Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label klimaatverandering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label klimaatverandering. Alle posts tonen

zaterdag 23 januari 2021

The Ministry of the Future | Vuile handen voor een groene toekomst

 

Aangezien klimaatverandering de mensheid de komende decennia (eeuwen?) zal bezighouden is het geen overbodige luxe om de fantasie aan te spreken. Het onbekende tastbaar maken, dat is een prachtige klus voor de sciencefictionschrijver. Weinig schrijvers zijn zo doortastend in het doordenken van toekomstscenario’s als Kim Stanley Robinson. De kolonisatie van Mars, een alternatieve wereldgeschiedenis zonder Europeanen, de praktijk van ruimtereizen op lange afstanden en het leven in een metropool wanneer de zeespiegel is gestegen, Robinson beschrijft dit alles in zijn boeken op overtuigde wijze. Dat deze kenner van progressieve politiek (hij studeerde onder Frederic Jameson, aan wie het boek is opgedragen) zich zou richten op klimaatverandering was eigenlijk onvermijdelijk, want klimaatverandering verbindt vrijwel alle grote politieke vragen die er tegenwoordig toe doen: bestaat er een alternatief voor kapitalisme? Wat te doen met vluchtelingen? Met welke erfenis kun je volgende generaties opzadelen? En hoe richt je een rechtvaardige globalistische samenleving in? Het ambitieuze The Ministry of the Future probeert hier in 563 bladzijden antwoorden op te vinden.

Literair gezien is het boek helaas geen hoogvlieger. De eerste 100 pagina’s lezen als een manuscript dat nog moet worden bijgeschaafd, met veel korte zinnen en houterige dialogen, alsof Robinson ongeduldig naar de didactische kern van zijn boek verlangde en snel de setting moest neerzetten. Pas tegen het einde gunt hij zijn hoofdpersoon een lang afscheid dat niet meer wordt gedreven door de ideeën. In die zin is het een hele ouderwetse SF-roman waar de ideeën de literaire vorm overheersen, een balans die sciencefictionschrijvers de afgelopen 50 jaar met moeite hebben proberen te veranderen, misschien niet altijd even enthousiast ontvangen door lezers van het genre, al heeft het op de lange termijn zijn vruchten afgeworpen waardoor sciencefiction ook interessant werd voor meer conventionele auteurs. Als je er een positieve draai aan wilt geven is The Ministry of the Future een soort fictieve non-fictie, een hybride die wetenschappelijke en technologische onderwerpen toegankelijk maakt met behulp van narratief. Fantasie is nodig om scenario’s te bedenken die realistisch aanvoelen en laten zien welke gevolgen bepaalde beslissingen kunnen hebben. Het overkoepelende narratief wordt dan ook aangevuld met kleine hoofdstukken die de vorm hebben van memo’s, transcripties en vermakelijke subjectieve omschrijvingen door bijvoorbeeld chemische processen.

The Ministry of the Future begint met de beschrijving van een dodelijke hittegolf in India. Deze ramp zet alles in beweging. Terwijl India op radicale wijze probeert een herhaling te voorkomen en geen zin heeft om op de rest van de wereld te wachten, richten de Verenigde Naties in 2025 een organisatie op die zich inzet voor de rechten van toekomstige generaties. Vanuit Zurich probeert het “ministerie” onder leiding van de Ierse Mary Murphy op allerlei manieren de stijging van de mondiale temperatuur en daarbij horende zeespiegel tegen te gaan. Een oplossing wordt gezocht in het vastzetten van de schuivende ijsplateaus in Antarctica terwijl Murphy met haar team vanuit het kalme Zwitserland probeert om de wereldeconomie te hervormen.

De omschrijvingen van de negatieve gevolgen van klimaatverandering zijn inlevend en deprimerend. Als waarschuwing werkt The Ministry of the Future vrij effectief. Robinson presenteert een groot aantal oplossingen die in theorie mogelijk zouden moeten zijn, al is het bijvoorbeeld moeilijk te geloven dat financiële instellingen, zelfs als het water iedereen aan de mond staat, hiermee zullen instemmen zoals ze hier uiteindelijk overstag gaan. Om de veranderingen te laten plaatsvinden en aan te tonen dat een andere toekomst mogelijk is, moeten bepaalde personages beslissingen nemen die ik ze in het echte leven lastig zie maken. Wat tijdens het lezen regelmatig tot de conclusie leidt dat de toekomst er zeer donker uitziet. Maar goed, het nut zit hem juist in het denken over oplossingen, het inspireren en dat is een lovenswaardig streven.

Wat The Ministry of the Future zonder twijfel een uniek karakter geeft, is de manier waarop het—zonder een duidelijke morele afwijzing van de auteur—een taboe-onderwerp bespreekbaar maakt, namelijk de rol van geweld in de bestrijding van klimaatverandering. Al vroeg wordt in India de ecoterroristische organisatie Children of Kali opgericht die koppige tegenstanders van verandering uit de weg ruimen. Wanneer de maatregelen van het ministerie in eerste instantie te weinig opleveren twijfelt Murphy over haar wettelijke slagkracht. Robinson laat knap in het midden of het ministerie een ondergrondse tak krijgt om op illegale wijze sabotage uit te voeren en mogelijk als doodseskader functioneert, zonder dat Murphy hier echt vanaf weet zodat ze geruchten altijd geloofwaardig kan ontkennen. Onvermijdelijk leidt dit tot tegenaanslagen op het ministerie. Het is uiteindelijk de uitvinding van de, niet eens zo vergezochte, pebble mob missile, een goedkope zwerm AI-drones, overal ter wereld ingezet om elkaar het leven zuur te maken, die eigenlijk de grote doorbraak forceert omdat het de militaire machtsverhoudingen compleet egaliseert (en bijvoorbeeld mogelijk maakt om elke tanker tot zinken te brengen.) 
 
Wellicht is dat Robinsons meest realistische boodschap, dat ondanks de overdaad aan goede bedoelingen en utopische bespiegelingen, klimaatverandering niet kan worden tegengehouden zonder vuile handen te maken. Het is duidelijk dat kapitalisme uit zichzelf geen betere toekomst kan bewerkstelligen. Fossiele brandstoffen hebben de motor van kapitalisme in beweging gezet en houden deze in een monsterlijk militair-industrieel complex draaiende. Om het tot de laatste druppel olie en brok steenkool te laten uitrazen is onmogelijk. Robinson maakt ons duidelijk dat verleiding met mooie ideeën over schone energie, groene steden, biologische productie en individuele goede werken waarschijnlijk tekort zullen schieten. Een nieuwe vorm van vals bewustzijn met desastreuze gevolgen voor iedereen.

zondag 5 januari 2020

Speculaties over de jaren ‘20

Genoeg lijstjes en terugblikken, dat is makkelijk. Nu is het tijd voor speculaties, dagdromen en wellicht slapeloze nachten. 2020 – 2030, dat klinkt toch als serieuze sciencefictionshit, de diepe 21ste eeuw. Veel is al de afgelopen jaren in gang gezet en sommige dingen die ik zal bespreken zullen klinken als een remix van eerdere observaties. Hoe dan ook, de toekomst is best wel groot dus ik zal me beperken tot drie van mijn favoriete thema’s.



Klimaatverandering 

In The Peripheral (2014) lanceerde William Gibson in een apart hoofdstuk het idee van de jackpot, een trage apocalyps die een groot deel van de mensheid uitroeit. In het afgelopen decennium zijn de gevolgen van klimaatverandering steeds duidelijker merkbaar geworden. Zelfs zogenaamde “sceptici” hebben dit geaccepteerd en blijven uit routine hun rol van trol spelen of verleggen de aandacht naar ontkenning light: “het is te laat”, “het is onbetaalbaar” of het propageren van hun vreemde fetisj “nu kernenergie!”. We bevinden ons natuurlijk al lange tijd in de jackpot, veel te lang om er nog aan te ontsnappen. De jackpot werd in de 18de eeuw ingezet met de industriële revolutie, een economie die wordt voortgestuwd door fossiele brandstoffen. Historici van technologie hebben inmiddels genoeg bronnen in kaart gebracht die duidelijk maken dat op wetenschappelijk, economisch en politiek gebied al lang bekend is dat de uitstoot van fossiele brandstoffen tot klimaatverandering leidt. De momenten om de jackpot op serieuze manier te ontlopen zijn gepasseerd, de laatste klimaattop in Madrid was meer een ritueel dat vooral nut heeft om te duidelijk te maken wie echt nihilistisch is.

Met de stijging van het gemiddelde mondiale temperatuurgemiddelde gaan de lokale temperaturen de komende jaren vanzelfsprekend stijgen wat tot meer van dezelfde #nofilter-beelden zal leiden uit India, Australië en China. Een ervaring die voor ons in Europa al snel een routineus spektakel zal worden, een hyperrealistisch horrormoment tijdens het scannen van de nieuwsfeeds. Totdat de Nederlandse stranden zichtbaar slinken zal het voor ons een afstandelijk fenomeen blijven met iets warmere zomers, roestende schaatsen en onverwachte regenpatronen. En toch heeft Nederland zich gebonden aan internationale klimaatdoelen wat bij Rutte na de definitieve Urgenda-uitspraak bijna tot boze tranen leidde als een iemand die betrapt is op het niet maken van zijn huiswerk. De Nederlandse overheid had zich jaren geleden moeten voorbereiden op een omslag maar zal ongetwijfeld speculeren op het grote poldermoeras van traineren, afleiden en tegenwerken terwijl brave burgers een kleine bijdrage leveren aan een duurzame levensstijl. Een fascinerend fenomeen overigens dat in landen waar klimaatverandering op directe wijze zal toeslaan, psychisch de grootste weerstand wordt geboden. Tenzij men voorstander is van het idee dat de mensheid beter kan verdwijnen om andere levensvormen een overlevingskans te geven is een systeemverandering onvermijdelijk en (eerlijk is eerlijk) zeer complex, helemaal op korte termijn. Kapitalisme in nood kiest dan liever voor de makkelijke uitweg, namelijk de alliantie met fascisme.

Fascisme 

Populisme Het nieuwe fascisme manifesteert zich, zeker na de verkiezing van Trump, steeds zelfverzekerder. Het heeft een formule gevonden die onweerstaanbaar is voor een grote groep kiezers. Een mengsel van ressentiment, “owning the liberals” en het zonder gêne feitenvrij onzin verkopen. Maar het is ook een politiek fenomeen dat nog niet zijn ware aard heeft laten zien. Een gevaarlijke situatie omdat westerse democratieën zich de afgelopen 20 jaar zonder serieuze zelfreflexie hebben omgevormd tot controlestaten. Als deze in de handen van fascistoïde partijen vallen kun je het als tegenbeweging of inwoner die niet aan bepaalde eisen voldoet vergeten.

Omdat de totalitaire variant binnen de Europese Unie lastig is te voltooien zou je kunnen spreken van een hybride (neo)fascisme dat nooit helemaal de democratie kan afschaffen en streeft naar een soort permanente staat van onzekerheid, een mediacratie waar hypes en crises worden uitgebuit voor politieke interventies, vaak van symbolische aard, zonder militaristisch machtsvertoon, zonder concreet te worden. Het fascisme van de interim-manager, grijs, zonder fantasie of esthetiek.

Het is lastig om een effectieve strategie te formuleren tegen een tegenstander die nooit zijn ware aard toont. In principe bestaan er in Europese landen drie belangrijke barrières tegen fascisme voordat geweld onvermijdelijk wordt: parlementaire democratie, journalistiek en de Europese Unie. In veel landen zie je dat politiek en media elkaars rol hebben verzwakt door politiek om te vormen tot een soort infotainment met een taal die bijna niet meer is te onderscheiden van sportjournalistiek. In Nederland zijn deze twee barrières al een tijd geslecht. Zoals neonazi’s weten, is alleen de Europese Unie nog een geduchte hindernis, reden waarom ze er altijd over klagen. Hybride fascisme zal binnen de kaders van de E.U. moeten functioneren aangezien opzegging door een meerderheid van de bevolking gezien wordt als een te radicale stap. Wat ontstaat is een fascisme dat continu probeert om grenzen op te zoeken, op de vingers wordt getikt en vervolgens de slachtofferrol speelt. Het is een fascisme dat nooit definitief wordt maar vanzelfsprekend genoeg schade kan aanrichten, met name met het tegenwerken van noodzakelijke veranderingen op het gebied van duurzaamheid en het bestrijden van ongelijkheid.

Zo ver hoeft het niet te komen maar politiek en media zijn duidelijk aan herziening toe. Een essentiële verandering is het compleet veranderen van de huidige journalistieke gebruiken. Omdat kranten onderdeel zijn geworden van mediaconglomeraten die de neoliberale consensus dienen te beschermen is het lastig om dit van gevestigde kranten te vragen en is men op het moment afhankelijk van alternatieven als Follow the Money. Toch moet men zien te breken met het Angelsakische krantenmodel en terugkeren naar de hoofdtaak van kritische beschermer van de democratie. Dat betekent concreet het afschaffen van bothsidesism, het kritiekloos portretten van politici, investeren in onderzoeksjournalistiek ten koste van opiniepagina’s en lifestylebijlages en moeten met name politiek journalisten stoppen met de afleiding van social media (Signal is de enige onmisbare app voor de beroepsgroep.)

Politiek moet er vanzelfsprekend een allesoverkoepelende visie worden uitgedragen die breekt met het neoliberalisme. Opgedeeld in concrete plannen, in duidelijke taal waarmee wordt uitgelegd hoe het beleid van de afgelopen 30-40 jaar de sociale cohesie heeft geërodeerd en wat realistische alternatieven zijn. Niet perse een exclusieve taak van linkse partijen, maar het helpt als zij initiatief tonen.

Cultuur 

De opkomst van het entertainmentcomplex waarin media keiretsu heersen over ongelijk verdeelde streaminginkomsten en multimediale artiesten, digitale films lanceren die gedurende het volledige ontwikkelingstraject zijn doorgetest en een eindeloze reeks spin-offs van klassiekers en successen dumpen die steeds vaker de vorm zullen krijgen van remixes met samples van acteurs uit het verleden, is een zorgwekkende tendens die parallel loopt aan de groeiende ongelijkheid die het neoliberalisme produceert. In de schaduw van dit complex zal het “kleine” alternatief blijven bestaan mits de artiest beseft dat een creatief leven buiten de doxa geen financiële zekerheid of populariteit biedt.

Social media hechtten zich het afgelopen decennium in levens, werden onderdeel van de identiteit. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de huidige social media het volgende decennium zullen halen. In deze vorm zijn ze te primitief en kunnen ze de verzadiging/verveling van gebruikers niet voorblijven, al hebben ze ongetwijfeld hun nut gehad. Met name het creëren van de, vaak bekritiseerde, filterbubbel zal positieve consequenties hebben. De filterbubbel, nu nog vaak met tegenzin mogelijk gemaakt door platforms, beschermt het individu vooral tegen bots en trollen wat gezond is voor de psyche. Die filters zullen krachtiger worden naarmate de online ervaring virtueler en dieper wordt, meer op de privacy van je dagelijkse leefomgeving gaat lijken, zonder vampiers die continu op je raam tikken.

Het individu zal door steeds meer realiteitslagen bewegen, waarbij het digitale systeem de perceptie ingrijpender zal kleuren: de kale materiële wereld soms aangekleed met augmented reality, digitaal “verrijkte” klassieke media (radio en televisie), een platte online wereld, virtuele werelden en een ideosfeer/noösfeer. De vraag wat echt is, zal over tien jaar wat betreft elke digitale manifestatie vrijwel onmogelijk te beantwoorden zijn, wat het terugtrekken in eigen realiteiten, afgebakend door protocollen van authenticiteit, alleen maar zal versnellen. Populair nihilisme zal bestaan uit een totale overgave aan de stroom van de deep fake. Daarnaast zal een groeiende groep mensen in Europa het digitale domein verlaten en zich vestigen in berggebieden en verlate plattelandsdorpen, ver van de stad, het digitale en de consumptie/status-race.

De afgelopen jaren verwachtte ik steeds duidelijker de contouren van een ecologische cultuur met een daarbij horende nieuwe esthetiek te zien. Nu ben ik daar pessimistischer over en lijkt esthetische vernieuwing zich, zeker op visueel vlak, tergend langzaam te ontwikkelen. Maar er is hoop in de vorm van een psychedelische renaissance die vanuit de Verenigde Staten en Canada zal opkomen. Nadat cannabis op federaal niveau is gelegaliseerd gaat men de aandacht richten op het legaliseren van psilocybine, gevolgd door mdma en lsd. Vanzelfsprekend zal dit allereerst via de therapeutische weg gaan (gezien de toename van wetenschappelijke onderzoeken volkomen terecht) maar ergens mist die veilige route ook de simpele waarheid dat psychedelica als mdma, lsd, dmt, psilocybine, mescaline maar ook ketamine gewoon goed zijn voor de “ziel”. En cultuur. Grootschalig gebruik resulteert zonder twijfel in meer empathie, tussen mensen onderling maar ook met de natuur. Bovendien is een betere motor voor een nieuwe cultuur moeilijk voor te stellen. De ideosfeer van psychedelica verbindt de realiteitslagen en heeft als groot voordeel dat het onkoloniseerbaar is voor machthebbers en kapitalisme. Het is een domein van vrijheid waar meer dan ooit behoefte naar bestaat en die zonder schuldgevoelens in de levens van de 21ste eeuwse mens moet worden gesitueerd. Het is de plek waar ecologie, antifascisme en cultuur samenkomen om de ware uitdagingen van de rest van de eeuw (altijd klimaatverandering, de veranderende relatie tussen mens en machine, het vormgeven van artificiële intelligentie) te confronteren.

Foto 1 door Rob Russell gepubliceerd onder Creative Commons 4.0 licentie.
Foto 2 door Lauren Manning gepubliceerd onder Creative Commons 4.0 licentie.