Mastodon designing futures where nothing will occur

vrijdag 10 mei 2013

Muziek zonder cultureel gewicht



Gisteren na het lezen van het prettige GQ interview met Les Daft overviel mij opeens de volgende gedachte: draag ik inmiddels teveel cultureel gewicht met mij mee om ooit nog onbevangen naar muziek te kunnen luisteren? In het Engels zou je mooi zeggen: ben ik jaded? Hoogstwaarschijnlijk wel (al krijg je daar weer in de vorm van een overdaad aan referenties en associaties zoiets als wijsheid voor terug.) Maar dat is nog een normaal symptoom van ouderdom.

Door een mooie speling van het lot draaide ik daarna in de auto NEU ’75 en werd opeens weggeblazen door een onmiskenbare indruk: dit is muziek zonder cultureel gewicht. En dat geeft de muziek van NEU! (ah, die bandnaam!) een achteloze frisheid die tijdloos voelt. Hier geen ironie, geen woede, geen web van referenties, geen volgestouwd geluidsspectrum...alleen maar beweging richting openheid, gewichtloosheid. Hetzelfde geldt grotendeels voor Kraftwerk in die periode*. Zoals we allemaal weten was dit ook letterlijk het geval, al die bands begonnen met een schone lei vanwege de rampspoed die de Duitse cultuur een generatie eerder had gebracht.

Essentiële vraag derhalve: is het mogelijk om nog muziek te maken zonder een verstikkende culturele last? En zelfs als dat lukt word je er dan niet meteen door de luisteraar mee opgezadeld? Ik vermoed overigens dat Daft Punk die staat van culturele gewichtloosheid met Random Access Memories wil bereiken maar dat het willen zelf al die wens saboteert.

 * De enige muziek die hierna eenzelfde culturele gewichtloosheid bezit is bepaalde heel minimale house uit de periode 1988-1994. Muziek die vanuit eenzelfde Jaar Nul gevoel is gemaakt. Het eerste voorbeeld dat me te binnenschiet is 'Solid Sleep' van Jeff Mills:

woensdag 8 mei 2013

De hoofdstad van retromania?

Laatst stond ik te wachten bij de halte Spiegelgracht (voor niet-Amsterdammers net voor het Rijksmuseum) en terwijl ik ongeduldig richting Leidseplein tuurde of die lijn 10 eindelijk zou verschijnen, vroeg ik me opeens af: hoeveel is er sinds mijn kindertijd aan dit beeld veranderd? Nu kan ik niet met fotografische precisie dat beeld reproduceren (ik herinner vooral bomen en dat de stad daar voor mij eindigde) maar met een beetje puzzelen kom je eind. Bijvoorbeeld die ingang tot het Max Euweplein naast Paradiso bestond niet. Er zullen ongetwijfeld veel verkeersborden bij zijn gekomen. De tram is niet meer geel. Wat uithangborden zullen zijn veranderd. De bomen zijn gegroeid. Wat meer verkeer. En achter mijn rug staat het legendarisch lelijke bedrijfspand (oorspronkelijk van Finnair?) dat ergens in de jaren zeventig lekker tegenover het Rijksmuseum is gebouwd.

Waar ik natuurlijk heen wil is dat er in bijna veertig jaar fundamenteel weinig is veranderd. Daar zijn wellicht specifieke Amsterdamse redenen voor aan te dragen: sinds de Nieuwmarkt-rellen van 1975 is de modernisering-met-de-botte-M.E.-knuppel afgeslagen en is het centrum van Amsterdam langzaamaan gemuseumificeerd. Wat niet heel erg is gezien architectonische alternatieven die in de periode 1970-1990 zijn uitgeprobeerd. Dit conserveren vormt een soort ambient-retromania en de vraag hoe lang zulke straatbeelden behouden kunnen worden houdt me al langer bezig. Ergens is het onvoorstelbaar dat er ooit robots langs de grachten zullen bewegen. Je kunt je zelfs voorstellen dat steden als Amsterdam hun historische kernen gaan afsluiten voor te radicale technologische breuken (de heilige auto tot het bittere eind uitgezonderd), bijvoorbeeld holografische reclame, die de betovering van het verleden doorbreken. Misschien zouden dit soort retroreservaten veel meer gestimuleerd moeten worden, zodat de toekomst buiten de grenzen zorgeloos kan opbloeien*.

* Vanaf het terras in de Centrale Openbare Bibliotheek zijn duidelijk tekenen aan te wijzen van een futuristische periferie in wording die achter het centrum opdoemt (Arena, Zuid-As, Rembrandt en Mondriaan torens).

maandag 6 mei 2013

De voor en tegens van muziektechnologie

No I can’t agree with technology or computers or software programs sucking life out of music. On the other hand, the computer – or I guess software – evolution has enabled a lot of musicians, a lot of people, to make music that otherwise wouldn’t be able to. Therefore a lot of people that shouldn’t be making music are now making music. I mean, that’s the downside. The upside is that you have a lot more creativity, a lot more ideas coming to the table. That’s what I’m interested in. I’m more interested in the positive and good ideas that come from technology as opposed to the people that aren’t talented or that have no skill just doing it to try to make money, or because they can. You have to take the bitter with the sweet, I guess.
Juan Atkins in South London Ordnance (via Factmag)

zaterdag 4 mei 2013

Verkenners

Prachtige illustratie die de hedendaagse missies in ons zonnestelsel overzichtelijk in kaart brengen. Onderin een lijst aan toevoegingen in de nabije toekomst. Het is misschien niet heel druk maar op deze manier wordt duidelijk dat men niet compleet stilstaat. (via Astronomy Picture of the Day)

vrijdag 3 mei 2013

Un futur heureux

In tijden niet zo'n zorgvuldig doordachte recensie gelezen als deze door Joseph Ghosn in Obsession:

D’un bout à l’autre de RAM, on songe, en creux, au grandiose "Tusk" de Fleetwood Mac avec ses ambitions, ses morceaux percutants, sa fausse démesure. "Random Access Memories", donc, s’écoute (se vit) à la façon d’un album d’une époque révolue, celle des grands studios d’enregistrements avec leur belle cohorte de musiciens impeccables, leur absence de machines trop rigides. Mais, plutôt que de se contenter de cela, cet album si riche qu’il en est aussi extrêmement dévorant (il occupe l’esprit bien longtemps après la fin de son dernier morceau) est un manifeste, que l’on pourrait penser presque politique. Car, il en sort quelque chose (des sentiments, des impressions) qui rompt avec la morosité de l’époque présente : la joie qu’il communique est toujours accompagnée de questions suggérées, transmises par les paroles, dont l’ambiguïté permanente et la fausse naïveté travaillent une double question : celle de l’hédonisme apparent (ce qu’ont été la disco, la techno, la house, la pop et le rock pour beaucoup) et celle de la révolution intime produite par la musique (ce qu’au fond, ont provoqué chacun des genres cités précédemment, à différentes époques, en réaction à diverses crises).

Hédonisme et crise, donc, traversent main dans la main "Random Access Memories", qui s’écoute comme une réponse joyeuse à la débandade mondiale des années 2010 : faites la fête pour oublier. Mais aussi comme un manifeste politique ardent : retrouvons les idéaux et les espoirs de nos 17 ans (en faisant la fête, mais aussi en retrouvant une ambition – artistique, politique) pour changer le monde. Au fond, c’est cela que produit, immanquablement, cet album sans pareil : Daft Punk a renoué avec la musique de ses 17 ans (Thriller en ligne de mire) pour non pas sombrer dans la nostalgie ou le rétro, mais pour affirmer une volonté renouvelée de vie et de rêve.

(...)

Il n'y a pas de fatalité. Il n'y a sans doute que de la volonté - et s'emparer des moyens de ses ambitions. La vie est possible autre part, autrement : Random Access Memories, en plongeant dans le passé, ouvre cette possibilité abyssale d’un futur, d’un futur heureux.


[cursief van mij]

donderdag 2 mei 2013

Vijandig cynisme, veilige ironie

Ik heb er geen enkele moeite mee om toe te geven dat ik enthousiast ben over de reeks releases die eigenlijk eind vorig jaar is begonnen met Bish Bosch, de Synergie Reeks kan ik ze bijna gaan noemen. Ik merk nu pas hoe verschrikkelijk ik mij de afgelopen jaren op muzikaal gebied heb verveeld. Misschien niet goed gezocht? Ik blijf er op hameren dat een Grote Plaat zich in je leven forceert. Natuurlijk is er sporadisch iets interessants verschenen (om vervolgens als Re: ECM te worden genegeerd) maar over het algemeen heerste gebrek aan ambitie, retrogeneuzel en een kritisch discours dat hier ongegeneerd mee collaboreerde. Ik denk dat alle platen in de Synergie Reeks met behulp van diverse methodes verschillende veranderingen belichten maar dat Shaking the Habitual, wat een uitgekiende titel toch, een soort vlaggenschip is, een zelfbewust manifest naast een ontmaskering en een brutale stap voorwaarts die weinigen zullen kunnen volgen. Hier is muziek om voor te vechten, om werkelijk in je leven te laten verweven in plaats van te fungeren als miezerige achtergrondmuziek.

Daarom vallen het cynisme en de ironie die de kop opsteken me zo tegen (met name twitter, briljant als informatiekanaal, is helaas ook een machine van slecht onderbouwde mentale reflexen.) Cynisch doen over bijvoorbeeld een nog niet-beluisterde Random Acces Memories maakt je niet het stoerste jongetje van het schoolplein. Daar schuilt iets achter (behalve standaard onuitroeibaar rockisme): een angst dat dingen werkelijk zullen veranderen. Pure, onversneden future shock. Met een cynische houding lijkt het mogelijk om je in te dekken dat het allemaal niets gaat worden. Die houding past natuurlijk naadloos in een maatschappij die obsessief elk risico probeert uit te bannen...maar dat hoeft niet te worden geaccepteerd. Het is angst vermengd met een gevoel van jaloezie, niet alleen dat de ander plezier beleeft maar dat er nog artiesten zijn die collectief enthousiasme genereren. Of dit enthousiasme, de verwachting weten de beste popartiesten is de helft van het werk, genoeg is om een culturele impasse te doorbreken is niet te zeggen. In ieder geval kunnen we nu observeren hoe sterk apathie is geworteld, hoe snel en nerveus het bewustzijn flikkert en is afgeleid, hoe sterk men retromania verlangt.

En dit is “maar” muziek…

woensdag 1 mei 2013

Piketpaal 1: Linear Accelerator


Piketpaal. Het is jammer dat de term zo verbonden is geraakt met de opzichtige poging van (toen nog aankomend) premier Rutte om zijn inmiddels mislukte neoliberale droomcoalitie er door te drukken. Wikepedia heeft immers een mooi omschrijving:
Piketpaaltjes markeren vaak in de toekomst te realiseren objecten, zoals nieuwbouw, verhardingen, grenzen, terreinafscheidingen, kabels, leidingen, enzovoort.
Als je kunt spreken over limieten van muziek of cultuur, en dat is een van de centrale problemen van retromania (bestaan er verschillende culturele dynamieken, zijn een progressieve lijn en postmoderne caleidoscoop de enige vormen?), wat zijn dan de muzikale piketpalen die de afgelopen jaren zijn neergezet? Het eerste voorbeeld dat mij direct te binnen schiet is Linear Accelerator van Dopplereffekt uit 2003. Dit is de verste lijn, waar muziek, vergelijk het met de grens van ons universum, het onbekende inbuigt. In het bijzonder de eerste helft is machinemuziek in zijn puurste vorm. Het is programmatische muziek die fantaseert hoe processen in deeltjesversnellers klinken. Een werkelijk unieke plaat waar nog niets in de buurt is gekomen, ook Gerald Donald zelf niet met later Dopplereffekt werk of onder de noemer Der Zyklus (al is Biometry uit 2004 een serieuze hersenkraker). Maar wellicht zijn dit eenmalige platen, een geweldig idee perfect uitgevoerd.