Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label acid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label acid. Alle posts tonen

zaterdag 15 juni 2024

Futuromania: de kick van het nieuwe

 



Futuromania: Electronic Dreams, Desiring Machines & Tomorrow’s Music Today is een onvermijdelijk boek, dat misschien wat aan de late kant verschijnt. In 2011 schreef Simon Reynolds Retromania (2011) een intrigerende studie over de culturele draai naar het verleden waarbij hij eindigde met een kloeke conclusie die na het voorafgaande betoog eigenlijk uit de lucht kwam vallen: “I still believe the future is out there.” In het nawoord van zijn nieuwe boek noemt hij Futuromania “een omgekeerd spiegelbeeld” van Retromania. Dan toch eindelijk het mogelijke antwoord, een uitweg uit de verstikkende grip van het verleden op de 21ste eeuwse cultuur. Is Futuromania, de titel gebruikt hetzelfde lettertype als Alvin Tofflers Future Shock (1970), dat boek? Gedeeltelijk, al zal je als oplettende lezer snel concluderen dat het nooit een gedegen antwoord kan zijn. Futuromania is namelijk een bundel die artikelen verzamelt uit verschillende periodes met als overkoepelend thema elektronische muziek en het idee van futurisme. Het boek lost in die zin niets op maar presenteert een zeker enthousiasme over muziek die het nieuwe aankondigt, veranderingen veroorzaakt, sciencefiction als geluid. En niemand kan zo enthousiasmeren als Reynolds, omschrijft muziek op zo’n manier dat je het meteen wilt horen. In de jaren negentig kocht ik lange tijd platen blind naar aanleiding van zijn Melody Maker-recensies en kan me eigenlijk geen misstap herinneren.

De reden voor dat vertrouwen was zijn eerste en nog steeds onovertroffen boek Blissed Out: The Raptures of Rock (1990) een subliem geschreven collectie essays over rock en pop in de jaren tachtig die voor mij alles veranderde: hoe je over muziek kon schrijven en denken, een introductie van artiesten waar ik nog nooit van had gehoord en in de laatste hoofdstukken een fascinerende richting aanwijzend waar popmuziek naar toe bewoog, namelijk dansmuziek als een soort “einde” van muziek. Het stuk over acid in Futuromania is het enige wat overlapt met Blissed Out, al staat het nu redelijk aan het begin. Wat dat stuk met een aantal anderen duidelijk maakt is dat Reynolds in het moment zelf op zijn best is. Wanneer hij geconfronteerd wordt met nieuwe muziek waar hij enthousiast over is ontstaat een worsteling om de muziek te begrijpen en aan anderen te omschrijven waarbij hij het mysterie, het genot van het geluid intact tracht te houden.

Aan de andere kant is hij, haast onvermijdelijk, door de jaren heen meer retrospectieven gaan schrijven. Een van de redenen dat Ian Penman hem ooit, zonder al teveel kwaadaardigheid, omschreef als “de aardrijkskundeleraar van de rockjournalistiek”. Minder overrompelend, meer analytisch, op zoek naar verbanden en met een neiging naar volledigheid. Maar, zoals Futuromania regelmatig bewijst, altijd leerzaam en ook dan wil je de muziek meteen weer luisteren. Het boek krijgt door de opzet en de chronologische presentatie van de muziek een eigen karakter al wreekt het gemis van een eenduidig argument voorbij het thema van de toekomst zich. Halverwege hebben we de jaren negentig al verlaten en ik had het gevoel dat dit te vroeg was, dat wat de 21ste eeuw heeft gepresenteerd zich nooit qua aandacht kan meten met het voorgaande traject dat van disco tot jungle loopt. Ik had nog wel een verhandeling over darkside jungle kunnen lezen en vreemd genoeg is er geen plek voor het zachte futurisme van shoegaze met zijn verdekte elektronische invloeden.

Niet dat de 21ste eeuw een gebrek aan futuristische muziek heeft gekend. Zo snel kom ik op Fennesz, Qebrus, Dopplereffekt, The Avalanches, Rosalia, MF Doom, K-pop, James Holden, Wighnomy Bros, Ricardo Villalobos, de Joris Voorn mixen, het bescheiden modernisme van Richie Hawtin of The Black Dog van Music for Reel Airports en Music for Photographers. In plaats van hier aandacht aan te besteden (hoogstwaarschijnlijk omdat hij er nooit op dat moment over heeft geschreven) verdoet Reynolds veel van de tweede helft aan geforceerde stromingen als maximalism en conceptronica of artiesten als Jlin die zich niet kunnen meten met wat er aan voorafging. In die zin is duidelijk een tweedeling aan te wijzen, die ik al jaren geleden observeerde: het is niet dat muziek vernieuwing mist maar het is een verspreid futurisme, er is geen cultuur meer met een richting, een collectieve overrompeling en verwondering of focus. Alles is tegelijkertijd mogelijk in atemporaliteit. Elk opvolgend post-acid-genre vormde een versplintering waarbij muzikanten en luisteraars achter bleven in het vorige genre en de instroom van nieuwe mensen gecombineerd met de eclectici nooit de achterblijvers kon aanvullen. De futuristische energie werd op deze manier langzaam verdund in niches en is denk ik vrijwel onmogelijk te herstellen.

De ambivalentie die het boek oproept wordt belichaamd door het lange hoofdstuk over Auto-tune dat Reynolds omschrijft als het karakteristieke geluid van de 21ste eeuw. Ik begon er met tegenzin aan maar las gefascineerd over het ontstaan van Auto-tune en realiseerde me hoe wijdverbreid het gebruik is voorbij dat guitige ‘Believe’-geluid. Nu snap ik eindelijk waarom de stemmen van Kate Perry en Rhianna abject voelen zonder dat ik precies kon uitleggen waarom, alsof je lichaam de door artificialiteit geinfecteerde stem onbewust herkent en afstoot. Reynolds is provocatief, anti-rockistisch, prijst de creativiteit van het “verkeerd gebruik” van Auto-tune en strooit met wonderbaarlijke beschrijvingen van tracks van rappers als Young Thug, Future en Travis Scott. Totdat je de muziek luistert en snel concludeert: this ain’t it, chief. Auto-tune vormt uiteindelijk het eindstation van de Amerikaanse popcultuur, de complete overgave aan de hyperrealiteit. In combinatie met trap vormt het een geestdodende monotonie, de Amerikaanse droom als verveelde wil tot macht die gevangen zit in het zwarte gat van terminaal kapitalisme. Iets waar instinctief afstand van moet worden gehouden als een plaag die de ziel rot. En in die zin inderdaad het geluid van een teleurstellende toekomst.

In een tweedelige coda analyseert Reynolds twee interessante vragen: hoe heeft sciencefiction de muziek van de toekomst omschreven? En wat is het geluid van de toekomst in sciencefictionfilms? Ook hier overheerst de aardrijkskundeleraar in wat eigenlijk overzichtsartikelen zijn. Wat hier vooral opvalt is dat Reynolds gretig concludeert dat sinds de jaren ‘80 filmsoundtracks niet meer futuristisch klinken. Er was inderdaad een moment dat men zich kon afvragen waarom filmmuziek ouderwets bleef klinken en eerlijk is eerlijk, na de oorspronkelijke publicatie van het artikel in 2009 beleven we een ware hausse aan spannende futuristische soundtracks, denk aan Under the Skin (2013), ex_machina (2015), Annihilation (2018), Aniara (2018), Strawberry Mansion (2012), Crimes of the Future (2022) en Mars Express (2023). Maar zelfs dan weet de shinnichi (en wie, die ook maar enigszins in de toekomst is geïnteresseerd, leeft niet met zijn gedachten in Japan) dat er altijd een continuüm in cinema is geweest waar beeld en geluid je overrompelen met future shock: Akira, de films van Shinya Tsukamoto, Ghost in the Shell en het oeuvre van Satoshi Kon zijn wat dat betreft net zulke intense breuken als de eerste keer dat je 'Pump Up the Volume', acid house of jungle hoorde. En op die manier vertelt Futuromania, Yellow Magic Orchestra uitgezonderd, eigenlijk maar de helft van het verhaal. Een Japanse variant, vanuit de Japanse cultuur verklaart, zou pas echt de volledige routekaart richting de toekomst uitklappen.

Simon Reynolds - Futuromania: Electronic Dreams, Desiring Machines & Tomorrow's Music Today (Hachette Books, 2024. ISBN 978-0-306-83378-6)

vrijdag 23 september 2016

Earl Smith Jr. (1965 - 2016)

Overleden Earl Smith Jr. ook wel Spank-Spank, ook wel Spanky. Vernieuwer. Het hele verhaal over de geboorte van acid is inmiddels wel bekend. Ik beschouw hem en zijn kompaan Pierre dan ook als een van de grote revolutionairen van de Amerikaanse muziek, type Parker, Coleman, Brown. Bescheidenheid en de anonimiteit van vroege house zorgen ervoor dat hij nooit echt op dezelfde manier zal worden besproken en geëerd, maar wie weet hoe we er over honderd jaar over denken.

Ik realiseerde pas na zijn overlijden dat ik hem een keer heb zien draaien op een avond met Juan Atkins en DJ Pierre, voor een klein publiek van liefhebbers. Hij stond op het affiche als Phuture, wat hem nog steeds zo mysterieus maakte als in de begindagen van house, helemaal omdat hij door de schaduw van zijn pet vrijwel onherkenbaar was (en dan nog zou ik niet weten hoe hij er uit had moeten zien.) Compleet in dienst van de muziek en die klonk nog steeds zijn tijd ver vooruit: oncompromisloos, underground, duister. House zoals house hoort te klinken. De nulgraad van muziek.

 En zowaar een fragment is bewaard gebleven...

vrijdag 8 januari 2016

Extravagantie en het geheim

Ik kwam laatst in de kelder van een tweedehandsboekwinkel Closing Time tegen, een zeer curieus boek van Norman O. Brown dat ik helemaal niet kende. Brown heeft een cruciale invloed op mij gehad, maar een boek over Finnegans Wake en Vico? Ik legde het terug, bedacht dat ik meteen spijt zou krijgen en legde het definitief op een bevredigende stapel boeken. De volgende passage liet me na lezing niet los:

I sometimes think I see that civilizations originate in the disclosure of some mystery, some secret; and expand with the progressive publication of their secret; and end in exhaustion when there is no longer any secret, when the mystery has been divulged, that is to say profaned. The whole story is illustrated in the difference between ideogram and alphabet. The alphabet is indeed a democratic triumph; and the enigmatic ideogram, as Ezra Pound has taught us, is a piece of mystery, a piece of poetry, not yet profaned. And so there comes a time—I believe we are in such a time—when civilization has to be renewed by the discovery of new mysteries, by the undemocratic but sovereign power of the imagination, by the undemocratic power which makes poets the unacknowledged legislators of mankind, the power which makes all things new.

Ik moest er al snel weer aan denken toen ik in DJ Broadcast een artikel las over extravagantie in het nachtleven, een manmoedige worsteling met de uitgaanscultuur die ooit was en nu duidelijk anders is. Ik ben het niet overal mee eens (deurbeleid is wezenlijk on-Amsterdams) maar heb vooral het idee dat men om de hete brij draait. Men wil een bepaald publiek creëren en kan daar geen effectieve strategie voor bedenken. En de oplossing heb ik al eerder gegeven: de alcoholvrije club. Daarmee scheid je in een keer, op vriendelijke wijze, je publiek. Maar dit is verbonden aan een bredere problematiek. Een alcoholvrije club is economisch moeilijk te realiseren. Je zult het als organisator/uitbater vooral doen in dienst van een allesverzengende liefde voor muziek en die liefde moet beantwoord worden door het publiek. Dat per se naar binnen wil omdat er iets unieks te horen is en dus dronken van geluid wordt. En daar zit precies het grote probleem: die muziek is niet voorhanden. Er bestaat niets wat men niet weet, geen geheime kennis. Alles wat je nu kunt horen tijdens de nacht is nog steeds gebaseerd op muziek van dertig jaar geleden. En zelfs al zou iets nieuws ontstaan, weet iedereen het vrijwel direct. Zonder geheim, geen ontdekking. Zonder geheim ook geen Ander, geen levensstijl die begrepen moet worden.


Is er een uitweg mogelijk? Op het moment lijkt het lastig. Er was een moment mid-jaren negentig waar de mogelijkheden van Internet gecombineerd werden met de organisatie van kleinschalige feesten als 4 Acid Eyes Only. Informatie werd online verspreid, een busje wachtte mensen op bij een treinstation waarna men naar een volstrekt onopvallende locatie werd gebracht waar acid in al zijn vormen werd gedraaid (en LSD—in geciviliseerde doses—in grote bakken drank voor handen was, bier vrijwel niet.) In zekere zin vormde dit al de eerste retrobeweging in dansmuziek, maar als bijna fundamentalistisch housefeest was het ook een uiterst krachtige ervaring. Helder in zijn eenvoud: acid, rook, stroboscoop. Geen dj’s van naam vanzelfsprekend en toch heb ik daar een Engelse chillout-dj verreweg de beste ambient/jungle-set ooit horen draaien. Dat was duidelijk een product van een zeer karakteristieke constellatie van cultuur en technologie (iedereen kan zelf uittekenen waarom bovenstaand scenario tegenwoordig onmogelijk is) die niet meer terugkomt, zoals The Paradise Garage en Hacienda niet meer zullen terugkeren.

Een windstille periode is vanzelfsprekend nooit definitief. De extravagantie van de homoscene is, denk ik, passé omdat homoseksualiteit in grote steden en media genormaliseerd is en daarom niet meer dat buitengewone mengsel van avantgarde-vreemdheid-esthetiek kanaliseert. Er bestaat kortom geen alternatieve levensstijl meer. Ik kan me een scenario voorstellen waarin het radicale clubleven weer tot leven komt wanneer de eerste cyborgs verschijnen. Eerst kleine sporen van mens-machines die langzaam extremer zullen worden en op zoek gaan naar gelijkgestemden, naar betekenis, identiteit en genot. Een nieuwe extravagantie, een nieuw mysterieus rondzwerven.

donderdag 9 oktober 2014

Brumes d'automne (Plastikman re-score)

Richie Hawtin is goed bezig. Na zijn prachtige Ex is er deze nieuwe soundtrack bij de korte film Brumes d'automne van Dimitri Kirsanoff uit 1928. Dit als onderdeel van Bertrand Bonello’s ‘Résonances’ tentoonstelling in het Centre Pompidou. Verstilde acid die goed past bij de ogen van Nadia Sibirskaia.

 

dinsdag 11 februari 2014

Niet te missen


Omdat hij zo wonderbaarlijk goed en mysterieus is, hier nog een keer onder de aandacht gebracht: de Resident Advisor mix van Acid Arab. Na twee minuten wist ik al dat er iets aan de hand was. Maar wat? Ouderwets oriëntalisme? Zeker, dat blijft gewoon geldig, maar wordt ook veel te weinig ingezet (denk Secret Chiefs, , J Majiks 'Arabian Nights', The Black Dog en nog een aantal technoproducers mid-jaren '90). Enige kanttekening is dat deze sfeermix waarschijnlijk een uitzondering is en hun normale geluid meer dansvloergericht is (zie hun fijne Beats In Space mix.) Niet erg, maar in deze 40 minuten kun je verdwalen.