Mastodon designing futures where nothing will occur
Posts tonen met het label nostalgie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nostalgie. Alle posts tonen

zaterdag 4 juni 2016

The Lexicon of Love II: eckte-eckte Pop



Ik had de aankondiging zien langskomen en nu is hij er toch echt: The Lexicon of Love II van ABC. Waarom is dat iets om bij stil te staan? Het eerste deel is in een aantal hoofdstukken van Kritische massa op de achtergrond aanwezig, maar toen het album in de zomer van 1982 uitkwam was mijn interesse in popmuziek bijna compleet afwezig. ‘The Look of Love’ was een van die vrolijke liedjes (type ‘Down Under’) die ik als ambient hoorde als ik buiten speelde. Pas later zou het album een plek in de popgeschiedenis krijgen als het sleutelwerk van New Pop, een interessante reactie op punk die (buiten Engeland) meestal is ondergeanalyseerd ten opzichte van new wave. Het was achteraf gezien ook een korte periode in de Britse popmuziek die loopt van The Lexicon of Love tot Cupid & Psyche ’85 en Simon le Bons legendarische kraai/uithaal tijdens Live Aid. Hoe dan ook, Marcello Carlin legt veel beter dan ik ooit zou kunnen uit wat het belang is van The Lexicon of Love.

Maar deel twee kan ik wel wat mee omdat het een aantal interessante, nieuwe vragen oproept. Het duurde een tijd voordat ik de moed kon opbrengen om er naar te luisteren, iedereen weet wat het gevaar van vervolgen is. En de plaat voelt ook helemaal niet thuis op Spotify. Wat mij bij uiteindelijke beluistering meteen opviel (en dit is een veel uitzonderlijke prestatie dan je in eerste instantie verwacht): het klinkt als een perfect simulacrum, alsof je luistert naar het langverwachte vervolg dat in 1984 is uitgebracht. De plukkende bas, DX7-accenten, de manier waarop opener ‘The Flames of Desire’ klinkt als een ouderwets Eurovisie-liedje, de plastic handclaps, de vleugjes pianohouse die ook op deel I waren te ontwaren, je luistert naar muziek die in wezen niets met 2016 heeft te maken. Op een niveau dan. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer The Lexicon of Love II op een willekeurig moment in de jaren negentig was verschenen men er vrijwel geen aandacht aan zou besteden. Maar nu is het album opeens veel tijdiger. In deze periode van remakes en hyper-nostalgie voelt The Lexicon of Love II bijna als een noodzakelijk fenomeen.

De titel is gevaarlijk maar Martin Fry is een van de intelligentere popartiesten en heeft er ongetwijfeld veel over nagedacht om te concluderen: "fuck it, je leeft maar een keer, waarom moeilijk doen?" Ik hoop alleen dat het geen precedent schept en we straks worden bedolven onder Welcome to the Pleasuredome II, The New Slave to the Rhythm, etc. En Fry weet inderdaad meteen het potentieel van een vervolg uit te werken. Op de hoes kijkt hij als toeschouwer (regisseur?) toe hoe een jonge vervanger zijn oude rol overneemt. Fry heeft het gehad over NOWstalgia in plaats van een nostalgie naar 1982 en dat roept op zichzelf allemaal vragen op. Een plaat die klinkt als 1984 kan niet het huidige moment vangen alsof alles wat sindsdien volgde wordt uitgewist (behalve, vermoed ik, Random Access Memories, luister maar eens naar die brug in ‘Viva Love’ rond [2:10].) Maar ik denk ook dat het verlangen naar het moment subtieler is, het moment van een oudere zanger die nogmaals zijn licht laat schijnen op het tijdloze thema liefde. En dat lukt uiteindelijk erg goed. Fry beschikte altijd al het soort persona, type Bryan Ferry, dat al de oudere man speelde ver voordat de juiste leeftijd was bereikt. In zekere zin is hij er nu pas aan toe om echt te zingen.

Dan volgt het enige juiste criterium voor pop: fascineert het? Ja, The Lexicon of Love II is bij vlagen geweldige popmuziek als Pop, met melodieën, hooks en verrassingen die daarbij horen. ‘Singer Not the Song’ is het moment waar dit meteen duidelijk wordt, met gemak het beste popliedje van 2016. Dat is wanneer de opluchting toeslaat van “whoah, dit zuigt niet!” Daarna valt eigenlijk alles op zijn plaats, zie het moment dat ‘I Believe in Love’ begint te zweven, de manier waarop Fry in ‘Viva Love’ zingt “In the battle of sexes, victory is denied” of ‘Brighter than the Sun’ een compleet tegendraads positivisme uitdraagt. Een fijne verrassing...die waarschijnlijk niemand onder de 40 zal begrijpen.

maandag 17 augustus 2015

Kent Sri Lanka retromania?




Ik heb ongeveer in twee weken een jaar aan indrukken opgedaan. Met name het non-toeristische Jaffna in het noorden van Sri Lanka (voorheen Tamil Tijger gebied) bezit een authentieke charme. Maar laten terugkeren naar een specifiek thema: kent Sri Lanka retromania? Ik denk van niet en dat zorgt natuurlijk voor een bepaalde opluchting. Retromania is een van de vele structuren die je als Westerling voelt wegvallen wanneer je het land bezoekt. De rit van het vliegveld naar het eerste hotel vormde bijvoorbeeld een bijna hallucinerende rit langs een stad die leek te zijn gebouwd als een lint langs de weg, waar compleet andere verkeersregels gelden, een bizarre veelheid aan religieuze beelden staan opgesteld (inclusief katholieke heiligen). Europa wordt definitief op afstand gezet. En dat is mentaal en conceptueel zeer gezond.

De samenleving is compleet anders ingericht, met een grote rol voor religie (een circulair ritme van ritueel zonder progressie.) En niet onbelangrijk: de invloed van  Amerika is relatief klein, al kun je er Coca-Cola en Pepsi vinden (zelf hakken ze liever een kokosnoot open, is ook veel lekkerder.) Rusland en China worden vanwege hun steun in de burgeroorlog door een meerderheid vertrouwd en de auto’s zijn hoofdzakelijk van Japanse makelij (al is de in India geproduceerde Tuk Tuk een veel belangrijker vervoersmiddel.) De Westerse popcultuur is vrijwel afwezig buiten Colombo en er is in bredere zin weinig om nostalgisch over te doen: het directe verleden bestaat uit dertig jaar burgeroorlog waar niemand met weemoed aan terugdenkt. Sommige sporen van de oorlog—een geëxplodeerde watertoren, de verbrande bibliotheek van Jaffna—worden moedwillig, als herinnering, in stand gehouden. Nostalgie, als het bestaat, is geïmporteerd, de langzaam vervagende Britse nostalgie naar het Empire (en dan in de herinnering van een verdwijnende generatie.) Nog iets waar de zelfbewuste Sri Lankaan totaal niet naar terugverlangt, met uitzondering van cricket, het gesublimeerde Engelse, waar men zoals in zoveel ex-koloniën dol op is.

Ik had overigens zoiets als een muzikale openbaring toen ik met een ontbloot bovenlijf in een hindoetempel in Jaffna achter een groep gelovigen aansjokte die door een priester van nis naar nis werden geleid. Eerst dacht ik dat de muziek van tape klonk, maar nadat we het circuit hadden volbracht, bleek het door een priester met een trommel en twee jongelingen op lange trompetten te worden gespeeld. De mooiste muziek die ik jaren heb gehoord, zoiets als Coltrane’s einddroom, eindelijk bevrijd van toonladders. Knetter hypnotiserend. Helemaal af, ongetwijfeld al eeuwen lang.

donderdag 16 juli 2015

Het oude web

Ik had het in de vorige post over een vreemd gevoel van nostalgie die de beelden van een pre-world wide web internet opriepen. Dat is blijkbaar een ding, want ik struikelde de afgelopen week bijkans over artikelen die op een of andere manier spreken over een verlies van het, laten we zeggen, “oude web”. Waarin weemoedig wordt teruggedacht aan heel verschillende periodes (ik ga bijna vermoeden dat iedereen een online kindertijd doormaakt waarvan de onschuld verloren gaat.) Om met mijzelf te beginnen. Ik weet nog heel goed dat ik Gopher gebruikte op mijn oude PC met monochrome monitor. Al werd het snel duidelijk dat er iets radicaal ging veranderen toen www op brede schaal werd geïntroduceerd. Je kon zien dat de mogelijkheden vele malen groter waren, maar ik twijfelde of het—voorbij de visuele en auditieve rijkdom—wel een echte vooruitgang inhield. Ik was al dolgelukkig met het struinen door de boomstructuur van informatie, de eenvoudige menu’s waar je met een cijfer een keuze moest maken. Als ik er nu aan terugdenk, lijkt dit de juiste balans te zijn geweest tussen online informatie en “de echte wereld”.



Een kleine selectie met artikelen over het problematische web. Hier een artikel over trolls en een nostalgie naar de tijden van LiveJournal (zelf nooit gekend), waarbij deze observatie volstrekt correct is:

There was a time when online spaces were places you could be vulnerable and let down your defenses, where you could take a chance on meeting like-minded strangers without constantly looking over your shoulder for threats. 

De Iraanse blogger Hossein Derakhshan werd gevangen gezet en ziet na zes jaar gevangenschap hoe het online landschap is veranderd:

The hyperlink was my currency six years ago. Stemming from the idea of the hypertext, the hyperlink provided a diversity and decentralisation that the real world lacked. The hyperlink represented the open, interconnected spirit of the world wide web — a vision that started with its inventor, Tim Berners-Lee. The hyperlink was a way to abandon centralization — all the links, lines and hierarchies — and replace them with something more distributed, a system of nodes and networks. 
Blogs gave form to that spirit of decentralization: They were windows into lives you’d rarely know much about; bridges that connected different lives to each other and thereby changed them. Blogs were cafes where people exchanged diverse ideas on any and every topic you could possibly be interested in. They were Tehran’s taxicabs writ large.

Later formuleert hij deze potentiële klassieker:

The web was not envisioned as a form of television when it was invented. But, like it or not, it is rapidly resembling TV: linear, passive, programmed and inward-looking.

En verwacht de komende tijd meer van dit soort ideeën:

The "web" is not a part of nature. It was not discovered; we don't have to just accept it. The "web" is an infrastructural system that was built by people, and it was built very recently and very sloppily. It currently has the property that it forgets what must be remembered, and remembers what must be forgotten. It manages to screw up both the sacredness of the common record and the sacredness of private interaction.

Zelf ben ik niet pessimistisch. Facebook is niet eeuwig. Apple ook niet. Internet 1992 komt in ieder geval niet terug en veel positieve herinneringen hebben dat karakter omdat de samenleving en cultuur waarin het web was verankerd gewoonweg leuker en avontuurlijker waren. Maar het basisprincipe blijft voortleven, al was het omdat het bepaalde concepten voorstaat - decentralisatie, vrijheid, liefde van kennis – die de moeite waard zijn om na te streven. Die waar zijn.

donderdag 30 april 2015

Dansmuziek en nostalgie

The biggest danger with this current all-pervading sense of a nostalgic wallowing, and the attendant obsession with revivalism is this: we might miss our moment. Though I appreciate that this sounds like a huge buzz kill, and I'm not suggesting that we suddenly disengage from the history of dance music, but we can't just get comfortable with the assumption that things have already been as good as they're going to get.
Eindelijk de tijd gehad om 'Does Dance Music Have a Nostalgia Problem' van Angus Harrison te lezen. Weer een prettige blik van de jongere generatie op de huidige staat van dansmuziek. Stipt zowaar zaken als overcodering en de rol van muziektechnologie aan. Bijna maakt hij de volgende radicale stap, al lijkt hij niet te willen doorzetten, namelijk een diepere kritiek van de structuren van dansmuziek. Wordt het niet tijd om serieus aan de conventies van dansmuziek te twijfelen? Waarom altijd de discotheek (uitgevonden in de jaren zestig)? Het festival (zelfde periode)? Is die sociale context niet compleet verzadigd, laat staan gecommercialiseerd tot een geestdodende consumptiemachine? En dan is er nog de artistieke praktijk: waarom altijd de mix? Is de DJ-praktijk niet volkomen geritualiseerd met allerlei regeltjes die onze verwachtingen kaderen? De "correcte" manier van mixen, de "correcte" platen, de "correcte" apparatuur. Zolang die twee structuren niet veranderen zal dansmuziek blijven stagneren en uiteindelijk een nieuw soort jazz of rock worden. Wat op zich niet erg is, ik was er al jaren geleden van overtuigd dat ik ooit Landcruising in het Concertgebouw zal gaan beluisteren (was die Mills/Garnier set uit 2004 trouwens compleet vergeten, die was inderdaad al heel erg gericht op terugblikken.) En uiteindelijk heb je niets te eisen, kan vernieuwing op onvoorspelbare wijze lang op zich laten wachten. Probeer je eens voor te stellen dat retromania nog een aantal generaties doorgaat...wie houdt daar rekening mee?

vrijdag 17 april 2015

De nieuwe Star Wars trailer



Dat was een hele vreemde ervaring. Wellicht hielp het dat de verschijning onverwacht was. Zeker dat ik mij er niet zo mee bezig houdt waardoor met name de laatste scène me compleet overviel. Een nieuwe Star Wars trailer, een kort moment van collectiviteit, die deze keer mag worden omschreven als jubelstemming. Ik klikte half afgeleid op start, volgde het voertuig...en toen was ik meteen bij de les. Een waanzinnig shot dat eindigt in een beeld van een neergestorte star destroyer, de sfeer is meteen gezet. Mark Hamill (Luke Skywalker) herhaalt zijn monoloog uit Return of the Jedi (met een vreemd "schaduw" effect op zijn stem als je goed luistert) en je wordt er als liefhebber, zelfs als afstandelijke liefhebber, in getrokken. Maar wat mij het meest verbaasde, was mijn reactie op het laatste beeld, Chewbacca en Han Solo..."We're home." Door lagen opgebouwd cynisme heen dook dit ergens heel diep om een explosie van vreugde, nostalgie en ontroering teweeg te brengen. Natuurlijk is het een briljante edit die speelt met allerlei verwachtingen en herinneringen om precies de juiste pay-off te plaatsen. En het is maar Star Wars, en het is Disney en super commercieel...en toch, de oude schelm Han Solo, zo mooi.

"Maar is Star Wars retromania?" werd mij gisteren al snel gevraagd. Natuurlijk! Star Wars is gewoon verbonden met de periode 1977 - 1983 en deze nieuwe reeks speelt daar ongegeneerd op in met zijn citaten en terugkerende personages. "We're home" resoneert daarom denk ik bij zoveel mensen, omdat het echt zo voelt. De jeugd in de jaren zeventig, overzicht, eenvoudig verlangen, fantasie. Er bestaat zoiets als retro subliem, het is schaars, maar de nieuwe Star Wars zou het zo maar kunnen zijn. Misschien vormt het zelfs de vervolmaking van retromania.

dinsdag 7 april 2015

Nostalgie opgelost?

But here’s the thing: For nostalgia to work, the objects that evoke it have to go away for a while, or at least be beyond reach. There must be distance. With the Internet, smartphones, and a 24-hour news cycle, however, everything from the recent past is relentlessly present. There's simply too little to long for if it's always available. If we take nostalgia to strictly mean a wistful longing for, or melancholic memory of, someone's past personal experiences (as opposed to, say, someone alive today yearning to live at the height of the Roman Empire), it seems conceivable, then, that for coming generations the feeling of nostalgia might eventually disappear—not due to over-exposure or diminished effect, but because of its inability to form in the first place.
Paul Hibert lanceert een interessante hypothese in 'Will the Web Kill Nostalgia?' maar tegen het einde van zijn artikel blijkt het antwoord eigenlijk al ontkennend te zijn. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat mijn kinderen geen nostalgische gevoelens zullen hebben voor bepaalde momenten in hun kindertijd, bepaalde series, films en muziek of apps. Maar of ze het zullen cultiveren is onzeker, ik betwijfel of het de bijna industriële vorm zal hebben die nostalgie nu bezit. Bepaald mint iPods zullen in hoog aanzien staan, maar er zal geen tweede vinyl-hausse volgen. Op een gegeven moment zijn objecten verzadigd. Een grote technologische doorbraak, type kernfusie, mens op Mars, zal nostalgie uiteindelijk doen verdampen en weer tot een bezigheid maken van een kleine groep specialisten.

Interessanter— en de auteur probeert er sneaky aan te ontsnappen— is de vraag of volgende generaties nostalgie gaan cultiveren naar periodes die ze niet hebt geleefd. Zelf was ik als tiener totdat house opkwam redelijk nostalgisch naar de jaren zestig, het idee dat je geboren bent after the goldrush. En dat zie ik misschien nog wel in een hernieuwde versie terugkeren, als een nostalgie naar een leven voor 9/11. Het is enigszins afhankelijk van de manier waarop historisch besef zich zal ontwikkelen. Ik ben benieuwd of het soort meta-nostalgie van tieners en jonge twintigers op Tumblr voor de periode 1960 – 1989 over het jaar 2000 getild zal worden, of dat dit tijdperk, inclusief de jaren ‘90 gecanoniseerd gaat worden als het "esthetische tijdperk". De nostalgie van de connaisseurs, de aangeleerde, in plaats van de individueel geleefde, variant.

Ik maak mij er op het moment geen grote zorgen over. Er bestaat een neiging van culturele commentators/critici/denkers om serieus in te gaan op elke aankondiging van een nieuwe revival. Alles wat in conventionele media (kranten, tijdschriften, televisie) wordt aangekondigd als revival staat los van zowel de alledaagse als avant-gardistische realiteit. Dat zijn revivals als paginavulling, een ritueel van de hyperrealiteit. Een aantal sukkels zal bijvoorbeeld weer in broeken met wijde pijpen gaan lopen. Maar echte vernieuwers en leiders in mode zijn allang losgeweekt van de revival-cyclus, zijn geïnteresseerd in innovatieve textielsoorten en nieuwe silhouetten en functionaliteit. Ik was laatst in een pretpark en het viel me op dat er op kledinggebied een soort conventionele atemporaliteit heerst, een onbestemde onopvallendheid, waar een voorheen vooruitstrevend merk als Stone Island inmiddels in is opgenomen. Die stijl zal de komende jaren heel traag en in de kleinste details veranderen. Maar daar doorheen zul je extremere variaties gaan zien, waar sommige elementen langzaam worden opgenomen in de conventionele kledingstijl. Nostalgie in kleding is dood, iets voor zonderlingen...en vooral goedkoop.

zaterdag 27 december 2014

Een Game Zonder Grenzen



 'De Melkweg Past in een Game', een titel waarmee je mijn aandacht krijgt. 400 miljard zonnestelsels. Oneindige vrijheid. Het is gewoon de opvolger van het goede oude Elite waarmee ik menig tieneruur heb doorgebracht! Ik zie dat de draaiende landingstechniek nog steeds wordt gebruikt. Mooie trailer waardoor ik bijna zin krijg om weer op pad te gaan (in combinatie met de Oculus Rift is het waarschijnlijk helemaal geweldig). Helaas, het is een spel waar je compleet in moet verdwalen. Wie heeft hier nog tijd voor?

dinsdag 24 juni 2014

Mode in de jaren negentig



Ik word niet zo snel overmand door nostalgie maar 'From the Fax Machine to Fashion Week: Fashion in the 90s' in Harper's Bazaar geeft vanuit een aantal invalshoeken een mooi beeld van mode in de jaren negentig:
The shows were much more exclusive and even the shows in New York were not as much about celebrity. Really it was just the editors that went. There was no street style. Particularly in Europe, just editors went to shows. The funny thing was, Paris was pretty irrelevant and Milan was pretty major because Prada, Gucci and Versace were there. That was where the news came from. Saint Laurent was still at YSL and that's was like completely moribund. Chanel was important. The models were more women, there were still girls working like the Carolyn Murphys, but it wasn't the very young girls who were like 14 and 16. Overall, the shows just had a lot more spectacle. I mean Gianni Versace died in 97. Versace was super important. Gucci was super important. That's where all the trends were coming from and it was around the time that New York had just started to be at the beginning of the season— historically it had been at the end of the season until Calvin Klein changed it. Helmut Lang was a really important collection and that showed in New York. But a lot of the Parisian houses that we all think of as super iconic had not been renewed or rebooted yet—no Givenchy, no Lanvin—in the way we think of it now.


zaterdag 11 januari 2014

Nog over 1994

Gisteren attendeerde Alex van der Hulst me op dit coverartikel van NRC Next over 1994 als "het beste muziekjaar ooit." Het deed mij even snel naar de platenkast kijken om een paar suggesties af te vuren. Eenmaal tot rust gekomen groef ik dieper en kwam ik tot een wel erg indrukwekkende lijst. Nu probeer ik een zekere afstand te bewaren ten opzichte van lijstjes en nostalgie, maar toch wil ik hier de titels verder uit diepen al was het omdat de suggesties in het artikel neigen naar rockistische geschiedsvervalsing (Dummy is hier de enig echt vooruitstrevende plaat tussen de saaie blanke mannen met gitaren en een vervelende astmatische rapper) en dit mag niet wortel schieten als het beeld van die periode, de kille hand van de Top-2000 Aller Tijden is voelbaar. 1994 is niet eens zo belangrijk*, het is het continuüm 1988 - 2001 waar het echt om gaat, maar als we dat soort spelletjes willen spelen, dan ook met het complete beeld, met compilaties en de eerste mix-cd's, artefacten die het rockisme nooit heeft geaccepteerd.

Aphex Twin - Selected Ambient Works volume II
Sabres of Paradise - Haunted Dancehall
Mouse on Mars - Vulvaland
Autechre - Amber
Plastikman - Music
Future Sound of London - Lifeforms
Underworld- Dubnobasswithmyheadman #
Biosphere- Patashnik
Sandoz - Intensely Radioactive
Orbital - Snivilisation
Jeff Mills- Waveform Transmission vol.3
Stereolab- Mars Audiac Quintet
St Etienne - Tiger Bay
Method Man - Tical
Massive Attack - Protection
Tortoise - Tortoise
Vapourspace- Theme From Vapourspace
Oval - Systemisch
The Orb - Pomme Fritz

Laurent Garnier - X-Mix 2
La Collection (FNAC)
In Order to Dance 5 (R&S)
Headz (Mo'Wax)

En dan hebben het niet eens over losse tracks en 12-inches. De eerste golf van jungle 12-inches die de oversteek maakten (E-Z Rollers -  'Rolled Into One' bijvoorbeeld).

* Klaas Knooihuizen relativeerde terecht door te stellen dat een keuze van "beste muziekjaar" grotendeels afhankelijk is van de leeftijd die je destijds had (15-25). Als ik naar mijn persoonlijke situatie terugkijk was 1994 ook wel een soort geluksjaar waarin ik mij jong en onsterfelijk voelde, meegesleept door de cultuur, nieuwe technologie, sciencefiction herontdekte en een soort openbaring op mijn vakgebied meemaakte. Je zou er bijna nostalgisch van worden.

Coda: ik raak er steeds meer van overtuigd, en Yeah Yeah Yeah sterkt mij in dit vermoeden, dat in popmuziek een moment bestaat, tussen het ontdekken van nieuwe vormen en de eerste golf van albums waarmee de muziek wordt geformaliseerd, de latente ambities uitgewerkt, die gewoonweg het meest interessant is. In de meeste gevallen gaat het daarna mis, dan begint de professionalisering, de carrière. Ik kan zo uitzonderingen opnoemen, maar de algemene tendens is denk ik correct.

# Op cd gedateerd met 1993, maar ik ben in het archief gedoken en de paginagrote Melody Maker recensie ("This breathtaking hybrid marks the moment that club culture finally comes of age and beckons to everyone.") verschijnt op 15 januari 1994.



woensdag 14 augustus 2013

Terug naar de jaren '40?

Intrigerend artikel in The Guardian over nostalgici die de jaren '40 naspelen. De auteur Dorian Lynskey worstelt met de betekenis van het fenomeen en vooral de onderliggende politiek betekenis (verlangen naar een terugkeer van patriottisme? Of was het juist een vooruitstrevende tijd?) Die tastbaar wordt wanneer de SS'ers langskomen:

You could argue that a German presence is an uncomfortable but necessary reminder that it wasn't all Glenn Miller and nice hats. Nostalgia is selective and tends towards the positive, but sanitising the nastier elements of history can lead to dangerous sentimentality. "I do get a little bit cross with the rose‑tinting: 'it was the best time of our lives'," says Goodman. "I think it was pretty darn grim."


Nog even en Westworld (1973) wordt realiteit, het verlangen ernaar is in ieder geval uitgerold.


maandag 5 augustus 2013

Nostalgie Is Gezond



De Universiteit van Southampton heeft klaarblijkelijk een onderzoekprogramma naar de betekenis van nostalgie met een flinke lijst van publicaties.

Nostalgia confers psychological benefits. When engaging in nostalgic reflection, people report a stronger sense of belongingness, affiliation, or sociality; they convey higher continuity between their past and their present; they describe their lives as more meaningful; and they often indicate higher levels of self-esteem and positive mood. Although nostalgic engagement (especially when it is carried out habitually and excessively) may not be beneficial to all, it is in general a resource on which people can capitalize to harness strength—a resource that allows them to cope more effectively with the vicissitudes of life.
De website heeft ook een selectie van muziek voor het oproepen van nostalgische gevoelens. Geen enkele selectie na 1999 vreemd genoeg. In 2006 werd een van de onderzoekers in NRC Handelsblad geïnterviewd, waar terloops de nostalgie-industrie wordt besproken als een onderdeel van future shock. Met een fraaie omschrijving van het 'theater van de nostalgie' als sociaal nuttige bezigheid.

dinsdag 23 juli 2013

Morley zegt zinnige dingen

Paul Morley op Tomorrow Never Knows (je moet even acclimatiseren aan zijn Manc-accent) met een aantal intrigerende observaties over zijn bijdrage aan de David Bowie tentoonstelling, Art of Noise, Frankie Goes To Hollywood, nieuwe steden en het gevaar van uniformiteit. Ook weer een oude sciencefictionlezer. Die relatie tussen een interesse in SF en popmuziek blijft interessant, maar als je er droog onderzoek naar zou doen ook logisch.

Kwam er overigens achter dat Morley het persbericht voor Oversteps (2010) van Autechre heeft geschreven. Verfrissend anders.

woensdag 17 juli 2013

Het Kraftwerk Dilemma


Dit is een fraai probleem voor het retromania/futurisme debat. Kraftwerk live in het Evoluon 2013. Er zijn twee posities in te nemen en beide zijn volstrekt valide. De eerste, waar ik zelf toch naar neig, is dat Kraftwerk, een groep die zich in de periode 1975 -1981 op de top van zijn kunnen bevond, voorbij is. En dat zeg ik als uitgesproken liefhebber van Tour de France Soundtracks (ook al weer tien jaar oud). Het is een positie die riekt naar rockisme: Kraftwerk op zijn hoogtepunt bestond uit vier specifieke leden en blijkbaar liep die machine, ondanks latere Stalinistische geschiedvervalsing van Ralf en Florian, optimaal. Het origineel voelt als de meest waarachtige groep. In de breuk van dat systeem ontwaar je een verlies. Je merkt het ook wanneer je beelden bekijkt van het concert in Utrecht uit 1981: ironie en plezier.


Dat lijkt totaal te zijn verdwenen en wat je oppikt uit recente verhalen zijn de ex-leden opgelucht dat ze niet meer hoeven. Meer dan rockisme zou ik het romantiek noemen, ook omdat dit zo goed bij Kraftwerk past. Want zoveel robots en computers maar je vergeet gemakkelijk dat er een romantische onderstroom in Kraftwerk bewoog. De glorieuze kant B van Trans Europa Express eindigt niet voor niets met ‘Franz Schubert’. Vanuit een romantische positie gezien is Kraftwerk verbonden met een bepaalde tijd, een jeugdige lichtvoetigheid, een specifiek Europa en kunnen nieuwe concerten alleen maar een oefening in nostalgie vormen. Zo zijn de concertreeksen ook vormgegeven, als retrospectief. Onderdeel van een Eeuwige Wederkeer opgebouwd uit live-DVD's, reissue's en boxsets (al dan niet met de eerste twee "gênante" albums). Dat blijft nog steeds een mysterie: altijd bleven de twee kernleden werken maar nooit hebben ze het aangedurfd om hun visie op hedendaagse technologische ontwikkelingen te geven (hoe moeilijk was het voor zulke uitgesproken Beach Boys fans om een ode aan zonne-energie te produceren?) Er valt niets meer te ontdekken in Kraftwerk 2013, vier stijve mannen met laptops, de Computerwelt is een feit. Daarom is het Evoluon ook zo goed gekozen als locatie: een monument aan de toekomst van gisteren. Een prachtig gebouw, ontdaan van zijn symbolische kracht.


Photo Credit: 
LittleO2 via Compfight cc

Of is Kraftwerk juist een voorbeeld van een positief antwoord op het probleem van Het Schip van Theseus? Volgens de legende werd het schip van Theseus tijdens zijn reis compleet gerepareerd met nieuw materiaal. Wat filosofen sinds de oudheid zich vervolgens hebben afgevraagd: is het dan nog steeds hetzelfde object of is door het gebruik van nieuw materiaal een verschillend object gecreëerd? Of te wel: is Kraftwerk ondanks het verdwijnen van steeds meer originele leden nog Kraftwerk? Als er ooit een muziekgroep is geweest die wezenlijk kan voortbestaan zonder originele leden dan is het Kraftwerk. De groep heeft zichzelf sinds Die Mensch-Maschine als een fabriek gepresenteerd waarin de muzikanten als anonieme robots hun werk deden. Robots die per definitie inwisselbaar zijn. Eens zal directeur Hütter met pensioen gaan in de wetenschap dat de fabriek eeuwig zal kunnen doorwerken, met altijd hetzelfde product als eindresultaat...soms in een nieuwe, flitsende verpakking. De sciencefictionliefhebber in mij vindt het fascinerend maar voelt aan dat in de overgang van origineel naar simulatie iets verloren gaat. De Kraftwerk robots dromen niet van schapen.

dinsdag 18 juni 2013

Toekomstdempers

Las zaterdag een kort stuk 'Radiokritiek' in De Volkskrant (auteur Jean-Pierre Geelen? Lastig te identificeren met deze indeling)
De presentatoren zijn –gedwongen door opgelegde bezuinigingen- ontslagen bij de VPRO. Boots herinnerde in zijn dankwoord aan de praktijk, waarin uiteindelijk niet meer hij, maar een centrale muziekredactie de keuze bepaalde van wat hij nog draaien mocht. In plaats van verscheidenheid te koesteren, wordt radio steeds eenvormiger. De moedeloos makende hits uit de jaren tachtig in de nieuwsuren van Radio 1 (Talkings Heads met ‘Road To Nowhere’ [correcte titel OMC]; ‘Uptown Girl’ van Billy Joel) zijn de illustratie van het uniforme doelgroepdenken.
Okay, Radio 1 kun je nog denken. Maar het gaat om de structuur, dat deprimerende mengsel van de slechtste aspecten van Oostblok-bureaucratie en efficiëntie-kapitalisme, centrale muziekredactie met doelgroepdenken. Niets nieuws natuurlijk. maar het blijft irritant. Het is ook een illusie dat radio nog ooit vooruitstrevende muziek gaat draaien ook al zou juist de taak van de publieke omroep moeten zijn om zich aan niches te wijden. Ware het niet dat het verschil tussen publieke en commerciële omroep in Nederland al lange tijd nihil is. Vanzelfsprekend is er genoeg kwalitatief hoogstaande internetradio voor elk soort muziek om meerdere levens mee te vullen maar het gaat om het principe. De gemedieerde deken van nostalgie die over alles wordt gedrapeerd en dus gewoon percepties vormt. Een blokkade van alles dat naar toekomst, verandering, verschil, onvoorspelbaarheid klinkt. Gevaarlijk.

maandag 17 juni 2013

Techniek, nostalgie, politiek

I believe that much of the weak commentary on the New Aesthetic is a direct result of a weak technological literacy in the arts, and the critical discourse that springs from it. It is also representative of a far wider critical and popular failure to engage fully with technology in its construction, operation and affect. Since at least the introduction of the VCR – perhaps the first truly domesticated computational object – it seems there has been a concerted, societal rejection of technical understanding, wherein the attitude that “I don’t understand this and therefore don’t like this and therefore I will not investigate this” is ascendant and lauded. This attitude manifests in the low-level Luddite response to almost every technical innovation; in the stigmatisation of geek culture and interests, academic and recreational; in the managerial culture of economic government – and in the elevation of sleek, black-box corporate-controlled objects, platforms and services, from the iPhone to the SUV, over open-source, hackable, comprehensible and shareable alternatives. This wilful anti-technicalism, which is a form of anti-intellectualism, mirrors the present cultural obsession with nostalgia, retro and vintage which was one of the spurs for the entire New Aesthetic project; it is boring, and we reject it. 

Over New Aesthetic zal ik nog uitgebreid terugkomen in De Toekomst Hervonden maar 'The New Aesthetic and its Politics' kaart op diverse niveaus belangrijke vraagstukken aan.


vrijdag 14 juni 2013

The Age of Plunder

We are inundated by images from the past, swamped by the nostalgia that is splattered all over Thatcherite Britain. Everywhere you turn, you trip over it: films, television series of varying quality, clothes, wars, ideologies, design, desires, pop records. A few more examples, to make your hair really curl: the Falkland War - so Empire, so Forties war movie; Brideshead Revisited and A Kind of Loving, two Granada serials that looked at the Twenties and the Fifties respectively through rose-coloured glasses with the design departments having a field day with all this 'period' nonsense.
(...)
Craving for novelty may well end in barbarism but this nostalgia transcends any healthy respect for the past: it is a disease all the more sinister because unrecognised and, finally, an explicit device for the reinforcement and success of the New Right.

 Jon Savage - The Age of Plunder (The Face, Januari 1983)

Wanneer je je in de materie verdiept wordt steeds duidelijker dat in de jaren '80 een soort proto-retromania problematiek is geformuleerd, en dan moest het echte offensief -de Levi's en wit shirt met soul classics ideologie- nog worden ingezet. Acid house heeft deze eerste fase van retromania overspoeld en we dachten dat de toekomst nu frictieloos zou blijven doorrollen. Helaas. Het tijdperk van plundering dat Savage analyseerde is nog veel complexer en met grotere kracht teruggekeerd. Maar eigenlijk is de vraag die overblijft: is retromania zo stevig verankerd dat  nu echt geen volgende futuristische fase meer de kans krijgt om het te overstijgen? Daar lijkt het soms misschien op maar uiteindelijk zal het breken. Die vernieuwing zal dan zo krachtig zijn dat de veranderingen over de gehele maatschappelijke linie voelbaar zullen zijn. Het zal het moment zijn dat je denkt: nu is de 21ste eeuw echt begonnen.

zaterdag 8 juni 2013

Lezing Tent: complete tekst

Hier de tekst van de lezing die ik heb gegeven op 7 juni op Less Is More, More Or Less in TENT, Rotterdam. Met een aantal afbeeldingen die op de achtergrond werden gebruikt. Trouwe lezers/volgers zullen een aantal riffs herkennen.

Beauty In Decay




I

Jullie moeten me vergeven dat ik met een zeer Amsterdamse anekdote begin. Een tijd geleden stond ik met mijn oudste dochter te wachten op de tram bij de halte Spiegelgracht. Deze ligt recht voor de ingang van het Rijksmuseum. Opeens werd ik overmand door de vraag: hoeveel is er sinds mijn kindertijd (begin jaren zeventig) in dit straatbeeld veranderd? Er is ergens in de loop van de jaren zeventig een heel lelijk gebouw geplaatst tegenover het Rijksmuseum, de trams zijn van kleur veranderd, er zijn heel veel verkeersborden bijgekomen, aan het einde van de straat, naast Paradiso, is twintig jaar geleden een complex gebouwd…sommige gevels zijn schoongemaakt. En dat zijn ongeveer de belangrijkste verschillen. Een gevoel van tijdloosheid overmant je. Dat is zowel een veilig als onbehagelijk gevoel. Nu kun je zeggen: Amsterdam wil een openluchtmuseum zijn…maar dan is het alleen een meer extreme uiting van een cultuur die gevangen lijkt door het verleden.

Er worden nog steeds sondes richting de toekomst gestuurd maar ze lijken geen direct effect te sorteren aangezien het gewicht van het verleden steeds zwaarder drukt. Steeds meer artefacten, kunstwerken uit het verleden, die niets aan kracht hebben ingeboet, zijn beter in kaart gebracht, worden met zorg geconserveerd en compulsief overladen met betekenis. Wat zorgen baart, is wanneer een vorm uit het verleden steeds opnieuw wordt hergebruikt. Sommige creatieve gebieden zijn hier op het moment gevoeliger voor dan andere. Mode heeft zich uit een lange retrocyclus ontworsteld en laat met gebruik van de laatste technologieën en materialen meer nieuwe ideeën toe. De jurken van Iris van Herpen zijn het meest radicale voorbeeld, maar ook gevestigde merken als Balenciaga, Dior en Prada zijn op diverse manieren continu op zoek naar vernieuwing. Een alledaags merk als Nike heeft een perfecte balans gevonden waarin het zijn klassieke modellen respecteert maar ook lijnen lanceert die specifiek gericht zijn op innovatie.

 Literatuur en muziek zijn echter bijna tot stilstand gekomen terwijl er meer muziek wordt gemaakt, meer wordt geschreven dan ooit te voren. In zijn boek Retromania heeft de popcriticus Simon Reynolds uitputtend geanalyseerd hoe de hedendaagse situatie van met name popmuziek een uitkomst is van historische trends. Retrobewegingen en revivals zijn al lange tijd actief. Postmoderne nostalgie kende met het White Album van The Beatles al in 1968 het startsein. Het probleem is dat het verleden de afgelopen jaren alles dreigt te overwoekeren.

 Een belangrijke oorzaak van deze situatie is dat een deel van de creatieve industrie wat betreft internet een adaptatiefase heeft doorgemaakt. Het is onder druk komen te staan, op economisch niveau angstig geworden en richt zich op wat zekerheid biedt. Dat wat al succes heeft gekend. Het belangrijkste product is de eindeloze heruitgave. Eerst als remaster, vervolgens als boxset met alle studiotakes en alternatieve versies, dan als ultieme jubileumcollectie. Daaraan gelieerd is het fenomeen van artiesten die concerten geven waar ze hun beroemdste album integraal spelen. Ook voormalige leiders van de underground als Sonic Youth en Pixies hebben dit model klakkeloos gevolgd. Op deze manier ontstaat een museumficatie van de complete cultuur inclusief genres, als popmuziek, die traditioneel volgens een andere, namelijk vernieuwende dynamiek functioneerde.






Waarom is dit problematisch? Museumficeren van popmuziek uit de jaren ’60, punk, rave… maar ook de radicalere kunstbewegingen als Dada, Surrealisme en het Futurisme is uiteindelijk een verraad plegen aan de kern hiervan. Het verlangen naar een opening, een nieuwe manier van zien of luisteren. Daarnaast is een obsessie met het verleden een karakteristiek onderdeel van de conservatieve politiek. Churchill, Thatcher maar ook Fortuyn, Balkenende en Wilders spraken en spreken graag over een terugkeer naar een verloren staat waarin de maatschappij op alle niveaus overzichtelijk was en schijnbaar perfect werkte. Vernieuwende cultuur zal altijd dit mythische evenwicht doorbreken. Retro neigt naar politiek conservatisme maar inmiddels is het hele politieke spectrum ermee geïnfecteerd: is men ook nostalgisch naar breed maatschappelijk engagement, solidariteit en wenst men bij de recente kroning óók rellen, zoals in 1980. Een overkoepelende retrocultuur is uiteindelijk problematisch omdat we ons op het moment niet op een maatschappelijk optimum bevinden om op stil te staan en zelfgenoegzaam terug te kijken…en vooral niet politiek en cultureel.

 Een mogelijke oorzaak van retromania is zogenaamde future shock zoals de futurist Alvin Toffler het in 1970 in zijn gelijknamige boek beschreef. Zijn argument is dat door een groot aantal technologische veranderingen in te korte tijd, we gedesoriënteerd raken en teruggrijpen naar de zekerheden van het verleden. Een reflex. En die reflex kan onder andere worden overwonnen door juist creatief mee te bewegen met verandering. Dit kan echter mogelijke valkuilen herbergen. Wat is immers makkelijker dan te zeggen “oh, dan gebruiken we de laatste technologieën voor het maken van kunst.” Dit is inderdaad wat in mode nieuwe paden creëert maar in muziek is de computer steeds meer een gevangenis die eindeloze mogelijkheden schenkt maar juist uniforme resultaten produceert.

Het gaat ook om een mentaliteit. Ik gebruik zelf graag de microblogsite Tumblr als een soort moodboard waarmee je op eenvoudige wijze een netwerk kunt bouwen van mensen met eenzelfde interesse en smaak. De afbeeldingen die hier worden geprojecteerd zijn bijvoorbeeld bijna allemaal de afgelopen jaren via Tumblr verzameld. Wat mij opvalt wanneer ik verdwaal door Tumblr is dat veel tieners geobsedeerd zijn door de esthetiek van de jaren ’60, 70 en 80. Als esthetische leerschool is dit geweldig, ze beschikken over een basiskennis van beelden waar ik op dezelfde leeftijd alleen maar van kon dromen. Maar waar leidt deze kennis toe? Blijft men in een nostalgische dagdroom hangen van een tijd die nooit is geleefd en niet zal terugkeren? Of daagt deze kennis uit tot de formatie van nieuwe vormen? En krijgen jongeren daar wel de kans toe? Er zijn bijvoorbeeld jonge muzikanten die gepikeerd reageren wanneer ze worden aangesproken op het feit dat ze teveel in het verleden duiken. Dat graven in het verleden zijn gradaties in aan te brengen maar het gevaar bestaat dat men elkaar teveel op de vingers kijkt. A watched pot never boils zegt het Engelse spreekwoord, helemaal als miljoenen continu de pan in de gaten houden. Een zekere afstand bewaren in plaats van continu hypen en helpen zou een gezonde situatie vormen. De huidige sociaal-technologische constellatie maakt dit echter vrijwel onmogelijk.


II

Uiteindelijk zal de museumficatie tevergeefs zijn. Neem een iconisch schilderij als De Nachtwacht in gedachte. En laten we nu een sprong in de toekomst nemen. Over ongeveer vier miljard jaar zal het Andromeda sterrenstelsel botsen met ons melkwegstelsel. De zwarte gaten die het centrum vormen van beide stelsels zullen om elkaar heen draaien en uiteindelijk samen een zwart gat vormen dat het centrum zal zijn van een nieuw sterrenstelsel. Wat dit precies zal betekenen voor de Aarde is onduidelijk maar dat maakt uiteindelijk niets uit. Over ongeveer 1.4 miljard jaar is het leven op aarde onmogelijk geworden omdat de zon steeds feller zal schijnen voordat deze weer veel later uitdooft. Over het lot van de mensheid zelf is veel minder zekerheid te geven. Wellicht zullen we evolueren en nog tienduizenden jaren verder leven. Gezien de manier waarop we met de planeet omgaan, zal de mensheid eerder uitsterven. En sommigen hangen het idee aan dat de mens al deze eeuw in een synthese met technologie opgaat en als homo sapiens zal verdwijnen. Ondertussen is het steeds onwaarschijnlijker dat een enkele mens ooit ons zonnestelsel zal verlaten.



Wat betekent dit voor De Nachtwacht? Het lijkt een mooie inspiratiebron voor romantische sciencefictionverhalen. Bijvoorbeeld een interplanetaire exodus van de beroemdste kunstwerken richting een maan van Jupiter, totdat de omstandigheden er zo ongunstig zijn dat verder moet worden getrokken. Om uiteindelijk te eindigen op een buitenaardse kunstmarkt. Welke kunstwerken zouden worden uitgekozen om mee te gaan op deze tocht? Wie beslist dit?... Waarschijnlijker is dat De Nachtwacht altijd op Aarde blijft en dus zal vergaan. In een aantal scenario’s zal het in een leeg museum hangen omdat er geen mens meer bestaat om het te bekijken. Misschien zal het Rijksmuseum onderlopen en het schilderij zijn verhuist naar een hoger gelegen museum als het Louvre. Tot die tijd zal De Nachtwacht keer op keer worden gerestaureerd totdat er geen enkele molecuul meer overblijft die door Rembrandt zelf is aangebracht. Het is een simulacrum geworden.

Een angst dat kunst verloren zal gaan, gekoppeld aan een excessief conservatieproces, vergt op lange termijn enorm veel energie. Terwijl een vitale cultuur verjonging nodig heeft. De realiteit is dat we niet beide kunnen bolwerken. In ieder geval is een ander balans nodig tussen bewaren en verkennen. Hoe is dit te bewerkstelligen? Een mogelijkheid is het stimuleren van een soort hernieuwde vorm van romantiek, een technoromantiek die schoonheid in verval ziet en accepteert. Waarom fascineert Blade Runner ons na al die jaren nog? Omdat de film een beeld schetst van een stad die zowel creatief is als onderhevig aan aftakeling. Dit Los Angeles is niet altijd een pretje om in te wonen maar het is spannend, in beweging, ondanks het belang van herinneringen heeft het verleden geen grip op de stad en bewoners.

Verval is psychisch “gezond” in vergelijking met een maatschappij die risico’s probeert uit te bannen. Verval is op een dieper niveau een onontkoombare realiteit, we vechten onbewust tegen de tweede wet van de thermodynamica, die stelt dat elk systeem neigt naar wanorde. Onze lichamen vechten hier tegen, het complete evolutieproces doet dit totaal doelloos. Maar uiteindelijk zal ook het universum naar alle waarschijnlijkheid een zogenaamde staat van warmtedood bereiken, waar alle materie als het ware uit elkaar is gevallen. Dat is geen tragedie want de kosmos bevindt zich in een continue staat van vernietiging en wedergeboorte. Stervende sterren verspreiden in hun laatste ontploffing het materiaal voor de geboorte van nieuwe sterren. Het accepteren van de relatie tussen verval en creatie heeft een aantal dimensies die wellicht ook helpen om het gevoel van retromania te doorbreken.

Wanneer we aan steden denken waar ooit sterke creatieve scenes opbloeide denken we aan de jaren zeventig waar Londen, Amsterdam, West-Berlijn en vooral New York in verschillende gradaties in verval raakten. De middenklasse verhuisde naar buitenwijken terwijl de financiële centra en musea gewoon bleven functioneren. New York was rond 1975 zowel een middeleeuwse stad met wolkenkrabbers als het financiële centrum van de wereld. In dat spanningsveld van macht, geld, verval en kunst ontwikkelden zich allerlei nieuwe vormen. Het meest radicale voorbeeld blijft echter Detroit. Detroit is vaak een spookstad genoemd, een voorbeeld van hoe de toekomst van elke grote stad er uit zal zien. Maar het was tot de jaren zestig een bloeiende industriestad. Na de rassenrellen van 1968 en de groeiende concurrentie van de Japanse auto-industrie liep Detroit leeg en is daar ondanks talloze lokale initiatieven nooit van hersteld. Het is ook de stad waar techno, waarschijnlijk de laatste muzikale avant-garde, is ontstaan. Een sterke kunst die als noodzaak zich ontworstelt uit de puinhopen en voedt op vergeten dromen.

         Het probleem is natuurlijk dat je een dergelijke creatieve stad in verval niet kan plannen als een soort laboratorium. Detroit is door Amerikaanse overheden aan zijn lot overgelaten vanuit racistische motieven en economische desinteresse. Het is niet iets dat men in de Westerse wereld buiten de Verenigde Staten snel op eenzelfde schaal zal nadoen. Margret Thatcher heeft ooit overwogen Liverpool aan zijn lot over te laten maar dat was blijkbaar toch een brug te ver. Ironisch genoeg zijn het niet stadscentra die verder in verval zijn geraakt, want deze zijn de laatste 25 jaar vrijwel allemaal opgeknapt en herboren als culturele centra die bedrijven en hoge inkomens aantrekken. Het zijn de lokale buitenwijken waar de middenklasse in de jaren zeventig naar vluchtte die vaak in verval zijn geraakt. Dit kan uiteenlopen van de beruchte Parijse banlieue tot het meer bescheiden Bijlmermeer, voorbeelden van complexen waar de originele planning teniet wordt gedaan en een eigen plan wordt getrokken. Wat zij echter missen is de nabijheid van financiële centra, galerieën en musea om een zekere esthetische dynamiek te genereren. Verval is hier afgeschermd in een vaak gewelddadig reservaat met een eigen creativiteit onzichtbaar voor het zoeklicht van media. Totdat een representant van de gevestigde cultuur zich erin interesseert en elementen gebruikt. Waarna de authenticiteit die we verlangen als in een tragedie verdwijnt. Het schoolvoorbeeld is Diplo. Een DJ/producer die graag inspiratie opdoet in de sloppenwijken van Rio de Janeiro en vervolgens zijn muziek volstopt met favela funk. Ongetwijfeld met de beste intenties maar in de vertaling gaat iets, noem het aura, verloren.


III

We zijn gewend geraakt aan het idee dat Nederland af is en dat alles, ook creativiteit gepland is en precies zijn plaats in de maatschappij en de stad krijgt toebedeeld. De vraag is hoe lang dit nog realistisch is vol te houden. Nederland heeft moedwillig de boot gemist op het gebied van duurzame energie en gaat daar de komende decennia de prijs voor betalen. De huizenmarkt en vooral speculatie met kantoorgebouwen zal waarschijnlijk ook niet terugkeren naar de niveaus van voor 2008. Het is niet ondenkbaar dat Nederland tijdelijk weer in een emigratieland zal veranderen. Verval zal lokaal, zonder planning, verschijnen en ik vermoed dat in de spanning die hier ontstaat creatieve openingen mogelijk zullen zijn.



Kan het verleden op een andere, minder naargeestige, wijze worden vermeden? Er is een mogelijkheid dat retroculturen op Hegeliaanse wijze een soort onontkoombare antithese vormen van modernistische bewegingen als punk en techno.  Waarna een volgende synthese onvermijdelijk zal plaatsvinden. De eerste signalen hiervoor worden steeds duidelijker zichtbaar. Het is tegenwoordig wanneer we het over de toekomst van creativiteit hebben haast een verplichting om het over de Maker cultuur te hebben. Het netwerk van digitaal ambacht dat door de meer enthousiaste vertegenwoordigers als een nieuwe industriële revolutie wordt gezien. Het icoon van de Makers is de 3D-printer, waar ik zelf nog sceptisch over ben omdat het, naast hele handig oplossingen voor het maken van specifieke onderdelen, vooralsnog vooral meer plastic troep belooft. Maar de belofte van de Maker cultuur gaat meer om het bieden van een alternatieve creativiteit en een dialoog over de mogelijkheden van een aantal nieuwe technologieën als lasersnijders en robots die steeds betaalbaarder worden. Daarnaast biedt de Maker cultuur nieuwe modellen en manieren om samen te werken. Minder bedrijfsmatig en op 20ste eeuwse managementfilosofie gebaseerd met zijn eeuwige mantra van efficiëntie. Meer op de praktijk van de werkplaats. Meer ook gericht op het vrij uitwisselen van informatie. Dit gebeurt met behulp van een eigen infrastructuur van tijdschriften, festivals, galerieën en creatieve laboratoria.

Hoogstwaarschijnlijk zal de 3D-printer een primitieve tussenvorm zijn, een stap richting nu nog moeilijk voor te stellen machines en artefacten. En dan zullen we in 2040 ongetwijfeld nostalgisch terugblikken op de jaren ’10, het hoofd brekend over de moeite die het kost om vintage Facebook pagina’s van digitale rot te behoeden.