Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label technologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label technologie. Alle posts tonen

zaterdag 4 juni 2022

Crimes of the Future | Een film voor de komende twintig jaar


Met Crimes of the Future keert de Canadese regisseur David Cronenberg niet zozeer terug naar de body horror, een term die hem weinig doet, als wel naar sciencefiction. Al kun je hier ook meteen aan twijfelen. Ja, eXistenZ (1999) was zijn laatste pure sciencefictionfilm maar ergens voelde de sociale afstandelijkheid in films als Cosmopolis en Maps to the Stars even futuristisch als een aflevering van Star Trek. Bovendien publiceerde hij in 2014 Consumed, een zeer beklemmende roman die de hedendaagse realiteit echt 21ste eeuws deed aanvoelen: 

“I didn’t expect the camera. In the operating room. I thought you would just take notes on a notepad, like a proper journalist.” 

“We’re all photojournalists now. It’s no longer enough just to write. We have to bring back images, sound, video. I hope you don’t mind.” 

Het narratief van de terugkeer zou veeleer een van continuering moeten zijn. Cronenberg zet zijn favoriete motieven en thema’s zelfverzekerd door. Kafkaëske bedden, dubbelagenten, de esthetica van de binnenkant van lichamen, organische technologieën, avant-gardistische operaties, de vervormingen van onze lichamen, de verkenning van een nieuw soort genot en zelfs een nieuw soort tederheid, ze worden allemaal vervlochten in een verhaal over een paar performance artiesten. Viggo Mortensen, fragiel en bedachtzaam als de drager van nieuwe organen en Léa Seydoux als zijn partner die dezelfde organen tijdens undergroundoperaties verwijdert. Het is niet helemaal duidelijk of de optredens illegaal zijn en omdat Cronenberg een aantal keren met taboes speelt, kon ik me niet aan een soort metagevoel onttrekken, de gedachte “Hoe komt hij hier mee weg? Hoe is het mogelijk dat ik dit zomaar in een bioscoop kan kijken?” Dat zijn vragen die al jaren niet meer in mij zijn opgekomen. 

Als oude meester weet Cronenberg dat je in sciencefiction uitleg moet doseren, de wereld ontdekken is altijd beter dan de wereld beschrijven. Dat maakt Crimes of the Future, los van de lichamelijkheid, tot een vervreemdende ervaring. Vrijwel alles is nieuw, alsof je naar een documentaire uit de toekomst kijkt. Er zijn hints van een versnelde menselijke evolutie waar men nog maar moeilijk controle op kan krijgen en pijn lijkt te verdwijnen wat op subtiele wijze is verwerkt in de afstandelijke manier waarop mensen met elkaar omgaan. Cronenberg laat je griezelen met de manifeste inhoud van bizarre wonden maar stopt zijn film vol latente betekenissen (is de film in zijn geheel bijvoorbeeld een kritiek op de digitalisering van kunst?) Sciencefiction is sinds Stalker niet meer zo arthouse van intentie en ritme geweest. Daarbij maakt hij optimaal gebruik van de Griekse locaties, in eerste instantie het resultaat van de financiering die de film mogelijk maakte. Het ziet eruit alsof het niet anders had kunnen zijn. Het zonovergoten klassieke Athene wordt volstrekt genegeerd en alles speelt zich af in aftandse interieurs, verlaten straten en havens vol schepen die traag afsterven. Een geloofwaardige toekomst, een maatschappij die de uiterlijke schijn niet kan volhouden nu complexe veranderingen mensen overmannen. Een wereld waar ik meteen in wilde wonen. 

Het is een lange tijd geleden dat ik de behoefte voelde om een film snel nog een keer te kijken. Crimes of the Future, met zijn haast achteloze manier waarop ideeën worden geponeerd, krachtige beelden, hypnotiserende muziek en droomachtige ritme waarin plot oplost, is eindelijk weer zo’n film. Het is een film die we zo nodig hadden. Een worp richting de toekomst, “minstens twintig jaar zijn tijd vooruit”, bedacht ik in het donker. Of is het de enige film die echt het jaartal 2022 waarmaakt? 

Wanneer Kirsten Stewart, die de rol van intelligente Amerikaanse in Europa nu compleet beheerst, een schuchtere Viggo Mortensen probeert te verleiden stelt hij “I’m not very good at the old sex.” Een van de zinnen waar de komende jaren talloze filosofische papers over zullen worden geschreven. Maar Cronenberg presenteert niet alleen interessante ideeën, het is uiteindelijk zijn afstandelijke moraal, een gebrek aan moraal die is vervangen door een goedaardige nieuwsgierigheid waarmee alles wordt verbonden. Zijn hele carrière lang weigert hij het lichaam als morele grens te accepteren. Het lichaam is in beweging, verandert continu, uit zichzelf of met anderen, andere mensen, virussen, dieren of technologieën. In Crimes of the Future is transseksualiteit een gepasseerd station, een oud fenomeen. Cronenberg is allang verder, op zoek naar de onbekende mogelijkheden van het lichaam die in detail dienen te worden verkend, een continue herdefinitie van schoonheid totdat de mens niet meer bestaat.

woensdag 19 oktober 2016

“Angry people click more.”



Een nieuwe Adam Curtis documentaire is inmiddels een evenement, in de hedendaagse stijl, dat wil zeggen dat het vrijwel compleet buiten oude media om speelt en online binnen netwerken voor opwinding zorgt. Curtis werkt nog steeds voor de BBC maar heeft gekozen voor de vrijheid van online documentaires in plaats van nette driedelige televisieprogramma’s. Je kunt je overigens afvragen of die beperking niet gedisciplineerder werk opleverde, zoals zijn meesterwerk The Power of Nightmares dat een elegant argument op twee sporen opzette met opzienbare conclusies als resultaat. HyperNormalisation heeft een vrijere opzet, waar in kleine essays ideeën worden gelanceerd, gedachten die niet lijken te worden afgemaakt om vervolgens weer te worden opgepikt. Maar uiteindelijk is er geen grote openbaring maar vooral een gevoel. En dat is niet blijdschap.

Curtis kent stilistisch geen gelijke. Niemand heeft een dergelijke grip op de intensiteiten van visuele media, weet het pathos van het beeld op te roepen. De meest mediagenieke politici verworden tot weifelende personages doordat Curtis net die beelden weet te vinden voor en na de performance. Nachtsteden glijden aan de kijker voorbij, een catalogus aan gruwelijke explosies wordt opgedoken naast bizarre alledaagse taferelen. Dit allemaal gegoten in een foutloze soundtrack met onder andere muziek van Aphex Twin, Burial, Suicide en Eno. De films van Curtis zijn gewoon heel goed gemaakt.

Maar wat betekent het allemaal? De standaardkritiek, niet van rechts dat Curtis niet kan uitstaan omdat hij keer op keer neoconservatieve mythes ridiculiseert, maar van links, is dat zijn hypnotiserende mooifilmerij geen gedegen analyse biedt, laat staan oplossingen. Dat is een opzichtig verkeerde lezing, een soort puriteins marxisme. Curtis opereert namelijk in een vreemde zone, tussen politiek pamflet, mediamythologie, feit en fictie in. En daar is hij volstrekt eerlijk in. Zijn documentaires beginnen immers steevast met een zin als “This is a story about...” Hij is een nieuw soort verhalenverteller, met bepaalde tics (ook hier weer echte Curtis-draaien als “But instead they came up with a different solution.” of “But it turned out to be something much darker.”) en ook met veel geduld, hier met name ten opzichte van de figuur Trump die steeds heel kort verschijnt maar zo wordt geportretteerd dat je alles weet wat je over hem hoeft te weten.

De meeste thesen van Curtis zijn overigens volkomen correct, een geësthetiseerde samenvatting van een paranoïde realisme waar het falen van politiek en een opkomende technologische samenleving de Westerse cultuur erodeert en een angstcultuur overblijft zonder enige realistische visie op de toekomst. Zonder tegenbeweging bovendien. HyperNormalisation is soms erg grappig, vooral de rol van Gadaffi is ongelofelijk bizar, net als de brutaliteit van Poetin en zijn geniale adviseur Vladislav Surkov. Maar ook Gadaffi eindigt uiteindelijk dood op het asfalt. Het is allemaal nutteloos. De titel van de documentaire geeft al een beetje de voorzet maar het gevoel dat na bijna drie uur kijken overheerst is van een melancholiek cynisme dat erg doet denken aan Jean Baudrillard. Geen uitweg, geen hoop, alleen nog maar simulatie na simulatie. De toekomst verloren, keer op keer weer.

dinsdag 5 januari 2016

Een korte geschiedenis van het volgende Amsterdam

Ik kreeg een tijdje geleden van een vriend het boek Amsterdam: A History of the World’s Most Liberal City en toen ik er eenmaal aan begon, heb ik het in hoog tempo uitgelezen. Soms maakt een buitenstaander veel duidelijk. Relatieve buitenstaander want Russell Shorto, directeur van het John Adams Instituut, woont al een tijd in de stad. Vreemd hoe dat gaat, om opeens je eigen nieuwsgierigheid, antiautoritarisme en tolerantie in historisch perspectief te zien, een traditie. Als Amsterdammer vormt het boek dan ook een injectie van trots, want de stad wordt gepresenteerd als bron van ongeveer alle vooruitgang op het gebied van ideeën sinds de Renaissance.

Tegen het einde moet Shorto er wat snel een einde aan maken en springt hij van begin jaren zeventig (“But in Amsterdam, the 1960s didn’t end.”) rap naar multicultureel drama gejammer. Wat hierdoor gemist wordt, is een periode die ooit de geschiedenis zal ingaan als een mini-Gouden Periode, namelijk de jaren negentig, waarin mogelijk de zaden werden geplant voor een echte continuïteit van de Amsterdamse Cultuur. Ik vond het vrij opvallend dat Shorto, die vrijwel overal in meegaat en zich uitstekend heeft gedocumenteerd, het fenomeen kraken totaal niet begrijpt en ook de Nieuwmarktrellen vergeet. Zonder dat laatste en de verijdelde plannen om autowegen dwars door de stad te leggen, was Amsterdam veel van zijn museale charme kwijtgeraakt. Het kraken zou in 1980 natuurlijk een synthese vormen met eeuwenlang anti-Oranjesentiment, maar veel belangrijker een soort reset van de stad forceren. Het is nu moeilijk voor te stellen maar Amsterdam was in 1990 een soort kinderloze stad, klaar voor een hergeboorte. Toen datzelfde jaar een aantal Ajaxspelers tijdens het kampioenfeest op het Leidseplein “Hasj, coke en pillen!” scandeerden, was dat een bevestiging van iets dat al een paar jaar broedde.




Een jaar later begint het album Seven Stars van Quazar met een radio-DJ die opmerkt dat alle tracks in de dancelijst “upbeat housetracks” zijn om te concluderen “Because as we know Amsterdam is house nation of the world.” De stad beschikte op dat moment over een geweldige verzameling platenwinkels en het was eenvoudig om housefeesten te organiseren, vaak in kraakpanden die veel toegankelijker waren dan de snobistische discotheken. De lokale chemici verhoogden de productie met hoogwaardige formules. En Quazar noem ik niet per ongeluk want wat het geheel afmaakte was Gert van Veen, lid van Quazar, maar ook muziekjournalist voor De Volkskrant. Elke vrijdag kon je vol verwachting de muziekpagina van de krant openslaan waar Van Veen compromisloos de laatste houseplaten recenseerde. Een aantal grotere artikelen en interviews uit die tijd (waaronder een zeer vroeg gesprek met Underground Resistance) bundelde hij tot Welcome to the Future wat een goed tijdsbeeld geeft, maar niet de kick kent van die vers-van-de-pers informatie (grotendeels pre-internet nog) waarmee hij de lokale ideoloog van house werd.

Langzaam zou de stad transformeren, in veel aspecten moderniseren en op een conventionele manier leefbaarder worden (de kinderwagens keerden zowaar terug.) De euforie van house zou kanaliseren tot een gereguleerde industrie. De lol van lachgasbalonnen voor een piek tijdens de eerste Awakeningsfeesten in de Westergasfabriek met lekkend dak zou stilletjes verdwijnen. De benoeming in 1994 van verdwaalde zedenprediker Schelto Patijn tot burgemeester hielp niet. Ik herinner me nog een feest in Paradiso rond die tijd waar de VJ een animatie projecteerde van Patijn die op de beat met zijn vingertje wees. Niemand trok zich er wezenlijk iets van aan, maar de tweede helft van de jaren negentig kende een andere sfeer, minder euforisch, meer gedreven door nieuwsgierigheid (de acceptatie van jungle) en een samengaan met opkomend internetoptimisme.

In 2000 vertrok Van Veen bij De Volkskrant. Zijn taak zat er duidelijk op. Wat betreft muziek maakte de krant een contrareformatie door naar onversneden rockisme die vreemd genoeg de bredere reactionaire omslag van de krant aankondigde. Internet zou de verspreiding van informatie over muziek, snel gevolgd door muziek zelf, overnemen. Ik denk dat voor Amsterdam daarna cultureel een zekere windstille periode aanbrak waar men collectief geen raad mee wist (house was natuurlijk nooit alleen maar dansmuziek, maar een complete technologische levensstijl/ideeënstroom.) De oude discotheken werden een voor een gesloten (of brandde af) en het continuüm Club 11 – Trouw (en nu De School) moest de vlam levend houden, inmiddels voor een nieuwe generatie. Het is allemaal wat kalmer, in zichzelf gekeerd en wellicht geciviliseerder.

Toch denk ik dat Amsterdam er beter voor staat dan vijf tot tien jaar geleden. Ondanks het gezeik op toeristen en hipsters leeft de stad meer. In zekere zin lijkt Amsterdam zich op te maken voor een technologische sprong die de komende decennia gaat plaatsvinden en waarvan de informatiestructuur met de AMS-IX en supersnel Internet al jaren geleden is gelegd. Na het lezen van Shorto’s boek lijkt het me duidelijk dat Amsterdam zich als digitale vrijhaven moet profileren, een volgende en onvermijdelijke transformatie van het traditionele mengsel van vrijheidsdrang en zakelijkheid. Een baken dat een alternatief vormt voor Haagse paranoiabureaucratie en daarachter opererende Angelsaksische controlestaten. Kortom, Amsterdam moet zichzelf de oceaan van silicium toe-eigenen. Die haar altijd heeft toebehoord.

zondag 13 december 2015

Een speculatieve routekaart (of hoe overbluf je terrorisme?)



De controlestaat bekritiseren is een morele verplichting, maar de helft van het werk. Want wat is het alternatief? Aangezien ik over utopieën, dystopieën en toekomstscenario’s schrijf, mag wat hier volgt gelezen worden als een aanzet tot een sciencefictionscenario (al speculeert eigenlijk iedereen zodra men voorbij oorzaken kijkt, de sf-kenner kan zich alleen meer vrijheid permitteren...en is vaak gevoeliger voor totalitaire tendensen.)

INLEIDING
Maar moet je dan niets doen tegen terrorisme? Vanzelfsprekend niet. Een van de nadelen van zeer specifiek surveilleren van terreurverdachten (die vrijwel altijd bekend zijn en dat ze niet 24/7 gevolgd worden, mag pure onwil heten) is dat men ze in een rechtstaat alleen kan arresteren op het moment dat er hard bewijs bestaat voor de planning van een aanslag (meestal in een ruimte uitgesproken/geschreven in code) of wanneer men daadwerkelijk op pad gaat en de tijd om in te grijpen zeer kort is (zelfs als zou een terrorist een aanslag op Twitter aankondigen, is hij nog lastig tegen te houden.) Het alternatief is al in 1956 door Philip K. Dick beschreven in Minority Report: arrestatie voordat een misdaad wordt gepleegd, of wel schuldig zijn aan een misdaad in de toekomst. De conclusie na lezing van dat gedachte-experiment is onvermijdelijk dat veiligheidsdiensten en politie nooit alle mogelijke aanslagen gaan stoppen. Met een beetje geluk verkrijgt men informatie waardoor af en toe een netwerk of cel wordt opgerold, maar meer zit er zonder het opheffen van alle burgerlijke vrijheden gewoonweg niet in. Bovendien bewijst de gretigheid waarmee in Frankrijk met beroep op antiterreurwetgeving klimaatactivisten worden opgepakt hoe makkelijk men zulke maatregelen misbruikt. Aanslagen komen bepaalde staatselementen op deze manier wel heel goed uit.

Aan de andere kant is de politiek-mediaconstellatie zo ingericht dat bijna geen alternatief mogelijk is voor machthebbers anders dan de “we gonna get them folks” retoriek. Elke alternatieve strategie staat voor “zwakheid”. Daarom is de reactie van de Italiaanse regering zo uitzonderlijk. Alhoewel je kunt twijfelen of dit naar IS toe verder wat uitmaakt, voor het zelfbeeld, een uitstraling dat men weet wat civilisatie werkelijk inhoudt, mag het redelijk adequaat heten. Ik zie allereerst niet in hoe we uit deze situatie geraken zonder een einde te maken aan het militair-industrieel complex. Het zal altijd conflicten blijven zoeken, meer geld blijven opslokken. Deze ongebruikte scène uit Nixon legt het allemaal piekfijn uit:


Dit complex is echter zo in de Westerse maatschappij en nationale economieën verweven dat geen redelijke oplossing mogelijk lijkt. De manier waarop Julian Assange, Chelsea Manning en Edward Snowden is gereageerd—klokkenluiders die maar een klein deel van het doen en laten van het complex openbaarden—belooft weinig goeds voor degenen die enigszins serieus werk zouden maken van terugdringing, laat staan opheffing. Hoe ver is het gekomen dat alleen een natuurramp, en dan zelfs alleen een van hele serieuze omvang (type The Big One die de Amerikaanse westkust platlegt), deze grip kan doorbreken? Ondanks dit fatalisme is het mogelijk om een aantal oplossingen op de lange termijn te formuleren aan de hand van drie thema’s.

GEOPOLITIEK
Met vanzelfsprekend een centrale rol voor het Midden-Oosten, een geopolitiek wespennest dat zich in een uitzichtloze situatie bevindt. Desondanks kan ik me de volgende oplossingen voorstellen waarbij men begint met het stoppen van nutteloze bombardementen en het pompen van wapens aan “gematigde” rebellen (alleen gunstig voor de wapenindustrie het in stand houden van chaos). Vervolgens probeert men het lokale geweld in te kapselen terwijl wordt gewerkt aan een serieuze, langetermijnoplossing voor de regio. Niet zonder problemen, al was het omdat een aantal partijen over hun schaduw moet stappen. Daarbij komt nog kijken dat de regio op een niveau radicaal postmodern is, zelfs op het avant-gardistische af: er zijn geen grenzen meer. Of die grenzen weer zijn te herstellen is maar de vraag. Zeker is dat het accepteren van een stateloos gebied op de wereldkaart nog ondenkbaar is. We moeten patronen zien en anders verzinnen we die wel. Nieuwe staten dus. Men formuleert een VN-resolutie met plan tot herindeling van de regio waaronder een onafhankelijk Koerdistan wat Turkije maar heeft te slikken. Indeling naar etniciteit/religie, dus niet kolonialistisch met de liniaal rechte lijnen trekken. Wie niet mee wil doen, moet het vervolgens zelf maar uitzoeken. IS zal vervolgens door een Arabische coalitie moeten worden opgerold, het is immers een regionaal probleem (hier dient zich een volgend probleem aan want het ideaal zou zijn dat deze coalitie echt overkoepelend is, dus de vrijwel ondenkbare samenwerking van Iran en Saoedi-Arabië). Daarna is het definitief voor het Westen handen af van de regio (zie volgend thema.)

Bonuswens: herstel van Beirut als kosmopolitische stad van voor de burgeroorlog. Een krachtig symbool dat een ander leven, zonder het juk van religie, mogelijk is. Bij succes dezelfde formule voor voormalige vrije steden Kabul en Bagdad. Oh ja, en nog iets met de Palestijnen.

TECHNOLOGIE
Welke waarden kunnen we tegenover terrorisme stellen? Vrijheid is nietszeggend want wordt na elke aanslag meteen overboord gegooid. Religie heeft geen universele waarde meer. Consumentisme loopt tegen zijn grenzen aan. Democratie is ondergeschikt aan het belang van financiële instellingen. Nee, wat ons—naast DNA—bindt is technologie. Technologie is ook het enige wat een afstand kan scheppen, een onaantastbaarheid kan uitstralen. We moeten technologische werken ambiëren die imposant zijn en tegelijkertijd impliceren dat civilisatie creativiteit is en de grenzen opzoekt van wat het tot nu toe betekent om mens te zijn. Dit houdt een radicale innovatiegolf in want IS is op het moment vrij up-to-date wat betreft de huidige mediataal en computerkennis. Dat spel weten ze perfect mee te spelen. Jon Hassells profetische oorlog tussen 21ste en 15de eeuw is mogelijk geworden dankzij een technologisch connectie tussen beide partijen. Die connectie moet worden doorgesneden. Het verschil moet groter worden, imposant groter, niet als wapenwedloop maar in positieve verschillen. Of anders gezien: een negeren van de tegenstander door de aandacht te verleggen naar een ander niveau. En vandaar uit werken naar een technologische sprong voorwaarts (accelerando). In de huidige politiek denkt men graag klein, ook over technologie waarbij het summum van innovatie door Über wordt gevormd, een neoliberale koevoet verkleedt als app. Een sprong voorwaarts vergt een serieuze gecoördineerde inspanning (hieronder leg ik uit waarom dit lastig kan worden.) Een nieuwe energie-economie speelt hierin een centrale rol. Duurzame energie is vanzelfsprekend belangrijk om klimaatverandering tegen te gaan, gezonder voor de meeste organismes, onuitputtelijk voor de komende tig miljard jaar, maar het meest vulgaire pluspunt is dat het Midden-Oosten er politiek mee buitenspel wordt gezet. Want ook de crisis van Syrië is voor een groot gedeelte weer veroorzaakt door gekonkel over pijplijnen richting de E.U. waarmee bepaalde landen kunnen worden benadeeld.

Ooit het gevoel gehad na een aanslag “kon ik maar naar een andere planeet verhuizen?” Dat zal voorlopig niet op massale schaal gebeuren. Maar een uitweg naar andere planeten en manen in het zonnestelsel—geen onrealistisch idee meer—zal zelfs in het geval van een handvol mensen (en veel meer machines) ideologisch al van onschatbare waarde zijn. Het laat zien dat er andere zaken voorbij de Aarde van tastbaar belang kunnen zijn. In zekere zin het definitief achterlaten van woestijnreligies voor iets veel groters, het kosmische. Waar het op neerkomt, is het visioen van de oude Zarathustra:
Tot dusver schiepen alle wezen iets boven zich uit: en jullie willen de eb van deze grote vloed zijn en liever nog tot het dier terugkeren dan de mens te overwinnen? Wat is de aap voor de mens? Een hoongelach of een pijnlijke schaamte En precies dat moet de mens voor de Übermensch zijn: een hoongelach of een pijnlijk schaamte.
Ah, de Übermensch, altijd een mysterieuze figuur, over wiens exacte gedaante en betekenis men nog lang kan speculeren (op zijn meest ambitieus de mens die het biologische achter zich laat, op zijn vulgairst een randiaanse torenbouwer die zijn zin niet krijgt.) Maar steeds meer lijkt het erop dat deze eeuw de mensheid of een sprong vooruit waagt en zichzelf herdefinieert, of terugvalt in chaos om langzaam uit te doven als een slecht uitgevoerd experiment.

HET SOCIALE
Eigenlijk vormt dit de vraag waarop een antwoord het meest in nevelen is gehuld: hoe samen te leven? Wat is een maatschappij in de 21ste eeuw nog? De natiestaat hangt aan zijden draad en is zijn legitimatie bijna kwijt, zelfs de begrenzing door overlapping met een taalgebied wordt poreus.

Terrorisme raakt zijn doelwit kwijt met de neergang van de natiestaat. De geschiedenis van terrorisme is onlosmakelijk verbonden met de opkomst van de natiestaat. Los van de tragiek van de slachtoffers is dit onuitstaanbaar aan terrorisme: het blaast de langzaam stervende entiteit steeds weer nieuwe leven in. Terrorisme is een spel dat men te makkelijk kan winnen. Vrijwel alle belangrijke terroristische bewegingen—Baader-Meinhof, Tamil Tijgers, I.R.A. Al Qaida, E.T.A. de neofascistische groeperingen rond Gladio—hebben in hun tijd dit spel gewonnen. Dat veel van hun leden in dit proces zijn gedood, doet er niet toe want dat is ingecalculeerd. Zoals hun manifeste doelen nooit haalbaar waren. Maar de latente doelen, het provoceren van de staat om zijn ondemocratische gezicht te laten zien (doodseskaders, militairen op straat, mysterieuze “zelfmoorden” in de gevangenis, martelingen, illegale invasies) zijn altijd bereikt. Dit is geen nieuw inzicht, overheden weten het zelf natuurlijk allang, terrorisme reikt hen de mogelijkheden voor verandering aan. Vandaar dat wanneer met een zuur gezicht vergaande surveillancewetgeving wordt weggestemd, dit nooit een definitief besluit is, maar het maatregelenpakket zorgvuldig wordt bewaard totdat wel het juiste moment aanbreekt. De staat heeft vrijwel overal de pretentie van een welvaartsstaat laten varen en biedt als controle-belastingmachine geen concrete positieve functie meer. De spiegel van terreur moet gebroken worden.

Maar zoals hierboven aangegeven zijn collectieven nodig om op realistische wijze een technologische sprong te wagen. Die grote sprongen (ruimtevaart, Internet) werden voorheen door de overheid gefaciliteerd. Er bestaan inderdaad supranationale instellingen (CERN, ESA) en multinationals (vaak lastig te vertrouwen, zelfs de meest positief ingestelde zoals opgebouwd door Elon Musk) die deze rol ten dele hebben overgenomen. Maar zijn die krachtig genoeg? Een belangrijke vraag is of consumptie het sociale nog lang kan voortdrijven. En zo niet, moet een essentiële vervolgvraag worden gesteld: welke gemeenschappen kunnen ontstaan, die zich beter en op positieve wijze aanpassen aan de vloeibare realiteit van de diepe 21ste eeuw? Filosoof Fredric Jameson gaat blijkbaar volgend jaar een provocatieve stelling lanceren met An American Utopia waarin zoiets als een globale militarisering tot communisme moet leiden. Een onmogelijk scenario van een sf-kenner die ongetwijfeld inspiratie heeft gezocht in de werken van Robert Heinlein en vooral een brutaal denkexperiment. De oude marxist kan echter alleen in universele oplossingen denken. De realiteit is allang te fragmentarisch voor zulke overkoepelende oplossingen. De fragmenten moeten inderdaad nog fragmentarischer worden om dan in tijdelijke samenwerkingen bij een te komen en vervolgens weer hun eigen weg te gaan. Deze samenwerkingen vinden, vormt een van de belangrijkste taken voor de rest van de eeuw. “Laat honderd bloemen bloeien, laat honderd scholen wedijveren.”

Naschrift (edit): Scott Atran - 'ISIS is a revolution' is een lang essay met veel interessante onsentimentele invalshoeken over bovenstaande problematiek.

woensdag 10 juni 2015

Wolfgang Voigt – Rückverzauberung 10: Nationalpark




Als ik het me goed herinner is dit de eerste cd die ik in 2015 heb aangeschaft. Dat is natuurlijk grotendeels de schuld van Aphex Twin en toch ook een beetje dat pas recentelijk een paar (mogelijk) interessante albums verschijnen. Een nieuwe Wolfgang Voigt is een automatische aanschaf. Dat heeft een praktische kant, zijn albums zet je makkelijk op, kun je op allerlei momenten beluisteren en gaan jaren mee. En er is een audiofiele insteek, de muziek van Voigt moet je overspoelen. Dunne streams en mp3s op computerspeakers doen geen recht aan de muziek. Binnen de kortste keren bewijst Rückverzauberung dit met zijn bedwelmende klanken die plotseling in volume toenemen.

Rückverzauberung 10: Nationalpark, gemaakt ter ere van de opening van het Nationalpark Hunsrück-Hochwald, is in alles een continuering van Voigts GAS-project waarmee hij tussen 1996 en 2000 een compleet eigen interpretatie gaf aan zowel techno als de Duitse klassieke muziek (in De Toekomst Hervonden krijgt Zauberberg daarom een unieke term toebedeeld: sterke plaat.) Met de Rückverzauberung-reeks ontdoet Voigt de muziek van de pompende beats en blijft een intrigerend veld van klanken over. Het idee van lagen van klassieke muziek vermengt met synthesizers lijkt simpel maar niemand doet Voigt echt na, de muziek is ook direct als de zijne te herkennen, ongetwijfeld van vanwege de techniek al is de sfeer, een mengsel van dwalende melancholie en verwondering, vrij stijlvast.

Voigt wordt soms beschuldigd van Zwarte Woud kitsch, maar ik denk dat zijn romantische gevoelens complexer zijn (en feitelijk gezien liggen zowel Köningsforst en Hunsrück-Hochwald niet in het Zwarte Woud.) Ik moest bij beluistering van het album terugdenken aan een tijd dat ik graag de term Geist hanteerde om een bepaalde kwaliteit van muziek mee te omschrijven. Destijds was ik nog zoekende en had de term bepaalde associaties met Duitse filosofie die bad ass waren, maar nu ik Rückverzauberung (terugtoveren) beluister snap ik waar ik naar op zoek was, een soort tegenhanger van soul. Maar die term werkt niet goed. Ik heb Autechre wel eens de grootste soulband van onze tijd genoemd, maar de associaties met een bepaald genre zijn te sterk. Soul heeft als term ook teveel last van authenticiteit, een inherent menselijk gevoel wat de zanger/muzikant opdiept. In Geist zie ik de emotionele synthese tussen mens en machine. Autechre heeft het, Aphex Twin heeft het zeker, ik zag het in de kalme zang van Ralf Hütter en de muziek van Wolfgang Voigt is met zijn extra betekenislagen waarschijnlijk de krachtigste manifestatie van Geist.


Rückverzauberung 10 lijkt op een definitief statement, het is veel langer dan de vorige tracks (de cd bestaat uit een nummer van iets langer dan een uur) waardoor de luisteraar optimaal kan verzinken in de muziek. Ambient in zijn meest klassieke vorm, het stuk werd ook in eerste instantie gebruikt voor een geluidsinstallatie in een woud. Moeilijk om na een paar luisterbeurten te bevatten, dit is immers muziek waar schijnbaar weinig “gebeurt”, er is geen drama, contrast wordt opgebouwd in ongebruikelijke tijdspannen, spanning ontstaat subtiel, vaak veroorzaakt door dynamische veranderingen, sommige details zullen na verloop van jaren worden ontdekt. Bovendien is er geen breuk met het al lang geleden geperfectioneerde model, vol associaties van natuur, Romantiek en Duitsland. Een muziek voor hardcore individualisten. De dichters, wandelaars, denkers.

dinsdag 5 mei 2015

Sterren, we komen er aan!


Nog niet helemaal, maar in een week met toch al een positieve vibe dankzij Elon Musks presentatie van de Tesla Powerwall, is de geslaagde test van NASA met de EM drive fijn dagdroommateriaal.Vorig jaar was het even in het nieuws en dacht de innnerlijke cynicus er waarschijnlijk nooit meer iets over te horen, maar nu blijken er weer positieve testresultaten te zijn. Het roept, los van de vraag of het ooit tot een werkzaam ruimteschip komt, natuurlijk meteen allemaal leuke vragen op. Ik dacht meteen: welke gek gaan ze vinden die hier voor het eerst mee wordt gelanceerd? Welke maatschappelijke veranderingen zal het teweegbrengen? En er kunnen meteen allerlei verouderde sciencefictionscenarios worden afgestoft. Waarschijnlijk zal hier het effect het snelst te merken zijn en krijgen we een hausse aan semi-realistische ruimtereisfictie.

(dat boek van Alfred Bester is overigens een complete aanrader)

zaterdag 25 april 2015

Het Nieuwe Werken volgens Microsoft


Microsoft heeft met Office 365 alleen nog geen manier gevonden om je in je dromen aan het werk te zetten. Dat is het ideaal nietwaar? Hier vind je een sarcastische "verbeterde versie".

maandag 13 april 2015

Literatuur zonder achteruitkijkspiegel

In literary fiction, the more popular solution seems to be relying on settings close to the present, but far enough back to avoid such inconvenience. Granted, the popularity of the 1970s, 1980s, and early-1990s as settings also owes plenty to generational shifts in literary production as people write about formative periods and the years they remember. But it also avoids any number of narrative problems and allows writers to go on telling stories in the way they are used to, rather than incorporating the present in ways that are difficult and disruptive. When I recently wondered on Twitter — one of those very disruptions — if we’ve reached the point of needing a term for this kind of setting, author Jared Yates Sexton suggested “the nostalgic present.” And while it’s easy enough to incorporate mention of that into this essay, where might a tweet fit into a novel? As dialogue, formatted like any other character’s utterance? Or embedded with timestamp and retweet count and all? What happens when our characters spend half their novel on Twitter, as so many of us spend our workdays?
Uit ‘Reader, I Muted Him: The Narrative Possibilities of Networked Life’, een mooi essay van Steve Himmer met een aantal intrigerende observaties (en leestips.) Dat de, zeg maar reguliere, literatuur er weinig van bakt, is al een tijd duidelijk. Himmer laat zien waar een van de pijnpunten ligt. Een van de interessante aspecten van Cronenbergs Consumed is dat het een zeer technologische roman is, los van alle medische ongein zijn de jonge journalisten Naomi en Nathan heel scherp geportretteerd in de manier waarop ze met elkaar communiceren en technologie gebruiken om hun beroep en identiteit vorm te geven.

“Or was it a more sinister thing? Was the iPhone a malevolent protean organism, the stem-cell phone, mocking him who had cameras with real physical shutters whose sound you couldn’t turn off? Promising to replace every other device on earth with its shape-shifting self—garage door openers, light meters, spirit levels, you name it?”

Maar ik vroeg me ook af: doet sciencefiction het eigenlijk beter? Black Mirror vanzelfsprekend, maar dat is televisie (zoals Gone Girl van Fincher op dit niveau heel beklemmend werkt.) Als fictieschrijver zou dat de leidraad moeten zijn, de problematiek waarmee je personages grotendeels worstelen. Maar doet sciencefiction eigenlijk niet al een tijd hetzelfde, alleen dan als een vlucht in de richting van de toekomst, waar dit soort “primitieve” communicatie achter ons ligt en gestroomlijnd is? Het vormt ook een van de voordelen van een post-apocalyptische setting, waarbij je eigenlijk met een cirkelbeweging weer in het verleden terechtkomt ("het verlangen naar een donkere middeleeuwen" noem ik het in De Toekomst Hervonden.)

Het lijkt in ieder geval een goed moment om de klassieke sciencefiction weer te herlezen en op dit aspect te letten: hoe communiceert men met elkaar? En hoe verandert dit de sociale omgang en de maatschappij? Twee conventionele uitwegen zijn altijd telepathie en de videofoon geweest, waarbij die laatste eigenlijk zelden tot een radicaal andere manier van communiceren leidt, niet meer dan een betere telefoon. Hoogste tijd om Stand on Zanzibar (1968) weer eens te herlezen, wat toen ik het las erg goed vond, maar teveel in het verhaal verzonk om veel aandacht te besteden aan dit soort details.

zondag 1 maart 2015

De Verdwijning van Technologie

“Computers are being updated all the time,” he said, rolling his eyes at a PC laptop his son keeps in the corner. “Your computer becomes obsolete in a very short amount of time. It’s slow. It doesn’t have enough memory. A new model comes out. A printer won’t work with it anymore. That Underwood over there” — he points at a gleaming, black machine fit for James Joyce — “it’s 100 years old. What computer is going to last 100 years?”

'The Last of the Type Writer Men', een mooi portret van de laatste reparateurs van typemachines. De machine is alweer een tijd hip, maar uiteindelijk zal hij echt verdwijnen. Ik gebruik zelf nog sporadisch een Olivetti Dora voor het schrijven van fictie (op het moment toch al op een laag pitje, wie weet later dit jaar) en het heeft zijn charme (geluid, het hameren van de tekst, de esthetiek van de machine) en voordelen (de concentratie en meer geïmproviseerde stijl van schrijven). Maar uiteindelijk kost de overdracht teveel tijd om te kunnen concurreren met digitale tekstproductie. Helaas, want in dat proces gaan zeker dingen, als een bepaalde zorgvuldigheid, verloren. So it goes.

zondag 4 januari 2015

Ballardian Video Neuronica




Geweldige korte film die vorig jaar verscheen bij het album B-Movie (Ballardian Video Neuronica) van John Foxx. Met onder andere fragmenten uit Vertigo, Repo Man, Drive, Lost Highway en The Swimmer. Ben nooit echt een liefhebber geweest van de muziek van Foxx die in een soort eeuwig 1980 lijkt leven, maar dit werkt heel goed. Een korte ervaring die je weer op de alomtegenwoordigheid van het technologische landschap - verankerd in de psyche - drukt. Met een sublieme draai in de laatste vijf minuten - puur beauty in decay (wat zegt dat trouwens over ons, dat we ergens verlangen naar een overleven van een ramp als utopie, als nieuwe esthetische ervaring ook.)

maandag 27 oktober 2014

Vooruitgang of nieuwigheid?

"So if the future is possible today, why is it still the future?"

Om DJ Shadow te citeren: "It's the money." En de gebrekkige samenwerking tussen apparaten. Aldus Christian Cantrell in 'The future is disappearing: How humanity is falling short of its grand technological promise' (Salon.com). Hij maakt ook een belangrijk onderscheid tussen vooruitgang en nieuwigheid:

Progress is about increasing access to information and media as opposed to imposing artificial restrictions and draconian policies; it’s about empowering the world to do more than just shop more conveniently, or inadvertently disclose more highly targetable bits of personal information; it’s about trusting your customers to do the right thing, providing real and tangible value, and holding yourself accountable by giving all the stakeholders in your business the ability to walk away at any moment. And it’s about sometimes taking on a challenge not only for the promise of financial reward, but simply to see if it can be done, or because you happen to be in a unique position to do so, or because humanity will be the richer for it.

zaterdag 18 oktober 2014

Nieuwe William Gibson in aantocht

It was impossible to tell the story because the technology was so weird.

I think if someone had somehow had a dream in which they had seen our smartphone technology as it is today in the 1950s, and they’d written a science fiction story, I doubt they would have been able to publish it. It would be so hard to tell a story while you’re simultaneously describing this thing that these people do with these weird little pocket television sets they all have.
 Sinds Pattern Recognition niet zo enthousiast geweest over een nieuwe Gibson als The Peripheral. Motherboard heeft een leuk interview met veel aandacht voor geschiedenis. Ergens toch wel jammer dat hij dat hoofdstuk waar hij in het citaat naar verwijst niet heeft doorgezet.

vrijdag 1 augustus 2014

Toekomst, ik kan je bijna proeven

Eerst, nieuws over het eerste synthetische (semi-synthetisch als ik het goed begrijp) blad dat volledige fotosynthese reproduceert:

 

Als dat niet genoeg is om verschillende toekomstscenario's te laten opbloeien is microgolf aandrijving voor de derde keer geverifieerd (let ook op onderhuidse "Chinezen nooit te vertrouwen" sfeer).

British scientist Roger Shawyer has been trying to interest people in his EmDrive for some years through his company SPR Ltd. Shawyer claims the EmDrive converts electric power into thrust, without the need for any propellant by bouncing microwaves around in a closed container. He has built a number of demonstration systems, but critics reject his relativity-based theory and insist that, according to the law of conservation of momentum, it cannot work. 
 Volgens Wired heeft NASA zijn eigen tests gedaan waarna de poëzie van geesten en anti-deeltjes weer opduikt:

"Test results indicate that the RF resonant cavity thruster design, which is unique as an electric propulsion device, is producing a force that is not attributable to any classical electromagnetic phenomenon and therefore is potentially demonstrating an interaction with the quantum vacuum virtual plasma."

This last line implies that the drive may work by pushing against the ghostly cloud of particles and anti-particles that are constantly popping into being and disappearing again in empty space.

maandag 16 juni 2014

Tekst en technologie

Toevallig sloeg ik Understanding Media (1964) van Marshall McLuhan open op de onderstaande passage, net nadat ik een van die artikelen had gelezen (Tim Parks - 'Reading: 'The Struggle') die zich zorgen maakt over aandacht van de lezer en de complexe stijl van de roman.



The speed-up of information gathering and publishing naturally created new form of arranging material for readers. As early as 1830 the French poet Lamartine had said. "The book arrives too late," drawing attention to the fact that the book and the newspaper are quite different forms. Slow down typesetting and news-gathering, and there occurs a change, not only in the physical appearance of the press, but also in the prose style of those writing for it. The first great change in style came early in the eighteenth century, when the famous Tatler and Spectator of Addison and Steele discovered a new prose technique to match the form of the printed word. It was the technique of equitone. It consisted in maintaining a single level of tone and attitude to the reader throughout the entire composition. By this discovery Addison and Steele brought written discourse into line with the printed word and away from the variety of pitch and tone of the spoken, and even the hand-written, word. This way of bringing language into line with print must be clearly understood. The telegraph broke language away again from the printed word, and began to make erratic noises called headlines, journalese, and telegraphesephenomena that still dismay the literary community with its mannerisms of supercilious equitone that mime typographic uniformity.

maandag 9 juni 2014

Elektrische gedachten

Electric technology, by virtue of its immediate relation to our nervous system, is itself a sort of inner trip, with drugs playing the role of sub-plot or alternate mode. It may well appear a few years hence that the panic about psychedelic drugs relates less to the chemistry than to the hidden terrors which people feel in the presence of electric technology.
Marshall McLuhan over Timothy Leary. Lees hier de achtergrond. Er was een tijd dat ik helemaal in dat tijdperk was ondergedompeld (ik heb zelfs een scriptie geschreven over LSD als technologie). McLuhan en Leary, twee figuren waar ik om verschillende redenen ambivalente gevoelens over heb, maar de energie van hun gedachten is nog steeds geweldig, elektrisch.

zaterdag 17 mei 2014

Tussen Technofobie en Technomanie

Uiteraard voelt het soms alsof technologie zich als het ware – onzichtbaar – aan ons ‘opdringt’. De afgelopen twintig jaar zijn technologieën door velen omarmd, zonder dat ze zich realiseerden dat het een fundamentele maatschappelijke (en culturele, economische en politieke) transformatie met zich meebracht. Hoewel veel mensen het gevoel zullen hebben dat ze niet juist zijn geïnformeerd over die implicaties, is het zo dat maar een klein aantal mensen daar werkelijk interesse in toonde. De meerderheid begon maar al te gretig met het gebruiken van de nieuwe technologieën, en vergaten ‘de rest’. Er bestaat zeker een gebrek aan kennis over de technologieën die we gebruiken. Technologieën zijn verworden tot de magische producten die op een of andere manier functioneren, en steeds vaker wordt de consument bewust weggehouden van de belangen die spelen, ze worden opgesloten in een een slimme, gesloten. Smartphones, iPads, iPhones, ze worden gemaakt voor consumenten, en transformeren ons in niet-denkende consumenten.
Van een paar maanden terug, maar zo snel gaan de ontwikkelingen niet en zo'n essay is het ook niet. Meer een onderwerp waar we de komende decennia zoet mee zijn. 'Moeten we allemaal technofoob worden? Of onze technomanie koesteren?' van Arie Altena voor Gonzo Circus. Beetje een thuiswedstrijd voor de wetenschaps- en/of techonologiesocioloog maar hij weet helder de gelaagdheid van technologie te presenteren.

maandag 12 mei 2014

De Anti-Minority Report


Ik heb eindelijk Her van Spike Jonze gezien. Fascinerende film, op diverse niveaus. Dit artikel in Wired gaat dieper in op de design beslissingen van de makers:
Jonze had help in finding the contours of this slight future, including conversations with designers from New York-based studio Sagmeister & Walsh and an early meeting with Elizabeth Diller and Ricardo Scofidio, principals at architecture firm DS+R. As the film’s production designer, Barrett was responsible for making it a reality. Throughout that process, he drew inspiration from one of his favorite books, a visual compendium of futuristic predictions from various points in history. Basically, the book reminded Barrett what not to do. “It shows a lot of things and it makes you laugh instantly, because you say, ‘those things never came to pass!’” he explains. “But often times, it’s just because they over-thought it. The future is much simpler than you think.”

maandag 18 november 2013

De machine voelen

Locks are very, very cool. They're very elegant in their design, and they serve their purpose well. When using a lock on a door, I feel aware of the pins rising and falling against the key as if I'm running my finger under them instead of a key. When watching or manipulating a lever in action, I feel and am aware of the forces acting on it. When on an escalator, I feel the movement of the steps on the conveyor as if they're the notches up my spine, and the arm rest as the skin at the top of my upper arm and shoulder. Clocks are so delicate and minute in their design and visible movement I barely feel them tickle the hair on my arms. Robots that have the typical rectangular drive train feel like cars, just smaller. Ironically, robots that have been designed to look like/mimic human bodies are stranger to connect to, because their similarity to my already-existing limbs is confusing.

Een fascinerend interview met een Amerikaans meisje dat synesthetisch is met machines. Een verhaal dat elk sciencefiction hart sneller moet doen kloppen. Zoals ze het beschrijft is het geen onprettige ervaring. En het doet je meteen speculeren of het evolutionaire adaptatie is aan een omgeving die verzadigd is met technologie. Het kan natuurlijk de zoveelste hoax vormen, maar dan nog is de hele tekst een briljant kort sciencefictionverhaal.

maandag 4 november 2013

De terugkeer van virtual reality



Ik heb de toekomst gezien. Letterlijk. Een vriend liet mij zijn Oculus Rift virtualrealitybril uitproberen en terwijl je verwonderd om je heen kijkt weet je vrijwel direct dat er iets fundamenteel is veranderd. Nadat je de bril hebt afgedaan stromen de associaties en ideeën binnen. De welhaast vergeten en uitgerangeerde technologie virtual reality gaat zijn belofte eindelijk waarmaken. En wat het teweeg kan brengen is niets minder dan een grote synthese van game, film, muziek en wat je ook maar wilt gebruiken (kunst, literatuur, porno, sport). 

Goed nieuws voor artiesten die een alliantie zullen moeten aangaan met programmeurs en ontwikkelaars. Minder goed nieuws voor Google Glass wat toch een veredelde smartphone op je gezicht is, continu aangesloten op een bedrijf dat tot nader orde niet is te vertrouwen. En de smartphone als uitvloeisel van de telefoon is altijd al een technologie geweest waar ik weinig liefde voor voel, een gereedschap voor gefragmenteerde communicatie en informatie. Wat we hiervoor in de plaats krijgen is een droomtechnologie, een snelweg richting de grenzeloze fantasie. 

Ergens klopt het vreemde pad van VR wel, was het idee in eerste instantie te radicaal in relatie tot de rekenkracht die nodig is om een geloofwaardige wereld te scheppen waar het beeld niet meer hapert en een hoge resolutie heeft. Nu games zulke dimensies aannemen dat ze complete werelden vormen is de stap naar een werkelijke onderdompeling welhaast onvermijdelijk. 



Gebruikers van de Oculus hebben soms last van misselijkheid. Ik voelde zelf geen intrinsieke misselijkheid en als ik zo de andere gebruikers observeerde is er waarschijnlijk een bepaalde aanleg voor misselijkheideffecten (misschien op te vangen door een langere adaptatiefase.) Wat wel een vervreemdend effect is, en een bewijs dat de onderdompeling op een ander niveau ligt in vergelijking met een conventioneel scherm, wordt duidelijk tijdens de achtbaandemo’s waarbij hoogtevrees tijdens de klim naar de top nog kan worden “weggedacht” als een simulatie maar de snelle afdalingen met scherpe bochten het karakteristieke draaigevoel in de maagstreek veroorzaakt. Op zichzelf al een intrigerend effect omdat dit puur door visuele informatie wordt veroorzaakt in plaats van beweging van maag en evenwichtsorgaan samen met krachten waar het lichaam niet aan gewend is. Op lange termijn vraag ik mij af of het audiovisuele hierdoor de zintuigen van geur en smaak, die zich hardnekkig ontrekken aan het digitale, gaat overheersen? Zullen dat afzonderlijke domeinen worden met eigen rituelen, waar smaak bijvoorbeeld tot nieuwe extremen zal worden geduwd? 

Misselijkheid lijkt in ieder geval een overkomelijk probleem. Het grootste probleem dat ik op het moment voorzie is hoe het visuele, dat in principe klaar voor gebruik is, kan worden gecombineerd met een beweging van het hele lichaam door de wereld. De blik kan nu alles zien maar het lichaam moet op een efficiënte wijze door de werelden kunnen bewegen, zoals de handen op een andere wijze dan met een muis het digitale moeten kunnen manipuleren (dit laatste is door verscheidende spelcomputers al verkend.) Vanzelfsprekend wordt daar aan gewerkt en het lijkt me vooral essentieel dat bril, handschoenen en andersoortig materiaal uiteindelijk draadloos gaan functioneren (alweer handig dat we de laatste jaren zoveel ervaring hebben opgedaan me wi-fi).

Ongetwijfeld zal virtual reality nieuwe negatieve effecten kennen. Sommigen kun je al voorspellen (een grotere liefde voor het virtuele domein dan de “echte wereld”, de verspreiding van solipsisme, onvoorziene lichamelijke effecten, uitbuiting voor politieke doeleinden, het militair-industrieel complex dat zich er tegen aan bemoeit) andere effecten zullen pas na langer gebruik duidelijk worden. Ik denk dat de technologie zal doorbreken, daar is het te aantrekkelijk voor (en betaalbaar, de ontwikkelaarsversie kost minder dan een gemiddelde smartphone) maar soms twijfel ik of het niet een cultding moet blijven, een avant-garde van extremisme en amoraliteit terwijl de rest van de wereld boos tegen de televisie twittert en als magneet dient voor reclame. Duidelijk is dat de relatie tussen virtual reality en internet, zoals het nu wordt gesloopt, goed moet worden overwogen. Overheden moeten radicaal uit dit domein geweerd worden. De verkenning van privénetwerken die in gang is gezet blijft dan ook even belangrijk als de verdere ontwikkeling van de hardware. Hoe dan ook: spannende tijden liggen in het vooruitzicht.