Mastodon designing futures where nothing will occur

dinsdag 11 juni 2013

Over The Inheritors

The LP was meant to be like an alternate universe where the sprawling inventive madness of the '60s and '70s hadn't been out-evolved by punchier, more functional and direct music—a sort of utopia for the non-competitive idea. 

James Holden over zijn nieuwe album The Inheritors (releasedatum: 24 juni). Altijd een muzikant/DJ die niet bang is. Een begeleidende (en hele spannende) Resident Advisor podcast is hier te vinden.

maandag 10 juni 2013

Future Shock: de film


Ook gewoon online te vinden, de Orson Welles documentaire uit 1972 gebaseerd op Alvin Tofflers Future Shock (1970). Net als het boek een vermakelijk retro-futurisme met, hoe kan het anders, proto-Boards of Canada soundtrack. Een wonder trouwens dat de film niet kapot is gesampled door techno producers.


zaterdag 8 juni 2013

Lezing Tent: complete tekst

Hier de tekst van de lezing die ik heb gegeven op 7 juni op Less Is More, More Or Less in TENT, Rotterdam. Met een aantal afbeeldingen die op de achtergrond werden gebruikt. Trouwe lezers/volgers zullen een aantal riffs herkennen.

Beauty In Decay




I

Jullie moeten me vergeven dat ik met een zeer Amsterdamse anekdote begin. Een tijd geleden stond ik met mijn oudste dochter te wachten op de tram bij de halte Spiegelgracht. Deze ligt recht voor de ingang van het Rijksmuseum. Opeens werd ik overmand door de vraag: hoeveel is er sinds mijn kindertijd (begin jaren zeventig) in dit straatbeeld veranderd? Er is ergens in de loop van de jaren zeventig een heel lelijk gebouw geplaatst tegenover het Rijksmuseum, de trams zijn van kleur veranderd, er zijn heel veel verkeersborden bijgekomen, aan het einde van de straat, naast Paradiso, is twintig jaar geleden een complex gebouwd…sommige gevels zijn schoongemaakt. En dat zijn ongeveer de belangrijkste verschillen. Een gevoel van tijdloosheid overmant je. Dat is zowel een veilig als onbehagelijk gevoel. Nu kun je zeggen: Amsterdam wil een openluchtmuseum zijn…maar dan is het alleen een meer extreme uiting van een cultuur die gevangen lijkt door het verleden.

Er worden nog steeds sondes richting de toekomst gestuurd maar ze lijken geen direct effect te sorteren aangezien het gewicht van het verleden steeds zwaarder drukt. Steeds meer artefacten, kunstwerken uit het verleden, die niets aan kracht hebben ingeboet, zijn beter in kaart gebracht, worden met zorg geconserveerd en compulsief overladen met betekenis. Wat zorgen baart, is wanneer een vorm uit het verleden steeds opnieuw wordt hergebruikt. Sommige creatieve gebieden zijn hier op het moment gevoeliger voor dan andere. Mode heeft zich uit een lange retrocyclus ontworsteld en laat met gebruik van de laatste technologieën en materialen meer nieuwe ideeën toe. De jurken van Iris van Herpen zijn het meest radicale voorbeeld, maar ook gevestigde merken als Balenciaga, Dior en Prada zijn op diverse manieren continu op zoek naar vernieuwing. Een alledaags merk als Nike heeft een perfecte balans gevonden waarin het zijn klassieke modellen respecteert maar ook lijnen lanceert die specifiek gericht zijn op innovatie.

 Literatuur en muziek zijn echter bijna tot stilstand gekomen terwijl er meer muziek wordt gemaakt, meer wordt geschreven dan ooit te voren. In zijn boek Retromania heeft de popcriticus Simon Reynolds uitputtend geanalyseerd hoe de hedendaagse situatie van met name popmuziek een uitkomst is van historische trends. Retrobewegingen en revivals zijn al lange tijd actief. Postmoderne nostalgie kende met het White Album van The Beatles al in 1968 het startsein. Het probleem is dat het verleden de afgelopen jaren alles dreigt te overwoekeren.

 Een belangrijke oorzaak van deze situatie is dat een deel van de creatieve industrie wat betreft internet een adaptatiefase heeft doorgemaakt. Het is onder druk komen te staan, op economisch niveau angstig geworden en richt zich op wat zekerheid biedt. Dat wat al succes heeft gekend. Het belangrijkste product is de eindeloze heruitgave. Eerst als remaster, vervolgens als boxset met alle studiotakes en alternatieve versies, dan als ultieme jubileumcollectie. Daaraan gelieerd is het fenomeen van artiesten die concerten geven waar ze hun beroemdste album integraal spelen. Ook voormalige leiders van de underground als Sonic Youth en Pixies hebben dit model klakkeloos gevolgd. Op deze manier ontstaat een museumficatie van de complete cultuur inclusief genres, als popmuziek, die traditioneel volgens een andere, namelijk vernieuwende dynamiek functioneerde.






Waarom is dit problematisch? Museumficeren van popmuziek uit de jaren ’60, punk, rave… maar ook de radicalere kunstbewegingen als Dada, Surrealisme en het Futurisme is uiteindelijk een verraad plegen aan de kern hiervan. Het verlangen naar een opening, een nieuwe manier van zien of luisteren. Daarnaast is een obsessie met het verleden een karakteristiek onderdeel van de conservatieve politiek. Churchill, Thatcher maar ook Fortuyn, Balkenende en Wilders spraken en spreken graag over een terugkeer naar een verloren staat waarin de maatschappij op alle niveaus overzichtelijk was en schijnbaar perfect werkte. Vernieuwende cultuur zal altijd dit mythische evenwicht doorbreken. Retro neigt naar politiek conservatisme maar inmiddels is het hele politieke spectrum ermee geïnfecteerd: is men ook nostalgisch naar breed maatschappelijk engagement, solidariteit en wenst men bij de recente kroning óók rellen, zoals in 1980. Een overkoepelende retrocultuur is uiteindelijk problematisch omdat we ons op het moment niet op een maatschappelijk optimum bevinden om op stil te staan en zelfgenoegzaam terug te kijken…en vooral niet politiek en cultureel.

 Een mogelijke oorzaak van retromania is zogenaamde future shock zoals de futurist Alvin Toffler het in 1970 in zijn gelijknamige boek beschreef. Zijn argument is dat door een groot aantal technologische veranderingen in te korte tijd, we gedesoriënteerd raken en teruggrijpen naar de zekerheden van het verleden. Een reflex. En die reflex kan onder andere worden overwonnen door juist creatief mee te bewegen met verandering. Dit kan echter mogelijke valkuilen herbergen. Wat is immers makkelijker dan te zeggen “oh, dan gebruiken we de laatste technologieën voor het maken van kunst.” Dit is inderdaad wat in mode nieuwe paden creëert maar in muziek is de computer steeds meer een gevangenis die eindeloze mogelijkheden schenkt maar juist uniforme resultaten produceert.

Het gaat ook om een mentaliteit. Ik gebruik zelf graag de microblogsite Tumblr als een soort moodboard waarmee je op eenvoudige wijze een netwerk kunt bouwen van mensen met eenzelfde interesse en smaak. De afbeeldingen die hier worden geprojecteerd zijn bijvoorbeeld bijna allemaal de afgelopen jaren via Tumblr verzameld. Wat mij opvalt wanneer ik verdwaal door Tumblr is dat veel tieners geobsedeerd zijn door de esthetiek van de jaren ’60, 70 en 80. Als esthetische leerschool is dit geweldig, ze beschikken over een basiskennis van beelden waar ik op dezelfde leeftijd alleen maar van kon dromen. Maar waar leidt deze kennis toe? Blijft men in een nostalgische dagdroom hangen van een tijd die nooit is geleefd en niet zal terugkeren? Of daagt deze kennis uit tot de formatie van nieuwe vormen? En krijgen jongeren daar wel de kans toe? Er zijn bijvoorbeeld jonge muzikanten die gepikeerd reageren wanneer ze worden aangesproken op het feit dat ze teveel in het verleden duiken. Dat graven in het verleden zijn gradaties in aan te brengen maar het gevaar bestaat dat men elkaar teveel op de vingers kijkt. A watched pot never boils zegt het Engelse spreekwoord, helemaal als miljoenen continu de pan in de gaten houden. Een zekere afstand bewaren in plaats van continu hypen en helpen zou een gezonde situatie vormen. De huidige sociaal-technologische constellatie maakt dit echter vrijwel onmogelijk.


II

Uiteindelijk zal de museumficatie tevergeefs zijn. Neem een iconisch schilderij als De Nachtwacht in gedachte. En laten we nu een sprong in de toekomst nemen. Over ongeveer vier miljard jaar zal het Andromeda sterrenstelsel botsen met ons melkwegstelsel. De zwarte gaten die het centrum vormen van beide stelsels zullen om elkaar heen draaien en uiteindelijk samen een zwart gat vormen dat het centrum zal zijn van een nieuw sterrenstelsel. Wat dit precies zal betekenen voor de Aarde is onduidelijk maar dat maakt uiteindelijk niets uit. Over ongeveer 1.4 miljard jaar is het leven op aarde onmogelijk geworden omdat de zon steeds feller zal schijnen voordat deze weer veel later uitdooft. Over het lot van de mensheid zelf is veel minder zekerheid te geven. Wellicht zullen we evolueren en nog tienduizenden jaren verder leven. Gezien de manier waarop we met de planeet omgaan, zal de mensheid eerder uitsterven. En sommigen hangen het idee aan dat de mens al deze eeuw in een synthese met technologie opgaat en als homo sapiens zal verdwijnen. Ondertussen is het steeds onwaarschijnlijker dat een enkele mens ooit ons zonnestelsel zal verlaten.



Wat betekent dit voor De Nachtwacht? Het lijkt een mooie inspiratiebron voor romantische sciencefictionverhalen. Bijvoorbeeld een interplanetaire exodus van de beroemdste kunstwerken richting een maan van Jupiter, totdat de omstandigheden er zo ongunstig zijn dat verder moet worden getrokken. Om uiteindelijk te eindigen op een buitenaardse kunstmarkt. Welke kunstwerken zouden worden uitgekozen om mee te gaan op deze tocht? Wie beslist dit?... Waarschijnlijker is dat De Nachtwacht altijd op Aarde blijft en dus zal vergaan. In een aantal scenario’s zal het in een leeg museum hangen omdat er geen mens meer bestaat om het te bekijken. Misschien zal het Rijksmuseum onderlopen en het schilderij zijn verhuist naar een hoger gelegen museum als het Louvre. Tot die tijd zal De Nachtwacht keer op keer worden gerestaureerd totdat er geen enkele molecuul meer overblijft die door Rembrandt zelf is aangebracht. Het is een simulacrum geworden.

Een angst dat kunst verloren zal gaan, gekoppeld aan een excessief conservatieproces, vergt op lange termijn enorm veel energie. Terwijl een vitale cultuur verjonging nodig heeft. De realiteit is dat we niet beide kunnen bolwerken. In ieder geval is een ander balans nodig tussen bewaren en verkennen. Hoe is dit te bewerkstelligen? Een mogelijkheid is het stimuleren van een soort hernieuwde vorm van romantiek, een technoromantiek die schoonheid in verval ziet en accepteert. Waarom fascineert Blade Runner ons na al die jaren nog? Omdat de film een beeld schetst van een stad die zowel creatief is als onderhevig aan aftakeling. Dit Los Angeles is niet altijd een pretje om in te wonen maar het is spannend, in beweging, ondanks het belang van herinneringen heeft het verleden geen grip op de stad en bewoners.

Verval is psychisch “gezond” in vergelijking met een maatschappij die risico’s probeert uit te bannen. Verval is op een dieper niveau een onontkoombare realiteit, we vechten onbewust tegen de tweede wet van de thermodynamica, die stelt dat elk systeem neigt naar wanorde. Onze lichamen vechten hier tegen, het complete evolutieproces doet dit totaal doelloos. Maar uiteindelijk zal ook het universum naar alle waarschijnlijkheid een zogenaamde staat van warmtedood bereiken, waar alle materie als het ware uit elkaar is gevallen. Dat is geen tragedie want de kosmos bevindt zich in een continue staat van vernietiging en wedergeboorte. Stervende sterren verspreiden in hun laatste ontploffing het materiaal voor de geboorte van nieuwe sterren. Het accepteren van de relatie tussen verval en creatie heeft een aantal dimensies die wellicht ook helpen om het gevoel van retromania te doorbreken.

Wanneer we aan steden denken waar ooit sterke creatieve scenes opbloeide denken we aan de jaren zeventig waar Londen, Amsterdam, West-Berlijn en vooral New York in verschillende gradaties in verval raakten. De middenklasse verhuisde naar buitenwijken terwijl de financiële centra en musea gewoon bleven functioneren. New York was rond 1975 zowel een middeleeuwse stad met wolkenkrabbers als het financiële centrum van de wereld. In dat spanningsveld van macht, geld, verval en kunst ontwikkelden zich allerlei nieuwe vormen. Het meest radicale voorbeeld blijft echter Detroit. Detroit is vaak een spookstad genoemd, een voorbeeld van hoe de toekomst van elke grote stad er uit zal zien. Maar het was tot de jaren zestig een bloeiende industriestad. Na de rassenrellen van 1968 en de groeiende concurrentie van de Japanse auto-industrie liep Detroit leeg en is daar ondanks talloze lokale initiatieven nooit van hersteld. Het is ook de stad waar techno, waarschijnlijk de laatste muzikale avant-garde, is ontstaan. Een sterke kunst die als noodzaak zich ontworstelt uit de puinhopen en voedt op vergeten dromen.

         Het probleem is natuurlijk dat je een dergelijke creatieve stad in verval niet kan plannen als een soort laboratorium. Detroit is door Amerikaanse overheden aan zijn lot overgelaten vanuit racistische motieven en economische desinteresse. Het is niet iets dat men in de Westerse wereld buiten de Verenigde Staten snel op eenzelfde schaal zal nadoen. Margret Thatcher heeft ooit overwogen Liverpool aan zijn lot over te laten maar dat was blijkbaar toch een brug te ver. Ironisch genoeg zijn het niet stadscentra die verder in verval zijn geraakt, want deze zijn de laatste 25 jaar vrijwel allemaal opgeknapt en herboren als culturele centra die bedrijven en hoge inkomens aantrekken. Het zijn de lokale buitenwijken waar de middenklasse in de jaren zeventig naar vluchtte die vaak in verval zijn geraakt. Dit kan uiteenlopen van de beruchte Parijse banlieue tot het meer bescheiden Bijlmermeer, voorbeelden van complexen waar de originele planning teniet wordt gedaan en een eigen plan wordt getrokken. Wat zij echter missen is de nabijheid van financiële centra, galerieën en musea om een zekere esthetische dynamiek te genereren. Verval is hier afgeschermd in een vaak gewelddadig reservaat met een eigen creativiteit onzichtbaar voor het zoeklicht van media. Totdat een representant van de gevestigde cultuur zich erin interesseert en elementen gebruikt. Waarna de authenticiteit die we verlangen als in een tragedie verdwijnt. Het schoolvoorbeeld is Diplo. Een DJ/producer die graag inspiratie opdoet in de sloppenwijken van Rio de Janeiro en vervolgens zijn muziek volstopt met favela funk. Ongetwijfeld met de beste intenties maar in de vertaling gaat iets, noem het aura, verloren.


III

We zijn gewend geraakt aan het idee dat Nederland af is en dat alles, ook creativiteit gepland is en precies zijn plaats in de maatschappij en de stad krijgt toebedeeld. De vraag is hoe lang dit nog realistisch is vol te houden. Nederland heeft moedwillig de boot gemist op het gebied van duurzame energie en gaat daar de komende decennia de prijs voor betalen. De huizenmarkt en vooral speculatie met kantoorgebouwen zal waarschijnlijk ook niet terugkeren naar de niveaus van voor 2008. Het is niet ondenkbaar dat Nederland tijdelijk weer in een emigratieland zal veranderen. Verval zal lokaal, zonder planning, verschijnen en ik vermoed dat in de spanning die hier ontstaat creatieve openingen mogelijk zullen zijn.



Kan het verleden op een andere, minder naargeestige, wijze worden vermeden? Er is een mogelijkheid dat retroculturen op Hegeliaanse wijze een soort onontkoombare antithese vormen van modernistische bewegingen als punk en techno.  Waarna een volgende synthese onvermijdelijk zal plaatsvinden. De eerste signalen hiervoor worden steeds duidelijker zichtbaar. Het is tegenwoordig wanneer we het over de toekomst van creativiteit hebben haast een verplichting om het over de Maker cultuur te hebben. Het netwerk van digitaal ambacht dat door de meer enthousiaste vertegenwoordigers als een nieuwe industriële revolutie wordt gezien. Het icoon van de Makers is de 3D-printer, waar ik zelf nog sceptisch over ben omdat het, naast hele handig oplossingen voor het maken van specifieke onderdelen, vooralsnog vooral meer plastic troep belooft. Maar de belofte van de Maker cultuur gaat meer om het bieden van een alternatieve creativiteit en een dialoog over de mogelijkheden van een aantal nieuwe technologieën als lasersnijders en robots die steeds betaalbaarder worden. Daarnaast biedt de Maker cultuur nieuwe modellen en manieren om samen te werken. Minder bedrijfsmatig en op 20ste eeuwse managementfilosofie gebaseerd met zijn eeuwige mantra van efficiëntie. Meer op de praktijk van de werkplaats. Meer ook gericht op het vrij uitwisselen van informatie. Dit gebeurt met behulp van een eigen infrastructuur van tijdschriften, festivals, galerieën en creatieve laboratoria.

Hoogstwaarschijnlijk zal de 3D-printer een primitieve tussenvorm zijn, een stap richting nu nog moeilijk voor te stellen machines en artefacten. En dan zullen we in 2040 ongetwijfeld nostalgisch terugblikken op de jaren ’10, het hoofd brekend over de moeite die het kost om vintage Facebook pagina’s van digitale rot te behoeden.

vrijdag 7 juni 2013

Overproductie

Interessant om weer terug te lezen. Simon Reynolds in 1995 over het gevaar van muzikale overproductie. Gewoon een "voorspelling" die is uitgekomen (behalve die Ballardiaanse subsidie):

As a music journalist, I'm in the frontlines of what may be a crisis for the post-industrial West in the 21st Century: cultural overproduction. For it's not just music, it's the entire mediascape that (with the cable revolution, on-line, desk-top publishing etc) is afflicted by an excess of access. There's gonna be too many creators, not enough consumers.  I can imagine a future World Government doing something similar to what the European Community, faced by surplus 'food mountains', does when it subsidises farmers to leave their fields fallow, i.e.  pay people to be uncreative.
   
The punk ethos of anyone-can-do-it lives large in music, from lo-fi indie to home-made techno, and that's fine. But when you move from amateur music-making to putting out a record, you're staking a claim on people's time.  So my message to music-makers is: think hard before you put it on disc and out into the marketplace. And to music-lovers:: if you're lucky enough to get obsessed with something, go with flow, forget about the rest.  Music should be precious, not something you channel-surf through.


woensdag 5 juni 2013

De mode - technologie synthese


"All technologies that permit customisation of the final product are the technologies of the future."

 Een interessant artikel dat de ware avant-garde van het moment identificeert. En dat terwijl mode tien jaar geleden totaal vast zat in een revival cyclus.

maandag 3 juni 2013

Een raam naar een verloren cultuur





Chic blijft mij altijd fascineren. Er zou een Barthesque term moeten bestaan voor het volgende fenomeen dat bij Chic op zijn sterkst is omdat de muziek zelf al een achteloze lichtvoetigheid bezit, namelijk de manier waarop muziek als een soort raam naar een tijdperk functioneert. Niet als louter persoonlijke herinnering maar het gevoel dat je door de muziek heen een hele cultuur hoort. Door ‘Everybody Dance’ hoor je 1978 in zijn totaliteit, een lichte cultuur, in de zin dat alles nog niet is doortrokken van ironie, cynisme en een overdaad aan kennis. Een zekere naïviteit. Dat gewicht is een van die dimensies van de hedendaagse cultuur waar je moeilijk de vinger op kan leggen maar wel degelijk zorgt voor een gevoel van instant inertie, hoeveel nieuwe artefacten er ook worden geproduceerd. Een zwaarmoedigheid van kennis. En je zult er mee moeten leven want in de sociaal-technologische constellatie waarin we nu leven is dit onmogelijk om te veranderen.

Een mogelijke uitzondering? Grimes. Zij is zo alleen en omgeven van een optimistisch aura dat als we in een soort Philip K. Dickachtige valse realiteit leven zij als enige uit het echte 2013 komt.
(Wie bij dit laatste denkt  “waar heeft hij het over?”, leestip: TheMan In The High Castle)

zaterdag 1 juni 2013

Schattige rave nostalgie

Dit fenomeen is mij al vaker opgevallen. Clive Martin schreef voor Vice een verrassend mooi (en grappig) artikel over het commentaar onder YouTube filmpjes van rave klassiekers:

Obviously nostalgia is bullshit, and for every "Pacific State" there were a hundred terrible "big fish, small fish, cardboard box" novelty records. And for everyone who looks back on it with fondness, there is probably a casualty. And we probably all need to remember that patterned board shorts were de rigeur back then. But you can't help but feel these people had the right idea.

If these comments are true—and why would you doubt that they are?—going out in those days was about unity and euphoria rather than wearing T-shirts that define your pecs and trying to compete in some kind of Moet-pissing competition. Maybe these comments comprise a history lesson that modern clubbers would do well to heed.
 Geen woord gelogen. Mooi excuus om mijn favoriet uit de herfst van 1991 te plaatsen: