Mastodon designing futures where nothing will occur

zondag 26 maart 2017

Original Pirate Material (de 2002 recensie)

Ik had er totaal niet bij stilgestaan. Waarom zou je ook? 15 jaar is echt een slecht excuus om terug te blikken. Maar blijkbaar is Original Pirate Material van The Streets 15 jaar oud (terzijde, een aantal veel betere platen wordt 30 jaar oud.) Ik draai dat album zelden meer maar het was wel een van de eerste albums die ik voor De Subjectivisten als haantje-de-voorste analyseerde. Joris Gillet viel op dat er veel terugblikken zijn geschreven en wees bovendien op dit leuke interview met de fotografe van die geweldige hoesfoto (waar ik in 2002 blijkbaar al zeer gecharmeerd van was.) Ik zou nooit iemand meer een bard noemen, maar het Ballard-citaat maakt veel goed.



 THE STREETS – ORIGINAL PIRATE MATERIAL 

The more arid and affectless life became in the high-rise, the greater the possibilities it offered. By its very efficiency, the high-rise took over the task of maintaining the social structure that supported them all. For the first time it removed the need to repress every kind of anti-social behaviour, and left them free to explore any deviant or wayward impulses.

 J.G. Ballard – High-Rise

Nou eindelijk heeft The Streets de weg naar de stereo gevonden. Lekker vier maanden lang mogen sudderen om de juiste hype temperatuur te vinden en dan eigenlijk toch een beetje te lang laten doorkoken zodat de opwinding al begint te verwateren door de onverwachte golf van uitmuntende releases van de afgelopen weken. Nu ik eindelijk het hele album kan beluisteren, gaat de eerste keer natuurlijk grotendeels langs me heen en begint het allemaal op zijn plaats te vallen na een paar fietstochtjes door de stad met Original Pirate Material op de koptelefoon. Wat muzikaal opvalt is hoe sentimenteel Mike Skinner eigenlijk is met zijn veelvuldige gebruik van piano en strijkers en hoe hij daarmee hele vreemde resultaten produceert. Nu al verslavend is de manier waarop ‘Turn the Page’ evolueert van edelkitsch tot een symfonische 2-Step rammer die op een hele slimme manier de onderliggende connectie maakt tussen militarisme en rave, niet alleen tekstueel maar ook op de manier waarop de continue crescendo de luisteraar oplaadt en uiteindelijk buiten zichzelf doet treden.

Twee gevoelens overheersen: de aanstekelijke energie van het brutale in ‘Let’s Push Things Forward’, een heerlijke middelvinger naar zeikerds die stellen dat “alles tegenwoordig hetzelfde klinkt” en een Britse grootstedelijke melancholie die langs lijnen van de danscultuur veel meer gevoelens van identificatie oproept dan de schijnbewegingen van Skinners accent en slang in principe zouden moeten toelaten. Wie jaren lang dansmuziek heeft geleefd en het weigert op te geven zal zich moeten kunnen identificeren met ‘Has It Come To This?’, die vraag die altijd in je achterhoofd rondspookt en zelden wordt uitgesproken. Al die jaren, al die energie, al die momenten van gelukzaligheid opgelost in tijd en herinnering. Dit thema wordt nog specifieker uitgewerkt op ‘Weak Become Heroes’ waarin Skinner op een oeroude housepianoriedel overmand wordt door nostalgie naar de tijd van zijn eerste pil. ‘Weak Become Heroes’ is verrassend ontroerend omdat Skinner op karakteristiek slimme wijze zowel de naïviteit als de bevrijdende schoonheid van die vergane housecultuur weet te vangen en dat is een prestatie van formaat.

Wat me echter nog het meeste fascineert is de cover van Original Pirate Material, eindelijk een ouderwetse albumcover die net zoveel “zegt” als de plaat die hij beschermt. Het beeld van een immens flatgebouw bij nacht is subliem, het vertelt met zijn lelijke pracht al precies het verhaal van de plaat. Zo wordt de flat een kaart van Skinners brein, achter de ramen, met of zonder licht voorbij de gordijnen, liggen talloze verhaaltjes die onze bard kan bezingen. Het is een indrukwekkend debuut, laten we hopen dat hij ondanks het succes in de buurt van die flat blijft wonen.

donderdag 16 maart 2017

De toekomst van Nederland

Nog een dan in deze reeks. De verkiezingen zitten erop. Geen aanslagen, geen Russische hackers, zelfs Wikileaks kwam met moeite een paar dagen wat weak sauce presenteren over Rutte en Wilders. Maar wel een een-tweetje Rutte – Erdogan waar toekomstige historici (ja, die beroepsgroep krijgt het druk) nog veel plezier aan zullen beleven. De VVD heb ik niets mee, maar aan Caesar wat aan Caesar toebehoort, Rutte heeft een prima campagne gevoerd. Rutte vindt paaseitjes en “prettig kerstfeest” zeggen natuurlijk helemaal niet belangrijk maar hij wist dat je, zelfs slecht acterend, met die domme praat op rechts scoort. Hij hoefde maar een paar debatten te kiezen, kon mooi dankzij de wederzijdse provocatie met Erdogan scoren en vervolgens in een direct duel met de monotone Wilders in de stijl van Dynamo Kiev eenvoudig naar een 3-0 overwinning counteren.

De dag na de verkiezingen was er in het buitenland (en bij opvallend veel mensen) een gevoel van opluchting dat in Nederland zelf niet werd gedeeld. Meteen is er namelijk een verhaal gecreëerd dat vervolgens als een mantra word herhaald: “Wilders is misschien niet de grootste maar het speelveld is wel naar rechts verschoven.” De toon was tijdens de campagne inderdaad populistisch, maar verkiezingen zijn in Nederland nooit echt hoogdravend, met de media die we nu hebben is het zelfs onmogelijk. Bovendien, Nederland is gewoon een land dat altijd naar rechts helt, zelfs in de jaren zeventig. Dat de PvdA is gedecimeerd is geen verlies van links want dat is al jaren een grijze neoliberale partij met xenofobe trekjes. In die zin is het hoopvol dat de leegloop richting echte linkse partijen heeft plaatsgevonden. En het is makkelijk te vergeten dat vorig jaar rond deze tijd er helemaal niets op links gebeurde. Jessiah is ook geen groot licht maar hij heeft in ieder geval iets positiefs en energieks, een jeugdige uitstraling die politiek links Nederland eigenlijk nooit heeft gekend.

Maar het grote plaatje is gewoon belangrijker dan het binnenlandse gepriegel. En dat grote plaatje is dat Wilders zichzelf onderdeel had gemaakt van een populistische kabel die van Brexit – Trump naar Le Pen zou lopen. De verkiezingen in Frankrijk zijn natuurlijk vele malen belangrijker dan die van Nederland maar Wilders was wel essentieel in het populistische verhaal. Een gevoel van onvermijdelijkheid zou zijn ontstaan als Wilders de grootste was geworden. En je merkt dat alles wat geen overwinning is in het buitenland wordt gezien als verlies. De subtiliteiten van de Nederlandse politiek interesseert vrijwel niemand (zoals de Nederlandse media ook niet geweldig is geïnformeerd over bijvoorbeeld verkiezingen in Spanje.) De conclusie is: Wilders heeft verloren, de winning streak is gebroken. En dat is voorlopig goed genoeg.

Na een toch wel beschamende verkiezingscampagne van ongekend laag niveau is het tijd om de Mickey Mouse bullshit achter ons te laten. De formatie van een regering wordt waarschijnlijk zeer complex en zal van alle partijen vragen dat ze over hun schaduw moeten stappen. Om D66 mee te laten doen zal toch de, al dan niet gespeelde, xenofobie moeten worden bijgeschaafd. En misschien komt men zelfs op een positiever (lees groener) verhaal uit waar zelfs het bedrijfsleven inmiddels naar smacht. Want net zo makkelijk kun je in de uitslag lezen dat Nederland balans zoekt (wat natuurlijk niet zo is, Nederland is geen enkele entiteit die iets vindt, en Amsterdam heeft bijvoorbeeld duidelijk compleet andere ideeën dan de rest van Nederland.) Maar ergens ligt een potentieel voor een prettig innovatief land dat internet know-how, groene energie en, laten we eerlijk zijn, wietteelt kan uitbouwen tot een werkelijk 21ste eeuwse samenleving die zich rustig kan voorbereiden op de onvermijdelijke robotisering.

Dat is eigenlijk de enige toekomst waar Nederland zich mee moet bezighouden. De vraag is of dat met veel of minder ruis gaat gebeuren. En daar ligt een schone taak voor media die zich de afgelopen jaren steeds erger zijn gaan misdragen door journalistieke grondbeginselen te laten varen voor de dictatuur voor de click. De click die gewoon beter reageert op negativisme. Het zou de pers sieren dat ze beginnen in te zien dat het experiment, de innige relatie, met Wilders zijn langste tijd heeft gehad. Hij gaat geen nieuwe ideeën bedenken en hij gaat ook niet groter worden dan dit, een periode waarin hij echt alles mee had -Brexit, Trump, een idolate media, enge Europese vriendjes, geldstromen uit Amerika-. Elke ontevreden PVV-stemmer is inmiddels geportretteerd in kranten en de gemedieerde obsessie met de Islam heeft absurde dimensies aangenomen. Tijd voor zelfonderzoek. Het aantal columns (gewoon meningen, vrijwel altijd oninteressant) radicaal terugbrengen, de opiniepagina alleen in de zaterdagkrant plaatsen en voor de rest gewoon weer journalistiek brengen. Onderzoek doen, macht controleren, de lezer informeren. [rewind in The Big Short stijl]. Dat gaat natuurlijk niet gebeuren. Dan is het tijd om mensen media-discipline bij te brengen, de trollen langzaam maar zeker te laten verhongeren. Zelf de informatiestromen vormen.

zondag 12 maart 2017

New York 2140

Even in the world-historical disaster that was first contact between the New World and the Old, even in a time of horrific, unthinkable mass death, we can still find seeds for the utopia that might have been founded then instead. Every moment has those seeds, Benjamin said; ours does too. In this way, New York 2140 truly is a document of hope as much as dread and despair. And it's a hope we'll dearly need in the Anthropocene, the Anthropocide, the Capitalocene, the Chthulucene, postnormality, whatever you want to call the coming bad years that, with each flood and drought and wildfire and "superstorm," we have to realize have already begun — our own shared moment of danger, as it now begins to wash up over our beaches, breach our levees, flash up at us in an ever-rising tide.
De conclusie uit de lekker lange recensie van Kim Stanley Robinsons nieuwste boek New York 2140 in Los Angeles Review of Books. Ik kan die man overigens niet bijhouden, loop zeker vier boeken achter. Zo lijkt het nog maar kort geleden dat hij die roman publiceerde over de problemen rond lange ruimtereizen. Het idee van een overstroomd New York leek me in eerste instantie een sciencefictioncliché, maar zo te zien heeft Robinson er weer wat zijn eigen draai aan gegeven. Zoveel boeken, zo weinig tijd.

vrijdag 24 februari 2017

Introductie Kritische massa

Het is ongeveer een jaar geleden dat Kritische massa werd uitgegeven. De laatste tijd zie ik links langskomen naar artikelen over het al dan niet overlijden van rockmuziek of het gebrek aan goede popkritiek. En ik moet toegeven dat ik moeilijk een interessante kritiek of recensie kan herinneren die recentelijk is verschenen, buiten een meesterlijke microrecensie van de laatste Metallica door Klaas Knooihuizen en de unieke associatieve essays van Ian Penman voor London Review of Books (maar opvallend, altijd met als startpunt een boek, nooit de muziek zelf.) Aangezien het 20 jaar geleden is dat Biosphere Substrata uitgaf, was ik nieuwsgierig wat men er sindsdien zoal over had geschreven, waarbij ik eerlijk gezegd veel moois had verwacht voor een album dat rijp is aan betekenis. Dat viel zwaar tegen, zozeer dat ik spijt kreeg dat ik het niet heb meegenomen in Kritische massa. Als je de klassieken niet kent, hoef je ook weinig inzicht te verwachten van muziek die nu verschijnt. Hoe dan ook ik denk dat onderstaande nog steeds geldig is.


An age that has no criticism is either an age in which art is immobile, hieratic, and confined to the reproduction of formal types, or an age that possesses no art at all.
Oscar Wilde – The Critic as Artist

Aan het begin van haar boek Glittering Images (2012) stelt kunsthistorica Camille Paglia dat het moderne leven een zee van beelden is die ons, dankzij overal aanwezige communicatietechnologie, dreigt te overspoelen. Leren om op kalme wijze beelden te duiden, is volgens haar van essentieel belang omdat dat wapent tegen continue afleiding, het grondt de identiteit. Hetzelfde geldt voor muziek. De twintigste eeuw vormde een lang crescendo dat werd gevormd door verschillende technologieën die stemmen, muziek en het geluid van bewegende (machine)delen versterkten en verspreiden. Dankzij popcultuur, film en reclame is muziek permanent aanwezig. Met de opkomst van internet is de intensiteit alleen maar toegenomen. De effecten van deze digitale intensivering beginnen de laatste jaren duidelijke sporen achter te laten in zowel de productie als consumptie van muziek. Een cruciale verschuiving heeft plaatsgevonden van muziek die wordt verspreid door fysieke dragers (vinyl, cassette, cd) naar pure digitale informatie in de vorm van mp3’s en streaming. Deze verschuiving heeft niet alleen gezorgd voor een grotere toegankelijkheid van muziek, het resulteert ook in kwalitatief minderwaardige audio. Daarnaast zijn de inkomsten van artiesten onder druk komen te staan. Als antwoord op deze veranderingen heeft de muziekindustrie zijn verdienmodellen aangepast waardoor het optreden een belangrijkere inkomstenbron is geworden, wat zich vertaalt in hogere entreeprijzen en een wildgroei aan festivals. Op een bepaalde manier vormt dit een onverwachte terugkeer naar de situatie van de jaren veertig van de vorige eeuw waar het optreden voor de muzikant centraal stond. Een positieve interpretatie zou vervolgens concluderen dat hiermee de authentieke muzikant terugkeert ten koste van de artificiële studioproducer en zijn playbackende poppen. Alleen zijn optredens nu veel technologischer en vaak tot in de kleinste details voorgeprogrammeerd. Het verschil met een studio-opname wordt steeds kleiner. Een schadelijker effect is het gebrek aan vernieuwing dat de digitalisering heeft veroorzaakt. Platenmaatschappijen hebben het afgelopen decennium minder geïnvesteerd in nieuwe artiesten en proberen extra inkomsten te genereren met cycli van heruitgaven uit het archief. De geschiedenis oefent een wurgende greep uit op jonge artiesten die geen kans krijgen om rustig een eigen stijl te ontwikkelen.
Tegelijkertijd is het schrijven over muziek veranderd. De eerste jaren van het internet (de tijd van muziekspelers als Winamp en Realplayer) leidden tot innovatieve manieren om over muziek te schrijven die vaak de afstand tussen muzikant, criticus en luisteraar verkleinden. Men startte blogs die vergeten platen en genres deden herleven of ontwikkelde experimentele stijlen die niet door een beperking van het aantal pagina’s of de conventies van het interview werden tegengehouden. Tijdschriften werden opgericht die de nieuwe mogelijkheden van internet verkenden en bijvoorbeeld audio op directe wijze combineerden met tekst en beeld. Die periode van enthousiasme ligt inmiddels achter ons. Een van de redenen voor de teruggang is dat na de eerste verkenning geen brede professionalisering heeft plaatsgevonden. Tekst is overal maar kreeg online nooit de juiste economische waarde toebedeeld. Veel van de vroege initiatieven hebben zich daardoor niet verder weten te ontwikkelen. Om toch inkomsten te genereren is een chaotische tekst ontstaan. Iedereen herkent het wel: de tekst met een clickbait-titel, waar na enkele alinea’s een reclamebanner volgt (die vaak suggereert dat het einde van het artikel al is bereikt) waarna een ingebedde Spotify-playlist of YouTube-video de aandacht definitief verstrooit. Het is een manier van schrijven die aan de lezer geen ruimte laat voor het verzinken in een gedachte, een manier van schrijven die een flikkerende leeservaring oplevert. Die geen respect heeft voor de schrijver en de lezer, van wie men blijkbaar verwacht dat deze een aandachtspanne van een amoebe bezit.
In eerste instantie waren de teksten waaruit Kritische massa is samengesteld, bedoeld als een alternatief voor dit onrustige online lezen: puur tekst zonder onderbrekingen. Wie de muziek wil luisteren, opent Spotify zelf wel in een ander tabblad. In boekvorm kennen we deze onrustige tekst niet, al pik je steeds vaker de klacht op dat de rust niet kan worden gevonden om zoveel te lezen als men ooit deed. Maar er was een tweede reden waarom deze reeks is geschreven: onvrede over de huidige staat van de popkritiek. Kritiek is hier niet bedoeld als synoniem van negativisme, maar als een positieve methode waarmee men op systematische wijze een werk analyseert, een vervolmaking van het kunstwerk door het leggen van connecties met andere kunstwerken en teksten. In dit proces maakt de criticus, met gebruik van eigen inzichten en een persoonlijke stijl, zoiets als een nieuw kunstwerk. Omdat het niet pure fictie is en toch zeer persoonlijk, vormt het traditioneel een werk met een onzekere status. Tegelijkertijd is kritiek gevulgariseerd tot de negatieve recensie, de zoektocht naar fouten. Het is mijn overtuiging dat het schrijven over popmuziek een vorm van kritiek kan zijn waarin het samenspel van muziek en tekst intrigerende ideeën en connecties produceert over allerlei aspecten van het moderne leven. Deze vorm van kritiek is in Nederland vrijwel afwezig. Schrijven over muziek is een soort alternatieve vorm van financiële journalistiek geworden met buitenproportionele aandacht voor de zakenkant van de muziekindustrie die volstrekt oninteressant is voor de buitenstaander en muziekliefhebber. De bovengenoemde verschuiving van inkomsten betekent ook dat er meer dan ooit aandacht wordt besteed aan nieuws rond de legaliteit en inkomsten van streaming naast de programmering van festivals. Onderwerpen die niets wezenlijks toevoegen aan muziek. Wanneer over oude albums wordt geschreven, is dat primair vanuit een commercieel oogpunt: de zoveelste special edition heruitgave of jubileum.
Kritische massa is geschreven tegen het idee van “de aanleiding”, urgentie in marketingtaal. De meeste albums die hier worden geanalyseerd, zijn binnen een half uur voor de platenkast geselecteerd omdat ik de behoefte voelde om er over te schrijven, niet omdat ze exact tien of twintig jaar geleden zijn verschenen. Vaak zijn het onderbelichte platen binnen een oeuvre, albums of artiesten die in het algemeen meer aandacht verdienen of genres waarvoor nog geen bevredigende kritische taal is gevonden. In eerder werk heb ik geopperd dat om de popmuziek en muziekkritiek weer in beweging te krijgen een (tijdelijk) embargo op schrijven over de canon moet worden overwogen. Maar waar legt men dan de grens? Het jaar 1977 heeft mij altijd een van de beste begrenzingen geleken. Punk als Jaar Nul. Ondanks dit streven heb ik het in de onderstaande selectie niet heel streng toegepast, al zijn de twee albums uit 1976 geenszins rockklasiekers. Jezelf ontdoen van een deel van de popgeschiedenis werkt verfrissend. Een gewicht valt van de schouders, er ontstaat zoiets als een persoonlijke, lichtvoetige geschiedenis. Wat niets afdoet aan de waarde van popmuziek uit de jaren vijftig en zestig. In deze periode werden de archetypen van de pop en rock gecreëerd: Elvis de oervader, The Beatles als goedlachse saters, Dylan als profeet, Hendrix als elektrische alchemist, The Doors als dionysische priesters, Brian Wilson als Messias van zon en melodie. De definitieve tekst die dit idee verbeeldt, is het boek Rock Dreams (1974) van Guy Peellaert en Nik Cohn. Na de jaren zestig volgt een periode van verstrooiing en worsteling met de archetypen die grotendeels nog steeds aan de gang is. De periode voor 1977 is ondertussen zo uitgebreid gedocumenteerd door middel van verschillende specialistische tijdschriften waar op de voorkant een kleine selectie canonieke muzikanten rouleert, rockumentary’s, de Top 2000 en nieuwe artiesten die vaak zonder gêne de archetypen kopiëren, dat er geen enkele eer meer aan valt te behalen. Wat overblijft, is een herhaling van zetten.
Kritische massa is vanzelfsprekend geschreven voor de liefhebbers van de individuele platen of artiesten, maar ook voor een jonge generatie schrijvers als bewijs dat het anders kan. De rol van voorproever is voorbij. Tegenwoordig kan iedereen zelf heel efficiënt uitmaken welke muziek bevalt. Algoritmes en sociale netwerken zorgen ervoor dat je muziek direct krijgt toegespeeld waarvan de kans groot is dat deze daadwerkelijk in de smaak zal vallen. Welke rol speelt de criticus dan nog? Op welke autoriteit kan deze zich nog beroepen? De criticus zal iemand zijn die rust en betekenis brengt in de wild kolkende oceaan van geluid, iemand die stromen kan lezen en bewegingen duiden. Bovendien vindt hij/zij het belangrijk om dit te delen zodat iedereen over deze kennis beschikt. De criticus leert dieper en verder luisteren. Van centraal belang hierbij is interpretatie: het lezen, verwerken en verbinden van muziek op verschillende niveaus. De interpretatie is persoonlijk en grenzeloos. De vijfentwintig kritieken die volgen zijn maar vijfentwintig mogelijke interpretaties die op allerlei manieren kunnen worden uitgewerkt. Een aantal conventionele begrenzingen moet men daarbij negeren. De bedoelingen van de artiest zijn interessant maar hoeven geen leidraad te vormen, ze bezitten geen definitieve autoriteit. Muziek kan op allerlei manieren worden verbonden en gemijnd voor betekenis. Over-interpretatie is geen zonde: de connectie die juist voelt, is juist. Met de komst van het digitale domein dreigt muziek objectloos te worden, wat een verlies inhoudt voor de criticus. Muziek is de afgelopen eeuw vrijwel nooit alleen muziek geweest. Het is ook een object dat wordt gepresenteerd in een hoes die de sfeer stuurt en associaties aandraagt voor de muziek. Artiesten doen vaak, al dan niet bewust, kritisch voorwerk. Het enige wat wij hoeven te doen is luisteren en de muziek in ons leven weven.

donderdag 16 februari 2017

American Psychosis: Trumpism and the Nightmare of History


So what is to be done? Is there a cure for the American psychosis? In the absence of an all-powerful alien civilization that comes from outer space to impose rationality on the American populace, I think not. In fact, if Nietzsche is correct that collective insanity is the rule rather than the exception, it seems best to admit that Americans are suffering from an incurable condition, right along with the rest of the human species. Like Athens, the world's first democracy, the United States is not immune to takeovers by tyrants and oligarchs, and in Trump we may have managed to get both for the price of one.
Uit het erudiete essay 'American Psychosis: Trumpism and the Nightmare of History' van W.J.T. Mitchell in Los Angeles Review of Books (geweldig tijdschrift en bijhorende website.) De historici van de toekomst gaan genieten van deze periode.

Hoe dan ook, het presidentschap van Trump is eigenlijk al ten einde. Hij is mentaal te onrustig, paranoïde, geobsedeerd met imago en zal nooit de balans vinden om vier jaar een land te leiden. Hij is binnen een maand geraakt door associaties in gelekte informatie die hem zullen blijven achtervolgen. De Amerikaanse overheid zal om hem heen proberen te functioneren, terwijl steeds meer gelekte informatie, vanuit diezelfde overheid en daar buiten, hem zal beschadigen. Er is waarschijnlijk een overdaad aan belastend materiaal in handen van allerlei instanties dat ongestraft naar journalisten wordt gelekt, die gewaarschuwd door de opgefokte controlestaat met eenvoudige encryptie hun bronnen beschermen en steeds meedogenlozer zullen worden.

Ik dacht eerder dat zijn partijgenoten hem op een gegeven moment gaan laten vallen maar niemand heeft baat bij een impeachment (een afgang voor de Republikeinen waardoor ze weggevaagd worden bij congresverkiezingen en ondenkbaar voor Trump die nooit een fout zal toegeven.) Het meest waarschijnlijke scenario is dat hij voorzichtig zal worden gemasseerd om vanwege gezondheidsredenen op te stappen. Ik durf wel te stellen: dit jaar nog. Maar zoals Mitchell in het bovenstaande essay concludeert is dat nog niet eens het begin van een serieuze oplossing voor de huidige waanzin.




zondag 5 februari 2017

Stresstest 2017



Ik moet toegeven dat het presidentschap van Trump een echt een nieuw fenomeen is. Reagan lijkt bij nader inzien bijna competent, Nixon een professional. Hij produceert bijna moeiteloos een vreemde chaos waar je eigenlijk afstand van moet nemen om helder te kunnen blijven functioneren. De ene dag word je overmand door een ongekend onbehagen dat sinds het begin van de jaren tachtig niet meer is gevoeld en de volgende dag is de incompetentie zo lachwekkend dat je er van overtuigd raakt dat het nooit lang kan duren voordat hij instort. Hopelijk is het ook snel afgelopen want zoals gebruikelijk is het isolationisme weer een loze belofte gebleken en zitten de yanquis al bij een aantal landen opzichtig te zuigen. Ik vermoed steeds steker dat de chaos een soort strategie is van het ware team achter Trump dat een heel naar plan langzaam wil implementeren terwijl iedereen zich druk maakt over duffe tweets en uitgesproken leugens van zijn spreekbuizen (de nu al legendarische Bowling Green “massacre”, “clean” coal.) Ik gok dat de Republikeinse Partij vlug pakt wat er te pakken is aan wetgeving over wapens, deregulering voor banken, de Supreme Court benoeming en dan Trump laat vallen omdat zijn fascistoïde neigingen de basis van het Amerikaanse systeem ondermijnen. Een positieve interpretatie beschouwt dit alles als een stresstest van het systeem waar men uiteindelijk verder op kan bouwen (al zal de tweedeling nooit meer verdwijnen.)

Een continue Trump shitshow kan in ieder geval Europa goed uitkomen omdat ultrarechtse politici iets te enthousiast zijn geweest over de verkiezing van Trump en een deel van hun potentiële kiezers aan het twijfelen zou moeten brengen (een deel, want er zijn genoeg Europeanen die Trump wel zien zitten.) Het baart me ook enigszins zorgen dat men, in ons klein-Amerika, zich soms meer druk lijkt te maken over de dagelijkse nonsens aan de overkant van de oceaan dan het voorkomen van een verkiezingswinst door een veroordeelde xenofoob. En zo niet dan proberen televisiezenders er al een tijd een soort Amerikaans verkiezingscircus van te maken, met natuurlijk nul inhoud, voorgekookte oneliners, een reductie van deelnemende partijen en dat allemaal met krukkige mannetjespolitci waaronder een premier die eigenlijk het liefst wenst dat hij naast May het andere handje van Trump mag vasthouden.

Nu zijn de Nederlandse Tweede Kamerverkiezingen vooral belangrijk voor de sfeer in Nederland, een premier W. maakt het vooral ongezelliger. Belangrijker is vanzelfsprekend dat Frankrijk houdt. Een president Le Pen is het einde van de E.U. en dat leek tot voor kort een onmogelijke uitkomst totdat gedoodverfde winnaar Fillon op voorspelbare wijze corrupt bleek te zijn. Zou op zich geen verlies zijn want een fundamentalistische neoliberaal, maar of de andere kandidaten hem kunnen overvleugelen is nog maar de vraag (Hamon is zelfs bijna zoiets als een visionair maar kan nooit de vloek van Hollande in korte tijd opheffen.) Je ontkomt niet aan het gevoel dat we komende maanden als koorddansers moeten manoeuvreren. En het gemene is dat een enkele goed getimede terroristische aanslag elke hoop op een positieve afloop teniet zal doen. De doodsklap voor Clinton kwam door de streek van F.B.I. -baas Comey en ik ben niet zozeer bang voor IS, dat op zijn gat ligt en bezig is met overleven, maar voor een veiligheidsdienst die strategisch op het juiste moment de andere kant opkijkt of even geen informatie doorspeelt. Wanneer je met dat soort scenario's rekening moet houden lijkt democratie in de stijl van de 20ste eeuw zijn terminale fase in te gaan. Only the paranoid survive.