream in the dream with me"

Kritische massa: schrijven over muziek (ISBN 9789492049049) is als papieren boek gespot zowel bij Bol als 1Boek (en als e-book onder ander bij Boenda.) En om de hoes waar te maken, heb ik een mix gemaakt. Een vreemd soort afsluiting waardoor ik alles nog een keer langs laat komen. Meer ouderwetse mixtape dan dj-mix want ik heb de chronologische volgorde aangehouden. Daardoor schiet mijn muzikale leven voorbij als zo'n versneld filmpje van een bloem die uitkomt en weer vergaat. Van kind dat naar de radio luistert tot connaisseur/auteur. Toch weer een paar leuke ontdekkingen, bijvoorbeeld hoe interessant de jaren tachtig extended mixen waren, die vaak het origineel intact lieten, hier en daar een klein detail bijwerkten waar vervolgens een lang instrumentaal stuk aan werd geplakt. Ik kon destijds ademloos naar dit soort versies luisteren, als ze op de radio werden gedraaid. Verder heb ik wat live-versies uitgekozen waaronder een sublieme versie van 'Frosch' door Mouse on Mars (een kleine knipoog naar de keer dat ik ze in de "kleine" Arena zag optreden...buitengewoon goed en vrij, zeer 90s.)


woensdag 2 maart 2016

Kritische massa: schrijven over muziek

De digitale versie van mijn nieuwe boek Kritische massa: schrijven over muziek is nu verkrijgbaar. Je kunt het vinden op Amazon. Een conventioneel boek volgt later deze maand.

Kritische massa presenteert aan de hand van vijfentwintig albums een manier om over muziek te schrijven die de uitdaging aangaat met veranderingen die het online landschap de afgelopen twintig jaar heeft teweeggebracht (soms positief, soms negatief.) Het is een persoonlijke analyse die op verschillende manieren gelezen kan worden als een kritiek op de huidige popjournalistiek, een geschiedenis van de opnametechnologie sinds de opkomst van dubreggae, een alternatieve muziekgeschiedenis, een autobiografie gerelateerd aan platen, een herinnering aan Britse weekbladen en een betoog over de rol van drugs in muziek.

Helemaal conform de huidige stijl heb ik een Spotify-playlist gemaakt die mooi aansluit bij de hoofdstukken (maar wel aan het einde van de tekst is geplaatst.) Alleen Royal Trux en Michael Mayer ontbreken.

donderdag 8 oktober 2015

Handboek voor het heden

Het is onmogelijk om The Age of Earthquakes: A Guide to the Extreme Present van Shumon Basar, Douglas Coupland en Hans Ulrich Obrist te omschrijven zonder te verwijzen naar de invloedrijke samenwerking van mediatheoreticus Marshall McLuhan en illustrator Quentin Fiore in de jaren zestig: The Medium is the Massage: An Inventory of Effects (1967) en War and Peace in the Global Village (1968). Het boek heeft hetzelfde formaat en in wezen dezelfde opzet als zijn voorlopers. Het trio laat tekst op fraaie wijze door foto’s en illustraties lopen, waarbij vanzelfsprekend kwistig gebruik wordt gemaakt van webesthetiek. Je kunt je afvragen of het papieren boek nog wel het geschikte medium is voor dit soort projecten. Het ouderwetse Penguin logo geeft het boek ook een extra nostalgisch air. Maar de keuze is uiteindelijk de juiste. Een flashsite of app zou The Age of Earthquakes laten verdrinken in de digitale oceaan, een boek zorgt voor een juiste afstand. Je pakt het op, laat een van de ideeën op je inwerken en legt het weer weg.

De auteurs presenteren slogans, denkexperimenten, definities van porte-manteauwoorden en grappen die uiteindelijk zoiets als de huidige tijdgeest weten te vangen van absurde onzekerheid, waar weinig ruimte is voor illusies. Daarbij volgen ze hun grote voorbeeld maar gebruiken ze vooral zijn kracht: de slimme oneliner (wanneer McLuhan lange argumenten opzette, zakte hij vaak door het ijs.) Nu ken ik het werk van Basar en Obrist niet, maar je herkent in veel teksten de naïeve ironie van Coupland, bijvoorbeeld: “Knowing everything turns out to be slightly boring” of “Before the Internet we had a few memes a year.” Vanzelfsprekend is er geen conclusie in zicht. De auteurs flirten onvermijdelijk met de komst van de Singularity en het beeld van de toekomst dat voorzichtig wordt geschetst is er een van een radicaal andere mens in een verpauperde omgeving (“In the future everywhere will be Detroit.”) Waarheden zo licht als luchtvervuiling.

donderdag 26 maart 2015

Release notes De Toekomst Hervonden 3.0



Nu verkrijgbaar, debugged & expanded, De Toekomst Hervonden v3.0. Helemaal opgeschoond en ontdaan van enkele (stilistische) inconsequenties. Hier en daar een extra zin toegevoegd ter verduidelijking. De lijst met belangrijkste toevoegingen:


  • Korte noot over Bob Stanley’s Yeah Yeah Yeah in ‘Wanneer je wakker wordt en echt niet meer in een droom leeft’.
  • Korte noot over de toename van oude concertopnamen op YouTube in ‘Update op de dansvloer’.
  • Lange noot over huidige situatie Griekenland in ‘Het machteloze individu’.
  • In ‘1993: De toekomst is onaf’ Her toegevoegd in de lijst van films, ACRONYM bij mode labels.
  • In hetzelfde hoofdstuk een aantal pagina’s toegevoegd over Aphex Twin en Caustic Window/Syro/Soundcloud.
  • Korte noot in ‘De synergie reeks’ over Ex van Plastikman.

dinsdag 17 maart 2015

Een complete lijst albumkritieken (een nieuw boek)




Met 'Ik leef techno', een kritiek van Michael Mayers Immer (2002), is mijn albumproject voor MyJour voltooid. Ik wist pas donderdag, de dag voordat ik er aan begon, dat ik over dit album ging schrijven. "Natuurlijk! Hoe kon het anders zijn?" Je hebt soms van die flitsen. En zo was het hele project ook begonnen. Nu heb ik dankzij die flits wel genoeg materiaal voor een boek. Ik moet het allemaal in chronologische volgorde plaatsen, een introductie schrijven en vooral weer helemaal doornemen. Meer nieuws hopelijk over enkele maanden op deze plek.

De complete lijst ziet er dus nu uit als:

Grace Jones - Nightclubbing
Donald Fagen - The Nightfly
Blondie - Eat to the Beat
Talk Talk - Colour of Spring
Spacemen 3 - Playing With Fire
Scritti Politti - Cupid & Psyche '85
Plastikman - Ex
Serge Gainsbourg - L'homme à tête de chou
Stereolab - Mars Audiac Quintet
Underworld - Beaucoup Fish
Augustus Pablo - King Tubbys Meets Rockers Uptown
Saint Etienne - Foxbase Alpha
Jane's Addiction - Nothing's Shocking
Mouse on Mars - Vulvaland
Simple Minds - New Gold Dream (81-82-83-84)
Royal Trux - Cats and Dogs
Aphex Twin - Syro
Model 500 - Deep Space
Velvet Cacoon - Atropine
Queensrÿche - Operation: Mindcrime
Throwing Muses - The Real Ramona
J Majik - Slow Motion
The Young Gods - L'eau rouge
Boards of Canada - The Campfire Headphase
Michael Mayer - Immer


maandag 9 februari 2015

Herlezen: Ocean of Sound

Ik was voor mijn nieuwste albumkritiek (Slow Motion van J Majik) op zoek naar een interessante ingang en kwam al associërend bij Ocean of Sound van David Toop terecht. Destijds (1995) een cruciaal boek waarmee het schrijven over nieuwe muziek een geweldige stimulans kreeg. Ik bladerde er op goed geluk door en kwam zo op een interview met Ralf Hütter dat ik helemaal vergeten was (Toop laat hem een Thaise coverversie van 'The Model' horen die op de vriendelijke goedkeuring van Hütter kan rekenen). En Toop was er al  deksels vroeg bij, rond Analogue Bubblebath 1, om Aphex Twin te interviewen:

The legend was this: Aphex Twin was a mad inventor from Cornwall who built his own synthesisers. Surfing on sine waves, he would lead a pack of young boffins out of the computer screen glow of their bedrooms into the public domain of clubs, shops and charts, then back in and out of more bedrooms in a feedback loop of infinite dimensions. So far, all true.

Ga het weer eens compleet herlezen. Sindsdien heb ik zoveel meer muziek gehoord dat sommige connecties helemaal nieuw zullen lijken. Trouwens ook een boek waardoor je weer heel veel andere boeken gaat lezen.

woensdag 4 februari 2015

De Toekomst Hervonden: paperback

Nu in boekvorm (binnenkort ook bij bol.com): de tweede editie van De Toekomst Hervonden. Bij 1boek.nl al te bestellen (of bij de sympathieke boekwinkel om de hoek).

Goede timing gezien de nieuwe lading Aphex Twin tracks die sinds gisteren verkrijgbaar zijn. In de wirwar van gedachten die dit heeft opgewekt besefte ik mij opeens hoe de figuur van Aphex Twin eigenlijk door De Toekomst Hervonden waart, terwijl hij maar twee keer wordt genoemd. Met name het hoofdstuk 1993: De Toekomst Is Onaf waar ik het over een vertakking van techno heb, komt nu in een ander licht te staan:

Maar er bestaat een andere vorm van techno. Techno dat het dictaat van de dansvloer loslaat. Hier zijn verschillende namen voor verzonnen die nooit helemaal, en dat is wellicht al een goed teken, juist aanvoelden en geaccepteerd werden: ambient techno, intelligent dance music (IDM), electronic listening music. Wat deze muziek van zeer diverse artiesten verbindt is dat het, zoals de meest radicale tracks van Kraftwerk (‘Numbers’) of Model 500 (‘No Ufo’s’), niet retro klinkt. Het is muziek die een inherente toekomstigheid bezit. Hierdoor krijgt het de vorm van een vertakking die parallel is gaan lopen aan andere trends in muziek, maar enigszins vergeten raakte nadat de schijnwerper van de media-aandacht zich op nieuwere genres is gaan richten.
En inderdaad, de Soundcloud uploads zijn de "Grote Plaat", maar dan in een nieuwe, radicale vorm die probeert te breken met de conventionele manier van muziek uitbrengen.

dinsdag 13 januari 2015

De Toekomst Hervonden (Kindle)


U leest graag met Kindle, iPad of andersoortig epub-waardige technologie? Dan is hier alvast de digitale editie van De Toekomst Hervonden. Verkrijgbaar via amazon.nl. Een papieren versie volgt snel.

woensdag 17 december 2014

Boekpresentatie

19 December 17:00 in WORM te Rotterdam. De presentatie van De Toekomst Hervonden. Waarmee ook het fascinerende Eurofuturisme programma van WORM van start gaat.

Dan kan ik hierbij nog een keer Eyesberg onder de aandacht brengen vanwege hun prachtig ontwerp van het boek (de link heeft veel gedetailleerde foto's).




vrijdag 21 november 2014

Cronenberg schrijft

Voor de zekerheid hier nog een keer de link naar het interview met David Cronenberg door Wired. Het hele interview is een podcast en die is absoluut de moeite waard. Cronenberg strooit weer met veel interessante observaties, ideeën en tips. Consumed klinkt veelbelovend, maar dat zou ik altijd zeggen over een roman waarin een echtpaar van Franse filosofen een hoofdrol speelt. Maar eerst even The Peripheral uitlezen (waar ik ongetwijfeld nog uitgebreid op terugkom.)

zondag 26 oktober 2014

De toekomst in 1981

World of Tomorrow: School, Work and Play (1981) van Neil Ardley. Mooi voorbeeld van de manier waarop ideeën over de toekomst soms uitkomen (de elektronische bibliotheek, online shoppen, computer criminaliteit) maar de esthetiek uiteindelijk volstrekt anders is. Hier vind je alle scans van het boek.

vrijdag 4 april 2014

Voorbereidingen op de toekomst

Uit 1968. De titel is al fascinerend. Sterkt mij in mijn voornemen om weer regelmatig tweedehands boekwinkels te bezoeken, hoe eenvoudig dat ook is om vanachter je computer te doen. Gewoon om te kijken wat je onverwacht tegenkomt.

(Via het geweldige Bookworship, wat wel meer strooit met dit soort vergeten boeken, al gaat het hem meer om het ontwerp van boeken.)

donderdag 21 november 2013

Bob Stanley - Yeah Yeah Yeah: een afgesloten hoofdstuk?




Bob Stanley – Yeah Yeah Yeah: The Story of Pop
Faber & Faber, 776 pagina’s

Is popmuziek uitgeput? Is daarbij niet alles inmiddels gezegd, gewogen en gecombineerd? Kortom, hebben we nog behoefte aan een Grote Geschiedenis der Popmuziek? Want is pop niet juist grotendeels ten onder gegaan aan het gewicht van geschiedenis, een overdaad aan kennis? Allemaal waar en toch is Bob Stanley een van de weinige personen die mij van te voren nog kon enthousiasmeren voor een onderneming al deze. Hij had het namelijk altijd al in zich. Denk terug aan de binnenhoes van Foxbase Alpha (1991), het debuutalbum van Saint Etienne, met de collage (plakplaatjes?) van popsterren van weleer: Ray Davies, Françoise Hardy, Barry Gibb, Jimi Hendrix, Dennis Wilson, etc. Op de andere kant een groter portret van Mickey Dolenz van The Monkees. Later volgden eclectische mix-cd’s als The Trip (2004) en compilaties van obscure Britse psychedelische folk. Bob Stanley is zondermeer een connaisseur van popmuziek.

En schrijver. Voordat hij met Saint Etienne een carrière als popmuzikant begon, schreef Stanley voor NME en Melody Maker. Er zijn in de loop der jaren veel overzichten, geschiedenissen en encyclopedieën over popmuziek geschreven, maar met uitzondering van Nick Cohn & Guy Peelaert in Rock Dreams (1974) weten die boeken zelden de energie en betovering van pop te vangen. Yeah Yeah Yeah is eigenlijk een geschiedenis van de korte periodes in popmuziek dat een nieuwe vorm verschijnt, een archeologie van enthousiasme, de flits, de kick. Het resultaat is een hyperkinetische tekst. Stanley is niet geïnteresseerd in de manier waarop carrières worden volgehouden, comebacks en reünietours zijn vrijwel compleet afwezig. Nee, hij is een popfan, hij houdt van hitlijsten, popprogamma’s als Top of the Pops, radio waar het nieuwe opeens klinkt, de eenmalige single kan net zoveel plezier herbergen als een klassiek album. Yeah Yeah Yeah is in die zin een afgesloten geschiedenis van een cultuur die niet meer bestaat. Pop in het analoge systeem kende een manier van verspreiding waarin essentiële punten voor reflexie en barrières waren verwerkt en dit stelsel is sinds de opkomst van Napster radicaal veranderd. In 'Excess All Areas' omschrijft Reynolds de kracht van het analoge systeem perfect:


The passing of the Analogue System makes it possible to see the benefits of the Mono-Mainstream (TV networks, major labels, government-run public broadcasting). This apparatus created mass experiences, mobilizations of energy and desire. But it also brought into being undergrounds, subcultures that grew in the darkness, outside mediation. In time, these would break through into the mainstream, via certain libidinally charged thresholds (in UK terms, the weekly music press, Top Of The Pops, Radio One). They would change pop and be changed by it. It was hard to break through, but if those barricades could be surmounted, things would then get propelled into mainstream consciousness and couldn’t be ignored. This antagonistic symbiosis of underground and overground resulted in a dialectical process of renewal and recuperation that kept music moving. 


Eigenlijk is het verbazingwekkend dat die periode van ongeveer vijftig jaar twee generaties beslaat. Mijn moeder irriteerde haar ouders met platen van Elvis en Bill Haley en ik geef nog net Daft Punk door aan mijn dochters. Yeah Yeah Yeah maakt duidelijk dat het een unieke periode is geweest waarin muziek op talloze manieren is veranderd. Pop was een populistische avant-garde, de ultieme modernistische kunstvorm. Stanley maakt in principe geen onderscheid tussen rock en pop, meteen een van de verfrissende aspecten van het boek: de overwaardering van rock in dit soort geschiedenissen krijgt een noodzakelijke correctie. The Monkees, ABBA en Bee Gees krijgen hun eigen hoofdstuk terwijl een voorheen vaste hoofdrolspeler als Zappa in een voetnoot wordt afgehandeld en Radiohead, de Grote Blanke Hoop, in een enkele zin samengevat. 

Want ja, Yeah Yeah Yeah is een subjectief boek en het is Brits. Geen wonder want Groot-Brittannië is in de popcultuur altijd een essentieel scharnier tussen de Verenigde Staten en de rest van de wereld geweest. Een Amerikaanse versie zou waarschijnlijk hopeloos rockistisch zijn en nooit de verbazing over de vreemdheid van Amerikaanse vormen kunnen vangen. Een van de grote voordelen is dat je tijdens het lezen vaak moet lachen dankzij magistrale oneliners als “Bruce Springsteen lyrics had a weight problem”,  “Prince was always more playful, at once generous and controlling, a benevolent dictator – the Tito of pop” of “When he’s gone, Paul McCartney will be everyone’s favourie Beatle.”Hier voel je de blijvende invloed van Oscar Wilde op de Engelse taal. Daarnaast is Stanley gevoelig voor een bepaald soort Britsheid, compleet niet-nationalistisch, maar meer een soort ambient Engeland. Wanneer dit in muziek verschijnt spits hij zijn oren en meestal resulteert het ook in intrigerende popmuziek. Als contrast dient vooral de zon van Californië (bijna is Yeah Yeah Yeah samen te vatten als de geschiedenis van twee weersklimaten). 

Een boek als dit schrijven is lastiger dan het lijkt. In het tijdperk van retromania zijn we immers doodgegooid met alle verhalen over de popiconen van weleer, kunnen we dankzij talloze rockumentaires, overdadige biografieën en heruitgaven alles wel tot in de alternatieve studio-takes dromen. Stanley heeft echter een prachtige oplossing: met opvallend scherp inzicht weet hij net twee, drie anekdotes te gebruiken die bijvoorbeeld toch een vreemd en plezierig licht op The Beatles doen schijnen, je weer laten realiseren waarom een bepaalde artiest zo fris en vernieuwend klonk of waarom Sex Pistols zoveel krachtiger was dan The Clash. Het bijeffect is dat, ook al denk je de hele popgeschiedenis wel te hebben gehoord, je niet alleen wordt geconfronteerd met veel obscure of vergeten hits maar ook weer met hernieuwd plezier kan luisteren naar artiesten waar je allang op was uitgekeken.

         In dit narratief wordt de popgeschiedenis een hectisch zoeken naar nieuwe vormen die de wereld kortstondig in vuur en vlam zetten, waarna onvermijdelijk een crisis volgt. Na de dood van Buddy Holly lijkt het echt of rock ’n roll dood is. Vervolgens is er het cruciale Monterey festival (1967) waar volgens Stanley het schisma tussen rock en pop plaatsvindt. Pop en rock zullen om de zoveel tijd een tijdelijke synthese aangaan zoals in glamrock. Met punk lijkt het zelfs even of het hele spel met nieuwe regels opnieuw wordt gestart. Stanley is vrijwel wars van nostalgie en realistisch over de uitputting van stijlen, maar op drie momenten merk je ware teleurstelling. Als eerste dat Smile van The Beach Boys niet in 1966 werd uitgebracht: “…it would have taken pop down a complete untrodden track.” Vervolgens hoe met new wave de oude orde zich herstelt en het radicale moment van punk wordt geneutraliseerd. En als laatste, hoe rave, als een punk in het kwadraat, fragmenteert en zijn kracht kwijtraakt. Dat laatste geeft meteen aan waar Yeah Yeah Yeah verschilt van vrijwel elke andere popgeschiedenis: het stopt niet in 1987. Daarvoor is Stanley al eloquent geweest over soul, reggae en disco, maar veel van de mooiste passages gaan over de periode nadat ‘Jack Your Body’ in januari 1987 compleet uit het niets de top van de hitlijsten bereikt, niemand even weet wat er aan de hand is en KLF zich ontpopt  als de ultieme popgroep. Het is interessant dat uiteindelijk Britpop het daarna in Yeah Yeah Yeah het zwaarst te verduren krijgt. Maar Stanley laat helder zien hoe beperkt de invloeden waren, hoe achterhaald het beeld van Engeland dat het propageerde en vooral hoe het zich met behulp van de Engelse muziekkranten voor een politiek karretje heeft laten spannen. 

Het boek werkt bijna als een non-fictie thriller waarbij je steeds sneller gaat lezen om achter de ontknoping te komen. Die je eigenlijk al kent. De geschiedenis van pop begon in 1952 met de introductie van vinyl, de hitlijsten en muziekpers, alle drie na 2000 bezig aan een proces van degradatie. Waar je aan kunt toevoegen dat de presentatie van muziek volkomen voorspelbaar is geworden. Het rockconcert zoals uitgevonden door The Doors en geperfectioneerd door Led Zeppelin is een model dat als een goed geoliede machine precies op tijd functioneert en waaraan niets wezenlijks veranderd zal worden. Hetzelfde geldt voor het soundsystem en de discotheek die in house zijn omgevormd tot een efficiënte consumptiemachine. Als resultaat is de emotionele connectie met popmuziek afgenomen. Stanley kiest voor een pragmatische oplossing: 


Still, the modern pop era was as long as the jazz era; there’s enough in those five decades to spend a lifetime digging through, and even then you’ll never heard all of it. Things changed fast – almost weekly in particularly fertile periods. There was no time for boredom.


Of dit een definitieve situatie vormt is vooralsnog onduidelijk (en zal elders worden geanalyseerd), Yeah Yeah Yeah is in ieder geval een prachtig overzicht van een paradigma dat lijkt te zijn afgesloten. Een gids die je doet verdwalen.