As a music journalist, I'm in the frontlines of what may be a crisis for the post-industrial West in the 21st Century: cultural overproduction. For it's not just music, it's the entire mediascape that (with the cable revolution, on-line, desk-top publishing etc) is afflicted by an excess of access. There's gonna be too many creators, not enough consumers. I can imagine a future World Government doing something similar to what the European Community, faced by surplus 'food mountains', does when it subsidises farmers to leave their fields fallow, i.e. pay people to be uncreative.
The punk ethos of anyone-can-do-it lives large in music, from lo-fi indie to home-made techno, and that's fine. But when you move from amateur music-making to putting out a record, you're staking a claim on people's time. So my message to music-makers is: think hard before you put it on disc and out into the marketplace. And to music-lovers:: if you're lucky enough to get obsessed with something, go with flow, forget about the rest. Music should be precious, not something you channel-surf through.
vrijdag 7 juni 2013
Overproductie
Interessant om weer terug te lezen. Simon Reynolds in 1995 over het gevaar van muzikale overproductie. Gewoon een "voorspelling" die is uitgekomen (behalve die Ballardiaanse subsidie):
woensdag 5 juni 2013
De mode - technologie synthese
"All technologies that permit customisation of the final product are the technologies of the future."
Een interessant artikel dat de ware avant-garde van het moment identificeert. En dat terwijl mode tien jaar geleden totaal vast zat in een revival cyclus.
maandag 3 juni 2013
Een raam naar een verloren cultuur
Chic blijft mij altijd fascineren. Er zou een Barthesque
term moeten bestaan voor het volgende fenomeen dat bij Chic op zijn sterkst is
omdat de muziek zelf al een achteloze lichtvoetigheid bezit, namelijk de manier
waarop muziek als een soort raam naar een tijdperk functioneert. Niet als
louter persoonlijke herinnering maar het gevoel dat je door de muziek heen een hele
cultuur hoort. Door ‘Everybody Dance’ hoor je 1978 in zijn totaliteit, een lichte cultuur, in de zin dat alles nog
niet is doortrokken van ironie, cynisme en een overdaad aan kennis. Een zekere naïviteit. Dat gewicht is een van die dimensies van
de hedendaagse cultuur waar je moeilijk de vinger op kan leggen maar wel degelijk
zorgt voor een gevoel van instant inertie, hoeveel nieuwe artefacten er ook worden
geproduceerd. Een zwaarmoedigheid van kennis. En je zult er mee moeten leven want in de sociaal-technologische
constellatie waarin we nu leven is dit onmogelijk om te veranderen.
Een mogelijke uitzondering? Grimes. Zij is zo alleen en
omgeven van een optimistisch aura dat als we in een soort Philip K. Dickachtige valse
realiteit leven zij als enige uit het echte 2013 komt.
(Wie bij dit laatste denkt
“waar heeft hij het over?”, leestip: TheMan In The High Castle)
Labels:
1978,
Chic,
cynisme,
Grimes,
herinnering,
ironie,
Philip K. Dick
Locatie:
Diemen, Nederland
zaterdag 1 juni 2013
Schattige rave nostalgie
Dit fenomeen is mij al vaker opgevallen. Clive Martin schreef voor Vice een verrassend mooi (en grappig) artikel over het commentaar onder YouTube filmpjes van rave klassiekers:
Obviously nostalgia is bullshit, and for every "Pacific State" there were a hundred terrible "big fish, small fish, cardboard box" novelty records. And for everyone who looks back on it with fondness, there is probably a casualty. And we probably all need to remember that patterned board shorts were de rigeur back then. But you can't help but feel these people had the right idea.Geen woord gelogen. Mooi excuus om mijn favoriet uit de herfst van 1991 te plaatsen:
If these comments are true—and why would you doubt that they are?—going out in those days was about unity and euphoria rather than wearing T-shirts that define your pecs and trying to compete in some kind of Moet-pissing competition. Maybe these comments comprise a history lesson that modern clubbers would do well to heed.
donderdag 30 mei 2013
Los Angeles 2013
Zoals gevisualiseerd door Syd Mead in 1988. Als onderdeel van deze special van Los Angeles Times Magazine.
dinsdag 28 mei 2013
Nieuwe geluiden maken
Jonah Weiner van Rolling Stone bezoekt Daft Punk in hun studio en let goed op wanneer ze hem de modulaire synthesizer laten zien die vaak terugkeert in de credits van Random Access Memories:
(Blijken ook ouderwetse My Bloody Valentine fans, zoals het hoort.)
"With this, you'll never get what you're getting again – there's no Save As. It's a playground for building a sound from the ground up."
(Blijken ook ouderwetse My Bloody Valentine fans, zoals het hoort.)
zondag 26 mei 2013
Verlangen naar een tijdloos Engeland
We hebben de neiging om retromania vooral te analyseren op
het gebied van popmuziek, wat niet vreemd is omdat hier het fenomeen het
sterkst aanwezig is. Gisteren keek ik toevallig de eerste aflevering van Endeavour, een spin-off van de originele
Inspector Morse detectiveserie (1987-2000)
waarin de jonge jaren van Morse centraal staan. Zoals de betere detective
is het vakwerk: mooi gefilmd, goed acteerwerk, oog voor details en Brits stijl (kleding, interieur, de Jaguar) maar op
diverse niveaus keiharde retromania. Allereerst het voortborduren op een succes en niet kunnen accepteren
dat het voorbij is (zowel het personage Morse als acteur John Thaw zijn dood.) Het is als je het met popmuziek vergelijkt ongeveer alsof
de remasters van verloren gewaande demo’s van voor de doorbraak worden
uitgebracht. De vraag die dan meteen gesteld wordt is: was die energie en het geld
niet beter besteed aan iets nieuws? Is retromania dus niet voor een groot deel
het resultaat van een angst voor het nemen van risico’s en de financiële
gevolgen van een mislukking?*
Op een breder niveau zijn series als Endeavour, Morse, Midsomer Murders, Inspector Lynley, Inspector George Gently een uiting
van een zeer specifieke vorm van Britse nostalgie die een continue aanvulling
vraagt. De oude Morse kwam in een legendarische aflevering nog een keer op een
rave terecht maar bij voorkeur spelen de series zich af in een soort tijdloos
Engeland. Oxford waar Morse werkt is een interessante plaats van handeling
omdat de Engelse obsessie met klasse hier het scherpst kan worden neergezet en het ziet er ondanks de auto's pre-modern uit. Maar in realiteit is de betekenis van de stad (en de rest van het land) allang secundair
vergeleken met de financiële bulldozer van The City. De detectives maken
onderdeel van een diepere fantasie, een structurele nostalgie die zoals Adam Curtis op karakteristieke wijze analyseerde van Thatcher naar Churchill loopt.
Een nostalgie die gericht is op een mengsel van pastorale fantasie met de kracht van het
Empire.
Zoals J.G. Ballard ooit weemoedig stelde was er een moment in de jaren zestig dat deze Britse fantasie leek te zijn uitgewerkt. Ik denk zelfs dat in de periodes 1977-1979 en 1988-1994 dit nog een keer is gelukt maar dat het momentum, om diverse redenen, niet kon worden volgehouden. Feit is dat de Britse vorm van popfuturisme uniek is maar je kunt je inmiddels serieus afvragen of het ooit zal terugkeren. En: is het noodzakelijk of moeten we accepteren dat de sondes naar de toekomst ergens anders zullen worden gefabriceerd?
* Om even het zijpad van popmuziek te voltooien: de situatie zal nooit meer terugkeren waar tot in de jaren negentig platenmaatschappijen massaal artiesten een contract gaven omdat ze het gevoel hadden dat ze erbij moesten horen en de successen de mislukkingen met gemak compenseerden. Een model met voor- en nadelen: een reeks bands -van Hüsker Dü tot Urge Overkill- die de overgang niet aankonden, zeker, maar ook een culturele dynamiek die tot memorabele resultaten heeft geleid.
Abonneren op:
Posts (Atom)
